Kaping van VOC-schip ‘Amsterdam’. Deel 1: Initiatief en voorbereidingen.

Het oorspronkelijke idee

Het idee voor het bouwen van een replica van een 17de eeuwse replica ontstond in de winter van 1982-83 toen de restauratie van de Barkentijn ‘Elisabeth Smit’, destijds het grootste Nederlandse zeilschip, bijna af was. De houtbouwers wilden nóg zo’n groot houten zeilschip bouwen, want zij wilden hun opgedane kennis en ervaring in praktijk brengen.

“Jij kan zo mooi brieven schrijven,” zei scheepsbouwmeester Ernst Vos. “Zorg jij maar dat wij werk houden.”

Zie ook: Kaping van VOC-schip ‘Amsterdam’. Deel 3: De doofpot.

Werkloze jongeren aan de slag bij Muidense botterkoning - G&E

Verder lezen Kaping van VOC-schip ‘Amsterdam’. Deel 1: Initiatief en voorbereidingen.

Kaping van VOC-schip ‘Amsterdam’. Deel 3: De doofpot.

Het VOC-schip ‘Amsterdam’ was al gekaapt voordat het gebouwd was.

Lees ook: Kaping van VOC-schip ‘Amsterdam’. Deel 3: De doofpot.

Amsterdam kaapt Oost-Indie-vaarder

IMG_5904

IMG_5915

 

REDACTIE VOLKSKRANT
Postbus 1002
1000 BA  AMSTERDAM

Amsterdam, 17 oktober 1989

Geachte Redaktie,

In de Volkskrant las ik dat over enige dagen de doop van het V.O.C.-schip “Amsterdam” zal plaatsvinden. Dit feit zou de initiatiefnemer vreugdevol moeten stemmen.

Uit bijgaande greep uit een omvangrijk archief blijkt dat de Gemeente Amsterdam zich dit werkgelegenheidsprojekt als een koekoek heeft toegeëigend. De gedeeltelijk werkloze initiatiefnemer duwde zij daarbij uit zijn eigen nest.

Mijn klacht over het unfaire optreden van het Hoofd van de Afdeling Economische Zaken werd ter behandeling overgedragen aan diezelfde afdeling. Het vervolg was voorspelbaar. Ook de Amsterdamse ombudsvrouw had voor haar eindoordeel voldoende aan de ambtelijke kijk op de zaken. Op mijn aanbod van een nadere toelichting wenste zij liever niet in te gaan. Wie gelooft nou een burger.

Het verdedigingsmechanisme van een ambtenaar-in-de-fout is even effectief als het S.D.I.: Je komt zelfs niet in de buurt!

De bijlagen geven wellicht een beetje achtergrond aan de persberichten en de toespraken. Mag ik ze t.z.t. van U retour ontvangen?

Het V.O.C.-schip is er gekomen. Het had allemaal echter veel leuker kunnen zijn dan dat sfeerloze gedoe aan Het IJ. En eerlijker.

Hoogachtend,
Robert van Waning


REDACTIE REPLICA JOURNAAL
De Heer J.H. Assies
Postbus 5881
1007 AW AMSTERDAM

Amsterdam, 31 oktober 1989.

Geachte Heer Assies,

In de winter van 1981/82 ben ik op suggestie van Ernst Vos begonnen aan het V.O.C.-projekt, dat zojuist zo’n feestelijke dag heeft mogen beleven.

In vrij korte tijd had ik de meest essentiële elementen bij elkaar gebracht: Ervaren houtbouwers, Herman Ketting met zijn kennis van de bouwwijze van V.O.C.-schepen in de 17de en 18de eeuw, Maarten de Groot met achter zich het Bureau voor Scheepsbouw, een mogelijke bouwlokatie en kantoor­ruimte voor de organisatie, het idee om het projekt te financieren uit de “banenpotten”, Jan Dorresteijn die het allemaal zou filmen voor de TV, en de Heer Grosveld als geïnteresseerde hoge ambtenaar van de Gemeente Amsterdam. Ook de tijd was gunstig: Amsterdam had namelijk grote behoefte aan een werkgelegen­heids­projekt.

Het V.O.C.-projekt betekende voor mijzelf een mogelijkheid om een einde te maken aan mijn gedeeltelijke werkloosheid. Gedurende negen maanden per jaar verhuurde ik namelijk traditionele zeilschepen vanuit Amsterdam. Ik wilde en moest daar nog een (eventueel gesubsidieerde) baan bij hebben. Ik geloofde in dit projekt en deed er veel voor.

De Heer Grosveld, hoofd van de afdeling Economische Zaken en Havenaangelegenheden van de gemeente Amsterdam, had echter aan mijn verdere medewerking geen behoefte nadat ik het V.O.C.-projekt, compleet met de essentiële adviseurs, aan hem had gepresenteerd.

De bedrijfsvereniging DETAM was van oordeel dat ik mijn (onbetaalde) werkzaamheden ten behoeve van de voorbereidingen van dit projekt had moeten invullen op mijn weekbriefjes en vorderde mijn W.W.-uitkering van twee winterperioden met terugwerkende kracht terug. Als ik werkeloos thuis was blijven zitten, was er niets aan de hand geweest. (Mits ik ondertussen wel van een “positieve houding ten opzichte van herintreding in de arbeidsmarkt” blijk had gegeven!). Pogingen om ten behoeve van mijn verweer een verklaring van de Gemeente Amsterdam los te krijgen dat ik inderdaad in belangrijke mate aan de totstandkoming van een groot werkgelegenheids­projekt had bijgedragen, waren vergeefs: Amsterdam had mij niet meer nodig en wist opeens van niets meer…

Na dit alles had het mij toch wel enige voldoening ge­schonken als ik tenminste als initiatiefnemer nog enige erkentelijkheid voor mijn geslaagde inspanningen zou mogen ervaren. Ook dat lijkt er niet in te zitten. De Stichting “Amsterdam Bouwt een Oostindiëvaarder” heeft mij niet voor de doop uit willen nodigen, ondanks het feit dat ik daar beleefd en schriftelijk om had gevraagd.

Ik had de Volkskrant een kleine greep gestuurd uit mijn omvangrijke archief uit de gelukkige begindagen van het V.O.C.-projekt, in de hoop dat de werkelijkheid toch nog enigszins tot haar recht zou komen. In het Volkskrant-artikel over de doop stond Herman Ketting echter als grondlegger genoemd. Dat was in ieder geval al een stuk beter dan eerdere persberichten, waarin steevast ten onrechte de gemeente Amsterdam of de STABO als initiatief­neemster stond vermeld. Zonder Herman was het schip er nooit gekomen (en ook het Japanse V.O.C.-schip niet, dat rechtstreeks aan de hand van zijn tekeningen is ontworpen). Is het U overigens opgevallen dat ook Herman Ketting niet als speciale gast was uitgenodigd, geen gereserveerde stoel tussen de bestuursleden vooráán had en dus ook niet aan boord mocht vlak na de doop? Beschamend, te meer omdat hij tevens verantwoordelijk is voor het unieke houtsnijwerk van de “Amsterdam”.

Aan boord hangt een koperen bord met de namen van bestuurs­leden en een willekeurige selectie uit het grote aantal vrijwilligers. Velen, die soms vele maanden zonder betaling aan het schip gewerkt hebben, staan niet vermeld. Ik herinner mij nog goed het eerste “Replica Journaal”: Alleen foto’s van bestuursleden, wethouder, burgemeester, staatssecretaris en belangrijke genodigden: Niet één foto of vermelding van de hardwerkende vrijwilligers!.

Dit typeert wel het “(sta)bobo-karakter” van het projekt.

Er bestaat nog geen innige relatie tussen publiek en schip. Dit lijkt tot dusver ook niet het streven te zijn geweest. Voor zo’n groot, mooi en uniek werkgelegenheidsprojekt, gefinancierd uit de publieke middelen en uitgevoerd in het hart van Amsterdam, is dat toch wel jammer.

Willem Vos ontvangt in Lelystad 120.000 bezoekers per jaar à raison van (ik meen) ¦ 7,50: Sponsoring door het publiek.

Dit alles moest mij van het hart naar aanleiding van de toch wel zeer teleurstellende bejegening die ik van de zijde van het STABO-Bestuur moet ondervinden. Het is in Uw ogen wellicht niet zo belangrijk maar juist daarom vraag ik mij af waarom consequent de verkeerde als initiatiefnemer wordt genoemd en waarom de echte initiatiefnemer niet uitgenodigd wordt voor hoogtepunten in zijn projekt.

Met vriendelijke groeten,
Robert van Waning


REDACTIE VOLKSKRANT
De Heer Roelf Ridderikhof
Postbus 1002
1000 BA AMSTERDAM

Amsterdam, 31 oktober 1989.

Zeer Geachte Heer Ridderikhof,

In 1982 ben ik op suggestie van Ernst Vos gaan proberen een V.O.C.-projekt van de grond te krijgen. In vrij korte tijd had ik de meest essentiële elementen bij elkaar gebracht: Ervaren houtbouwers, Herman Ketting met zijn kennis van de bouwwijze van V.O.C.-schepen in de 17de en 18de eeuw, Maarten de Groot met achter zich het Bureau voor Scheepsbouw, een mogelijke bouwlokatie en kantoorruimte voor de organisatie, het idee om het projekt te financieren uit de “banenpotten” en een geïnteresseerde hoge ambtenaar van de Gemeente Amsterdam. Ook de tijd was gunstig.

Het projekt betekende voor mijzelf een mogelijkheid om een einde te maken aan mijn gedeeltelijke werkloosheid. De Heer Grosveld, hoofd van de afdeling Economische Zaken en Havenaangelegenheden, en Maarten de Groot van het Bureau voor Scheepsbouw spraken echter onderling af dat zij aan mijn medewerking verder geen behoefte hadden.

Als klap op de vuurpijl kwam de bedrijfsvereniging DETAM tot het oordeel dat ik mijn (onbetaalde) werkzaamheden ten behoeve van de voorbereidingen van dit projekt had moeten invullen op mijn weekbriefjes en vorderde mijn W.W.-uitkering van twee winterperioden terug. Als ik werkeloos thuis was blijven zitten, was er niets aan de hand geweest. (Mits ik ondertussen wel van een “positieve houding ten opzichte van herintreding in de arbeidsmarkt” blijk had gegeven!). Pogingen om ten behoeve van mijn verweer een verklaring van de Gemeente Amsterdam los te krijgen dat ik inderdaad in belangrijke mate aan de totstandkoming van een groot werkgelegenheidsprojekt had bijgedragen, waren vergeefs: Amsterdam had mij niet meer nodig en wist opeens van niets.

Na dit alles had het mij toch wel enige voldoening geschonken als ik tenminste als initiatiefnemer enige erkentelijkheid voor mijn geslaagde inspanningen zou mogen ervaren. Ook dat lijkt er niet in te zitten. De Stichting “Amsterdam Bouwt een Oostindiëvaarder” heeft mij niet voor de doop uit willen nodigen, ondanks het feit dat ik daar beleefd en schriftelijk om had gevraagd.

Ik had de Volkskrant een kleine greep gestuurd uit mijn omvangrijke archief uit de gelukkige begindagen van het V.O.C.-projekt, in de hoop dat de werkelijkheid toch nog enigszins tot haar recht zou komen.

In het artikel over de doop stond Herman Ketting als grondlegger genoemd. Dat was in ieder geval al een stuk beter dan eerdere persberichten, waarin steevast de Gemeente Amsterdam als initiatiefneemster stond vermeld. Zonder Herman was het schip er nooit gekomen (en ook het Japanse V.O.C.-schip niet, dat rechtstreeks aan de hand van zijn tekeningen is ontworpen). Wist U overigens dat ook hij niet als speciale gast was uitgenodigd, geen gereserveerde stoel tussen de bestuursleden vooráán had en dus ook niet aan boord mocht vlak na de doop?

Aan boord hangt een koperen bord met de namen van bestuursleden en een willekeurige selectie uit de vrijwilligers. Velen, die soms vele maanden zonder betaling aan het schip gewerkt hebben, staan niet vermeld. Ik herinner mij nog goed het eerste “Replica Journaal”: Alleen foto’s van bestuursleden, wethouder, burgemeester, staatssecretaris en belangrijke genodigden: Niet één vrijwilliger te zien. Dit alles typeert wel de greep die de bobo’s op dit projekt hebben bemachtigd.

Ook de “P.R.” die voor het projekt is bedreven draagt een elitair karakter. Enige relatie met het publiek is niet gelegd (want ook niet echt nagestreefd). Voor zo’n groot en uniek werkgelegenheidsprojekt, gefinancierd met publieke middelen en uitgevoerd in het hart van Amsterdam, is dat nog wel het grootste schandaal.

Dit alles moest mij van het hart naar aanleiding van wederom een foutieve vermelding van initiatiefnemersschap. Het is allemaal niet zo belangrijk maar juist daarom vraag ik mij af waarom consequent telkens de verkeerde wordt genoemd.

Met vriendelijke groeten,
Robert van Waning


GEMEENTE AMSTERDAM
Afdeling Economische Zaken
Postbus 202
1000 AE  AMSTERDAM

Amsterdam, 22 augustus 1990.

Betreft: Replica VOC-schip

Geachte Dames en Heren,

In Uw brief d.d. 9 januari 1986, waarvan hierbij een fotocopie, schrijft U in punt 3:

“Met name door de gemeente is toen uitdrukkelijk daarbij [bij het door ons voorgestelde haalbaarheidsonderzoek, RvW] als uitgangspunt geformuleerd dat de bouw als werkloosheidsproject uitgevoerd zou moeten worden; uitsluitend op die basis leek realisering mogelijk. Wanneer U dit idee zoudt willen claimen – en Uw brief wekt die indruk – dan is dat niet overeenkomstig de werkelijke gang van zaken.”

Hierbij vraag ik U om deze uitspraak te willen herzien, omdat zij (“adding insult to injury”) ten onrechte suggereert dat ik onwaarheid zou hebben gesproken.

Uit bijgaande afschriften van berichten in de pers en correspondentie moge blijken dat wij het bouwen van de Amsterdamse VOC-replica vanaf het begin (december 1981) als een werkloosheidsproject hebben opgevat en ook als zodanig aan diverse instanties, waaronder de gemeente Amsterdam, hebben gepresenteerd.

Het heeft mij overigens bijzonder teleurgesteld dat ik geen uitnodigingen voor de doop en de proefvaart van mijn “geesteskind” (woorden van SABO-bestuurslid KtZ. J.W. Voet) heb mogen ontvangen.

Robert van Waning


GEMEENTE AMSTERDAM
Afdeling Economische Zaken
Postbus 202
1000 AE  AMSTERDAM

Amsterdam, 10 september 1990.

Geachte Dames en Heren,

Bijgaand stuur ik U de afschriften van een brief d.d. 30/7/1982 van de Gemeentelijke Sociale Dienst en van een brief die ik op 16/11/1982 had geschreven aan het Projectbureau Werkloosheidsbestrijding.

Het bericht in de Gooi- en Eemlander van februari 1982, de andere brieven, waarvan ik U afschriften heb toegezonden, en de inhoud van bijgaande twee brieven weerleggen Uw claim dat het Uw idee zou zijn geweest om het VOC-schip als werkloosheidsproject uit te voeren.

Het replica-project is vanaf het begin een echt werklozen-project geweest: Het idee was van een werkloze-in-spé en een gedeeltelijk werkloze heeft verder het initiatief op zich genomen, waarbij hij op een bepaald moment een beroep op de Gemeente Amsterdam heeft gedaan.

Het is een navrant feit dat geen van beiden een plaats in het project hebben mogen krijgen, geen vergoeding hebben mogen ontvangen voor hun kosten en inspanningen en zelfs niet uitgenodigd zijn voor de doop etc.

In Uw brief van 9 januari 1986 had U geschreven dat mijn claim “niet overeenkomstig de werkelijke gang van zaken” zou zijn. Deze opmerking heeft mij zeer gegriefd. In mijn brief van 22 augustus j.l. heb ik U gevraagd om Uw woorden te heroverwegen in het licht van het door mij aangedragen bewijsmiddelen ter staving van de gegrondheid van mijn claim.

Nu de werkelijke gang van zaken voldoende uit de doeken is gedaan, wacht ik gaarne op Uw antwoord.

Met vriendelijke groeten,
Robert van Waning
Bijlagen: 2.


Aan de Redactie van NRC Handelsblad
De Heer Bas van Lier
Postbus 3372
1001 AD AMSTERDAM

Amsterdam, 20 mei 1991.

Geachte Heer Van Lier,

Hartelijk dank voor Uw brief van 14 mei j.l. Harry Smit heeft destijds nimmer een poot naar het VOC-initiatief uitgestoken, mede omdat hij niets verwachtte van een samenwerking met de Gemeente Amsterdam. Helaas heeft hij gelijk gekregen. Nadat wij het idee met alle essentiële elementen als werkgelegenheidsproject ter adoptie hadden aangeboden, waren wij ons geesteskind ook onmiddellijk kwijt. De gemeente Amsterdam bleek een uiterst onbetrouwbare partner. De goudzoekers aan het Y zijn hierbij gewaarschuwd…

Zeer teleurstellend vond ik ook de rol van de Amsterdamse Ombudsvrouw, Nora Salomons. Nadat ik mij tot haar had gewend met de klacht dat ik als halve werkloze niet mee had mogen werken aan het door mijzelf gegenereerde werkgelegenheidsproject, moet zij zij zich tot de betrokken (hoofd-)ambtenaar, drs Harry Grosveld, gewend hebben met de vraag “Weet jij dat iets van?” Nadat deze kennelijk had geantwoord “Nee, niets, die vent zeurt” was voor mevrouw Salomons de kous af: “De gemeente was niets bekend van enige toezeggingen.”

Wij horen ook weinig over de Ombudsman in Amsterdam. Op mij had zij in ieder geval de indruk gemaakt te behoren tot het verdedigingsmechanisme van de ambtenaar-in-de-fout, en als zodanig effectiever dan het S.D.I.

Overigens: Uit het feit dat onze eerste wervende brief van 2 februari 1982 gericht was aan het Scheepvaartmuseum in Amsterdam moge blijken dat ook wij in de eerste plaats aan een museale functie dachten. Bestuur en directie van het museum stonden destijds echter nog zeer afwijzend tegenover het hele idee. Men vond het kitsch en liet dat ook steeds duidelijk merken. Ook de befaamde mr Hotke van CRM liet zich in zijn afwijzende brieven zéér negatief uit. Het scheepvaartmuseum in Rotterdam reageerde daarentegen positief, maar wij wilden het schip nu eenmaal in Amsterdam hebben…

Hoogachtend,
Robert van Waning


De Volkskrant
Redactie “Dag In Dag Uit”
Postbus 1002
1000 BA  AMSTERDAM
Amsterdam, 17 maart 1994

Geachte Redactie,

In “Dag In Dag Uit” heeft u ooit eens een artikel geschreven over het Amsterdamse VOC-schip. Niet alleen de bouw en de exploitatie van deze toeristische klapper waren afhankelijk van onbetaalde vrijwilligers, maar ook ook het initiatief.

In verband met een gedeeltelijke werkloosheid in de jaren 1982 en 1983 heb ik veel energie en tijd (zie bijlagen) besteed aan het initiatief in Amsterdam een V.O.C.-schip te laten bouwen in het kader van een werkgelegenheidsplan.[1] Op een bepaald moment heb ik dit plan ter adoptie aangeboden aan de gemeente Amsterdam. Het hoofd van de afdeling Economische Zaken en Havenaangelegenheden, drs H. Grosveld, heeft mij vervolgens op een uiterst rottige manier buitenspel gemanoeuvreerd. De gemeente Amsterdam heeft zich sindsdien ten onrechte als initiatiefneemster van het VOC-projekt gepresenteerd.

Ook Herman Ketting (restaurateur van het Rijksmuseum), die ik bij mijn initiatief had betrokken, is door de gemeente en de Stichting Amsterdam Bouwt Oostindiëvaarder niet erg netjes behandeld. Maarten de Groot van het Bureau voor Scheepsbouw, die ik er ook had bijgehaald, heeft dankbaar gebruik gemaakt van Kettings kennis en gedetailleerde bouwtekeningen, die hij zonder bronvermelding heeft nagetekend. (Het BvS heeft ook de opdracht voor de Japanse VOC-replica “Prins Willem” aan Ketting en mij te danken.) Ook Herman Ketting werd echter niet voor de proefvaart uitgenodigd.

De gemeente Amsterdam heeft op advies van het Bureau voor Scheepsbouw helaas gekozen voor het nabouwen van een 18de-eeuws schip. Wij hadden nadrukkelijk aangeraden om een replica van een 17de eeuws te maken. Die waren immers veel sierlijker en aantrekkelijker om te zien. Gaat u maar eens kijken in Lelystad. Het schip dat nu bij het Scheepvaartmuseum ligt afgemeerd is buitengewoon saai, ondanks de masten en de franjes.

De bouw van het Amsterdamse VOC-projekt heeft nooit enige bezieling gekend. Het was een stiekem en harteloos projekt van een stel elkaar de bal toespelende Amsterdamse regenten, VIP’s en bobo’s. De VOC-replica “Batavia” van Willem Vos in Lelystad betaalt zichzelf al tijdens de bouw. Ook die kans is in Amsterdam gemist.

Ik ben eigenlijk op zoek naar een investigative reporter die zich eens zou willen verdiepen in de achtergronden van de totstandkoming van dit VOC-projekt. Weet u iemand?

Misschien vindt u het een oud verhaal, maar geschiedenis nooit te oud om te bestuderen. Bovendien vrees ik dat déze Amsterdamse geschiedenis actueel zal blijven zolang er geen lessen uit zijn geleerd en de boosdoeners niet aan de kaak zijn gesteld.

Hoogachtend,

Robert van Waning

    [1]In tegenstelling tot de later meewerkende werklozen heb ik destijds mijn WW-uitkering niet mogen behouden, maar voor 100% moeten terugbetalen aan de bedrijfsvereniging DETAM. Ik had mijn onbetaalde werkzaamheden gedurende de wintermaanden ten behoeve van dit projekt namelijk niet ingevuld op mijn wekelijkse werkbriefjes. De verklaring van de advokaat van de DETAM tegenover de Centrale Raad van Beroep dat zij niet twijfelde aan mijn goede trouw (en dat zij dus kennelijk niet aannam dat ik naast mijn uitkering nog enige inkomsten uit wat voor arbeid dan ook had genoten) was voor de beroepsinstantie geen reden om mij niet streng te straffen voor de door mij begane vormfout.


REDACTIE HET PAROOL
Mevrouw Edith van Zalinge
Wibautstraat 131
1091 GL  AMSTERDAM

Amsterdam, 15 augustus 1995

Geachte mevrouw,

Voor het Scheepvaartmuseum ligt een schip dat (uniek in de geschiedenis!) al was gekaapt voordat het op de tekentafel stond. Bijgaand stuur ik u enige papieren over deze oude, maar nimmer opgeloste kwestie.

Het was destijds mijn initiatief om voor de restaurateurs van de “Elisabeth Smit” een nieuw karwei te creëren in de vorm van een 17de eeuwse Oostindiëvaarder, te bouwen in Amsterdam. Zonder Harry Smit was ik niet in de positie geweest om een dergelijk plan op te zetten, maar hij heeft er zelf nooit een pink voor opgetild. Daar had hij zijn secretaris voor. Voor het overige wil ik niets afdoen aan zijn verdiensten voor de grote zeilvaart in Nederland. (Met zijn opinie over SAIL ben ik het woord voor woord eens: Een belangrijk deel van de opbrengsten van dit evenement zouden ten goede moeten komen aan de altijd te kort schietende onderhoudsfondsen van de grote zeilschepen.)

De Amsterdamse hoofdambtenaar die met ons replica-plan aan de haal ging nadat wij de essentiële elementen hadden aangedragen, is nimmer op zijn schandalige gedrag aangesproken. Integendeel, hij heeft er veel lof mee geoogst. Dit is onverdraaglijk, vandaar mijn (tot dusver vruchteloze) pogingen om hier aandacht voor te krijgen. Dat ik zelfs niet voor de doop van mijn geesteskind werd uitgenodigd, steekt mij natuurlijk ook nog altijd behoorlijk maar daar is weinig meer aan te doen.

Hartelijke groeten,
Robert van Waning


REDACTIE STADSNIEUWS
Afd Voorlichting en Externe Betrekkingen
Postbus 202
1000 AE AMSTERDAM

Amsterdam, 15 augustus 1995

Geachte dames en heren,

Voor het Scheepvaartmuseum ligt een schip dat (uniek in de geschiedenis!) al was gekaapt voordat het was gebouwd. Bijgaand stuur ik u enige papieren over deze oude, maar nimmer opgeloste kwestie.

Het was destijds mijn initiatief om voor de restaurateurs van de “Elisabeth Smit” een nieuw karwei te creëren in de vorm van een 17de eeuwse Oostindiëvaarder, te bouwen in Amsterdam. Zonder Harry Smit van de Stichting Het Varend Museumschip was ik niet in de positie geweest om een dergelijk plan op te zetten, maar hij heeft er zelf nooit een pink voor opgetild. Hiermee wil ik verder niets afdoen aan zijn verdiensten voor de grote zeilvaart in Nederland. Ik het ook eens met zijn opinie over SAIL: Een belangrijk deel van de opbrengsten van dit evenement zouden ten goede moeten komen aan de altijd te kort schietende onderhoudsfondsen van de grote zeilschepen.

De Amsterdamse hoofdambtenaar Grosveld die met ons replica-plan aan de haal ging nadat wij de essentiële elementen hadden aangedragen, is nimmer op zijn gedrag aangesproken. Integendeel, hij heeft er veel lof mee geoogst. Dit is onverdragelijk, vandaar mijn (tot dusver vruchteloze) pogingen om hier aandacht voor te krijgen. Dat ik destijds zelfs niet voor de doop van mijn geesteskind werd uitgenodigd, steekt mij natuurlijk ook nog altijd behoorlijk maar daar is weinig meer aan te doen.

In STADSNIEUWS van augustus/september noemde u de 17de eeuwse Oostindiëvaarder “Batavia” uit Lelystad het pronkstuk tijdens SAIL. U noemde terecht niet de veel saaiere 18de eeuwse VOC-replica “Amsterdam”. Als de gemeente Amsterdam destijds loyaal onze aanbevelingen had opgevolgd, waren er twee pronkstukken geweest!

Vriendelijke groeten,
Robert van Waning

(Overigens ben ik van mening dat er toegangsgelden voor SAIL moeten worden gevraagd. Er zal dan in ieder geval ook geld zijn voor tribunes voor de gewone bezoekers en niet alleen voor VIPS en bobo´s)


REDACTIE HET PAROOL
De heer Jos Verlaan
Wibautstraat 131
1091 GL AMSTERDAM

Betreft:  De kaping van de VOC-replica ‘Amsterdam’

Amsterdam, 29 januari 1996

Geachte heer Verlaan,

Uw vriendelijke artikel over de heer Grosveld heeft bij mij een oude wond opengehaald. Deze man heeft destijds ons plan om in Amsterdam een replica 17de eeuwse Oostindiëvaarder te bouwen, gekidnapt en verder gepresenteerd als een projekt dat door de gemeente Amsterdam was geïnitieerd.

Dit was een achterbakse rotstreek van een Amsterdamse topambtenaar, die wij ten onrechte ons vertrouwen hadden geschonken. Ook ex-wethouder Heerema bleek toen niet zo integer als hem altijd wordt toegedicht. In een interview voor KRO-radio op op 9-2-1984 verklaarde hij domweg van niets te weten. Niet fraai.

Ik vind het jammer dat Grosveld nimmer is aangesproken op zijn handelwijze en ik begrijp niet waarom ook u niet heeft willen reageren op mijn smeekbede om toch eens aandacht te schenken aan deze schandelijke affaire.

De gemeente geeft tegenwoordig zelfs ‘Startgeld’ aan burgers die goede ideeën voor de stad hebben. Ons goede idee ligt nu te pronken bij het Scheepvaartmuseum, maar voor mijn vele kosten en moeiten heb ik nimmer een woord van waardering, laat staan enige vergoeding mogen ontvangen.

Hoogachtend,
Robert van Waning


GEMEENTE AMSTERDAM,
Commissie ‘Startgeld’
De heer G. Goedhart, voorzitter
P/a Fractie CDA
Postbus 202
1000 AE  AMSTERDAM

Betreft: De kaping van het V.O.C.-schip ‘Amsterdam’

Amsterdam, 30 januari 1996

Geachte heer Goedhart,

Het artikel in Het Parool van 22 januari j.l. over het project ‘Startgeld’ heeft bij mij een oude wond opengehaald. Destijds heb ik een dermate goed idee opgevat en aan de gemeente gepresenteerd dat het resultaat hiervan nu al enige tijd ligt te pronken in het water voor het Scheepvaartmuseum.

De V.O.C.-replica ‘Amsterdam’ trekt dagelijks vele bezoekers en tijdens de laatste SAIL deed zij in fraaiheid alleen maar onder voor de ‘Batavia’ uit Lelystad.

Bijgaand stuur ik u een heel kleine greep uit een omvangrijk dossier. Hiermee wil ik bij u een begin van twijfel wekken of de gemeente Amsterdam destijds inderdaad wel de initiatiefneemster van dit projekt was. Dit heeft zij altijd beweerd sinds het plan was gekaapt van de échte inititiatief­nemer. Die had het plan in goed vertrouwen ter adoptie aan de gemeente Amsterdam aangeboden, niet verwachtend dat een topambtenaar er mee aan de haal zou gaan.

Ik ben blij dat dit soort zaken nu beter geregeld lijkt te zijn. Ik hoop echter dat er eindelijk eens iemand zal zijn die bereid en in staat is om mijn goede idee van destijds op waarde te schatten en correct af te wikkelen. Het voorbereiden en promoten van dit werkloosheidsproject heeft mij destijds mijn W.W.-uitkering van de DETAM gekost omdat ik dit onbetaalde vrijwilligerswerk niet als ‘verrichte arbeid’ had opgegeven. De gemeente Muiden, die van de hele gang van zaken op de hoogte was, is mij toen enigszins tegemoet gekomen. Mijn oorspronkelijk goede idee heeft mij per saldo ernstig gedesillusioneerd en veel tijd en geld gekost.

Voorzitter J.W. Voet van de Stichting Amsterdam Bouwt Oostindiëvaarder noemde de ‘Amsterdam’ wel mijn geesteskind, maar voor de doop en de proefvaart werd ik zelfs niet uitgenodigd. Ik ben, kortom, een lijk in de kast van de nu vertrekkende topambtenaar drs Harry Grosveld. Hij is CDA-lid, dus wellicht ben ik ook bij u aan het verkeerde adres.

Hoogachtend,
Robert van Waning


REDACTIE HET PAROOL
T.a.v. Marieke Monden
Wibautstraat 131
1091 GL  AMSTERDAM

Amsterdam, 30 januari 1996

Geachte mevrouw,

Naar aanleiding van uw artikel over het project ‘Startgeld’ stuur ik u hierbij een afschrift van een brief aan de voorzitter van de jury, het CDA-raadslid G. Goedhart.

Zoals ik ook aan Goedhart schrijf, haalde uw verhaal bij een oude wond open. De directeur Economische zaken en Havenaangelegenheden, drs Harry Grosveld, ging hij met ons goede idee aan de haal nadat ik ons plan voor een V.O.C.-replica aan hem had gepresenteerd. Destijds waren dit soort zaken nog niet zo goed geregeld als nu. Je was met al je goede vertrouwen aan de haaien overgeleverd.

Ik heb geprobeerd om de aandacht van leden van onze gemeenteraad hierop te vestigen. Zulke brieven werden dan echter beantwoord door de afdeling waar de klacht tegen was gericht, EZH dus.

Ook de gemeentelijke Ombudsman Nora Salomons kon geen ongerechtigheid ontdekken in de handelwijze van Grosveld. Tijdens haar ‘ampele onderzoek’ heb ik niet een keer de gelegenheid gekregen om mijn verhaal toe te lichten. De afdeling EZH kreeg die gelegenheid wel maar wist dus van niets. Allemaal heel frustrerend en onbevredigend, behalve dan dat die Oostindiëvaarder er wel is gekomen. Helaas hebben ze echter niet zo’n veel aantrekkelijker 17de eeuws schip nagebouwd, zoals ze in Lelystad terecht wel hebben gedaan. De 18de eeuwse schepen waren veel rechter en saaier.

Het Amsterdamse VOC-project is een speeltje voor Amsterdamse bobo’s geworden. Dom, naar, harteloos. Ook de hardwerkende vrijwilligers hebben dit moeten ondervinden. In Lelystad dekten ze de bouwkosten al met de toegangsgelden voordat het schip te water ging.  Zo doe je dat.

Met vriendelijke groet,
Robert van Waning


Het Scheepvaartmuseum
Dr Hans Bakker, directeur
Kattenburgerplein 1
1018 KK AMSTERDAM

Amsterdam, 31 januari 1996

Betreft: De kaping van een goed idee

Geachte heer Bakker,

In Het Parool van 22 januari j.l. stond een artikel over het project ‘Startgeld’ dat goede ideeën van Amsterdamse burgers subsidieert. Dit verhaal heeft bij mij een oude wond opengehaald. Destijds heb ik een dermate goed idee opgevat en aan de gemeente voorgesteld dat het resultaat hiervan nu al enige tijd bij u in het water voor het Scheepvaartmuseum ligt te pronken.

De V.O.C.-replica ‘Amsterdam’ trekt dagelijks vele bezoekers en tijdens de laatste SAIL deed zij in sierlijkheid alleen maar onder voor de ‘Batavia’ uit Lelystad.

Bijgaand stuur ik u een heel kleine greep uit een omvangrijk dossier. Hiermee wil ik bij u een begin van twijfel wekken of de gemeente Amsterdam destijds inderdaad wel de initiatiefneemster van dit projekt was. Dit heeft zij wel altijd beweerd sinds het plan was gekaapt van de échte inititiatief­nemer. Die had het plan in goed vertrouwen aan de gemeente Amsterdam voorgelegd, niet verwachtend dat een topambtenaar met het idee aan de haal zou gaan. Voorzitter J.W. Voet van de Stichting Amsterdam Bouwt Oostindiëvaarder noemde de ‘Amsterdam’ wel mijn geesteskind, maar voor de doop en de proefvaart werd ik zelfs niet uitgenodigd.

Het Nederlands Scheepvaart Museum valt in deze niets te verwijten. In het begin wilde men daar immers niets weten van onze plannen, getuige bijgaand afschrift van de brief van het hoofd tekeningenarchief d.d. 9 februari 1982. Bij bibiothecaris Jan Puijpe, een jaargenoot van het K.I.M. in Den Helder, vond ik nog het meeste gehoor. Hij durfde daar echter niet voor uit te komen, want zijn baas wilde kennelijk niet dat hij zich met die onzin bezighield. Met ir. Maarten de Groot van het Bureau voor Scheepsbouw ben ik nog wel op audiëntie geweest, maar ook dat mocht niet baten. Het museum geloofde destijds niet in replica’s. En nu ligt ie daar toch maar…

Voor u als museumdirecteur is het hopelijk geen bezwaar zijn dat iets lang geleden gebeurd is.

Hoogachtend,
Robert van Waning


NEDERLANDS SCHEEPVAARTMUSEUM
Drs J.J.A. Wijn, conservator
Kattenburgerplein 1
1018 KK AMSTERDAM

Amsterdam, 25 juli 1996

Geachte heer Wijn,

Sinds de brief van de heer J. Bakker, directeur van het Scheepvaartmuseum, van 2 februari j.l. heb ik niets meer mogen vernemen over de vorderingen bij de geschiedschrijving van de replica van de “Amsterdam”.

Er is een tijd geweest dat ik heb geprobeerd om de werkelijke gang van zaken boven tafel te krijgen, maar dat heeft niet veel resultaat gehad. Sommigen vonden het niet interessant genoeg en anderen wilden er niet aan herinnerd horen. Afgelopen week kwam ik nog een aantal afschriften tegen. Het grootste gedeelte hiervan heb ik weggegooid, maar een aantal stuur ik u hierbij toe. U kunt er desgewenst uw archief mee aanvullen. Tegen de tijd dat u behoefte hebt aan completering hoor ik dat wel van u.

Als men ziet hoe gebeurtenissen achteraf verdraaid kunnen worden zonder dat je daar zelfs als ooggetuige iets tegen kunt uitrichten, dan beseft men hoe beperkt de mogelijkheden zijn om in een geschiedschrijving de historische werkelijkheid weer te geven. Uw directeur schreef echter op 2 februari j.l. dat hij hoopte op een zuiver verhaal. Daar wil ik maar al te graag aan meewerken.

Hoe dan ook.

Hoogachtend,
Robert van Waning


REDACTIE HET PAROOL
De heer Jos Verlaan
Wibautstraat 131
1091 GL  AMSTERDAM

Amsterdam, 24 juli 1996

Amsterdam kaapt VOC-schip

Geachte heer Verlaan,

Lange tijd geleden heb ik u benaderd met het verzoek om het ware verhaal rond de bouw van de replica “Amsterdam” te mogen vertellen. Dit schip was immers al gekaapt vóórdat het was gebouwd en zodoende een unicum in de geschiedenis.

Omdat het een verhaal is over onbetrouwbaarheid van hoge Amsterdamse bestuurders (de ‘integere’ Heerma incluis), had ik wel verwacht dat u belangstelling zou tonen. Helaas, u had het kennelijk te druk met inderdaad nog veel ergere dingen.

Toch probeer ik maar weer eens.

Met vriendelijke groet,
Robert van Waning


Mevrouw Mijntje Klipp
c/o Redactiesecretariaat Het Parool
Wibautstraat 131
1091 GL AMSTERDAM

Amstelveen, 12 september 1998

Geachte mevrouw,

Hoewel het mij in al die jaren niet gelukt is om aandacht te krijgen voor de kaping van het VOC-schip ‘Amsterdam’ nog vóór het goed en wel op stapel stond, toch blijf ik proberen om deze geschiedenis vastgelegd te krijgen.

Ruim 2 ½ jaar geleden zegde de directeur van het Scheepvaartmuseum, Hans Bakker, mij toe dat hij studie naar de oorsprong van de replica zou laten verrichten. Ook dit is kennelijk op hogere belangen gestuit. Zo blijft de vervalsing van de geschiedenis een feit.

Het gaat mij er nu om dat de rol van sommige hoge gemeente-ambtenaren alsnog wordt belicht en dat de geschiedenis van dit werkgelegenheidsprojekt volledig en juist wordt weergegeven.

Hoogachtend,
Robert van Waning



De Heer Bert Brevoord
c/o Redactie Het Parool
Postbus 433
1000 AK AMSTERDAM

Amstelveen, 9 mei 1999

Beste Bert,

Bij het opruimen van oude correspondentie over mijn initiatief om in Amsterdam een 17de eeuwse Oostindiëvaarder te bouwen, kwam ik een brief aan jou van 25 april 1985 tegen. Daar kreeg ik toen ook geen antwoord op.

Waarom is het toch dat niemand wil weten hoe het zich in werkelijkheid heeft afgespeeld? Hoe lang moet waarheid ‘onder de pet blijven’ voordat hij interessant wordt?

Het Parool volgt de gemeente Amsterdam altijd kritisch en is daarbij alert op onwaarheden, verdoezelingen en misbruik van macht. Die replica-affaire is echter voor zoete koek geslikt.

Ik vind het nog steeds heel erg dat ik destijds mijn hele W.W.-uitkering gedurende drie winters aan de DETAM moest terugbetalen omdat ik mijn (onbezoldigde!) werkzaamheden ten behoeve van de bouw van de replica niet had vermeld op mijn werkbriefjes. Een boete van 100%, terwijl ik niets had bijverdiend! (Vraag maar aan Harry Smit..) Later werd de bouw van de ‘Amsterdam’ een werkloos­heidsproject en mochten mensen er met volledig behoud van uitkering aan meewerken.

Heel navrant.

Bijgaand een paar afschriften die ik bezig was weg te gooien. Eens moet de waarheid boven tafel.

Hartelijke groeten,
Robert van Waning


REDACTIE HET PAROOL
De heer Bert Brevoord
Postbus 433
1000 AK AMSTERDAM

STRIKT VERTROUWELIJK

Amstelveen, 14 april 1999

Beste Bert,

Ruim vijftien jaar geleden noemde ik je ook bij je voornaam, dus dat doe ik nu ook nog maar, als je daar geen bezwaar tegen hebt.

Toen ik je artikel las over de Sail of the Millennium in Rouen, moest ik terugdenken aan de tijd dat ik probeerde om op het IJ een soort permanente Sail-situatie te creëren. Wij hebben elkaar ontmoet in verband met mijn initiatief tot het bouwen van een 17-de eeuwse Oostindiëvaarder in Amsterdam.

Waarom heeft niemand ooit de werkelijke ontstaansgeschiedenis van de ‘Amsterdam’ uit de doeken willen doen? Ook jij hebt van nabij meegemaakt hoe Grosveld, directeur Economische Zaken en Havenaangelegenheden van de gemeente Amsterdam, destijds dit initiatief kidnapte. Vanaf dat moment noemde de gemeente zich bij monde van de ‘integere’ wethouder Heerema de initiatiefneemster van het replica-project. In de raadszaal zaten wij nog naast elkaar te luisteren naar de aankondiging.

Het zure was, dat ik al ruim twee jaar aan het plan gewerkt had en het werkelijk panklaar aan de gemeente had gepresenteerd, inclusief de essentiële adviseurs en deskundigen. Ik heb er zelfs mijn WW-uitkering door verloren, want ik had mijn (onbetaalde!) werkzaamheden niet opgegeven op mijn werkbriefjes. Ook in die zin was het een echt werklozen-project, mede bedoeld om mijzelf aan meer dan een parttime baan te helpen. Het is heel anders uitgepakt. Het project is in handen gekomen van een old boys network die het verder als hun speeltje hebben beschouwd. Zelfs voor de proefvaart en de doop ben ik niet uitgenodigd, ondanks het feit dat bestuurslid Voet het mijn geesteskind noemde.

De ‘Amsterdam’ is een uniek schip in de geschiedenis, omdat het al gekaapt was voordat het te water gelaten was!

Terwijl de Batavia haar bouwkosten al tijdens de bouw opbracht, is de ‘Amsterdam’ een harteloos project gebleven en is zij min of meer in het geniep gebouwd. Mijn enige troost is dat ik het geen mooi schip vind. De 17-eeuwse schepen waren zo veel aantrekkelijker om te zien! Een gemiste kans.

Een tijdje geleden schreef Leonoor Wagenaar dat Harry Smit ‘weer met lege handen stond’ na de brand in zijn Mark Twain. Het is echter niet Harry’s gewoonte om onderverzekerd te zijn. Op die manier heeft hij zichzelf  al vaker ‘uit de brand’ geholpen. De brand in het Schippershuis in Muiden heeft hem bepaald geen windeieren gelegd en het verbranden van zijn Charlotte Rhodes blijft een rare geschiedenis. Brutalen hebben de hele wereld. Drie keer is scheepsrecht, maar ik heb mijn twijfels. Die zou ik echter niet hardop durven uiten. Vandaar de vertrouwelijkheid van dit schrijven.

Met vriendelijke groet,
Robert van Waning.


Het Parool
Mevrouw Malika Sevil
Wibautstraat 131
1091 GL AMSTERDAM

Amstelveen, 28 juni 2000

Geachte mevrouw,

Amsterdam behandelt haar creatieve burgers niet altijd vriendelijk. Dat bleek weer eens uit uw verhaal over ‘de eigenzinnige vlottenbouwer’ Robert Jasper Grootveld en zijn drijvende eilanden.

Uw artikel raakte bij mij een gevoelige snaar, Wie eenmaal op deze wijze door de overheid is bejegend, vergeet dit zijn hele leven niet. Als het V.O.C.-schip ‘Amsterdam’ over anderhalve maand tijdens SAIL 2000 alle aandacht zal trekken, zal deze oude wond ook weer gaan schrijnen.

Dit schip is werkelijk uniek in de Nederlandse zeegeschiedenis. Het was immers al gekaapt voordat het gebouwd was! De gemeente Amsterdam, aan wie wij destijds ons initiatief tot het bouwen van een 17de eeuwse replica ter adoptie hadden aangeboden, heeft ons geesteskind gekidnapt. De bobo’s die straks weer de dekken zullen bevolken, staan op een schip dat ordinair gejat is. De echte initiatiefnemers zijn destijds zelfs niet voor de doop uitgenodigd.

Niemand die op de hoogte was van de werkelijke gang van zaken, had er enig belang bij om de waarheid boven tafel te krijgen. Mijn pogingen daartoe zijn daarom altijd vergeefs gebleven. Toch hoop ik dat er ooit iemand zal zijn die de ware geschiedenis zal willen vertellen. Misschien bent u dat.

Overigens blijf ik van mening dat een replica van een 17de eeuwse Oostindiëvaarder veel mooier, sierlijker en aantrekkelijker dan het 18de eeuwse model waarvoor om onbegrijpelijke redenen is gekozen. Ik vind het maar een saaie bak, vergeleken met de ‘Batavia’ die onlangs tijdelijk verhuisd is van Lelystad naar Sidney.

Bijgaand stuur ik u een kleine selectie uit de correspondentie met betrekking tot de ontstaans­geschiedenis van dit replica-project. Hopelijk vindt u het een aardig achtergrondverhaal in het kader van SAIL 2000. Dat u daarbij de waarheid dient, is mooi meegenomen.

Hoogachtend,
Robert van Waning


Nederlands Scheepvaart Museum
Dr. W. Bijleveld, directeur
Kattenburgerplein 1
1018 KK AMSTERDAM

Amstelveen, 28 juni 2000

Geachte heer Bijleveld,

Als het V.O.C.-schip ‘Amsterdam’ tijdens SAIL 2000 weer de show zal stelen, zal bij mij een oude wond gaan schrijnen.

Dit schip is werkelijk uniek in de Nederlandse zeegeschiedenis. Het was immers al gekaapt voordat het gebouwd was! De gemeente Amsterdam, aan wie wij destijds ons initiatief tot het bouwen van een 17de eeuwse replica ter adoptie hadden aangeboden, heeft ons geesteskind gekidnapt. De echte initiatiefnemers zijn destijds zelfs niet voor de doop uitgenodigd.

Niemand die op de hoogte was van de werkelijke gang van zaken, had er enig belang bij om de waarheid boven tafel te krijgen. Mijn pogingen daartoe zijn daarom altijd vergeefs gebleven. Even heeft het er op geleken dat ik gehoor zou vinden bij uw museum, maar ook dit bleek ijdele hoop. De geschiedschrijving van de replica van de “Amsterdam’ die drs. J.J.A. Wijn zou verrichten, heeft nog steeds niet de naam van de werkelijke initiatief­nemer opgeleverd.

De ware geschiedenis is vakkundig en effectief overgeschilderd.. Toch zal zij eens door alle verhullingen heen in beeld komen.

Bijgaand stuur ik maar weer eens een kleine selectie uit de correspondentie met betrekking tot de ontstaans­geschiedenis van dit replica-project. Hopelijk vindt u het even interessant als uw voorganger, drs J. Bakker.

Hoogachtend,
Robert van Waning


Nederlands Scheepvaart Museum
Dr. W. Bijleveld, directeur
Kattenburgerplein 1
1018 KK AMSTERDAM

Amstelveen, 19 juli 2000

Geachte heer Bijleveld,

Indien u dit wenst, ben ik gaarne bereid om het in uw brief van 14 juli 2000 genoemde archief van de geschiedenis van het aan uw steiger liggende VOC-schip compleet maken. Bij mijn brief van 28 juni had ik immers slechts een selectie uit mijn eigen archief gevoegd.

Het blijkt moeilijk om geschiedenis te schrijven (laat staan te herschrijven) zolang de getuigen nog in leven zijn. Als iedereen eenmaal dood is, spelen persoonlijke belangen een minder grote rol, al worden zij natuurlijk ook dan niet helemaal uitgeschakeld.

Uw brief heeft mij wel nieuwsgierig gemaakt naar wat u als ‘de geschiedenis’ beschouwt. Staat die ergens op schrift?

Ik ben benieuwd of de feiten die ik heb aangedragen nu wel of niet in strijd zijn met die geschiedenis. Zo ja, dan zal ik mijn best blijven doen om de geschiedenis herschreven te laten worden. Zo niet, dan begrijp ik uw koele reactie niet. Uw museum dankt immers het belangrijkste middel waarmee uw museum de VOC-tijd zichtbaar kan maken, geheel aan het initiatief waaraan ik destijds gedurende twee jaar heb gewerkt, zonder één cent vergoeding en zonder één woord van dank.

Met vriendelijke groet,
Robert van Waning


Redactie De Telegraaf
Postbus 376
1000 EB AMSTERDAM

Amstelveen, 19 augustus 2000

N.B.: Dit is geen ingezonden brief.  Gaarne doorsturen aan redacteur Sail 2000 en/of de heer Gerrit Leeflang)

Geachte Redactie,

Het V.O.C.-schip ‘Amsterdam’ zal tijdens Sail 2000 weer veel aandacht trekken. Wie de geschiedenis van haar ontstaan kent, kijkt er toch met andere ogen naar.

Dit schip is werkelijk uniek in de Nederlandse zeegeschiedenis. Het was immers al gekaapt voordat het gebouwd was! De gemeente Amsterdam, aan wie wij destijds ons initiatief tot het bouwen van een 17de eeuwse replica ter adoptie hadden aangeboden, heeft ons geesteskind gekidnapt. De echte initiatiefnemers zijn destijds zelfs niet voor de doop uitgenodigd.

Vrijwel niemand die op de hoogte is van de werkelijke gang van zaken, heeft er enig belang bij om de waarheid boven tafel te krijgen. Mijn pogingen daartoe zijn daarom altijd vergeefs gebleven. Toch hoop ik dat er ooit iemand zal zijn die de ware geschiedenis zal willen vertellen.

Een replica van een 17de eeuwse Oostindiëvaarder was trouwens mooier, sierlijker en aantrekkelijker geweest dan het 18de eeuwse model waarvoor destijds om onbegrijpelijke redenen is gekozen. Het is maar een vrij saaie bak, vergeleken met de ‘Batavia’ die nu in Sidney ligt te pronken.

Bijgaand stuur ik u een kleine selectie uit de correspondentie met betrekking tot de ontstaans­geschiedenis van dit replica-project. Hopelijk vindt u het een aardig achtergrondverhaal in het kader van Sail 2000. Dat u daarbij de waarheid dient, is mooi meegenomen.

Tijdens Sail 2000 zitten wij in ons Seaport Beach appartement bij de zuidpier van IJmuiden.

Voor nadere informatie kunt u mij bereiken via mijn mobiele telefoon: 06 – 54 952 855.

Vriendelijke groeten,
Robert van Waning


Het Parool
Mevrouw Mijntje Klipp
Wibautstraat 131
1091 GL AMSTERDAM

Amstelveen, 19 augustus 2000

Geachte mevrouw,

[Idem als aan De Telegraaf. Zie hierboven.


SCHEEPVAART MUSEUM AMSTERDAM
De heer Diederik Wildeman,
Conservator museale documenten
Kattenburgerplein 1
1018 KK  AMSTERDAM

Amstelveen, 26 februari 2002

Betreft: Vereniging Botterbehoud en V.O.C.-replica ‘Amsterdam’

Geachte heer Wildeman,

Hierbij stuur ik u het eerste nummer van ‘Tagrijn’, het blad van de Vereniging Botterbehoud, waarvan ik in 1969 mede-oprichter en eerste voorzitter was.

Tevens stuur ik u een kleine greep uit mijn dossier van het initiatief in 1982 en latere jaren dat zou leiden tot het bouwen van een replica van een Oostindiëvaarder in Amsterdam.

Vriendelijke groet,
Robert van Waning

 

 

‘Anders inzamelen van afval’ betekent een verslechtering van de gemeentelijke dienstverlening.

Algemeen

In 2018 gaat de inzameling van huishoudelijk afval ook in Amstelveen ingrijpend anders gebeuren. Voor veel bewoners van ons gebouw zijn de veranderingen echter té ingrijpend.

Als gevolg van een wijziging in de Wet milieubeheer, de intrekking van de (Rijks) “Regeling voorwaarden inzamelen huishoudelijke afvalstoffen nabij elk perceel” en de totstandkoming van een nieuw model Afvalstoffenverordening van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft de gemeente Amstelveen de Afvalstoffenverordening 2017, het Uitvoeringsbesluit Afvalstoffenverordening 2012 en een ontwerp ‘Locatieplan ondergrondse containers voor huishoudelijk restafval’ opgesteld.

Met name voor veel oudere bewoners van het gebouw Rembrandthof aan het Stadsplein in Amstelveen betekenen de veranderingen een onaanvaardbare verslechtering van de (wettelijk verplichte) gemeentelijke dienstverlening.

Zo gold oorspronkelijk op grond van de landelijke wetgeving een maximale afstand van 75 meter tussen perceel en inzamelvoorziening, met in uitzonderingsgevallen ten hoogste 125 meter. Nu de bevoegdheid om deze afstanden te bepalen aan de gemeenten is overgedragen, heeft Amstelveen deze opgerekt tot 300 meter!

Terwijl ondergrondse afvalcontainers in de meeste gemeenten alleen worden gebruikt voor restafval (ná sortering het kleinste deel van het totale huishoudelijke afval), wordt van de bewoners verwacht dat zij ook het veel omvangrijkere en zwaardere PMD-afval (Plastic Metaal Drinkpakken) naar een ondergrondse container gaan brengen.
Voor Rembrandthof bevinden die containers zich op op zo’n 160 meter van de voordeur van het gebouw. Tel daarbij op de afstand over de galerij. Die varieert van 15 tot 100 meter. De totale afstand naar de container kan dus oplopen tot 260 meter. En terug, dat is 520 meter, af te leggen met volle zakken met vier verschillende soorten afval: PMD, papier, glas en restafval.

“Een schoon, duurzaam en prettig leefbaar Amstelveen maken we samen!” schrijft wethouder Peter Bot opgewekt in zijn brief van 18 september 2017 aan alle bewoners. In de Nota van Toelichting op de Afvalstoffenverordening 2017 staat zelfs dat er meer service komt op de inzameling van waardevolle grondstoffen zoals GFT en PMD, en minder voor restafval. In werkelijkheid bespaart de gemeente op geld en service en sjouwen de bewoners zich een ongeluk.

Het bleek verhelderend om te bekijken hoe het ‘Anders inzamelen’ in andere gemeenten wordt aangepakt en uitgevoerd en in welke mate daar rekening wordt gehouden met wensen en klachten van bewoners.

Hieronder zijn de bevindingen per onderwerp gegroepeerd.

Indienen van bezwaren

In Alkmaar kunnen belanghebbenden aan wie redelijkerwijs niet kan worden verweten geen zienswijze over het ontwerp-aanwijzingsbesluit naar voren te hebben gebracht beroep instellen tegen het definitieve aanwijzingsbesluit.

Conclusie:
Het college mag en kan altijd ingaan op redelijke verzoeken tot aanpassingen van het inzamelbeleid

Afstanden tot ondergrondse containers en soorten afval die daarheen moeten worden gebracht

In Alkmaar wordt inzameling tot 75 meter nog steeds als laagdrempelig gezien. Als een huishouden uitsluitend uit ouderen (70 jaar en ouder) bestaat, kan het college toestaan om de inzameling van restafval te laten plaatsvinden door middel van een gele huisvuilzak op een dichterbij gelegen locatie. Ondergrondse containers in laagbouwbuurten dienen alleen voor de inzameling van restafval.

In Bunschoten worden bij de hoogbouw herbruikbare materialen (PMD en GFT) aan huis opgehaald. Alleen het restafval dat nog overblijft na afvalscheiding wordt in een ondergrondse container gestort.

In Den Haag hanteert de gemeente een maximale afstand van 75 meter tot ondergrondse containers voor restafval, zodat bewoners niet te ver met hun vuilniszak hoeven te sjouwen. Alleen in uitzonderlijke gevallen kan die afstand 125 meter zijn. Als zelfs dat niet haalbaar blijkt, gaat de wethouder met de Hagenaars in gesprek. Er zijn vijftig ‘probleemlocaties’ waar de gemeente misschien met kleinere containers zal gaan werken.

In Heusden wordt gesorteerd herbruikbaar afval aan huis opgehaald. Omdat bij een goede afvalscheiding nauwelijks restafval over blijft, wordt dit via ondergrondse containers in de wijk ingezameld. Raadslid Louise van der Heijden: “Veel mensen zien het zeulen met vuilniszakken niet zitten.”

In Kampen zamelt de gemeente alleen huishoudelijk restafval met behulp van ondergrondse containers in teneinde de kosten en moeiten voor de inwoners zo laag mogelijk te houden.

In Lelystad worden de huidige verzamelcontainers voor PMD verplaatst naar locaties met hoogbouw, zodat de bewoners daarvan ook gemakkelijker hun afval kunnen scheiden. Het kleine beetje restafval kan naar een ondergrondse container worden gebracht.

In Leusden krijgen huishoudens in laagbouw binnen de dorpsgrenzen een kliko voor verpakkingsafval. Zij dienen alleen hun restafval in de ondergrondse containers te gooien. In het buitengebied krijgen huishoudens één kliko voor rest- en één kliko voor verpakkingsafval, omdat zij al snel verder dan 150 meter van een ondergrondse container wonen.

In Nuenen heeft de gemeenteraad tegen een ambitieuze proef gestemd om in sommige wijken afscheid te nemen van de kliko. D66-wethouder Henk Pero slaagde er niet in om de gemeenteraad te overtuigen dat ondergrondse afvalcontainers een goed alternatief kunnen zijn. Behalve over de hoge kosten van de proef was de raad sceptisch over de beoogde afstand die gebruikers moeten afleggen naar de ondergrondse containers en de consequenties voor ouderen en gehandicapten. Van de negen aanwezige fracties stemden alleen D66 en SP voor. (28-09-2017)

In Ommen vindt de lokale partij VOV afstanden van 100 tot 300 meter tot ondergrondse container te ver voor ouderen en voor mensen met een fysieke beperking en dus een sterke verlaging van de service voor de inwoners.

In Petten dienen ondergrondse containers alleen voor restafval. De maximale afstand tussen woningen en de containers is 150 meter.

In Reimerswaal streeft de gemeente voor seniorenflats naar een loopafstand van maximaal 75 meter.

In Steenbergen mogen bewoners van hoogbouw oud papier en PMD in een verzamelcontainer in het gebouw doen.

In Velsen krijgen bewoners een rolcontainer voor PMD-afval. Alleen het restafval wordt naar een ondergrondse verzamelcontainer in de buurt gebracht.

In Vlissingen geldt een (loop)afstand van maximaal 75 meter als randvoorwaarde bij het plaatsen van ondergrondse containers. Alleen in uitzonderingsgevallen kan dit met toestemming van het college B&W maximaal 125m zijn.

In Waalwijk geldt als beleidsregel voor plaatsing ondergrondse containers een (maximale) loopafstand tussen de perceelgrens en de ondergrondse restafvalcontainer van 75 meter. Alleen als dat noodzakelijk is kan deze afstand worden verlengd naar maximaal 125 meter.

In Woerden hebben de raadsfracties van CDA en Lijst Van der Does in een motie gewezen op de – inmiddels vervallen – regels uit de Wet Milieubeheer van 2008 die maximale afstand van 75 meter en in bijzondere gevallen 125 meter hadden voorgeschreven. Deze regels worden nog steeds als richtlijn gehanteerd met het oog op behoud van het serviceniveau en om inwoners te stimuleren en te helpen om hun afval te scheiden. Met name voor ouderen en minder validen en bij slecht weer is een afstand van 250 tot 500 meter tussen de woningen en de ondergrondse container erg groot. Hierbij is geen sprake van behoud van het serviceniveau. CDA en Lijst vd Does verzoeken het college derhalve om te onderzoeken of er voor delen van de gemeente Woerden waar de afstanden tussen de woningen en de containers (aanzienlijk) hoger zullen worden dan 125 meter, andere inzamelvarianten mogelijk zijn.

Conclusies:
1. De door de gemeente Amstelveen vastgestelde maximale afstand van 300 meter is onvriendelijk en uitzonderlijk.
2. De verplichting om ook PMD-afval voortaan over een afstand van 160 meter van de voordeur van het appartementengebouw naar een ondergrondse container voor PMD-afval te brengen, betekent voor de bewoners van ons gebouw geen verbetering van de dienstverlening door de gemeente maar een ingrijpende verslechtering daarvan.

Mogelijkheid om inpandige containers te behouden.

In Steenbergen mogen bewoners van hoogbouw oud papier en PMD in de verzamelcontainers in het gebouw doen.

In Alblasserdam kunnen bewoners van hoogbouw die inpandige containers met voldoende inhoud gebruiken, hun wensen ten aanzien van ondergrondse containers kenbaar maken. Als de inpandige verzamelcontainer voldoende capaciteit heeft (minimaal 1700 liter) en als het mogelijk is om die rolcontainers aan de openbare weg te plaatsen, dan volstaan die containers.

In Alkmaar kan het college bij een loopafstand van méér dan 125 meter vanaf een perceel tot de inzamelvoorziening op verzoek besluiten om de inzameling van restafval te laten plaatsvinden door middel van een door de gemeente verstrekte huisvuilzak op een dichterbij gelegen locatie indien verzoeker en diens huishouden bestaat uit uitsluitend ouderen (70 jaar of ouder).

In Amersfoort leveren bewoners van hoogbouw hun oude container voor restafval in en krijgen een nieuwe container van 240 liter voor PMD (met een oranje deksel). De reden hiervan is dat niet alle bewoners hun afval op de nieuwe manier kunnen aanbieden.

In Breda mocht een reclamant – na overleg met de woningcorporatie – de inpandige afvalinzameling behouden en werden ondergrondse containers op verzoek verplaatst.

In Steenbergen mogen bewoners van hoogbouw oud papier en PMD in een verzamelcontainer in het gebouw doen. Glas en textiel worden ingeleverd in de gebruikelijke glas- en textielcontainers. De hoeveelheid restafval die daarna nog overblijft is heel klein.

In Utrecht komen er ruim zestienhonderd ondergrondse containers voor restafval. In wijken als Vogelenbuurt, Tuinwijk en Wittevrouwen bestaan daartegen bezwaren, omdat er daarvoor geen ruimte is. Huishoudens die zich daarvoor lenen, krijgen drie kliko’s voor papier, GFT en PMD. Bewoners moeten die naar ‘klikoverzamelplaatsen’ brengen.

In Waalwijk bepaalt de Afvalstoffenverordening 2015:
1.  Voor woningen in de gestapelde bouw met 20 woningen of meer in één gebouw is het inzamelmiddel voor het aanbieden van huishoudelijk restafval een ondergrondse container.
2.  Voor woningen in de gestapelde bouw met 15 tot 20 woningen in één gebouw is het inzamelmiddel voor het aanbieden van huishoudelijk restafval een minicontainer van 140 of 240 liter.  [..]
4.  Voor woningen in de gestapelde bouw tot 15 woningen is het inzamelmiddel voor restafval een minicontainer van 140 of 240 liter.

Conclusie:
In diverse gemeente mogen bewoners van hoogbouw hun inpandige containers behouden, gescheiden naar afvalsoort. Dit is voor Rembrandthof ook de beste oplossing.

Faseren, ervaring opdoen, zorgvuldig invoeren.

De gemeente Amersfoort gaat in 2017 eerst ervaring opdoen met verschillende manieren voor het goed kunnen sorteren van verschillende grondstoffen in de hoogbouw. Omgekeerd inzamelen start geleidelijk, maximaal 3.000 huishoudens tegelijk. Zo kan de introductie zorgvuldig gebeuren. Omdat niet alle bewoners hun afval op de nieuwe manier kunnen aanbieden, onderzoekt de gemeente eerst hoe deze groep beter kan worden gefaciliteerd zodat ook zij het afval makkelijk gescheiden kunnen aanbieden.

De gemeente Hengelo stopt voorlopig (11-08-2017) met de inzameling van grijze minicontainers en de plaatsing van ondergrondse restafvalcontainers. Er is een beweging op gang gekomen tegen de inname van de grijze afvalcontainer in Hengelo. Bewoners denken dat de zwaksten in onze samenleving de dupe gaan worden van de bezuinigingsdrift van de gemeente. De gemeente wordt beschuldigd van ‘autistisch gedrag’.

In Nuenen heeft gemeenteraad heeft tegen een ambitieuze proef gestemd om in sommige wijken afscheid te nemen van de kliko. D66-wethouder Henk Pero slaagde er niet in om de gemeenteraad te overtuigen dat ondergrondse afvalcontainers een goed alternatief kunnen zijn. Behalve over de hoge kosten van de proef was de raad sceptisch over de beoogde afstand die gebruikers moeten afleggen naar de ondergrondse containers en de consequenties voor ouderen en gehandicapten. Van de negen aanwezige fracties stemden alleen D66 en SP voor. (28-09-2017)

In Utrecht erkent wethouder Geldof dat de communicatie vanuit de gemeente beter had gekund: “In het begin waren de brieven niet duidelijk genoeg. Iedereen kreeg dezelfde brief met standaardinformatie. Terwijl iemand die op vierhoog woont geen kliko’s krijgt, kreeg hij of zij wel informatie over kliko’s. Nu zijn informatiebrieven gericht op de specifieke woonsituatie van de bewoners. Dat is een leermoment geweest.”
De wethouder beseft dat het een ingrijpende operatie is en dat de gemeente nogal wat vraagt van de mensen. De gemeente moet volgens hem dus van buurt tot buurt goed bekijken wat daar nodig is, en zelfs van huis tot huis. Wethouder Geldof:  “Om ook in de meer stedelijke buurten in Utrecht, zoals Vogelenbuurt, een betere afvalscheiding mogelijk te maken, zoeken we naar maatwerk.” Protesteerder Peters en zijn medestanders stappen naar de Raad van State om Het Nieuwe Inzamelen tegen te houden.

In Vlissingen krijgen burgers conform afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht het recht op inspraak in de procedure tot vaststelling van het spreidingsplan voor ondergrondse containers. De gemeente is dus niet verplicht om deze procedure te doorlopen maar de gemeente vindt participatie en inspraak van de burgers belangrijk. Zij zijn immers de hoofdgebruikers van de openbare ruimte.

Conclusie:
Amstelveen moet niet overhaast, dwingend en restrictief te werk gaan, beter luisteren naar wensen van bewoners en meer mogelijkheden bieden voor maatwerk.


Is het (voorlopige) Locatieplan wel een ‘algemeen verbindend voorschrift’ (art. 1:3 lid 1 Awb)?

B&W van Amstelveen hebben op 12 september 2017 ingestemd met het “Locatieplan ondergrondse containers gemeente Amstelveen”. Dit plan voorziet in de plaatsing van de ondergrondse containers voor de inzameling van huishoudelijk restafval in Amstelveen. (Zaaknummer Z-2017/042906.) https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2017-161629.html )

De Voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 2 augustus 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:2061) heeft geoordeeld dat artikel 4, aanhef en onder b, van het Uitvoeringsbesluit van B&W van Hengelo géén concretiserend besluit van algemene strekking inhoudt (waartegen bezwaar en beroep openstaat) maar een algemeen verbindend voorschrift ogv artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) waartegen ogv Artikel 8:3 Awb geen beroep kan worden ingesteld en derhalve op grond van artikel 7:1, eerste lid, van de Awb evenmin bezwaar.
Burgemeester en wethouders kunnen niet op grond van het Uitvoeringsbesluit volstaan
met de algemene aanwijzing van ondergrondse afvalcontainers als het soort inzamelmiddel, maar zijn ook gehouden de concrete locaties waar deze worden geplaatst aan te wijzen. Omdat met dat concrete besluit wordt bepaald waar men huishoudelijke afvalstoffen mag en moet aanbieden, en daarmee sprake is van (beoogd) rechtsgevolg, is er sprake van een besluit als bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, van de Awb.

De kaart waarop locaties van ondergrondse containers in Amstelveen staan aangeduid, is echter erg onduidelijk en bovendien niet compleet.

Vraag:
Voldoet het (voorlopige ontwerp-) Locatieplan van de gemeente Amstelveen aan de wettelijke eis dat burgemeester en wethouders de concrete locaties voor plaatsing van de ondergrondse afvalcontainers bij besluit als bedoeld in artikel 1:3, eerste lid van de Awb aanwijzen?

R.Ch. van Waning
Gebouw ‘Rembrandthof’, aan het Stadsplein

Visie Stadshart 2025: ‘Levendigheid’ ten koste van leefbaarheid?

Ruimtelijke Uitwerking Visie Stadshart 2025.

Inleiding

Mijn echtgenote en ik wonen nu ruim 9 jaar aan het Stadsplein. Daarvoor woonden wij gedurende 8 jaar in de Mr Troelstralaan, op een paar honderd meter afstand van het Stadshart. In die tijd kwamen wij er vrijwel dagelijks voor onze boodschappen. Wij komen beiden uit Amsterdam en dus niet uit de provincie zoals wethouder Raat suggereerde in het Amstelveens Nieuwsblad nadat ik had aangedrongen op betere handhaving van bestaande regels in het Stadshart.

Het Stadsplein is een fijne plek om te wonen, zowel voor jonge ouders met kleine kinderen als voor ouderen met afnemende bewegelijkheid.

Het enige wat ons is tegengevallen is de onachtzame manier waarop de gemeente omspringt met het plein en zijn bewoners. Het geeft ons het gevoel dat wij als bewoners worden gedoogd mits wij ons koest houden.

In de afgelopen jaren zijn wij als Stadsbewoners regelmatig door Unibail-Rodamco betrokken bij de gedachte- en planvorming mbt de noodzakelijke modernisering en uitbreiding van het Stadshart. Bij ieder overleg konden wij merken dat Unibail goed naar de wensen, bezwaren en suggesties van de bewoners had geluisterd. Dit kan niet worden gezegd worden van de aandacht die de gemeente daaraan schonk, afgezien van de paniekreactie op de oproer van de Schildersbuurt.

Verder lezen Visie Stadshart 2025: ‘Levendigheid’ ten koste van leefbaarheid?

Commentaar op Amstelveense kwesties, 2017-2 (vanaf 1 april 2017)

Bijdragen RvW aan publiek debat in Amstelveen:
 2015-3   2016-1   2016-2   2016-3   2016-4    2017-1 , 2017-2

Censuur vooraf.
Het beleid van Amstelveen.blog mbt reacties en het publieke debat op zijn internetforum is ingrijpend gewijzigd: Sinds eind maart 2017 beoordeelt Johan Bos reacties vooraf inhoudelijk en plaatst die alleen onder zijn artikel cq column als de inhoud hem welgevallig is. Ook fatsoenlijke inhoudelijke on-topic reacties kunnen willekeurig worden geweigerd. Soms duurt die censuur (zoek: #Censuur) vooraf meer dan vier uur. Van een open democratisch publiek debat is op die manier geen sprake meer. Daarmee is actieve deelname aan dat forum vrijwel zinloos is geworden.

Dat maakt het een beetje minder erg dat Johan Bos besloten heeft om mij van zijn forum te verbannen. In de discussie over Amstelvener in NIW: Van Agt is antisemiet’ had ik namelijk bezwaar gemaakt tegen anonieme lasterlijke aantijgingen die Bos pas verwijderde nadat ik had aangekondigd hierover een klacht in te dienen bij het Openbaar Ministerie. In verband met mijn verbanning kan ik niet meer reageren en deelnemen aan het lokale publieke debat op het enige forum in Amstelveen.

Na het verdwijnen van Amstelveen-Dichtbij was de reactie- en discussieruimte van Amstelveen.blog lange tijd nog het enige openbare forum voor publiek debat over lokale politieke en maatschappelijke kwesties. De reactieruimte van AmstelveenZ.nl kan niet worden beschouwd als een forum voor lokaal publiek politiek debat. Dat is ‘democratie op z’n Amstelveens’.

Lees de Inleiding.

Verder lezen Commentaar op Amstelveense kwesties, 2017-2 (vanaf 1 april 2017)

‘Publiek debat’ in Amstelveen, 2017-2, vanaf 1/4/2017. (Verbannen.)

Archief van mijn bijdragen vanaf April 2017.

Bijdragen RvW aan publiek debat in Amstelveen:
 2015-3   2016-1   2016-2   2016-3   2016-4    2017-1 , 2017-2

Censuur vooraf en uiteindelijk verbanning..
Het beleid van Amstelveen.Blog mbt reacties is eind maart 2017 ingrijpend gewijzigd:
Reacties worden eerst door Johan Bos inhoudelijk beoordeeld en pas na zijn toestemming onder diens artikel cq column geplaatst. Ook fatsoenlijke inhoudelijke on-topic reacties werden vanaf dat moment geweigerd. Soms duurt die censuur (zoek: #Censuur) vooraf meer dan vier uur. Van een open democratisch publiek debat is op die manier geen sprake meer. Daarmee is actieve deelname aan dit forum vrijwel zinloos is geworden.
Dat maakt het een beetje minder erg dat Johan Bos besloten heeft om mij van zijn forum te verbannen. In de discussie over het artikel ‘Amstelvener in NIW: Van Agt is antisemiet’ had ik namelijk bezwaar gemaakt tegen anonieme lasterlijke aantijgingen die Bos pas verwijderde nadat ik had aangekondigd hierover een klacht in te dienen bij het Openbaar Ministerie. In verband met mijn verbanning kan ik niet meer reageren en deelnemen aan het lokale publieke debat op het enige forum in Amstelveen.

Hieronder staan mijn bijdragen aan discussies over de volgende artikelen en columns op Amstelveen.blog v/a 1 april 2017
(Kopieer de titel en g
ebruik Ctrl+ F om de blogs+reacties te vinden.)

. Amstelvener in NIW: ‘Van Agt is antisemiet’ (15 april 2017)
. Eindelijk woningen op A3-tracé (12 april 2017)
. Raadsleden trekken aan dode paarden (10 april 2017)

Verder lezen ‘Publiek debat’ in Amstelveen, 2017-2, vanaf 1/4/2017. (Verbannen.)

‘Het geheim van Azië’ (9 nov 1993)

‘Het geheim van Azië’ (Commentaar NRC Handelsblad, 1 november 1993) bestaat uit een combinatie van milieuvernietiging, energieverspilling, onrechtvaardige arbeidsverhoudingen en slechte sociale voorzieningen.

Als de Aziatische tijgers dankzij de globalisering van economie en handel onvoorwaardelijk met de westerse economieën kunnen en mogen concurreren, dan zullen werkloosheid, milieuschade en geringe maatschappelijke solidariteit hun belangrijkste exportprodukt blijken te zijn.

Als met protectionisme bedoeld wordt het beschermen van moeizaam tot stand gebrachte maatschappelijke verworvenheden in westerse landen, dan is daar veel voor te zeggen.

Verder lezen ‘Het geheim van Azië’ (9 nov 1993)