RvdJ: De Volkskrant mag ook rechtmatige reacties verwijderen. Deel 1: De Klacht.

Klacht bij de Raad voor de Journalistiek ivm verwijdering van reactie op het Commentaar van de Volkskrant.

(Reacties welkom op Deel 2, Het pleidooi. )

Van: Robert C. van Waning.
Aan: Raad voor de Journalistiek
Amstelveen, 23 mei 2008

KLACHT       Tegen de Redactie van de Volkskrant
Wegens       Censuur van een kennelijk onwelgevallige mening.

Geachte Leden van de Raad voor de Journalistiek,

Hierbij dien ik een klacht in tegen de Redactie van de Volkskrant in verband met de verwijdering van mijn bijdrage van 6 februari 2008 aan de discussie op de website van de Volkskrant naar aanleiding van het hoofdredactioneel commentaar.

Na een weergave van de feiten zal ik hieronder toelichten waarom deze censuur een schending betekent van mijn vrijheid van meningsuiting en van mijn enige mogelijkheid tot deelneming aan een publiek debat op een daartoe bestemde plaats, zonder dat ik daarbij enige regel van wet, fatsoen en zelfs niet van de ‘spelregels’ overtreed. Het verwijderen van onwelgevallige meningen door de Volkskrant heeft een geschiedenis, en (als er niets verandert) ook een toekomst. Deze censuur is een symptoom van veranderingen in de journalistieke opvattingen en wellicht identiteit van deze krant. Die veranderingen komen tot uiting in de opinievorming en haar de bejegening van kritische lezers.

DE FEITEN

Op 6 februari 2008 schreef ik onderstaande reactie op het hoofdredactioneel Commentaar van de Volkskrant van die dag, getiteld ‘Oude taferelen in het nieuwe Afrika’.
“Wie dit Commentaar leest, denkt natuurlijk dat een krant die zich zó fel afzet tegen het maatschappijontwrichtende tribalisme er zelf alles aan doet om deze hardnekkige splijtzwam ook in de eigen gelederen en kolommen te bestrijden. Het tegendeel blijkt vaak het geval. Er is juist geen ‘onafhankelijke’ krant die zo veel tribale binding en belangenbehartiging stopt in haar columns en recensies en zelfs in haar verslaggeving en commentaar. Afgelopen zondag zou VK-columnist en -commentator (die combinatie deugt niet) en Israël-lobbyist Paul Brill tijdens een VK-Forum in De Balie de socioloog en publicist Abram de Swaan ondervragen over het toenemende ‘anti-Israël enthousiasme’. Het moet gezegd dat Martin Sommer hierover echter met geen woord repte in zijn verslag. Het kan natuurlijk zijn dat de interne strijd tegen sektarische bedreiging van journalistieke onafhankelijkheid zijn vruchten begint af te werpen. Dat goede nieuws mag van mij best in de krant. U laat uw  zich als ‘onafhankelijk’ afficherende krant misbruiken voor belangenbehartiging en zelfs pure agitprop.”

(Reactieruimte onder het Commentaar ‘Oude taferelen in het nieuwe Afrika’ van 06-02-2008, http://extra.volkskrant.nl/opinie/commentaar.php?id=1193)

Misschien niet in alle opzichten een ijzersterke tekst, deze spontane reactie, maar wel oprecht en gemeend. En er kwam geen onheuse term in voor. Toch werd deze reactie twee keer verwijderd, beide keren zonder waarschuwing, laat staan met opgave van reden en mogelijkheid van verweer. Op 12 februari 2008 diende ik hierover een klacht in bij de Ombudsman van de Volkskrant, de heer Thom Meens (met een afschrift aan columnist, recensent, verslaggever en commentator Paul Brill):

“Als er een Wet Openbaarheid Media zou bestaan, had u moeten antwoorden op de vraag wie mijn reactie zonder waarschuwing en mogelijkheid van bezwaar, verweer en zelfs zonder mogelijkheid van eventuele correctie heeft verwijderd. En waarom. Zo’n wet bestaat helaas nog niet, maar het lijkt daartoe wel hoog tijd te worden.”

In mijn e-mail aan de Ombudsman deel ik mede dat ik mij over deze inbreuk op mijn vrijheid van meningsuiting op een publiek forum zal beklagen bij de Raad voor de Journalistiek:

“Iemand zal deze willekeur en rechteloosheid toch eens openlijk aan de kaak moeten stellen.”

Ombudsman Thom Meens reageert nog op dezelfde dag:

“Ik ken de zaak niet, maar laat nu uitzoeken wie dit besluit heeft genomen én waarom. Op het eerste gezicht lijkt het me dat u in de ogen van de eindredacteur mogelijk te veel op de persoon hebt gespeeld – en dat is in strijd met de regels. Maar ik wacht even af wat de exacte reden is. Overigens is de webbeheerder met vakantie, dat zou kunnen verklaren waarom u niet bent gewaarschuwd.”

Ik reageer hierop, eveneens dinsdag 12 februari 2008:

“Als het in het publieke debat niet toegestaan is om man en paard te noemen, moet de Volkskrant daar ook meteen mee stoppen. Mij is althans geen regel bekend op grond waarvan journalisten een grotere vrijheid van meningsuiting zouden hebben dan burgers. Dat zij daartoe meer mogelijkheden hebben, staat wel vast. In het publieke debat mogen man en paard worden genoemd zolang niemand wordt bedreigd. Als iemand zich beschadigd voelt, kan hij altijd naar de rechter stappen. Dit is slechts één van de vele redenen waarom wij onze democratische rechtsstaat moeten (laten) koesteren.

Dit kan een interessante procedure worden. Er staat veel op het spel en belangrijke vragen hebben al veel te lang op een antwoord moeten wachten. Wat is bijvoorbeeld de status van de ‘reactieruimte’ onder het hoofdredactioneel Commentaar? Volgens mij is dat een openbaar discussieforum waarvoor geen beperkingen gelden mbt de vrijheid van meningsuiting. Gelet op de dubbelfunctie van Paul Brill (columnist én commentator) vraag ik mij ook af of het wel juist is dat hij onder de dekmantel van anonimiteit zijn politieke activisme mag bedrijven in een zich als ‘ongebonden en onafhankelijk’ aficherende krant. Is er iemand die wil en kan volhouden dat Paul Brill géén Israël-lobbyist is? En zijn alter ego John Vinocur? Ik hoef maar de dikke map met hun columns er bij te pakken om deze aanduiding te rechtvaardigen met een overdaad aan citaten. De vorige keer dat een bijdrage van mij werd verwijderd uit de reactieruimte onder het Commentaar had ik trouwens de naam van Paul Brill in het geheel niet genoemd. Ik had alleen bezwaar gemaakt tegen de voortdurende oorlogshitserij door de Volkskrant tegen Iran. Misschien vond Brill dat die schoen hem paste..

Het belooft spannend te worden, en daarom is het mij al die moeite wel waard.”

Op 13 februari 2008 komt de Ombudsman met de door hem toegezegde nadere verklaring voor de verwijdering van mijn bijdrage aan de discussie over het Commentaar van 6-2-2008:

“Ik heb inmiddels antwoord. U bent verwijderd omdat u Paul Bril een lobbyist noemt. De redactie vindt het beledigend om een journalist die kwalificatie aan te smeren. Bovendien is het in strijd met de gebruiksvoorwaarden: schelden en beledigen mag niet. Dat u niet gewaarschuwd bent heeft een andere reden: u vraagt zoveel tijd van de forumredactie dat ze aan ander werk niet meer toe komt als ze al uw e-mails moet beantwoorden. Naar mijn mening had u wel gewaarschuwd moeten worden en had u de gelegnheid moeten krijgen dit verwijt weg te halen. U kennende zou u dat niet hebben gedaan, en die inschatting heeft Forum ook gemaakt. Mede daarom bent u niet gewaarschuwd. Ten slotte: in de vizie van de redactie bent u gast op de site van de Volkskrant. Zij mag haar eigen regels stellen, ook als ze de gasten onwelgevallig zijn. U hoeft zich niet in het debat te mengen, u doet het vrijwillig. Dat betekent dat u zich wel zult moeten neerleggen bij de spelregels die er zijn. Ik denk dat die redenering standhoudt bij de Raad voor de Journalistiek.”

Op eveneens 13 februari reageer ik hierop als volgt:

“Ook Spelregels mogen niet willekeurig worden gehanteerd. Lees die Spelregels nu eens goed door en vertel mij: Welke waarde heb ik geschonden, welke (wets)regel heb ik overtreden, wiens persoonlijke levenssfeer heb ik aangetast, welk persoon heb ik bedreigd, en welk belang heb ik geschaad door mijn persoonlijk mening te geven over een mijns inziens onmiskenbare waarheid? Dat zijn de vragen die de Raad moet stellen.

De reactieruimte is wel degelijk een publiek discussieforum. Iedereen kan er immers aan deelnemen mits hij/zij zich maar aan de Spelregels houdt. De redactie van de Volkskrant hanteert een wel erg beperkte opvatting van de vrijheid van meningsuiting. Voor een krant is het ook wel een wonderlijke en zelfs beschamende opvatting, en in ieder geval één waaraan zij zich zelf (gelukkig!) niet houdt.

Dat Paul Brill een lobbyist is, blijkt duidelijk uit al zijn publicaties (inclusief zijn ‘recensies’), met name als die weer eens gaan over Israël, Iran, Irak, het Midden-Oosten, het islamitisch gevaar en de VS. Zelfs als hij een forum over het ”Humeur van Nederland’ organiseert, wil hij het over het Israël hebben. Het zal mij niet veel moeite kosten om mijn opvatting aannemelijk te maken. Ik wist trouwens niet dat ‘lobbyist’ een scheldwoord was.”

Ombudsman Thom Meens antwoordt op dezelfde dag:

“Nou, in de ogen van de redactie kennelijk het journalistieke belang van Paul Bril. Een journalist een lobbyist noemen is natuurlijk fnuikend voor zijn naam. Maar het zijn leuke  vragen voor de Raad, al weet ik niet zeker of de Raad wel bevoegdheid heeft te oordelen over het weblog van de krant. Maar ook dat is interessant om te weten te komen.”

GRIEVEN

I   Het censureren van iemands mening louter op basis van onwelgevalligheid is een inbreuk op diens recht op vrije meningsuiting.

De Grondwet bepaalt in artikel 7 lid 1 echter duidelijk dat zo’n toestemming vooraf nimmer en onder geen enkele omstandigheid vereist mag zijn:
“Niemand heeft voorafgaand verlof nodig om door de drukpers gedachten of gevoelens te openbaren, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet.”

Het 3de lid van dit Grondwetsartikel breidt dit recht van vrije meningsuiting uit tot ‘andere dan in de voorgaande leden genoemde middelen’. Daaronder vallen ook weblogs en reactieruimten onder artikelen die kranten ter vrije beschikking stellen op hun internetsites, met een oproep aan het algemene publiek om te reageren: “Reageren? Ga naar http://www.volkskrant.nl/opinie.

Ook de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens is in artikel 19 duidelijk op dit punt:

“Een ieder heeft recht op vrijheid van mening en meningsuiting. Dit recht omvat de vrijheid om zonder inmenging een mening te koesteren en om door alle middelen en ongeacht grenzen inlichtingen en denkbeelden op te sporen, te ontvangen en door te geven.”

In onze democratische rechtsstaat hoeft een burger bij het uiten van zijn mening dus alleen rekening te houden met zijn verantwoordelijkheid voor de wet. Als door de meningsuiting een wetsregel wordt geschonden of iemand in zijn persoon of zijn belangen wordt geschaad, kan men worden vervolgd of aangeklaagd. Dit geldt vooral voor meningsuitingen in het publieke domein. Wat binnenshuis gebeurt en al of niet wordt toegestaan, is een ander verhaal.

II   Weblogs en reactieruimten onder commentaren, columns en artikelen behoren tot het publieke domein waarin het maatschappelijk debat plaatsvindt.

De Volkskrant gaat er kennelijk van uit dat de website van een krant (dus inclusief de ruimte voor reacties) tot het particuliere domein van de krant behoort, en niet tot het publieke domein waarin het maatschappelijke debat plaatsvindt. Mensen die daar willen reageren en discussiëren, moeten zich houden aan de regels van het huis. Die bepalen wat daar wel en niet geschreven mag worden. Dit komt erop neer dat Nederlandse grondrechten en universele mensen- en burgerrechten niet van kracht zijn binnen het bolwerk van de krant en dat er feitelijk een gezagsverhouding bestaat tussen de redactie en haar lezers en gasten. Hoewel veel media zich in die illusie mogen wentelen, heeft zij geen grond in wet en recht.

De ruimte die een krant op haar website ter beschikking stelt aan het publiek (dus niet alleen aan haar abonnees!) voor reacties op haar commentaar, columns en artikelen is een publiek forum waarop iedereen zijn/haar mening in volle vrijheid kan en mag uiten. Iedere beperking van die vrijheid en de daarbij geboden mogelijkheid, hetzij vooraf in de vorm van Spelregels, hetzij achteraf door verwijdering, betekent een inbreuk op bovengenoemd grondrecht. Zo’n inbreuk is misschien alleen te billijken als de verantwoordelijkheid van de eigenaar van de website voor de wet in het geding dreigt te komen door uitingen die in strijd zijn met de wet of onmiskenbaar schadelijk voor de belangen van personen.

III   De ‘Spelregels’ van de reactieruimte onder het hoofdredactioneel commentaar zijn in strijd met het recht op vrije meningsuiting.

Het maakt in de praktijk geen verschil of men niet de gelegenheid krijgt om een bepaalde mening te uiten, of dat men achteraf tot de ontdekking moet komen dat zijn of haar reactie of andere bijdrage is weggehaald. Het resultaat is in beide gevallen hetzelfde, namelijk dat die meningsuiting niet wordt gehoord of gelezen.

De ‘Spelregels’ voor het kunnen en mogen plaatsen van reacties op een artikel van de Volkskrant op haar internetsite komen feitelijk neer op een (door de Grondwet verboden) vereiste van een toestemming vooraf.

De ‘Spelregels’ voor het plaatsen van reacties op een artikel op de internetsite van de Volkskrant luiden:

U kunt reacties plaatsen onder een artikel Deze reacties moeten echter betrekking hebben op het betreffende artikel. Reacties bij het Volkskrant-commentaar en de brievenrubriek moeten bovendien zijn voorzien van een voornaam (of initiaal) plus achternaam, woonplaats en telefoonnummer. Verder zijn alle reacties toegestaan, behalve als zij
– pornografisch zijn

– oproepen tot discriminatie en/of belediging

– als bedreigend kunnen worden ervaren door natuurlijke personen

– de persoonlijke levenssfeer van een natuurlijke persoon (onevenredig) schenden

– in strijd zijn met de wet

– copyright van de Volkskrant of derde partijen schenden

– een commercieel doel dienen

– het goed functioneren van een computer of computernetwerk verhinderen

– de belangen van de Volkskrant en/of haar medewerkers (onevenredig) schaden

Deze Spelregels vormen een wonderlijk allegaartje van rechtsregels, fatsoensregels, niet nader benoemde ‘belangen’ van de Volkskrant en haar medewerkers,  een soort marktafbakening of concurrentiebeding en een allesoverheersende vrees dat de gemiddelde bezoeker van de internetsite de wet niet kent of althans weigert om zich daar vrijwillig aan te houden.

Wie zich strikt aan de Spelregels van de Volkskrant wil houden, kan maar beter eerst toestemming van de redactie vragen voordat hij of zij een reactie verstuurt naar dit publieke forum. Hoe weet men anders zeker dat men geen ‘belangen van de Volkskrant en/of haar medewerkers’ schendt? In welke opzichten verschillen die van de normale belangen die mensen, bedrijven, instanties en organisaties hebben? Om dat te weten te komen, kan men maar beter eerst toestemming van de redactie vragen..

Toch bestaan die verschillen wel degelijk, want anders zouden er niet telkens reacties worden weggehaald die niets of niemand kwaad doen, behalve dan misschien die vage ‘belangen’ van de Volkskrant en haar medewerkers.

Die toevoeging ‘onevenredig’  biedt nog een opening naar de mogelijkheid dat men met een aantijging weliswaar de belangen van de Volkskrant en/of haar medewerkers schendt, maar niet al te erg. Een beetje beschadigen mag. In wélke mate, dat is geheel ter beoordeling van de dienstdoende medewerker van de Volkskrant. Die moet een afweging maken tussen de ernst van de aantijging, het algemeen belang dat daardoor wordt gediend of geschaad en het belang dat de Volkskrant heeft bij het verdonkeremanen van die aantijging.

Thom Meens, Ombudsman van de Volkskrant, ging in zijn wekelijkse column van 12-04-2008, getiteld ‘Wie is de baas op en van het Volkskrantblog?’, in op de door mij gewraakte verwijdering:
“Zo is zonder overleg of waarschuwing een bijdrage verwijderd, waarin een columnist van de krant uitvoerig gemotiveerd een lobbyist werd genoemd. Ik weet niet hoe valide de motivering was, maar mag een lezer dat niet opschrijven? Volgens de redactie niet. Beledigend, het moet weg, luidde de redenering. Hier greep de redactie wel zelf in. Is iemand een lobbyist noemen erger dan iemand zonder aanleiding een domme lul noemen? Ik zou het toejuichen als hierin meer duidelijkheid komt, liefst nadat iemand, die zich beledigd voelt op het blog, en in de kou gelaten door de redactie, naar de rechter stapt. Dan weten we echt waar de grenzen liggen van het blog en de verantwoordelijkheid van de redactie.
Tot het zo ver is, lijkt het alsof de willekeur regeert.”

Die laatste opmerking verwijst naar mijn ‘De willekeur regeert op het weblog van de Volkskrant’ van 20-12-2005  (http://www.volkskrantblog.nl/bericht/20897), had ik geprotesteerd tegen de verwijdering van een reactie. Ik had daarin bezwaar had gemaat tegen het eigenmachtige optreden van de internetredactie van de Volkskrant en redenen genoemd waarom de journalistiek te weinig wordt gecontroleerd en bekritiseerd. Zoals gebruikelijk was de reactie verwijderd zonder waarschuwing, zonder opgave van redenen, zonder mogelijkheid van verweer, zonder kennisgeving aan de andere bloggers en ook zonder opgave van de termijn waarvoor ik verbannen was. Bei Nacht und Nebel was ik levenslang verbannen naar de journalistieke Goelag.

G.J. Bogaerts, Chef van de Internetredactie van de Volkskrant reageerde als volgt:

“Meneer van waning, ik heb het al eerder gezegd, en ik doe het nu opnieuw: ik vind u een ongelooflijke zeurpiet. stapt u alstublieft snel naar de raad voor de journalistiek om uw gelijk te halen; van mij krijgt u het niet. Als u doorgaat met de redactie van de volkskrant lastig te vallen met uw volstrekt onnozele besognes, verwijder ik u helemaal van dit weblog. dan zoekt u uw heil maar elders.”

Ik antwoordde:

“Beste G-J Bogaerts, bedoelt dat u overweegt om mijn eigen weblog te verwijderen omdat u niet gediend bent van mijn kritiek op uw willekeur, uw partijdigheid en uw lange tenen? Dat gaat wel héél ver. Zijn daar regels voor, of verzint u die desnoods ter plekke? Moet u uw beslissing nog motiveren of mag u gewoon uw gang gaan? Krijg ik eerst nog een waarschuwing?”

Uit deze correspondentie blijkt dat aanbieders en gebruikers van weblogs, reactie- en discussieruimten, discussiefora et cetera erg verschillend kunnen denken over elkaars rechten en plichten. Vandaar ook al die willekeur, onzekerheid en onvermijdelijke conflicten.

In de discussie op mijn weblog gaf ik mijn visie:

“Dit is mijn weblog. Ik heb hier minstens dezelfde rechten als (bijvoorbeeld) de huurder van een woning of bedrijfsruimte en verder gewoon ook alle rechten van een Nederlands staatsburger. Daartoe behoort de vrijheid om mijn mening te uiten. Jullie hebben die rechten ook. Je mag schrijven wat je wilt. Je mag schimpen, schelden, beledigen, onzin verkopen, wat je maar wilt. Jouw mening en jouw uitingen vallen onder jouw verantwoordelijkheid, niet het mijne. Ik ben alleen verantwoordelijk voor de uitingen van mijn eigen mening. Als het schelden te grof wordt, houdt de discussie vanzelf op. Volgende keer beter, hopelijk. Of niet. Ik mag hier dus schrijven wat ik wil, zolang ik geen regels van wet of betamelijkheid schend. De Volkskrant heeft verder geen eisen of voorwaarden gesteld, zoals bijvoorbeeld het niet mogen bekritiseren van journalisten en redacteuren. Ik val hier niemand lastig. Als Theodora bij voorbeeld niet ter zake doende opmerkingen wil maken, dan laat ik die staan, zodat iedereen ze steeds zal kunnen blijven lezen en daarop desgewenst reageren. Dat is de enige ‘sanctie’ die dit weblog kent: Je eigen mening. En, ja, beperking van de vrijheid van meningsuiting raakt aan de essentie van onze democratische rechtsstaat. Ook hier.”

Een veelgehoorde kritiek op weblogs en reactie- en discussieruimten is dat er zo veel wordt gezeurd en gescholden. Daarover schreef ik op 21-12-2005:

“Iemand die zeurt, domme opmerkingen maakt, beledigt of onredelijk is, diskwalificeert inderdaad zichzelf. Zulke bijdragen moet je dus gewoon laten staan. Het enige nadeel daarvan is dat een lopende discussie moeilijker te volgen is. Met een blokkade van critici creëer je echter een irreëel beeld van de reacties op je weblog. Je maakt er een applausmachine van, met alleen maar instemming en loftuitingen. Sommige mensen hebben dat nodig. We verbieden kranten, radio en tv toch ook niet om kritiek te publiceren op politiek, bestuur en cultuuruitingen? De journalistiek heeft niet het  alleenrecht op kritiek. En het zou niet goed zijn als er geen kritiek op de journalistiek geleverd mocht worden. Redacties hebben toch al de neiging om onwelgevallige brieven niet te publiceren. Met al die blokkades en verwijderingen van kritiek wordt het wel erg eentonig in blogland. En een beetje dictatoriaal.. In Nederland hoeft niemand ooit afstand te doen van zijn grondrechten, dus ook niet op het weblog van de Volkskrant. Zolang ik geen onbehoorlijke of opruiende taal uitsla, vieze plaatjes toon, niemand persoonlijk beledig of kwets en zolang ik geen wetten overtreed, mag ik hier (net als Bert Wagendorp op zíjn weblog) schrijven wat ík wil, en niet wat jij, G-J, Theodora, Petrus, Drammen of wie dan ook wil. De Volkskrant heeft mij ettelijke malen uitgenodigd (de Ombudsman zelfs persoonlijk) om mee te doen aan dit weblog, en dat is precies wat ik nu doe. Niet meer en zeker niet minder.”

Er zijn bloggers en vooral veel redacteuren die daar heel anders over denken. Zo schreef  blogger ‘Qabouter’ (een natuurwetenschapper) in ‘De willekeur regeert op het weblog van de Volkskrant’:

“Weblogs zijn niet per definitie een objectieve mediabron. En zijn ook geen algemene spreekstoel voor vrijheid van meningsuiting. Niemand kan jou je grondrechten wat dat betreft afnemen. Wat de VK wel mag is jou zeggen dat je voor bepaalde onderwerpen een ander medium moet zoeken dan het VK weblog systeem. Zij hebben dus het recht van censuur op de door henzelf verzorgde spreekbuis.”

Deze opvatting komt op het volgende neer: De krant is eigenaar van het door haar ter beschikking gestelde en beheerde weblog. De blogger is daar gast van de krant en dient zich dan ook als zodanig te gedragen als hij zijn meningen uit. De blogger moet dus niet alleen rekening houden met de formele huisregels van de krant maar ook met de grillen en luimen van de dienstdoende moderator. De redactie c.q. moderator heeft het volste recht om naar eigen smaak en inzicht weblogs, reacties en bijdragen te verwijderen, niet alleen als die in strijd zijn met regels van wet of fatsoen of met iemands persoonlijke belang, maar ook als de inhoud hem of haar domweg niet aanstaat.

De meeste bloggers vinden het prima dat de willekeur regeert. Dit betekent natuurlijk niet dat dit voortaan dan ook maar als normaal moet worden beschouwd. Burgers moeten, zelfs niet ‘vrijwillig’, hun grond- en burgerrechten en democratische rechtsstaat zomaar prijsgeven aan journalistieke vormen van machtsmisbruik en ook niet aan hun eigen gemakzucht en hun al te goede vertrouwen.

IV  Deze vorm van censuur door de Volkskrant heeft een geschiedenis, en (als er niets verandert) ook een toekomst.

De redactie van de Volkskrant verwijderde op 21 juni 2006 wederom een reactie van mij op haar Commentaar ‘Academische vrijheid’. Zoals gewoonlijk gebeurde dat zonder aankondiging en ook zonder opgave van reden. In de maximaal toegestane 500 tekens (weinig ruimte voor nuance, dus) had ik de volgende reactie geschreven op het schijnheilige commentaar over vrijheid van meningsuiting:

“Een eenzijdig verhaal vol fouten, van het soort waarvoor Martijn van Calmthout zich verleden week voor de Raad voor de Journalistiek moest verantwoorden. Wat je in de ene PCM-krant leest, blijkt in de andere gewoon niet waar te zijn. Prof. vdH. had zelf die Gretta-passage e.a. al geschrapt op aanraden van zijn secretaresse. De Volkskrant is zelf allergisch voor stekelige lezers met onwelgevallige standpunten, dus dit Commentaar is niet alleen tendentieus maar ook hypocriet. 500 Tekens is te weinig.”

Ik baseerde die kritiek op een artikel van Derk Walters in de NRC van 21/6/2006. Daaruit was gebleken dat de Volkskrant de zaak niet goed had weergegeven. De verwijdering van mijn reactie zo pijnlijk omdat de commentator had geschreven:

“Die vrijheid betekent dat ook plaats moet zijn voor excentrieke of stekelige persoonlijkheden die onwelgevallige standpunten verkondigen.”

Ombudsman Thom Meens had het maar druk met de ‘Propaganda Discipline’ van zijn redactie. Op 27-06-2006 verzuchtte hij, na mijn klacht over de verwijdering van mijn reactie van 21-06-2006:

“Ja, enig aandringen van mij bracht de dader boven water. Ik heb hem gezegd dat ik het niet nodig vond die reactie te verwijderen, maar daar kun je kennelijk over van mening verschillen en toen was het al gebeurd. Als hij inderdaad een vendetta tegen u voert is er voor mij alle reden daar iets aan te doen. Maar daarvan ben ik nog niet overtuigd, temeer omdat hij uw andere reacties wel heeft laten staan. Ik had die eerste ook laten staan, maar begrijp zijn standpunt wel. Het ging over van Calmthout en uw zaak bij de raad en daar ging het commentaar niet over. Aan de andere kant: beide zaken gaan in uw ogen over hetzelfde: verkeerd citeren, dan wel halve waarheden schrijven. Dat er nu ineens niet meer kan worden gediscussieerd over oude zaken lijkt me stug, wel is het zo dat we vandaag alweer problemen hadden met het systeem, dus het kan ook daaraan liggen.”

Op 06-11-2006 sloeg de censor van de Volkskrant weer toe. Dit keer verwijderde hij mijn reactie op het commentaar van die datum, getiteld ‘Een omstreden vonnis’. Het ging over het doodvonnis tegen Saddam Hussein. Ik had geschreven:

“Waarom vraagt Kneepkens wel aan de politiek maar niet aan de Volkskrant of men voor of tegen de doodstraf is? Waarom blijft de journalistiek altijd buiten schot en wordt zij nooit ter verantwoording geroepen voor foute opinies? Publicisten als Kaplan, Brill en Elshout, die destijds de geesten rijp maakten voor de invasie in Irak, krijgen nu de gelegenheid om het vervolg daarvan uit te stippelen en tussen de regels de volgende oorlog voor te bereiden, namelijk tegen Iran. Nog voordat wij weten wat onze politieke leiders vinden, hebben de journalistieke opinieleiders onze mening al beïnvloed. Wij weten echter niets over hun achtergronden en loyaliteiten, en dus ook niet over hun beweegredenen en doelstellingen. Foute journalistieke opinies moeten óók worden bestreden, of het nu gaat om oorlogshitserij, vergoelijking van schendingen van mensen- en burgerrechten of de weigering om zelf mee te doen aan afwending van ecologische en klimatologische rampen.”

Op 27-12-2006 schreef de Volkskrant in haar Commentaar, getiteld ‘Het vrije woord’:

“Het is bovendien goed te weten dat de koningin het vrije woord verdedigt, zeker aan het einde van een jaar waarin justitie twee journalisten enkele dagen in gijzeling nam. Je kunt discussiëren over de opmerking:‘Een recht om te beledigen bestaat niet’ – want een verbod vooraf bestaat gelukkig ook niet. Kenmerk van de vrijheid van meningsuiting is dat toetsing achteraf geschiedt – aan de wet of aan, zoals de koningin zegt, ‘normen van moraal en beschaving’.

De redactie verwijderde op 27-12-2006 mijn reactie waarin ik had geschreven:

“De Volkskrant toetst zelf de vrijheid van meningsuiting achteraf niet alleen aan wet, aan de spelregels en aan normen van moraal en beschaving, maar ook aan welgevalligheid. Vaak blijken reacties of bijdragen plotseling te zijn verwijderd, telkens op basis van totale willekeur en zonder enige mededeling, laat staan met mogelijkheid van bezwaar, verweer of aanpassing. Daarom is dit Commentaar hypocriet. Op 6 november jl benam de redactie mij de vrijheid en mogelijkheid om nav een Commentaar op de ‘louterende doodstraf’ voor Saddam H. te schrijven: “Waarom blijft de journalistiek altijd buiten schot en wordt zij nooit ter verantwoording geroepen voor foute opinies?” Onlangs verwijderde de redactie kritiek op het seksisme en de voorgekookte lijst met voorgekauwde posities voor de ‘Nederlander van het Jaar’. Hoe zal de Raad voor de Journalistiek oordelen over de censuur door een krant die het ‘goed vindt om te weten dat de koningin het vrije woord verdedigt’?”

V   Of een kwalificatie  grievend is hangt af van de vraag of zij is onderbouwd en/of dienstig is aan het maatschappelijk debat.

De eerste reactie van Ombudsman Thom Meens op mijn klacht over de meest recente verwijdering van één van mijn reacties (die van 12-02-2008) was:

“Ik ken de zaak niet, maar laat nu uitzoeken wie dit besluit heeft genomen én waarom. Op het eerste gezicht lijkt het me dat u in de ogen van de eindredacteur mogelijk te veel op de persoon hebt gespeeld – en dat is in strijd met de regels.”

Op 13 februari 2008 noemt de Ombudsman de reden van die verwijdering:

U bent verwijderd omdat u Paul Brill een lobbyist noemt. De redactie vindt het beledigend om een journalist die kwalificatie aan te smeren. Bovendien is het in strijd met de gebruiksvoorwaarden: schelden en beledigen mag niet.

Om met dat laatste te beginnen: In de Spelregels staat natuurlijk niet dat men niet mag beledigen. Vice-premier Wouter Bos schreef op 08-03-2008 in de Volkskrant:

“Het recht om niet gekwetst te worden, bestaat nu eenmaal niet in een rechtsstaat als de onze.”

Een algemeen verbod op kritiek op Paul Brill of welk andere medewerker van de Volkskrant dan ook, is in strijd met artikel 10 EVRM. Op grond van dit artikel heeft iedereen recht op vrijheid van meningsuiting.

Echt bedreigend kan de betiteling ‘lobbyist’ niet worden genoemd. Dan blijft dus als enige mogelijkheid over dat redactie en ombudsman vinden dat ik met die betiteling de belangen van Paul Brill (onevenredig) heb geschonden. Aanduidingen als ‘lobbyist’ en ‘Israël-lobbyist’ zijn op zichzelf weliswaar niet beledigend, maar kennelijk wel als zij betrekking hebben op een journalist.

Paul Brill is echter niet zomaar een journalist. Hij is namelijk in de eerste plaats columnist en (anonieme) commentaarschrijver van die krant, en tevens recensent en soms ook verslaggever. Paul Brill is echter in de eerste plaats een opiniemaker. Gezien de duidelijke teneur van zijn publicaties is Paul Brill voortdurend doelbewust bezig om met zijn visie de meningen van zijn lezers te beïnvloeden, voornamelijk ten gunste van Israël en ten kwade van Iran. (Zie de bijlage “Paul Brill Israël Iran”) Zo’n gerichte inspanning heeft niets meer te maken met onafhankelijke journalistiek maar wel met het behartigen van specifieke belangen. Van lobbyisme, dus.

De door artikel 10 EVRM gewaarborgde vrijheid van meningsuiting is niet onbeperkt. Op basis van het tweede lid vindt dit recht zijn beperking in de overige regels van het recht, waaronder het recht op bescherming van de eer en goede naam. Dit betekent dat men telkens het belang van vrijheid van meningsuiting van de een moet afwegen tegen het belang van bescherming van de eer en goede naam van de ander. Het belang van mijn meningsuiting was gelegen in het opkomen voor een ongebonden, onafhankelijke, integere en (dus) betrouwbare journalistiek als een conditio sine qua non voor een gezonde, rechtvaardige, evenwichtige en transparante democratie. Onlangs schamperde Paul Brill in zijn column:

“Je hoort de woorden klip en klaar nog maar zelden. Tegenwoordig houden politici meer van de term transparantie. De politiek en de overheid moeten vooral transparant zijn”
(Paul Brill, ‘De week van de accolades van Bush en de angsten van Israël’, VK 16-05-2008).

Paul Brill noemt opvallend genoeg niet de pers als één van de instituties die in een democratische rechtsstaat transparant moeten zijn.

De Ombudsman van de Volkskrant gaf in zijn column ‘Een onnodig grievende kwalificatie’ (VK, 26-04-2008) zelf al aan dat deugdelijk onderbouwde kritiek best hard en scherp mag zijn. Een verslaggever van de Volkskrant had over een vroegere collegevoorzitter van de TU Delft geschreven dat die ‘weinig goeds’ had gebracht. Ombudsman Thom Meens schreef hierover:

“Een onderbouwing van die kwalificaties ontbreekt in het interview, zodat de lezer zelf moet invullen of uitzoeken waarom De Voogd volgens de verslaggever eigengereid is en de universiteit weinig goeds heeft gebracht. [..] Wie zo hard en ongemotiveerd uithaalt, is bewust of onbewust bezig iemands reputatie te beschadigen: daarvoor zou in de krant in deze vorm geen ruimte moeten zijn.”

De Rechtbank van Amsterdam oordeelde op 15-05-2008:

“Naar aanleiding van dat publieke debat heeft [columnist] kennelijk zijn mening gevormd en deze in zijn column op satirische wijze weergegeven. Aan [columnist] kan onder deze omstandigheden niet de eis worden gesteld zijn op het publieke debat gebaseerde mening met feiten te onderbouwen en een voorbeeld te noemen van een door [eiser] in de wereld gebrachte leugen. Dit zou de vrijheid van [columnist] om zich in zijn column te beperken tot het door hem gekozen onderwerp te zeer aantasten.” (LJN: BD1630, Rechtbank Amsterdam , 396545 / KG ZA 08-807 NB/CN, dd 15-05-2008.)

Lobbyen is het behartigen van belangen. In discussies op het weblog van de Volkskrant deden sommige mensen manmoedige pogingen om die simpele definitie zodanig op te tuigen met allerlei eisen en voorwaarden dat de door hen bewonderde columnist, recensent, verslaggever en commentator Paul Brill níet zou voldoen aan de typering die volgens mij naadloos op hem past. In mijn ogen verzorgt Paul Brill de PR voor Israël, en behartigt zodoende de belangen van een land dat nog steeds bezig is land af te pakken van oorspronkelijke bewoners van Palestina. Daar heb ik moeite mee, en daarom volg ik heel kritisch iedereen die Israëls onrechtmatige ‘feiten op de grond’ maskeert met verhalen over Israëls ‘angsten’. Ook als die mensen voor de Volkskrant werken. Alle gedane suggesties van verdachte motieven zijn manieren om deze kritiek de mond te snoeren.

Iedereen mag de belangen van Israël behartigen, mits dat maar niet gebeurt onder het mom van journalistieke integriteit en betrouwbaarheid en in dienst van een zich als ongebonden en onafhankelijk afficherende krant. Er zijn grenzen, ook aan de journalistiek.

Omdat Paul Brill het kennelijk in het (vermeende) belang van Israël acht om in vrijwel al zijn publicaties Iran te demoniseren en de publieke opinie in Nederland op die manier rijp te maken voor een eventueel Amerikaans-Israëlische aanval op dat land en omdat dit verder in het belang van niets en niemand is en zeker niet in het belang van de bevolking van Iran noch van de wereldvrede, stel ik het ‘journalistieke lobbyisme’ (een oxymoron) van Paul Brill openlijk aan kaak. Dat moet kunnen.

Paul Brill’s duidelijk vooringenomen en partijdige ‘recensie’ van ‘De Israël Lobby’, de doorwrochte studie van Joh J. Mearsheimer en Stephen M. Walt, was geen bewíjs van mijn vermoedens over zijn vooringenomenheid maar wel één van de vele aanwijzingen. Ik hoef niets te bewijzen om een sterk vermoeden uit te mogen spreken op grond van een overdaad aan feiten en gebeurtenissen die allemaal in dezelfde richting wijzen. De redactie van de Volkskrant had hoe dan ook niet het recht om de uiting van mijn oprechte mening te censureren in haar vermeende eigenbelang.

Mijn recht op vrije meningsuiting is van een hoger belang dan de wens en onbeperkte mogelijkheid van sommige medewerkers van de Volkskrant om hun eigen agenda te volgen.

Een rechter zei over iemand die de tekst ‘Fuck Wilders’ op een paar muren had gespoten:
“Meneer, die tekst zal mij worst wezen zolang er maar geen muren mee zijn beschadigd.”

Tot slot een citaat uit de column van Ombudsman Thom Meens van de Volkskrant over de ruimte en de grenzen van aantijgingen:

“Volgens de rechter [in Arnhem] had de krant ten tijde van de oorspronkelijke publicatie voldoende aanwijzingen voor de aantijgingen tegen Janssen, althans voor het deel dat niet is gerectificeerd. Dat die aanwijzingen zijn gebaseerd op publicaties van derden, speelt voor de rechter geen rol, begrijp ik uit het vonnis. Dat is een interessante uitspraak. De rechter oordeelt in het vonnis: “Om te beslissen dat een publicatie onrechtmatig is, is niet vereist dat de geuite beschuldigingen boven redelijke twijfel vaststaat. Voldoende is dat zij steun vindt in het ten tijde van de publicatie beschikbare feitenmateriaal. Naarmate de misstand ernstiger is en het beschikbare feitenmateriaal de beschuldigingen steunt, is openbaarmaking eerder rechtmatig.”

Het is niet duidelijk waarom kunstenaars en columnisten meer recht op vrije meningsuiting zouden hebben dan gewone burgers. Hoe dan ook, ook uit dit oordeel van de rechter blijkt dat kritiek die (enigszins) onderbouwd is en wordt geuit in het kader van het publieke debat best scherp mag zijn zonder dat dit door de aangesprokene meteen als belediging kan worden opgevat.

VI      Het recht op vrijheid van meningsuiting is weliswaar niet onbeperkt, maar kan ook niet zomaar worden ingeperkt.

Het recht van vrije meningsuiting vindt zijn grens onder meer in het schaden van de goede naam van een ander. Er zal daarom moeten worden bekeken of hiervan in dit geval sprake is: Kan de gewraakte reactie worden beschouwd als een aantasting van de (beroeps-)eer en goede naam van columnist en commentaarschrijver Paul Brill? Dat zou misschien het geval kunnen zijn, als Brill niet volop de gelegenheid had gehad om die aantijging onmiddellijk en op hetzelfde forum te weerspreken, bijvoorbeeld door te verklaren dat het louter toeval is dat zijn columns en commentaren steeds zo eenzijdig en vooringenomen over hetzelfde onderwerp gaan en dat hij heus niet de enige is die een hetze tegen Iran voert waarin weinig aandacht wordt geschonken aan de humanitaire overweging dat Iran behalve een vervelend bewind ook een land is waar veel gewone en goedwillende mensen wonen die ernstig zouden lijden onder een preventieve oorlog door Israël en de VS.

Mijn mening werd niet geuit in een krant of ander massamedium, maar op de internetsite van de Volkskrant zelf, die door veel minder mensen wordt gelezen dan de columns van Paul Brill in de ‘papieren krant’. Er heeft ook geen veelvuldige herhaling plaatsgevonden waardoor een cumulerend effect had kunnen ontstaan zoals wel het geval is bij de herhaalde publicaties van Paul Brill over het thema dat het bange Israël wordt bedreigd door de grote boze atoommacht Iran die er allleen maar op uit is om het land van de kaart te vegen en de weerloze Israëliërs in zee te drijven’. (Zie: LJN: AR6876, Rechtbank Almelo , 67503 KG ZA 04-286 , dd 02-12-2004.)

De betiteling van ‘lobbyist’ was ook om deze redenen niet onrechtmatig, en had dus niet zomaar met de complete tekst eromheen mogen worden verwijderd.

VII  Censuur is een democratische doodzonde, zeker als een krant het doet.

Ergernis over het verwijt van belangenbehartiging en lobbyisme was begrijpelijk, maar die billijkte natuurlijk niet het botweg censureren ervan.

“Het heet met een treffende term ‘Propaganda Discipline’, en het is de grote frustratie van elke Chinese journalist die zijn werk serieus wil nemen Past een feit niet in het beeld dat China’s censuurapparaat van de werkelijkheid wil schetsen, dan dient dat feit geschrapt of op z’n minst flink bijgeschaafd.”
(Correspondent Hans Moleman, ‘Propaganda Discipline beheerst Chinese media”, de Volkskrant 18-03-2008.)

Het besef dat inwoners van Nederland en zelfs lezers van de Volkskrant hun burgerschap zo serieus nemen dat zij desnoods gebruik wensen te kunnen maken van hun recht op vrije meningsuiting, is blijkbaar nog niet tot in alle redactielokalen doorgedrongen. Het accepteren van alle consequenties van deze emancipatie van de burger zal misschien nóg langer duren.

VIII  Achtergrond, bindingen en te grote betrokkenheid kunnen ook in de journalistiek leiden tot belangenverstrengeling.

Tot september 1965 had de Volkskrant als ondertitel ‘Katholiek dagblad voor Nederland. Het schrappen daarvan bij de verhuizing naar het nieuwe gebouw aan de Wibautstraat mocht volgens de toenmalige hoofdredacteur van de krant, Jan van der Pluijm, niet worden uitgelegd als een koerswijziging. In het hoofdartikel schreef hij:

“Wij blijven een katholieke krant en zullen dat niet camoufleren.” (Frank van Vree, ‘De metamorfose van een dagblad. Een journalistiek geschiedenis van de Volkskrant.’, 1996, pag. 7.)

Verstrengeling van politiek, godsdienst en maatschappelijk leven was toen voor velen nog een vanzelfsprekendheid:

“Tot ver in de jaren vijftig werd de journalistiek in verzuilde kringen graag afgeschilderd als een politieke of religieuze roeping en veel katholieke journalisten, ook die van de Volkskrant, waren innerlijk diep overtuigd van het apostolische karakter van hun beroep[..]”(Ibid, pag 10)

Politiek activisme vanuit een persoonlijke achtergrond heeft altijd een rol gespeeld in de journalistiek, ook na de jaren vijftig:

“Tenslotte raakte de krant door de persoon van Henri Faas rechtstreeks betrokken bij de scheuring in de KVP en de oprichting van de PPR. [..] Als uitgesproken voorstander van een doorbraak naar links en als tegenstander van een christelijke centrumpartij speelde Faas een sleutelrol [..] Ook als auteur en journalist vervulde Faas een rol als politiek makelaar. [..] Met de Volkskrant leidde hij de oppositie tegen de KVP. [..] Alle goede voornemens ten spijt zou Faas zich na de scheuring in de KVP in zijn artikelen nadrukkelijk als een partijganger manifesteren.” (Ibid. pag 97 ev)

Ook op andere plaatsen in dat interessante boek zie je de journalist actief bezig in zijn rol van partijganger, makelaar, belangenbehartiger en (wat wij tegenwoordig noemen) lobbyist. Dit komt tot uiting in typeringen als: ‘overtuigde voorstander van de Amerikaanse politiek’, ‘eenzijdige pro-Amerikaanse nieuwsvoorziening’, ‘scherpe criticus van de Amerikaanse Vietnam-politiek’, ‘excentrieke anti-communist’ en politieke naïviteit van de speciale verslaggever’.

Met name bij het kiezen van een journalistieke positie en koers inzake het Midden-Oosten komt de persoonlijke betrokkenheid van journalisten sterk tot uiting: ‘Manus van Wordragen, die zich op andere terreinen doorgaans betrekkelijk behoudend opstelde [..] liet bij herhaling blijken behept te zijn met dezelfde anti-joodse sentimenten die men vooral vóór de oorlog nog wijd en zijd in christelijke en katholieke kringen kon aantreffen” (Ibid, p 103.) Globalisering, het vervagen van nationale grenzen en multiculturalisme leiden ertoe dat (groepen van) mensen zich juist weer meer dan voorheen bewust worden van hun etnische, tribale en culturele achtergronden, groepsbindingen en loyaliteiten. ‘Tel uit je winst,’ denk ik soms wel eens.

Etnische scheidslijnen lopen door tot in de opinievorming en versterken daar wij/zij-sentimenten die misschien maar beter konden verdwijnen. Behalve correspondenten in verre buitenlanden, hebben grote kranten er ook één in iedere bevolkingsgroep. Op die manier willen zij hun imago van ongebondenheid, neutraliteit en belangenloosheid bevestigen. Dat kan ook anders uitpakken.

Onlangs was er enige ophef over de banden van bijzonder hoogleraren met het bedrijfsleven of andere opdrachtgevers. Dit kwam ook ter sprake in en interview dat Martijn van Calmthout en Robin Gerrits hadden met professor Frits van Oostrom ter gelegenheid van diens afscheid van de KNAW (de Volkskrant, 10-05-2008). Van Oostrom zei over deze kwestie:

“Heel gek: toen de KNAW eerder in Den Haag aan de bel trok over de risico’s van al te nauwe betrokkenheid voor de onafhankelijkheid van de wetenschap, wuifde men het weg: het probleem was niet zo groot. Terwijl wij het als wetenschappers het over onszelf zeiden! En dan komt de Volkskrant er groot mee en is het ineens een onderwerp.”

In het artikel waarnaar professor Van Oostrum verwees, stond onder meer:

“De vermenging van wetenschap en commercie brengt het gevaar met zich mee dat bedrijfsberichten als academische kennis in het publieke domein terecht komen. Zo hield een door melkproducent Campina gefinancierde bijzonder hoogleraar vorig jaar een oratie hoe gezond melk was. De opmars van extern gefinancierde hoogleraren en het gebrek aan openheid over wie hen betaalt, schaadt het aanzien van de wetenschap. Dat zegt VU-hoogleraar Martijn Katan, lid van de commissie van de KNAW, die strenge regels bepleit om belangenverstrengeling tegen te gaan.” (Michael Persson en Merijn Rengers, ‘Kwart hoogleraren wordt gesponsord’, de Volkskrant 12-04-2008)

Journalistieke belangenverstrengeling kan in politiek en maatschappelijk opzicht nog veel ernstiger consequenties hebben, gezien de grote invloed die media hebben op de publieke opinievorming en politieke besluitvorming. Soms lijkt het immers wel alsof de journalistiek de complete agenda van ons Parlement invult en in de door haar gewenste richting stuurt.

Toch weten wij bijna niets over achtergronden, bindingen en belangen van verslaggevers, redacteuren, columnisten en commentatoren en presentatoren. Er bestaan voor de journalistiek geen internetsites als http://www.parlement.nl/ of http://www.overheid.nl/ waar burgers alle relevante informatie over politici en bestuurders kunnen opzoeken. Zelfs de achtergronden van presentatoren en redacteuren van de Publieke Omroep lijken wel staatsgeheim. Hoe kan men nu te weten komen welke bindingen en belangen van invloed kunnen zijn op de selectie van onderwerpen en personen waar een journalist met zo’n duidelijke voorkeur over schrijft? Wie moet er voor waken dat de voor onze democratie zo belangrijke journalistieke onafhankelijkheid, integriteit en betrouwbaarheid niet onder druk komt van belangen van allerlei aard? En wie maakt hier ‘een onderwerp’ van, als het wél gebeurt? Niet de journalistiek zelf, want die verwijdert botweg zelfs iedere voorzichtige suggestie in die richting.

Als een krant zich op het vlak van de opinievorming té sterk gaat verbinden aan één belang, dan doet zij afstand van haar journalistieke onafhankelijkheid. Door steeds meer als spreekbuis te dienen verliest zij haar betrouwbaarheid en geloofwaardigheid. Zo’n omvlagging van een krant, zo’n verandering van identiteit, zo’n Werdegang van journalistiek medium tot belangenbehartiger, kan zó geleidelijk gebeuren dat niemand het eerst doorheeft, zelfs veel medewerkers en lezers van die krant niet. Dat is iets waar ik als klokkenluider voor wil waarschuwen.

De geloofwaardigheid en betrouwbaarheid van de Volkskrant komt regelmatig ter sprake op haar eigen internetsite. Daar en elders is dit onderwerp van publiek debat. In deze omstandigheden kan iedereen tot een bepaald oordeel te komen zonder dit (nog) met feiten en argumenten hard te kunnen en hoeven maken. Dit betekent niet dat men niet alvast zijn mening kan geven en daar kwalificaties aan verbinden. Dit geldt a fortiori voor de weblogs en reactie- en discussieruimten die door de krant aan het publiek daartoe ter beschikking zijn gesteld. In die sfeer geldt geen enkele beperking van de grondrechten van de bloggers, reageerders en deelnemers aan discussies. Men kan en mag er in vrijheid zijn mening uiten, ook als die niet iedereen bevalt.

(Zie: LJN: BD1630, Rechtbank Amsterdam , 396545 / KG ZA 08-807 NB/CN, dd 15-05-2008).

Paul Brill is bepaald niet de enige journalist die zich laat meeslepen door zijn warme gevoelens voor een zaak waar hij een binding mee heeft, maar hij gaat daar wel erg ver in. Columnist John Vinocur, met wie Paul Brill zijn column afwisselt, gaat trouwens nog veel verder dan Brill met zijn oorlogshetze tegen het perfide Iran, waarover hij onlangs nog schreef:

“[..] dat het niet gemakkelijk zal zijn de politieke dynamiek tot stand te brengen die nodig is om een militaire aanval in te zetten als dat de enig overgebleven optie zou blijken. [..] Waar het werkelijk op neer komt, is dat de marges voor de optie om níet in Iran in te grijpen volgend jaar spectaculair smaller zullen worden.” (John Vinocur, ‘De Iraanse dreiging is nog lang niet voorbij’, de Volkskrant, 16-04-2008.)

Paul Brill noemde in zijn column 13 oktober 2007 de ‘kennelijk goed uitgevoerde’ aanval op een landbouwinstituut in de Syrische woestijn ‘een waarschuwingsboodschap aan Iran, de nucleaire mogendheid-in-wording’. De columns van Paul Brill en John Vinocur zijn zo uitwisselbaar, dat het soms wel lijkt alsof zij door één en dezelfde lobyist, pardon columnist geschreven zijn. Na hun succesvolle aandrang op de ‘preventieve oorlog’ tegen Irak hebben de neoconservatieve havikken van de Volkskrant zij al weer veel zin in het volgende militaire avontuur waarin het Westen zijn suprematie en dominantie over het Midden-Oosten kan bevestigen. Dat is beangstigend.

De aantijging dat Paul Brill onder het mom van onafhankelijke journalistiek in werkelijkheid aan belangenbehartiging en lobbyisme doet, was in ieder geval niet geheel uit de lucht gegrepen en dus zeker niet onrechtmatig.

IX   Als een kleine groep relatief veel invloed gaat uitoefenen, moeten er klokken gaan luiden.

“Wat je zou hopen en verwachten, is dat Heilbrunn een stap verder zet en onderzoekt hoe een betrekkelijk kleine groep intellectuelen zo veel invloed kon verwerven in de regering Bush..” (Paul Brill, ‘God Amerika en de Neocons’, de Volkskrant Cicero, 08-04-2008).

De Volkskrant is ooit begonnen als spreekbuis van de katholieke vakbeweging. Die binding werd echter losgelaten ten gunste van een onafhankelijker en meer journalistieke opstelling en werkwijze. Journalistieke onafhankelijkheid en integriteit  staat echter voortdurend onder druk van groeperingen die bereik en invloed van een landelijk dagblad graag willen aanwenden voor de behartiging van hun belangen en doeleinden. Grote kranten hebben een dergelijke Werdegang al ondergaan, zonder dat daar enige ruchtbaarheid aan werd gegeven.

Wie zich verbaast over al die oorlogshitserij tegen Iran moet zich afvragen of de opstelling en signatuur van de Volkskrant werkelijk nog wel zo onafhankelijk is als zij pretendeert te zijn. Maar wie vervolgens zo onvoorzichtig is om in een reactie op het Commentaar of een weblog van de Volkskrant Paul Brill een ‘lobbyist’ te noemen op grond van alles wat hij in de afgelopen jaren ten gunste van Israël en ten kwade van Iran heeft geschreven, vindt soms al binnen een uur zijn bijdrage aan het politieke debat niet meer terug omdat die is verwijderd door de redactie van dezelfde krant die altijd zo schijnheilig verontwaardigd is over de censuur van kritische cartoons.

X   Geen emancipatie zonder polarisatie.

“De burger blijft terecht invloed op macht eisen. [..] De burger vraagt om meer directe invloed, vooral op de uitvoerende macht. Daar moet ruimte voor komen, bijvoorbeeld door meer gezagsdragers rechtstreeks te laten kiezen. De Kamer mag ook het burgerinitiatief niet laten verlopen. Bestuurlijke vernieuwing blijft ook politiek aan de orde.” (Commentaar, NRC Handelsblad 15-03-2008).

Ieder rechtgeaarde burger is het hier natuurlijk roerend mee eens. Het zal hem echter ook opvallen dat de journalistiek telkens buiten schot blijft als het gaat om de instelling en toepassing van checks and balances die een democratie evenwichtig, transparant, gezond en rechtvaardig moeten houden. De journalistiek volgt heel kritisch alle vormen van macht, maar is zelf dermate allergisch voor kritiek dat geen middel wordt geschuwd om maar verschoond te blijven van die narigheid.

“Mijn stelling is: ophouden met dat gezeur over de toon van het debat! Geen emancipatie zonder polarisatie. De emancipatie van de arbeider, de vrouw en de en de homoseksueel is alleen gelukt door strijd, door confrontatie. Het is klassiek marxistisch: these-antithese-synthese.” (Rechtsfilosoof en columnist Afshin Elian, NRC Handelsblad, 15-03-2008.)

De journalistiek moet nog wennen aan de mondige en geëmancipeerde burger die zich nu zelfs aanmatigt om de journalistiek kritisch te volgen. Politici, bestuurders en ambtenaren laten dat wel uit hun hoofd en journalisten beginnen er om heel andere redenen niet aan. Het heeft misschien allemaal nog wat tijd nodig, maar laat de journalistiek alstublieft eens beginnen met het respecteren van de grondrechten van burgers.

XI   Kritiek op een journalist betekent nog geen belemmering van de persvrijheid.

“Het negeren van kritiek of het attaqueren van de boodschapper is geen teken van kracht, maar van zwakte,” schreef de Volkskrant onlangs in een Commentaar. Hypocriet, maar wel waar. Vaak blijkt dat het kritiseren van een journalist veel erger wordt gevonden dan het beledigen van een Kamerlid of minister(-president). ‘Het politieke bedrijf kan slecht tegen kritiek,’ schreef de Volkskrant in haar Commentaar. Moet je horen wie dat zegt.. Het politieke bedrijf kán en mág tenminste nog openlijk worden bekritiseerd, dit in tegenstelling tot het journalistieke bedrijf.

Politici en bestuurders mogen of durven immers geen kritiek te leveren op de journalistiek. Als dat onverhoeds toch gebeurt, valt het voltallige journaille over de vermetele snoodaard heen. Dan is het land te klein en is de democratie acuut in gevaar. Journalisten wíllen geen kritiek leveren op de journalistiek, ofwel uit collegiale loyaliteit ofwel uit welbegrepen eigenbelang met het oog op mogelijke journalistieke represailles. Burgers kúnnen geen kritiek leveren op de journalistiek, want die wordt geweigerd, domweg niet afgedrukt of alsnog verwijderd uit de reactieruimten op de internetsite. Niemand (zelfs een journalist niet) is echter weerloos tegen wat op een weblog of in een reactieruimte op een eigen internetsite is geschreven. Iedereen (zelfs journalisten) kan immers op hetzelfde forum op dezelfde wijze weerwerk en tegenspraak kan bieden aan iedere aantijging of onjuiste voorstelling van zaken, dit in tegenstelling tot wat er in een massamedium wordt geschreven, gezegd of getoond. Daartegenover staan burgers praktisch machteloos en weerloos.

XI   Meningsvrijheid is bij de Volkskrant niet in goede handen.

Onder de kop “Persvrijheid is bij het CDA niet in goede handen’ stond op de Forum-pagina van de Volkskrant van 22-05-200 een artikel van Paul de Beer, Henri Polak hoogleraar voor arbeids­verhoudingen aan de Universiteit van Amsterdam. De verontwaardigde intro prikkelde om het artikel te lezen: “Het CDA deinst er niet voor terug mensen die een naar zijn inzicht al te vrijmoedig gebruik van de persvrijheid maken, de mond te snoeren, betoogt Paul de Beer.”

Professor De Beer begon met een paar bekende voorbeelden van de laatste tijd: Het proces van premier Balkenende tegen het opinieblad Opinio, die malle pogingen om de vertoning van het Fitna-filmpje van Geert Wilders te verhinderen, de arrestatie van cartoonist Nekschot, het ontslag van een eigenzinnige hoofdredacteur. De Beer schreef vervolgens:

“Het zijn voorbeelden van breideling van de persvrijheid die we geneigd zijn te associëren met regimes als die in Rusland, Indonesië, of Birma. Wie had ooit gedacht dat dergelijke aanvallen op de persvrijheid zich anno 2008 zouden voordoen in een land dat er zo graag prat op gaat ooit het toevluchtsoord te zijn geweest voor vrijdenkers als René Descartes en John Locke: Nederland.[..] Die ontwikkeling vormt een veel grotere bedreiging voor onze democratische rechtsstaat dan alle artikelen, cartoons en films waar het CDA zich aan stoort bij elkaar.”

De verontwaardiging over inbreuken op persvrijheid steekt schril af bij de kille vanzelfsprekendheid waarmee media kritische burgers de mond snoeren door hun onwelgevallige meningen te verwijderen uit matig bezochte weblogs, discussieplatforms en reactieruimten op hun eigen internetsites.

Persvrijheid is een afgeleide van het universele recht op vrije meningsuiting, en niet andersom. Maar wat heeft een burger aan de vrijheid om zijn mening te uiten, als die vervolgens zomaar kan worden verwijderd, verdraaid of onherkenbaar ‘geredigeerd’ door anonieme redacteuren met onduidelijke achtergronden, verstrengelde belangen en verborgen agenda’s? Tegenover de volstrekte macht en willekeur van de journalistiek staat de burger praktisch machteloos.

Er blijft voorlopig nog veel werk aan de winkel voor de bloggers, klokkenluiders, querulanten, donquichotes en andere lastpakken voor wie het begrip ‘democratische rechtsstaat’ méér is dan een plichtmatige frase in een redactiestatuut.

VERZOEK

Hierbij verzoek ik de Raad voor de Journalistiek:

1.  Te oordelen of weblogs, discussieforums en reactieruimten op internetsites van journalistieke media behoren tot het publieke domein van het maatschappelijk debat, of tot het particuliere domein van die media zelf waarin zij met huis- en spelregels beperkingen mogen opleggen aan het recht van burgers op vrije meningsuiting.

2.  Te beoordelen of de redactie van de Volkskrant zonder mededeling, zonder deugdelijke motivering en ook zonder mogelijkheid van verweer of correctie reacties van lezers mag verwijderen uit de reactieruimte onder het hoofdredactioneel commentaar op de internetsite van de krant.

3.  Te willen oordelen of de verwijdering van mijn reactie van 6 februari 2008 op het hoofdredactioneel commentaar van de Volkskrant rechtmatig was, gelet op de summiere motivatie (achteraf, na enig aandringen) dat ik Paul Brill (columnist, commentaarschrijver, recensent en verslaggever van de Volkskrant) had beledigd door hem welgemeend, gemotiveerd en onderbouwd een ‘Israël-lobbyist’ te noemen, zonder daarbij enige regel van wet, fatsoen of ‘Spelregels’ van de Volkskrant te schenden.

Hoogachtend,

Robert C. van Waning (jur.drs., New Orleans, 1942)

PS

Zie ook:

Deel 2: De Pleitnota
Deel 3: Paul Brill, Israël en Iran.

Verbannen door de Volkskrant vanwege meningsuiting

Op dt moment (26 aug 2008) is er een discussie gaande over onderstaande klacht bij de Raad voor de ournalistiek:
http://extra.volkskrant.nl/opinie/artikel/show/id/1266/De_Volkskrant_mag_lezersreacties_verwijderen

Auteur: robertvanwaning

"Mij gaat het vooral om de waardering van het vrije debat als vehikel van maatschappelijke vooruitgang." (Wouter Bos.) "Een krant die kritische meningen onderdrukt, heeft geen bestaansrecht." (Van Thillo.). Dit 'weblog' is voornamelijk een openbaar archief van mijn bijdragen aan het openbare publieke debat over lokale Amstelveense kwesties op Amstelveen.Blog van oud-journalist Johan Bos. De ervaring heeft mij namelijk geleerd dat reacties en bijdragen aan het publieke discussies op openbare (want voor iedereen toegankelijke) platforms willekeurig worden gecensureerd en zelfs volledig worden verwijderd als de inhoud de redacteur, de webbeheerder of dienstdoende (altijd anonieme) moderator onwelgevallig is, ook al was er geen enkele regel van wet, fatsoen of gebruiksvoorwaarden geschonden. Dit heb ik meegemaakt op Stand.nl, op het Weblog van de Volkskrant, (kijk ook hier en hier) op Amstelveen Dichtbij en ook op Amstelveen.blog (Zoek met naar #Censuur). Wie bezwaar maakt tegen dit soort ongrondwettelijke inbreuken op de vrijheid van meningsuiting, kan zonder opgave van reden, zonder mogelijkheid van verweer of bezwaar en zonder opgave van strafduur voor onbepaalde tijd worden verbannen uit het reactie- en discussieforum. Ik ben op die manier voor korte of langere tijd en zelfs permanent verbannen geweest uit alle bovengenoemde fora waaraan ik heb deelgenomen aan de publieke discussies, zonder dat ik ooit anderen persoonlijk heb beledigd, bedreigd, belasterd of op andere manier regels had geschonden. Mijn opvattingen en meningen bevallen de redacties etc. kennelijk niet altijd. Zij maken graag misbruik van hun macht en van de mogelijkheid om onwelgevallige opinies te onderdrukken en zelfs om'lastige burgers' uit te schakelen van deelname aan het openbare discussies. Het 'publieke debat' geeft dan ook geen betrouwbare weergave van wat er onder burgers aan opvattingen en opinies leeft. In Nederland worden meningsuitingen niet gecensureerd door de overheid maar door redacties van journalistieke media. Laster, smaad en grove persoonlijke beledigingen zijn in de sociale media inmiddels zó gebruikelijk, dat aangiften daartegen bijna niet meer door het Openbaar Ministerie worden vervolgd. Zolang zij echter op grond van het het Wetboek van Strafrecht strafbaar zijn, zou dit - zeker in flagrante gevallen waarin mensen werkelijk erdoor worden beschadigd - wel moeten gebeuren. Anders moeten die artikelen uit het WvS worden geschrapt. In onderstaande discussies staan veel gevallen van laster of lasterlijke suggesties. U vindt die door met te zoeken naar #Laster of #Suggestie. Verwijderde reacties vindt door te zoeken naar 'XXX Verwijderd' Sommige daarvan heb ik aangemerkt als '#Censuur'.

2 thoughts on “RvdJ: De Volkskrant mag ook rechtmatige reacties verwijderen. Deel 1: De Klacht.”

  1. hulde en success!
    er zitten wel meer lobbyisten bij de Volkskrant en andere media. als je de vinger op de zere plek legt en vooral aandringt wordt men zenuwachtig, men verkrampt. men houdt niet van teveel tegenspraak tegenwoordig, want dan komt hun agenda in gevaar.

  2. Schitterend verhaal…!
    We weten nu in ieder geval meer over de gang van zaken bij de Volkskrant en zeker ook over Paul Brill, die ik toevallig een keer aan de telefoon kreeg toen hij de telefoon van het hoofd van de buitenlandredactie toevallig uit dienstverlening opnam.Reactie is geredigeerd

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s