‘Het geheim van Azië’

‘Het geheim van Azië’ (NRC Handelsblad, 1 november 1993) bestaat uit een combinatie van milieuvernietiging, energieverspilling, onrechtvaardige arbeidsverhoudingen en slechte sociale voorzieningen.

Als de Aziatische tijgers dankzij de globalisering van economie en handel onvoorwaardelijk met de westerse economieën kunnen en mogen concurreren, dan zullen werkloosheid, milieuschade en geringe maatschappelijke solidariteit hun belangrijkste exportprodukt blijken te zijn.

Als met protectionisme bedoeld wordt het beschermen van moeizaam tot stand gebrachte maatschappelijke verworvenheden in westerse landen, dan is daar veel voor te zeggen.

Verder lezen ‘Het geheim van Azië’

De financiële journalistiek popelt om de volgende luchtbel te kunnen opblazen.

Aan de koppen en teksten op de Economie-pagina’s valt af te lezen dat financiële verslaggevers en redacteuren zitten te popelen om de beurskoersen eindelijk weer eens lekker te laten exploderen, net als de vorige keren.

Toch zouden zij in het vervolg wat terughoudender moeten zijn met hun aanmoedigingen tot hernieuwd gokgedrag in de beurscasino’s. Tenslotte ligt daar de grondoorzaak van de huidige financiële, economische en weldra wellicht maatschappelijke crisis. Zonder de mediagekte rondom de financiële handel en zonder de daardoor aangewakkerde beurs-, optie- en bonusgekte  had de huizengekte nooit zo’n omvang kunnen nemen.

Op dit moment lees ik het boek ‘Bankroet’ van  NRC-redacteuren Egbert Kalse en Daan van Lent. Ondanks de soms wat verwarrende chronologie kan ik u dit van harte aanbevelen. Alle bekende namen en begrippen (waarvan de meeste mensen de werkelijke betekenissen niet kennen) worden in hun grote verband geplaatst en geduid. Mijn grootste kritiek op dit boek is echter dat het zo duidelijk door journalisten is geschreven: Zij weten van de prins geen kwaad. En die schuldige prinsen, dat zijn de journalisten zelf.

Van alle oorzaken van de kredietcrisis noemen ook Kalse en Van Lent niet de belangrijkste aanjagers ervan: Dat zijn de media met hun hitsige beurspagina’s en -rubrieken. Die zijn er immers mede verantwoordelijk voor dat de handel in ‘financiële producten’ steeds meer gericht was op de (ultra)korte termijn van ‘het feest kan weer beginnen’, ‘nu instappen’,’de boot niet missen’, ‘de beurzen beleven nieuwe records’ en het ‘winst pakken’. Het zijn ook de media die de vele consumptieve methoden propageren om al dat geld weer massaal over de balk te kunnen gooien.

Verder lezen De financiële journalistiek popelt om de volgende luchtbel te kunnen opblazen.

Aandacht voor religieuze (of etnoculturele?) crisis groter dan voor de financiële en economische.

Artikelen en discussies op de opiniepagina van de Volkskrant van vandaag, 14 April 2009:

– Koester die legerimam! (door Abdelkader benali.)

– Laat Ali Eddaoui legerimam worden. (Fouad Sidali e.a.)

– Ramadan, de grote verlosser. (door Amanda Kluveld)

– Gun Ramadan het licht in de ogen! (door Abdelkader Benali)

– Weg met apartheid! (door Mark Rutte, Paul de Krom)

– Overheid, hou handen af van religie. (door Agnes Kant, Sadet Karabulut)

– Obama bewierookt de verkeerde. (door Nausicaa Marbe)

– Gebed moslims in Rotterdam verhoord. (door Amanda Kluveld)

– De Heer is waarlijk opgestaan! (door Andries Knevel)

En natuurlijk de standaard-liturgie:

– De Israël-lobby ontspoort. (door Thomas von der Dunk.)

– Doe Israël eens recht! (door Yochanan Visser)

– Israël vredelievend? Ik dacht het niet. (door Thomas von der Dunk)

– Verzwakken Hamas noodzaak. (Door Paul Brill, natuurlijk)

De Volkskrant lijkt meer geobsedeerd door een soort religieuze (of etnoculturele?) crisis dan door de ontwrichting van de wereldeconomie als gevolg van een financiële en economische crisis die onvermijdelijk zal leiden tot maatschappelijke crises in vrijwel alle landen van de wereld. (Leve de ‘globalisering’..)

Behalve aan een strikte scheiding van kerk en staat begin ik zo langzamerhand te voelen voor wat meer scheiding tussen kerk en journalistiek. My cup runneth over..

MobiMeter maakt automobilisten bewust van ALLE kosten van IEDERE kilometer. 'Gratis' tanken.

Teneinde mensen voortdurend volledig bewust te maken van álle kosten die gemoeid zijn met de kilometers die zij gemotoriseerd afleggen, moet iedere vorm van éénmalige betaling (vooraf of achteraf) worden afgeschaft., dus niet alleen de bvb en de motororijtuigbelasting etc., maar ook ook het tanken.

Omdat door de automobilist geen direct verbad wordt ervaren tussen tussen de prijs van een volle tank benzine, diesel of LPG en het feitelijke rijden (zeker niet als voor het tanken met pinpas, creditcard of benzinepas-van-de-zaak wordt betaald), moet er ook voor het tanken worden betaald op een worden op een manier die de automobilist VOORTDUREND confronteert met de VOLLEDIGE kosten-per-kilometer.

De brandstof moet dus niet worden betaald op het moment dat men tankt, maar worden door een ‘MOBIMETER’ berekend tijdens het rijden. De benzinestations declareren de door hen geleverde brandstoffen bij MOBICOST.NL, een (semi)overheidsinstantie.

Verder lezen MobiMeter maakt automobilisten bewust van ALLE kosten van IEDERE kilometer. 'Gratis' tanken.

Een gemeenschap ('community') is méér dan een markt. (Deel 3)

Toch houdt de politiek van economie …
De politiek heeft economie en technologie wereldwijd verheven tot algemeen leidende principes. Terwijl politici er in de eerste plaats voor zouden moeten zorgen dat hun kiezers tevreden zijn, stellen zij zich nu op kosten van de gemeenschap in dienst van handel en industrie die juist helemaal géén baat hebben bij tevredenheid. Alleen een zichzelf in stand houdende, chronische ontevredenheid onder de potentiële afnemers houdt tenslotte een blijvende vraag naar producten en diensten in stand.

Materiële welvaart is voor veel mensen een verslavend middel waarmee zij hun existentiële onzekerheden kunnen ‘vergeten’. Nationale en internationale economieën zijn afhankelijk van de winsten, belastingen en accijnzen die deze verslaving oplevert. Geen modern land kan meer bestaan zonder een steeds toenemende materialistische behoeftenbevrediging, eufemistisch ‘economische groei’ genaamd. Het bevorderen van materiële welvaart heeft voor politici het grote voordeel dat het effect (in tegenstelling tot ‘vage’ dingen als leefbaarheid en tevredenheid) meetbaar is. Aan de hand van economische groeicijfers kunnen politici aannemelijk maken dat zij hun werk goed doen. De grote spanningen in de wereld tonen echter aan dat de politiek met haar nadruk op economische groei en materiële welvaart heeft gewed op een grillig, ontrouw en dom paard, dat het gras waarvan het moet leven, vervuilt en met zijn hoeven vertrapt. Als middel is het vaak erger dan de kwaal van relatieve materiële armoede, maar er is geen bijsluiter die hiervoor waarschuwt.

Verder lezen Een gemeenschap ('community') is méér dan een markt. (Deel 3)

Een gemeenschap (‘community’) is méér dan een markt. (Deel 2)

De homo economicus van Frankenstein
De homo economicus is een personage uit de economische mythologie en bestaat in werkelijkheid niet. Hij is, net als het monster van Frankenstein, een laboratoriumprodukt, een mythisch, kunstmatig geconstrueerd wezen dat zelfs zijn eigen schepper bedreigt zodra het een eigen leven mag gaan leiden.

Het even mythische begrip ‘economische gemeenschap’ houdt ook een ontkenning in van het verschil tussen fictie en werkelijkheid. Het adjectivum ‘economicus’ duidt op een bepaald aspect van het menselijk handelen: zijn wens om zo min mogelijk offers te hoeven brengen bij streven naar de bevrediging van zijn materiële behoeften. Het besef dat het hier niet gaat om de gehele mens maar om dat deel van hem dat met materiële zaken tevreden is te stellen, is nog wel aanwezig.

De kennis van het begrip ‘gemeenschap’ is echter inmiddels zo gebrekkig geworden, dat men zich bijna niets completers meer kan voorstellen dan een ‘economische gemeenschap’. Het is een pars pro toto geworden en tegelijk een eufemisme dat moet verhullen dat de sociale, morele, ideële, culturele en alle andere aspecten van de gemeenschap door het economische worden verdrongen. Economie was oorspronkelijk een instrument van de gemeenschap, maar nu is de gemeenschap een instrument van de economie geworden.

De gemeenschap, de community, is voor de mens (en vele andere aardse levensvormen) een belangrijker gegeven dan voorstanders van een puur economische politiek bereid zijn om toe te geven. Na voldoende water, voedsel, gezondheid en familie is het misschien wel de belangrijkste voorwaarde voor menselijk welzijn. Alleen in een bekende en vertrouwde omgeving kan een mens in harmonie leven, wonen, werken en rusten op een wijze die een gevoel van welbevinden geeft.

Verder lezen Een gemeenschap (‘community’) is méér dan een markt. (Deel 2)

Een gemeenschap ('community') is méér dan een markt. (1)

Voorwoord

De eerste versies van dit verhaal schreef ik in 1992. Toch is het nog in veel opzichten actueel. In sommige opzichten misschien nog wel meer dan veertien jaar geleden, toen Frits Bolkestein mij vroeg om eens een verhaal over communitarianism te schrijven. Ik was met hem in contact gekomen naar aanleiding van mijn brief ‘Onvrede over onbeheerste groei is geen xenofobie’ die NRC Handelsblad in september 1991 nogal prominent had afgedrukt. Tien jaar voordat Paul Scheffer het debat hierover zou ‘starten’, beschreef ik in die brief de maatschappij-ontwrichtende werking van het multiculturalisme: ‘Hele stadswijken worden geofferd op het altaar van het multiculturalisme, een restant van het maakbaarheidsgeloof’. Ik pleitte voor het behoud van een overkoepelende (en dus gemeenschappelijke) samenlevingscultuur als maatschappelijk richtsnoer én sociaal bindmiddel, ook in een modern land als het onze. De dag nadat die brief in de NRC had gestaan, werd ik gebeld door de secretaresse van Bolkestein: Hij wilde mij graag spreken. Wij hebben een paar gesprekken gehad in de lobby van het Amsterdamse Hilton Hotel. Hij vroeg toen of ik eens een verhaal wilde schrijven over ‘communitarianism’. Dat heb ik geprobeerd, maar gaandeweg werd het steeds meer een verhaal tégen ‘mondialisering’ (ten onrechte ook wel ‘globalisering’ genoemd). Die opvatting sprak Frits Bolkestein een stuk minder aan, en wij hebben sindsdien geen contact meer gehad.

Amstelveen, 30 november 2006.


Economie, de schaarsmaker

Gemeenschappen worden schaars in een maatschappij die kleine en grote gemeenschappen en hun onderlinge verbanden uitkleedt tot op hun louter economische functies. De mens mag dan van oorsprong een vrij sociaal wezen zijn, de homo economicus , inmiddels onderwerp van alle aandacht en beleid, is dat bepaald niet.

De kapitalistische consumptie-economie heeft geen boodschap aan gemeenschappen, alleen aan markten. Schaarste aan gemeenschapszin is dan ook niet slechts een onbedoeld neveneffect van een consequent doorgevoerd beleid dat gericht is op de optimalisatie van een vrije kapitalistische markteconomie, maar juist een produkt daarvan, net zoals bijvoorbeeld schaarsten aan andere waarden zoals natuur, schoon water, vruchtbare bodem, stilte etc. De markteconomie vereist dat alles een prijs heeft. Die marktprijs reflecteert echter de huidige schaarste, niet de toekomstige. Wat nog niet schaars lijkt, heeft geen prijs en kan dus onbegrensd worden verspild en vervuild.

Verder lezen Een gemeenschap ('community') is méér dan een markt. (1)