Publiek debat in NL wordt beknot door willekeur van redacties.

Van: Robert van Waning
Verzonden: maandag 30 januari 2017 14:29
Aan: ‘Red Vkr Alg Redactie’ <redactie@volkskrant.nl>
CC: ‘VK Ombudsvrouw’ <ombudsvrouw@volkskrant.nl>
Onderwerp: Aan Harriet Duurvoort (Luis in de pels van de krant krijgt weinig kans om venijnig te worden.)

Geachte Harriet Duurvoort,

In uw artikel Samengebalde vuisten tegen de waanzin van Trump (VK, 30/1 jl) schreef u:

Aan censuur, propaganda en alternatieve feiten heeft macht nu eenmaal meer dan aan die venijnige luis in de pels die onafhankelijke pers heet. Damn dat er een Amerikaanse grondwet is, die persvrijheid garandeert.”

U heeft natuurlijk gelijk, maar niet helemaal. Die persvrijheid is namelijk een afgeleide van het fundamentele recht van burgers op vrijheid van expressie. En niet omgekeerd. Toch maken u en de meeste journalisten, columnisten, andere publicisten en politici zich wel druk om onderdrukking van vrijheid van pers maar niet om die van meningsuitingen door gewone burgers. Zo lijkt het alsof het daarmee wel snor zit in de westerse democratische rechtsstaten, in tegenstelling tot situaties in landen als Zimbabwe en in autoritair geregeerde landen.

NRC-redacteur Eva Cukier schreef bij voorbeeld over het gevaar dat gewone Russische burgers lopen als zij digitaal kritiek uiten op Poetin. (320 Uur taakstraf om een tweet (NRC, 24/1 jl,  ) :

Russische internetgebruikers denken liefst twee keer na voor ze zich kritisch uitlaten over de escapades van hun regering in Syrië of Oekraïne. Een Russische blogger kreeg vijf jaar gevangenisstraf – gevolgd door een driejarig ‘uploadverbod’ – voor het posten van kritische video’s over Russische activiteiten in Oekraïne. In Krasnodar kreeg een alleenstaande moeder 320 uur taakstraf voor het retweeten van een cartoon van Poetin, een populaire blogger in de stad Tjoemen ging de cel in voor een blog over Syrië. En het kan nog gekker: een inwoner van de stad Tver kreeg in 2016 tweeënhalf jaar kamp omdat hij een plaatje had gepost van een tube tandpasta met daarbij de tekst ‘Knijp Rusland zelf uit’. De man had online twaalf vrienden. Internet, voor veel Russen de laatste plek van vrije meningsuiting, ligt steeds meer onder het vergrootglas van het Kremlin en de geheime diensten. Sinds de annexatie van de Krim in 2014 kregen talloze gebruikers van sociale media celstraffen en boetes voor het posten van Kremlin-kritische posts of anderszins afwijkende meningen.”

Opiniemakers zoeken het altijd ver als het gaat om het onderdrukken van kritische meningsuitingen door machthebbers. In Nederland gebeurt dit echter ook regelmatig. Hier zijn het echter geen politieke, bestuurlijke of dictatoriale machthebbers die kritische meningsuitingen onderdrukken, maar zijn het redacties van journalistieke media die dat doen. Zij gebruiken hun macht en mogelijkheden om de venijnige luis in hún pels door middel van censuur te bestrijden en iedereen doet alsof dat de normaalste zaak van de wereld is. Zelf ben ik ooit gedurende anderhalf jaar(!) door de opinieredactie van de Volkskrant verbannen vanwege een kritische (maar hoogst fatsoenlijke) reactie op een column (nota bene!). Mijn protesten daartegen stuiten steevast op de veronderstelling dat ik het er zelf wel naar gemaakt zal hebben. Ik zou daar vrede mee hebben als men de moeite zou nemen om dat oordeel te onderbouwen.

De praktijk van redacties om kritische reacties van lezers willekeurig te weigeren en te verwijderen wordt gesanctioneerd door de Raad voor de Journalistiek. Als ‘redactionele vrijheid’ heeft het zelfs de status van een recht dat door niemand wordt betwist. Want wie zou dat kunnen en durven te doen?

Burgers kúnnen geen kritiek uiten op journalistiek en media, want hun bezwaar wordt domweg niet afgedrukt, geplaatst of uitgezonden. Politici en bestuurders mógen geen bezwaar maken tegen misbruik van redactionele vrijheid, want dan is het land te klein en de democratie acuut in gevaar: ‘Persvrijheid!’ Journalisten hebben hun eigen redenen om deze zwakke plek in ons democratie niet te benoemen: Ten eerste uit angst voor hun baan, ten tweede uit collegialiteit en ten derde omdat zij schrijvende en opiniërende burgers zijn gaan beschouwen als hun concurrenten die vooral niet moeten denken dat zij ook maar enigszins gelijke rechten hebben als journalisten.

In 2008 heb ik een klacht ingediend bij de Raad voor de Journalistiek over een onterechte verwijdering van een reactie van mij in de daarvoor bedoelde ruimte van de Volkskrant op de website van de krant op het internet. De Raad oordeelde op 11-08-2008 (RvdJ 2008/38) als volgt:

“De klacht heeft betrekking op het zonder waarschuwing verwijderen van de reactie van klager van de op de website van verweerder geboden ruimte voor redactioneel commentaar. [..] De Raad stelt voorop dat de redactie verantwoordelijk is voor de inhoud van ingezonden brieven en van reacties die worden geplaatst op de website van het betrokken medium. Het verdient daarbij de voorkeur dat de redactie de voorwaarden voor de selectie en plaatsing van reacties publiceert. Het staat de redactie echter vrij om ingezonden brieven en andere reacties niet te plaatsen, tenzij plaatsing is geboden vanwege bijzondere omstandigheden. [..]  Zowel het artikel als klagers commentaar daarop zijn gepubliceerd op de website van verweerder. Net zoals het geval is bij de papieren krant is de redactie te allen tijde verantwoordelijk voor en aanspreekbaar op de inhoud van dit digitale publiciteitsmedium.  Van een publiek domein, waar verweerder geen spelregels voor zou kunnen opstellen, is naar het oordeel van de Raad geen sprake. [..] Zoals het de redactie vrij staat een ingezonden brief niet te plaatsen in haar papieren krant, kan zij tevens een op de website verschenen lezersreactie verwijderen. [..]”

De willekeur regeert dus in de reactie- en discussieruimten van media en de deelnemers hebben geen rechten waarop zij zich kunnen beroepen. Toch is er geen haan die hiernaar kraait. Het is geen issue, zelfs niet in het zogenaamde ‘publieke debat’, want dat is niet publiek en ook geen echt debat.

Er wordt veel gesproken en geschreven over dat publieke debat, maar wat is dat en waar vindt dat plaats? Men mag aannemen dat dit gebeurt in een publiek domein, dat zo’n domein voor iedereen toegankelijk is en dat daar – zeker in een democratische rechtsstaat – de Grondwet, gewone wetten, het recht, algemeen aanvaarde fatsoensregels en gemaakte afspraken gelden. Daar zou geen plaats moeten zijn voor willekeur en onrecht.

Van een debat is alleen sprake als er naar elkaars argumenten wordt geluisterd. Sociale media vallen dan al grotendeels af. Daar wordt immers – bij gebrek aan goede en betrouwbare gespreksleiding – vooral veel en hard geschreeuwd en gescholden en dus nauwelijks naar elkaar geluisterd. Ook op andere plaatsen die bedoeld zijn voor openbare discussies over politiek en maatschappij, wordt niet of nauwelijks naar anderen geluisterd.

Waar vindt het publieke debat (if any) dan wél plaats?

De rubrieken met ingezonden brieven in de papieren versies van kwaliteitskranten voldoen daarvoor ook al niet aan de eisen. Ten eerste omdat daarvoor de ruimte te beperkt is, ten tweede omdat men er niet direct kan reageren, en ten derde omdat die rubrieken worden gerekend tot het ‘journalistieke product’ van de redacties en die daarom het recht voorbehouden om naar believen ingezonden brieven te weigeren, te redigeren en in te korten.

Geen van die bezwaren geldt voor de reactie- en discussieruimten op de websites van journalistieke media: Die zijn voor iedereen toegankelijk, er is volop ruimte, er kan direct worden gereageerd, reacties en discussiebijdragen worden alleen door de redactie geweigerd of verwijderd als zij in strijd zijn met de wet of met daarop gebaseerde gebruiksvoorwaarden en de redactie mag ook niet zomaar de inhoud ervan wijzigen zoals dat wel gebeurt bij ingezonden brieven (zelfs om de angel eruit te halen). Die internetfora lijken dus in alle opzichten ideale plaatsen waar burgers in alle vrijheid hun meningen kunnen en mogen uiten over politieke en maatschappelijke kwesties en waar zij met elkaar kunnen discussiëren. Dat lijkt wel een echt publiek debat..

Mooi niet.

De eerste tegenvaller is dat auteurs van opiniestukken in de kwaliteitskranten en -bladen zelden meedoen aan de discussies die daarover ontstaan. Het serieus nemen van lezers is een vorm van populisme waarvan de ‘inbraakgevoelige’ opinie-elite niet kan worden beschuldigd. Ernstiger is het feit dat redacties dankbaar misbruik maken van hun redactionele vrijheid om kritische reacties te weigeren of te verwijderen, louter op basis van welgevalligheid. Al te kritische lezers worden zelfs door redacties verbannen zonder dat zij iemand hadden beledigd, gestalkt of enige andere regel van wet, fatsoen of gebruiksvoorwaarden hadden geschonden. Dat mogen zij zomaar: Kijk maar naar wat de Raad voor de Journalistiek daarover heeft geoordeeld. Willekeur regeert zodoende op de discussiefora. Redacties plegen dit onrecht overigens niet zelf. Zij hebben het modereren van de reactie- en discussieruimten op hun websites namelijk uitbesteed aan anonieme medewerkers van commerciële bedrijven.

Dit komt toch in de buurt van wat er gebeurt in Rusland, China, Turkije, Zimbabwe en andere landen waar geen vrijheid van meningsuiting bestaat, misschien niet qua ernst van de ingrepen maar toch wel qua willekeur en beperking.

Als reageerders en discussieerders zijn lezers dus volkomen rechteloos. Hierboven beschreef ik al waarom niemand deze onaanvaardbare situatie openlijk veroordeelt. Zelfs rechters kijken wel uit om de feodale redactionele vrijheid aan banden te leggen, ook niet als die wordt misbruikt.

De reacties die wél door redacties op hun websites worden geplaatst, vormen dus geen getrouwe afspiegeling van ‘wat er leeft’ onder de burgers. Van een open en eerlijk publiek debat is daarom geen sprake.

Hans Wansink schreef op 21 januari jl in de Volkskrant onder de titel ‘Populisme is een blijvertje’ dat populistische bewegingen graag gebruik maken van de sociale media waar zij ‘zonder de tegenspraak van journalisten’ kunnen communiceren met hun aanhangers. ‘Zonder hun censuur, zult u bedoelen,’ heb ik hem geschreven.

Volgens Wansink komt het populistische gebruik van de sociale media de kwaliteit van het publieke debat niet ten goede. Dat is een gotspe. Wélk publiek debat? Op welke openbaar – voor iedereen toegankelijk – forum vindt die traditionele uitwisseling van argumenten plaats? En over welke kwaliteit heeft hij het?

Door het internet en de sociale media is populisme het nieuwe ‘normaal’ geworden. Nu zij een structureel onderdeel van het democratische proces zijn geworden, is er alle reden om een einde te maken aan de willekeur en de rechteloosheid daarvan.

Met vriendelijke groet,

Robert van Waning (New Orleans, 1942),
Amstelveen.

www.donqui.nl
www.contrails.nl

========================

Van: Robert van Waning
Verzonden: woensdag 25 januari 2017 15:00
Aan: nrc@nrc.nl; e.cukier@nrc.nl; lezerschrijft@nrc.nl
Onderwerp: Aan Eva Cukier (NL: Anderhalf jaar verbanning vanwege een kritische reactie op een column.)

Geachte Eva Cukier,

In uw artikel ‘320 Uur taakstraf om een tweet’ (NRC, 24/1 jl) schreef u dat het in Rusland steeds gevaarlijker is om digitaal kritiek te uiten op Poetin. ‘Zelfs kritische berichten liken of retweeten kan een forse taakstraf opleveren,’ schreef u.

Dat is inderdaad heel erg, maar waarom zoekt u het zo ver als het gaat om onderdrukking van vrije meningsuitingen? In Nederland gebeurt dat ook regelmatig, zij het niet door de staat maar door redacties van journalistieke media. Hun praktijk om kritische reacties van lezers willekeurig te weigeren en te verwijderen wordt gesanctioneerd door de Raad voor de Journalistiek. Als ‘redactionele vrijheid’ heeft het zelfs de status van een recht dat door niemand wordt betwist. Want wie zou dat kunnen en durven te doen? Burgers kúnnen dat niet, want hun bezwaar wordt domweg niet afgedrukt, geplaatst of uitgezonden. Politici en bestuurders mógen geen bezwaar maken tegen misbruik van redactionele vrijheid, want dan is het land te klein en de democratie acuut in gevaar: ‘Persvrijheid!’ Journalisten hebben hun eigen redenen om deze zwakke plek in ons democratie niet te benoemen: Ten eerste uit angst voor hun baan, ten tweede uit collegialiteit en ten derde omdat zij schrijvende en opiniërende burgers zijn gaan beschouwen als hun concurrenten die vooral niet moeten denken dat zij ook maar enigszins gelijke rechten hebben als journalisten.

In 2008 heb ik een klacht ingediend bij de Raad voor de Journalistiek over een onterechte verwijdering van een reactie van mij in de daarvoor bedoelde ruimte van de Volkskrant op de website van de krant op het internet. De Raad oordeelde op 11-08-2008 (RvdJ 2008/38) als volgt:

“De klacht heeft betrekking op het zonder waarschuwing verwijderen van de reactie van klager van de op de website van verweerder geboden ruimte voor redactioneel commentaar. [..] De Raad stelt voorop dat de redactie verantwoordelijk is voor de inhoud van ingezonden brieven en van reacties die worden geplaatst op de website van het betrokken medium. Het verdient daarbij de voorkeur dat de redactie de voorwaarden voor de selectie en plaatsing van reacties publiceert. Het staat de redactie echter vrij om ingezonden brieven en andere reacties niet te plaatsen, tenzij plaatsing is geboden vanwege bijzondere omstandigheden. [..]  Zowel het artikel als klagers commentaar daarop zijn gepubliceerd op de website van verweerder. Net zoals het geval is bij de papieren krant is de redactie te allen tijde verantwoordelijk voor en aanspreekbaar op de inhoud van dit digitale publiciteitsmedium.  Van een publiek domein, waar verweerder geen spelregels voor zou kunnen opstellen, is naar het oordeel van de Raad geen sprake. [..] Zoals het de redactie vrij staat een ingezonden brief niet te plaatsen in haar papieren krant, kan zij tevens een op de website verschenen lezersreactie verwijderen. [..]”

Volstrekte willekeur, dus, en volmaakte rechteloosheid voor de lezers (gewone burgers). Toch is er geen haan die hiernaar kraait. Het is geen issue, zelfs niet in het zogenaamde ‘publieke debat’, want dat is niet publiek en ook geen echt debat.

Er wordt veel gesproken en geschreven over dat publieke debat, maar wat is dat en waar vindt dat plaats? Men mag aannemen dat dit gebeurt in een publiek domein, dat zo’n domein voor iedereen toegankelijk is en dat daar – zeker in een democratische rechtsstaat – de Grondwet, gewone wetten, het recht, algemeen aanvaarde fatsoensregels en gemaakte afspraken gelden. Daar zou geen plaats moeten zijn voor willekeur en onrecht.

Van een debat is alleen sprake als er naar elkaars argumenten wordt geluisterd. Sociale media vallen dan al grotendeels af. Daar wordt immers – bij gebrek aan goede en betrouwbare gespreksleiding – vooral veel en hard geschreeuwd en gescholden en dus nauwelijks naar elkaar geluisterd. Ook op andere plaatsen die bedoeld zijn voor openbare discussies over politiek en maatschappij, wordt niet of nauwelijks naar anderen geluisterd.

Waar vindt het publieke debat (if any) dan wél plaats?

De rubrieken met ingezonden brieven in de papieren versies van kwaliteitskranten voldoen daarvoor ook al niet aan de eisen. Ten eerste omdat daarvoor de ruimte te beperkt is, ten tweede omdat men er niet direct kan reageren, en ten derde omdat die rubrieken worden gerekend tot het ‘journalistieke product’ van de redacties en die daarom het recht voorbehouden om naar believen ingezonden brieven te weigeren, te redigeren en in te korten.

Geen van die bezwaren geldt voor de reactie- en discussieruimten op de websites van journalistieke media: Die zijn voor iedereen toegankelijk, er is volop ruimte, er kan direct worden gereageerd, reacties en discussiebijdragen worden alleen door de redactie geweigerd of verwijderd als zij in strijd zijn met de wet of met daarop gebaseerde gebruiksvoorwaarden en de redactie mag ook niet zomaar de inhoud ervan wijzigen zoals dat wel gebeurt bij ingezonden brieven (zelfs om de angel eruit te halen). Die internetfora lijken dus in alle opzichten ideale plaatsen waar burgers in alle vrijheid hun meningen kunnen en mogen uiten over politieke en maatschappelijke kwesties en waar zij met elkaar kunnen discussiëren. Dat lijkt wel een echt publiek debat..

Mooi niet.

De eerste tegenvaller is dat auteurs van opiniestukken in de kwaliteitskranten en -bladen zelden meedoen aan de discussies die daarover ontstaan. Het serieus nemen van lezers is een vorm van populisme waarvan de ‘inbraakgevoelige’ opinie-elite niet kan worden beschuldigd. Ernstiger is het feit dat redacties dankbaar misbruik maken van hun redactionele vrijheid om kritische reacties te weigeren of te verwijderen, louter op basis van welgevalligheid. Al te kritische lezers worden zelfs door redacties verbannen zonder dat zij iemand hadden beledigd, gestalkt of enige andere regel van wet, fatsoen of gebruiksvoorwaarden hadden geschonden. Dat mogen zij zomaar: Kijk maar naar wat de Raad voor de Journalistiek daarover heeft geoordeeld. Willekeur regeert zodoende op de discussiefora. Redacties plegen dit onrecht overigens niet zelf. Zij hebben het modereren van de reactie- en discussieruimten op hun websites namelijk uitbesteed aan anonieme medewerkers van commerciële bedrijven.

Dit komt toch in de buurt van wat er gebeurt in Rusland, China, Turkije, Zimbabwe en andere landen waar geen vrijheid van meningsuiting bestaat, misschien niet qua ernst van de ingrepen maar toch wel qua willekeur en beperking.

Als reageerders en discussieerders zijn lezers dus volkomen rechteloos. Hierboven beschreef ik al waarom niemand deze onaanvaardbare situatie openlijk veroordeelt. Zelfs rechters kijken wel uit om de feodale redactionele vrijheid aan banden te leggen, ook niet als die wordt misbruikt.

De reacties die wél door redacties op hun websites worden geplaatst, vormen dus geen getrouwe afspiegeling van ‘wat er leeft’ onder de burgers. Van een open en eerlijk publiek debat is daarom geen sprake.

Hans Wansink schreef op 21 januari jl in de Volkskrant onder de titel ‘Populisme is een blijvertje’ dat populistische bewegingen graag gebruik maken van de sociale media waar zij ‘zonder de tegenspraak van journalisten’ kunnen communiceren met hun aanhangers. ‘Zonder hun censuur, zult u bedoelen,’ heb ik hem geschreven.

Volgens Wansink komt het populistische gebruik van de sociale media de kwaliteit van het publieke debat niet ten goede. Dat is een gotspe. Wélk publiek debat? Op welke openbaar – voor iedereen toegankelijk – forum vindt die traditionele uitwisseling van argumenten plaats? En over welke kwaliteit heeft hij het?

Ik ben zelf ooit gedurende anderhalf jaar(!) door de opinieredactie van de Volkskrant verbannen vanwege een kritische (maar hoogst fatsoenlijke) reactie op een column (nota bene!).

Door het internet en de sociale media is populisme het nieuwe ‘normaal’ geworden. Nu zij een structureel onderdeel van het democratische proces zijn geworden, is er alle reden om een einde te maken aan de willekeur en de rechteloosheid daarvan.

Met vriendelijke groet,

Robert van Waning (New Orleans, 1942),
Amstelveen.

+++++++++++++++++++++++

Van: Robert van Waning
Verzonden: zondag 22 januari 2017 16:54
Aan: h.wansink@volkskrant.nl; ‘Red Vkr Alg Redactie’ <redactie@volkskrant.nl>
Onderwerp: Aan Hans Wansink (Red: Populisme is misschien een blijvertje, maar ‘publiek debat’ blijft een fictie.)

Geachte heer Wansink,

In uw artikel ‘Populisme is een blijvertje’ (VK, 21/1 jl) schreef u dat in 2004 dacht (en schreef) dat het populisme in de politiek wel weer over zou gaan. Als verdediging voert u aan dat u destijds niet de enige was die er zo naast zat. Was er toen niemand die u tegensprak? Of alleen van mensen naar wie u niet hoeft te luisteren?

Kreeg u destijds reacties van lezers die het niet met u eens waren? En hoe u op hen heeft gereageerd? Zelf heb ik daar namelijk weinig inspirerende ervaringen mee. Als je überhaupt antwoord krijgt, dan is dat meestal een dooddoener in de trant van ‘U ziet het verkeerd’. De opinie-elite gaat niet graag in discussie met lezers (‘gewone burgers’), ook al zitten daar veel verstandige en vak- en ervaringsdeskundige mensen bij.

Iedereen heeft het over het publiek debat, zonder te weten waar en hoe dat plaatsvindt. Kan er überhaupt wel sprake zijn van een debat? In de sociale media in ieder geval niet, want daar wordt nauwelijks naar elkaar geluisterd. Dat is erger dan dat er – bij gebrek aan goede en betrouwbare gespreksleiding – zo veel en hard wordt geschreeuwd en gescholden.

Ook op andere plaatsen die bedoeld zijn voor openbare discussies over politiek en maatschappij, wordt niet of nauwelijks naar anderen geluisterd. Neem bij voorbeeld de rubrieken met ingezonden en de reactie- en discussieruimten op de websites van kwaliteitsmedia. De auteurs van opiniestukken doen zelden mee aan de discussies daarover. Het serieus nemen van lezers is een vorm van populisme waarvoor de ‘inbraakgevoelige’ opinie-elite kennelijk huiverig is.

Ik heb geprobeerd om redacties en de Raad voor de Journalistiek ervan te overtuigen dat de internetfora van journalistieke media in feite openbare ruimtes voor publiek debat zijn. Het fundamentele, grondwettelijke en ‘onvervreemdbare’ recht op vrije meningsuiting zou daar onverkort moeten gelden. Ik heb die strijd voorlopig verloren, maar ik houd vol.

Redacties mogen nog steeds reacties en discussiebijdragen louter vanwege onwelgevalligheid weigeren en en verwijderen. Al te kritische lezers worden zelfs door hen worden verbannen zonder dat zij iemand hadden beledigd, gestalkt of enige andere regel van wet, fatsoen of gebruiksvoorwaarden hadden geschonden. En dat mag zomaar! Dit onrecht gebeurt door anonieme medewerkers van commerciële bedrijven waaraan de kranten de moderatie van hun websites hebben uitbesteed. Willekeur regeert op de discussiefora. Als reageerders en discussieerders zijn lezers volkomen rechteloos. Geen enkele rechter durft namelijk de feodale redactionele vrijheid aan banden te leggen, ook niet als die wordt misbruikt.

De reacties die wél door redacties op hun websites worden geplaatst, vormen dus geen getrouwe afspiegeling van ‘wat er leeft’ onder de burgers. Van een open en eerlijk publiek debat is daarom geen sprake.

Het is daarom niet zo verwonderlijk dat – zoals u schreef – populistische bewegingen graag gebruik maken van ‘de sociale media waar zij zonder de tegenspraak van journalisten kunnen communiceren met hun aanhangers’. Zonder censuur, zult u bedoelen.

Volgens u komt het populistische gebruik van de sociale media de kwaliteit van het publieke debat niet ten goede. Dat mag een gotspe heten. Wélk publiek debat? Op welke openbaar – voor iedereen toegankelijk – forum vindt die traditionele uitwisseling van argumenten plaats? En over welke kwaliteit heeft u het?

Ik ben zelf ooit gedurende anderhalf jaar(!) door de opinieredactie van de Volkskrant verbannen vanwege een fatsoenlijke kritische reactie op een column (nota bene!). Noemt u dat een voorbeeld van een debat die met een zekere mate van hoffelijkheid werd gevoerd?

Het populisme is een blijvertje dankzij het internet en de sociale media. Nu die een structureel onderdeel van het democratische proces zijn geworden, is er alle reden om een einde te maken aan de willekeur en de rechteloosheid daarvan.

Met vriendelijke groet,

Robert van Waning (New Orleans, 1942),
Amstelveen.
http://www.donqui.nl
http://www.contrails.nl

+++++++++++++++++++++++

Van: Robert van Waning
Verzonden: dinsdag 10 januari 2017 16:16
Aan: j.groen@volkskrant.nl
CC: ‘VK Ombudsvrouw’ <ombudsvrouw@volkskrant.nl>; ‘Philippe Remarque’
Onderwerp: “In dit land moet ik mijn mening toch vrij kunnen uiten.” Niet, dus.

Geachte mevrouw Groen,

“In dit land moet ik mijn mening toch vrij kunnen uiten,” zegt Celal Altuntas in uw artikel ‘Schrijver Altuntas krijgt scheldkanonnades én steun’ (VK 9/1 jl)

Niet, dus.

Vrijheid van meningsuiting is een fictie die in stand wordt gehouden door degenen die die ‘onvervreemdbare vrijheid’ als enigen willekeurig kunnen beknotten, namelijk journalisten en redacties van media.

U kunt niet aannemelijk maken dat er vrijheid van meningsuiting bestaat (omdat dat niet waar is) en ik kan niet aantonen dat de Volkskrant en andere media die vrijheid onderdrukken (omdat die meningsuiting niet wordt geplaatst).

“De Volkskrant is nieuwsgierig, schrijft over alle politici en wil een podium zijn voor botsende opvattingen. Omdat wij denken dat u daar het meest aan heeft om uw eigen mening te vormen,” schreef VK’s hoofdredacteur Philippe Remarque in zijn wekelijks rubriek ‘De Hoofdredacteur’ van 7/1 jl.

Ook dat is niet waar, maar wie kan de hoofdredacteur tegenspreken als dat niet wordt geplaatst door de opinieredacteur?

Ik heb meermalen ervaren dat mijn kritische (maar ter zake doende en in alle opzichten fatsoenlijke) meningen niet werden afgedrukt omdat zij een dienstdoende redacteur of moderator niet welgevallig waren. Ik ben zelfs gedurende anderhalf jaar(!) verbannen geweest door de opinieredactie van de Volkskrant, niet omdat ik enige regel van wet, fatsoen of gebruiksvoorwaarden had geschonden, maar omdat mijn opvattingen botsten met die van een columnist van de Volkskrant.

Iedere journalist en columnist is ervan op de hoogte dat dit soort dingen gebeuren, maar niemand wil of durft erover te schrijven. Toch zou er bij rechtgeaarde journalisten iets moeten gaan knagen omdat het belangrijkste grondrecht van burgers structureel wordt geschonden en omdat het publieke debat door anonieme redacteuren en moderatoren wordt gemanipuleerd.

“De neiging om andersdenkenden te verbannen begrijp ik niet,” schreef Philippe Remarque op 4/4/2015 in zijn onweersproken rubriek. Een gotspe van klasse.

U en andere journalisten kunnen dit wel blijven negeren en doen alsof er niets aan de hand is, maar ooit komt de waarheid boven tafel, met naam en toenaam.

Met vriendelijke groet,

Robert van Waning,
Amstelveen

Verbannen door de Volkskrant vanwege meningsuiting.
https://robertvanwaning.com/2015/11/23/vrijheid-van-meningsuiting-voor-reageerders-correspondentie/

Het VK Weblog werd verdonkeremaand: Te kritisch?
https://robertvanwaning.com/2016/01/09/vrijheid-van-meningsuiting-voor-reageerders-vk-weblog-werd-verdonkeremaand/

Persvrijheid wordt misbruikt om meningsuitingen van burgers te onderdrukken.
https://robertvanwaning.com/2014/06/25/persvrijheid-wordt-misbruikt-om-meningsuitingen-van-burgers-te-onderdrukken/

#####################

Van: Robert van Waning
Verzonden: maandag 4 mei 2015 11:05
Aan: ‘Philippe Remarque’ <p.remarque@volkskrant.nl> CC: j.groen@volkskrant.nl; ‘VK Opinie’ <opinie@volkskrant.nl>
Onderwerp: RE: “De neiging om andersdenkenden te verbannen begrijp ik niet.” (P. Remarque.) Een gotspe.

Beste Philippe, geachte Janny Groen,

Als het om de cartoons van Kurt Westergaard gaat, is tien jaar kennelijk niet te lang om mensen eraan te herinneren dat zijn vrijheid van meningsuiting werd beperkt door mensen die zich door zijn uitingen gekwetst voelden.

Janny Groen schreef er vandaag zelfs drie artikelen over in de Volkskrant. Zoals gewoonlijk druipt de hypocrisie ervan af. Zelf gaat zij immers ook niet in discussie met een kritische lezer die op goede gronden kritiek uit op discriminatoire (en zelfs racistische) elementen in de Joodse en Israëlische religie, cultuur, journalistiek en politiek. Paul Brill mag in de Volkskrant jarenlang een oorlogshetze tegen Iran voeren, zonder dat hij de openlijke tegenspraak krijgt die bij met zijn pro-Israëlische agitprop verdient.

Mijn opvattingen en meningsuitingen zijn niet verdacht of verwerpelijk. Integendeel, zelfs, want zij zijn gebaseerd op universele waarden en normen die zijn vastgelegd in internationale verklaringen en verdragen en in veel grondwetten (zoals de Nederlandse, maar niet de Israëlische).

Jij vindt dat ik destijds terecht gedurende anderhalf jaar(!) door de Volkskrant verbannen ben. Dit baseer jij niet op hetgeen ik had geschreven, maar op het feit dat ik herhaaldelijk in conflict ben gekomen met redacties die mijn meningsuitingen weigerden. Dat mijn reacties on-topic, inhoudelijk, gefundeerd, beredeneerd, raak en fatsoenlijk waren en daarom niet in strijd met regels van wet, fatsoen of gebruiksvoorwaarden waren, doet kennelijk niet ter zake.

De Raad voor de Journalistiek was ook van oordeel dat het weigeren en verwijderen van onwelgevallige meningsuitingen behoort tot de redactionele vrijheid van een krant. Iemand zou zich hierin eens moeten verdiepen, want het klopt natuurlijk van geen kanten. Maar welke krant zal een kritisch artikel hierover afdrukken? De jouwe in ieder geval niet.

Een lezer dient zich dus te onderwerpen aan de willekeur van een (anonieme) redacteur of moderator. Hij/zij kan en mag geen aanspraak maken op zijn belangrijkste mensen- en burgerrecht. Na zes jaar mag hij niet meer zeuren over een onterechte uitsluiting van het discussieplatform waarop hij al lange tijd actief was geweest.

Door het ‘bei Nacht und Nebel’ verdonkeremanen van het VK Weblog en alle blogs en commentaren is het vrijwel onmogelijk geworden om kritiek te uiten op meningsuitingen van de Volkskrant. Citeren uit de Volkskrant is vrijwel onmogelijk omdat kopiëren van teksten niet mogelijk is. Reageren op artikelen en columns is vaak niet mogelijk en kritische reacties worden domweg niet geplaatst.

Het democratische speelveld ligt niet gelijk.

Denk daar toch maar eens wat meer over na.

Vriendelijke groet,

Robert van Waning,
Amstelveen.

@@@@@@@@@@@@@@@@

Van: Philippe Remarque [mailto:p.remarque@volkskrant.nl]
Verzonden: zaterdag 4 april 2015 15:11
Aan: Robert van Waning
CC: VK Ombudsvrouw
Onderwerp: Re: “De neiging om andersdenkenden te verbannen begrijp ik niet.” (P. Remarque.) Een gotspe.

Ha Robert,

Je leeft wel erg lang op die anderhalf jaar blokkade van destijds. Je lijkt ons nu zelfs kwalijk te nemen dat we hem hebben opgeheven. Elders heb je ook zo je conflicten. Zou dat misschien ook wel eens verband kunnen houden met jouw manier van discussieren ? Of hebben alle media het gedaan en heeft van Waning altijd gelijk?  bv met zijn bespottelijke bewering over onze beweegredenen om het VK blog op te heffen? Zou fijn zijn als je daar eens met een open geest over nadacht.

Groet, Philippe

**************************

Op 4 apr. 2015 om 14:37 heeft Robert van Waning <robertvanwaning@outlook.com> het volgende geschreven:

Beste Philippe,

In de Volkskrant van vanochtend (4/4/2015) las ik dat jij tegenspraak toejuicht en dat je graag scherpe opinie brengt in de krant die de gemoederen beroert.

‘Adding insult to injury’ schrijf je dat jij de neiging om andersdenken te willen verbannen niet begrijpt:

“Ik vind een open debat bij uitstek passen bij de Volkskrant, een krant voor mensen met een vrije geest. [..] Argumenten zijn immers welkom en een journalist praat met iedereen.”

Vroeger had ik je graag geloofd. Sinds jij echter hebt toegestaan dat ik gedurende anderhalf jaar(!) zonder opgave van deugdelijke motivatie verbannen ben geweest vanwege een correcte en terechte reactie*) op een column van Paul Brill, weet ik helaas wel beter. Mijn verbanning werd even plotseling en even willekeurig beëindigd als zij werd opgelegd.

Dat is de werkelijkheid achter jouw mooie woorden.

Sindsdien heb ik nauwelijks meer reacties op opiniestukken in de VK gereageerd. Jullie hebben de moderatie daarvan namelijk uitbesteed aan een extern bedrijf dat zich niet hoeft te houden aan journalistieke spelregels en dat zich ook niet hoeft te verantwoorden voor willekeur en misbruik.

Ik doe nog altijd graag mee aan discussies op openbare fora voor publieke debat op websites van media. Daarbij ervaar ik een grote mate van onvrijheid bij het uiten van meningen die redacties niet welgevallig zijn. Om die reden werd ik nu precies één jaar geleden door Dichtbij/Amstelland. Vraag me niet waarom, want dat weet ik nog steeds niet. Op http://www.amstelveenkanbeter.nl kan je lezen dat die permanente verbanning mij was opgelegd omdat ik bezwaar had gemaakt tegen een m.i. onterechte schorsing van 1 week.. Zo gaan die dingen in onze democratische rechtsstaat: De willekeur regeert in medialand.

Het VK Weblog werd opgeheven om tegenspraak praktisch onmogelijk te maken. Blogs, reacties en discussiebijdragen (die note bene niet jullie eigendom waren) werden verkwanseld aan een commercieel bedrijf en zijn sindsdien niet meer opvraagbaar. Verdonkeremaand, dus.

Met vriendelijke groet,

Robert van Waning,
Amstelveen.
http://www.donqui.nl

*)
Robert van Waning schreef op 27-11-2009

“Knap hè, hoe Paul Brill met zijn verwijzing naar ‘het Midden-Oosten’ het noemen van Israël als ‘hot issue’ zorgvuldig vermijdt. Hij laat echter geen gelegenheid onbenut om Iran in een kwaad daglicht te stellen. Ook hier niet, dus. Iran moet natuurlijk goed in de gaten worden gehouden, maar Israël is en blijft nog altijd ‘the hottest issue of them all’ met zijn systematische schendingen van het internationale recht (waaronder kernwapenverdragen).”

Van: Robert van Waning [mailto:robertvanwaning@outlook.com]
Verzonden: maandag 21 maart 2016 12:41
Aan: j.groen@volkskrant.nl; ‘Red Vkr Alg Redactie’ <redactie@volkskrant.nl>
Onderwerp: Aan Janny Groen (Voorzienbaarheid van strafbaarheid: svp ook mbt meningsuitingen in reactieruimten.)

(Niet voor publicatie. Gaarne doorsturen naar Janny Groen.)

Geachte mevrouw Groen,

De Raad voor de Rechtspraak wil graag dat dat voor de burger voorzienbaar is welke gedragingen strafbaar zijn. (‘Verbod verheerlijken terrorisme juridisch niet houdbaar’, VK, 20/3 jl.
Ik probeer dat nu al enige jaren tevergeefs te bereiken met betrekking tot meningsuitingen in de reactieruimten op de website van de Volkskrant. Daar kan men namelijk zomaar geconfronteerd worden met weigering of verwijdering van zijn reacties en zelfs met verbanning voor onbepaalde tijd, zonder dat men zich ervan bewust was enige regel van wet, fatsoen of gebruiksvoorwaarden te hebben geschonden. Deze sancties worden toegepast zonder deugdelijke motivatie, zonder mogelijkheid van verweer en zonder opgave van de strafduur. Democratie en rechtsstaat zijn dan ver te zoeken.

In de Volkskrant wordt regelmatig met (terechte) verontwaardiging geschreven over censuur elders (bij voorbeeld in de Oekraïne, zie ‘Zwart Rusland’, VK 19/3 jl), maar als het gaat om het recht van vrije meningsuiting, dan verdient onderdrukking daarvan in ons eigen land ook aandacht. Hier gebeurt het niet door de overheid, maar door redacties van kwaliteitskranten, inclusief de uwe.

Redacties maken namelijk graag gebruik van de onbeschaafdheid van scheldende, beledigende en dreigende reaguurders om onwelgevallige (maar beschaafde) reacties te kunnen weigeren of te verwijderen. Dit gaat dus verder dan het moeten schrappen van passages waarin machthebbers worden bekritiseerd. Een al te kritische reageerder kan in Nederland zelfs zonder opgave van reden en zonder mogelijkheid van verweer voor onbepaalde tijd worden verbannen. Dit betekent uitsluiting van deelname aan het publieke debat op het forum van zijn keuze. Om dat recht en die vrijheid te behouden, zou menig reageerder maar al te graag bepaalde passages weg willen laten.

Als u denkt dat die reageerder het daar dan wel naar zal hebben gemaakt, dat redacties zich houden aan strenge journalistieke maatstaven en dat zij heus niet zomaar iemand uitsluiten van deelname aan het politieke debat, dan bent u – vrees ik – een deel van het probleem dat ik graag aan de orde gesteld zou willen zien.

De commerciële bedrijven waaraan media het ‘modereren’ van reacties hebben uitbesteed, hoeven zich niet te houden aan journalistieke maatstaven en regels, noch aan de gebruiksvoorwaarden van het forum en dus ook niet aan de (grond)wettelijke regels waarnaar die vaak verwijzen. Zij hoeven ook geen verantwoording af te leggen voor hun beslissingen. Redactionele vrijheid gaat boven de vrijheid van meningsuiting van burgers. (RvdJ 2008/38.) Zodoende heerst willekeur over het ‘publieke debat’.

Ik ben zelf gedurende anderhalf jaar verbannen geweest uit het reactie- en discussieforum van VK Opinie op de website van de Volkskrant. Toen ik daartegen bezwaar maakte, werden in de daarop volgende correspondentie met ombudsman, hoofdredacteur, adjunct-hoofdredacteur en chef opiniepagina verschillende redenen genoemd waarom mijn verbanning terecht was geweest: Mijn reactie was een persoonlijke aanval op Paul Brill (nonsens), de toon was onvriendelijk (nou èn?), de inhoud was off-topic (aantoonbaar onjuist), ik had de opiniechef boos gemaakt (inderdaad), etc. Hoewel geen enkele van de genoemde redenen gebaseerd was op schending van de gebruiksvoorwaarden of van de wet, werd mijn verbanning toch niet ongedaan gemaakt. Gedurende anderhalf jaar heb ik zodoende niet kunnen deelnemen aan de publieke discussies op het openbare forum van mijn keuze. Pas na anderhalf jaar streek VK’s opiniechef Henk Müller over zijn hart en hief mijn verbanning op, even spontaan als hij die had opgelegd. Dat mag willekeur heten.

Opiniechef Henk Müller schreef mij in een e-mail van 9 september 2009 dat de redactie ‘volgens de regels’ geen waarschuwing hoeft te geven, geen reden voor een verwijdering hoeft te geven en verwijderde teksten ook niet hoeft terug te sturen. (Van zo’n reactie wordt meestal niet eerst een afschrift gemaakt, zodat de tekst definitief weg is.) Müller vond dat niet onfatsoenlijk of oneerlijk en hij vond dat ik de zaken op zijn kop zette.

Ook hoofdredacteur Philippe Remarque, van wie ik sindsdien excuses probeer los te krijgen, vindt dat ik niet moet zeuren. Hij schrijft: “Volgens mij zijn er erger zaken in het leven dan tien jaar geleden even uitgesloten te zijn geweest van een of ander internetforum.” Anderhalf jaar verbanning is volgens hem dus maar ‘even’.. Hij zou anders piepen als hem of één van zijn journalisten dit was overkomen.

Het lijkt een oud geval, maar het is nog steeds actueel, want dagelijkse praktijk.

Het vervelende is dat niemand deze misstand aan de kaak kan, mag, durft of wil stellen: Burgers kúnnen het niet (hun protest wordt domweg niet geplaatst), politici mógen het niet (‘aantasting van de persvrijheid’) en journalisten wíllen of dúrven het niet, uit loyaliteit of uit angst voor collegiale of hoofdredactionele represailles.

In verband met het bovenstaande heb ik een paar vragen aan u:

1. Is het reactie- en discussieforum op de website van de Volkskrant een openbaar forum voor publiek debat? (1. VK Ombudsman Thom Meens vond van wel.)
2. Zo niet, wat is het dan wel?
3. Zo ja, is het onvervreemdbare, fundamentele en grondwettelijk gegarandeerde burgerlijke recht van vrije meningsuiting daar dan van kracht (behoudens etc.)?
4. Moeten moderatoren en redacteuren zich houden aan de gebruiksvoorwaarden van het forum en aan de wettelijke regels waarnaar die verwijzen?
5. Zo niet, hoe kunnen reageerders dan van tevoren weten welke meningsuitingen strafbaar zijn?

Met vriendelijke groet,

Robert van Waning,
Amstelveen.
Op 22 dec. 2015 om 20:34 schreef Robert van Waning het volgende aan Philippe Remarque:

Beste Philippe,

“Ze gaan niet meer met ons en an­de­re men­sen­rech­ten­or­ga­ni­sa­ties in dis­cus­sie, ze pro­be­ren ons zo te de­le­gi­ti­mi­se­ren dat we bui­ten de dis­cus­sie wor­den ge­plaatst.”

Bij het lezen van deze passage moest ik denken aan de onterechte en willekeurige verbanning die jouw krant mij had opgelegd nadat ik gefundeerde en beredeneerde kritiek had geuit op wat een pro-Israëlische columnist (ik schreef bijna  ‘kolonist’)  in het kader van zijn anti-Iran hetze had geschreven.

Daarna heb ik gedurende anderhalf jaar niet kunnen deelnemen aan het publieke debat op het forum van mijn keuze. Je beseft niet wat dat betekent voor een betrokken burger.

Ik wacht nog steeds op excuses voor die redactionele dwaling.

Met vriendelijke groet,
Robert van Waning,
Amstelveen.

NRC 22-12-2015.
Landverraders, dat zijn linkse mensen volgens veel Israëliërs

“Heeft u al ge­hoord van die Ne­der­land­se ‘in­fil­trant’ in Is­ra­ël? Zijn naam is Yis­hai Me­nu­hin, een Is­ra­ë­li­ër die werkt voor de men­sen­rech­ten­or­ga­ni­sa­tie Pu­blic Com­mit­tee Against Tor­tu­re in Is­rael. Met Ne­der­lands geld ‘be­schermt’ hij ‘ter­ro­ris­ten’ te­gen on­der­vra­ging door de in­lich­tin­gen­dienst Shin Bet. Daar­om moet zijn or­ga­ni­sa­tie wor­den be­stem­peld als il­le­gaal.
Dit stelt de ul­tra­na­ti­o­na­lis­ti­sche or­ga­ni­sa­tie Im Tirt­zu, in een film­pje dat vo­ri­ge week vi­raal ging in Is­ra­ël. Be­hal­ve Me­nu­hin wer­den ook drie an­de­re lei­ders van men­sen­rech­ten­or­ga­ni­sa­ties er­van be­schul­digd dat ze ‘ter­ro­ris­ten’ bij­staan in naam van een bui­ten­land­se over­heid.
Het film­pje is de apo­the­o­se van een strijd die al lan­ger gaan­de is: het zwart ma­ken van link­se men­sen­rech­ten­or­ga­ni­sa­ties. En dit ge­beurt niet al­leen door Im Tirt­zu, een or­ga­ni­sa­tie die be­kend­staat om haar aan­val­len op link­se ngo’s; ook het Is­ra­ë­li­sche ka­bi­net doet er­aan mee.
In no­vem­ber kwam mi­nis­ter van Jus­ti­tie Ay­e­let Shak­ed met een ini­ti­a­tief­wet die me­de­wer­kers van ngo’s zou ver­plich­ten naam­kaart­jes te dra­gen met erop de be­dra­gen die ze ont­van­gen van bui­ten­land­se over­he­den. De wet is ge­richt te­gen link­se or­ga­ni­sa­ties. Recht­se be­we­gin­gen krij­gen net zo goed geld uit het bui­ten­land, maar over­we­gend uit pri­va­te bron – en daar­voor gel­den de voor­ge­stel­de re­gels niet.
Een van de voor­naams­te doel­wit­ten is Brea­king the Si­len­ce. Po­pu­lair was deze be­we­ging van oud-mi­li­tai­ren nooit; Is­ra­ë­li­ërs ho­ren niet graag dat hun le­ger, de meest ge­res­pec­teer­de or­ga­ni­sa­tie van het land, zou bij­dra­gen aan de on­der­druk­king van een an­der volk. En dat is pre­cies de bood­schap die Brea­king the Si­len­ce uit­draagt door mid­del van – veel­al ano­nie­me – ge­tui­ge­nis­sen van oud-mi­li­tai­ren.
Woord­voer­der Avi­hai Stol­lar van Brea­king the Si­len­ce wordt plat ge­beld. Eerst na­dat mi­nis­ter van De­fen­sie Mos­he Ya’a­lon de be­we­ging had be­schul­digd van “ma­li­ci­eu­ze mo­tie­ven”; toen na­dat pre­si­dent Reu­ven Ri­vlin kri­tiek had ge­kre­gen om­dat hij had deel­ge­no­men aan een con­fe­ren­tie waar ook Brea­king the Si­len­ce aan­we­zig was; ten slot­te na­dat mi­nis­ter van On­der­wijs Naf­ta­li Ben­nett de or­ga­ni­sa­tie had ver­ban­nen van alle scho­len.
Stol­lar vindt het geen en­kel pro­bleem met zijn recht­se land­ge­no­ten in dis­cus­sie te gaan, zegt hij. „Ons doel is juist het land te over­tui­gen. En wat onze ma­li­ci­eu­ze mo­tie­ven be­treft: nog nooit is een door ons ge­pu­bli­ceer­de ge­tui­ge­nis on­waar ge­ble­ken.” Er is iets an­ders aan de hand, denkt de oud-mi­li­tair, iets ge­vaar­lij­kers. „Ze gaan niet meer met ons en an­de­re men­sen­rech­ten­or­ga­ni­sa­ties in dis­cus­sie, ze pro­be­ren ons zo te de­le­gi­ti­mi­se­ren dat we bui­ten de dis­cus­sie wor­den ge­plaatst.”
An­der voor­beeld van dit “an­ti-de­mo­cra­tische” pro­ce­dé, zegt Stol­lar, is de op­roep van Knes­set­lid Moti Yo­gev om een bull­do­zer op het Hoog­ge­rechts­hof af te stu­ren. Re­den: de hoog­ste rech­ter had be­paald dat twee hui­zen in de il­le­ga­le ne­der­zet­ting Beit El ge­sloopt moesten wor­den. De hui­zen in kwes­tie wa­ren zelfs vol­gens de Is­ra­ë­li­sche wet il­le­gaal, om­dat ze wa­ren ge­bouwd op Pa­les­tijn­se pri­vé­grond.
In no­vem­ber moest Brea­king the Si­len­ce een bij­een­komst in een café in de stad Be’er She­va af­zeg­gen. Het te­le­foon­num­mer van de café-ei­ge­naar werd ge­pu­bli­ceerd door recht­se ac­ti­vis­ten, waar­na hij tal­lo­ze be­drei­gin­gen ont­ving. De au­to­ri­tei­ten vrees­den voor on­ge­re­geld­he­den als de le­zing zou door­gaan.
Links is uit de mo­de
Links is uit de mode in Is­ra­ël. Het is zes­tien jaar ge­le­den dat de cen­trum-link­se Ar­bei­ders­par­tij voor het laatst de ver­kie­zin­gen won. En dat ter­wijl de par­tij ge­du­ren­de de eer­ste drie de­cen­nia van de staat Is­ra­ël, van 1948 tot 1977, on­af­ge­bro­ken de groot­ste was. Link­se ide­a­len zijn on­los­ma­ke­lijk ver­bon­den met het zi­o­nis­me, de be­we­ging die sinds de ne­gen­tien­de eeuw ij­ver­de voor een Joods thuis­land. De eer­ste Jood­se ko­lo­nis­ten in Pa­les­ti­na leef­den en werk­ten vol­gens so­ci­a­lis­ti­sche prin­ci­pes in kib­boet­sen. Na de op­rich­ting van de staat wer­den deze ide­a­len voort­ge­zet. Is­ra­ël was een se­cu­lie­re staat met een plan­eco­no­mie en ega­li­tair on­der­wijs.
De laat­ste de­cen­nia heb­ben an­de­re krach­ten de over­hand. Het re­li­gi­eu­ze le­ven is op­ge­bloeid, de vrije markt is om­armd en recht­se po­li­ti­ci lei­den het land. Na de ver­kie­zin­gen in maart vorm­de pre­mier Ne­ta­nya­hu zijn vier­de ka­bi­net, be­staan­de uit con­ser­va­tie­ven, na­ti­o­na­lis­ten en ul­tra-or­tho­doxen. Link­se or­ga­ni­sa­ties, zo­als de vre­des­be­we­ging, de vak­bon­den en de kib­boet­sen, zijn ge­mar­gi­na­li­seerd.
Aan alle kan­ten staat links Is­ra­ël on­der druk. Me­dia zou­den te pro-Pa­les­tijns zijn. Rech­ters te soft. Ope­ra’s te eli­tair. Ou­ders eis­ten het ver­trek van een school­hoofd dat der­tien jaar ge­le­den een pe­ti­tie had on­der­te­kend die Is­ra­ë­li­sche mi­li­tai­ren op­riep niet te die­nen in be­zet ge­bied.
Links heeft in Is­ra­ël niet ge­heel de­zelf­de be­te­ke­nis als in Ne­der­land. So­ci­aal-eco­no­misch zijn par­tij­en als Me­retz en het Zi­o­nis­ti­sche Kamp links te noe­men. Maar met be­trek­king tot het Is­ra­ë­lisch-Pa­les­tijn­se con­flict is er maar één smaak: pro-Is­ra­ël, pro-le­ger. Een aan­han­ger van Me­retz ver­telt dat hij Eu­ro­pa an­ti­se­mi­tisch vindt. Reden: de EU heeft be­paald dat op pro­duc­ten uit il­le­ga­le ne­der­zet­tin­gen niet lan­ger ‘Ma­de in Is­rael’ mag staan.
Ge­brek aan loy­a­li­teit
Wie kri­tiek heeft op het mo­re­le ge­hal­te van het le­ger, wordt een ge­brek aan loy­a­li­teit ver­we­ten. Of vind je dat Pa­les­tijn­se aan­slag­ple­gers ge­dre­ven wor­den door frus­tra­tie over hun ge­brek­ki­ge toe­komst­per­spec­tief in plaats van door aan­ge­bo­ren an­ti­se­mi­tis­me? Dan ben je links. En link­se men­sen zijn land­ver­ra­ders, vol­gens een aan­zien­lijk deel van het land.
Neem film­maak­ster Rina Rosh (33), die voor haar nieu­we do­cu­men­tai­re ge­re­geld te vin­den is in Pa­les­tijns Oost-Je­ru­za­lem. In dat door Is­ra­ël be­zet­te deel van de stad zijn ge­noeg mo­ge­lij­ke on­der­wer­pen. Wat be­zielt bij­voor­beeld de Pa­les­tij­nen die de laat­ste tijd op Is­ra­ë­li­ërs in­ste­ken? Of de Is­ra­ë­li­sche ko­lo­nis­ten die zwaar be­vei­ligd in een Pa­les­tijn­se wijk gaan wo­nen?
Maar als Rosh over haar pro­ject praat, krijgt ze een an­de­re vraag. Wat doe je ei­gen­lijk in Oost-Je­ru­za­lem, tus­sen de Ara­bie­ren? Waar­om praat je met de vij­and?
Nu is Rosh toch al ver­dacht, in de ogen van veel land­ge­no­ten. Ze woont im­mers in het ‘god­de­lo­ze’ Tel Aviv, en werkt voor de ‘link­se’ me­dia. Die twee za­ken zijn al ge­noeg om au­to­ma­tisch als een land­ver­ra­der te wor­den be­stem­peld, zegt Rosh. „Als ik iets po­li­tieks op Fa­ce­book post, krijg ik eerst mil­de re­ac­ties van ken­nis­sen die me ver­tel­len dat ik niet echt be­grijp wat het be­te­kent om Joods te zijn. En daar­na krijg ik be­rich­ten van men­sen die me toe­wen­sen om ver­kracht te wor­den in Gaza.”
Ook Gi­de­on Levy is wel wat kri­tiek ge­wend; hij geldt als de meest ge­ha­te man van Is­ra­ël. Dit is hij ge­wor­den door week in, week uit de be­zet­te Weste­lij­ke Jordaan­oe­ver te be­zoe­ken en in een link­se krant ( Haar­et­z ) te be­schrij­ven wat daar ge­beurt. Bo­ven­dien be­toogt hij in elke co­lumn waar­om niet al­leen Pa­les­tij­nen, maar ook Is­ra­ë­li­ërs lij­den on­der de be­zet­ting.
Be­spuugd en uit­ge­schol­den
In de do­cu­men­tai­re Go­ing Against the Grain (2014) was al te zien hoe Levy van­we­ge zijn op­vat­tin­gen be­schimpt wordt door land­ge­no­ten. Op de be­ken­de Car­mel-markt in zijn woon­plaats Tel Aviv komt hij niet meer, zegt hij. „Dan word ik ge­spuugd en uit­ge­schol­den. Daar heb ik geen zin in. On­vei­lig is het niet, on­com­for­ta­bel wel.”
Tij­dens de Gaza-oor­log in 2014 huur­de zijn krant zelfs bo­dy­guards voor hem in. „In oor­logs­tijd wor­den Is­ra­ë­li­ërs al­tijd ex­treem na­ti­o­na­lis­tisch. Maar die bo­dy­guards wa­ren ko­lo­nis­ten, aan­han­gers van de ul­tra­recht­se Naf­ta­li Ben­nett. Ze be­scherm­den me wel, maar ble­ven met me in dis­cus­sie gaan over mijn stand­pun­ten, waar­voor ik juist be­scher­ming no­dig had. Dus heb ik de bo­dy­guards maar weg­ge­stuurd. Het was een beet­je gro­tesk.”
Dit jaar werd Levy op­ge­pakt bij een be­zoek aan de Weste­lij­ke Jordaan­oe­ver. „Er werd me niets ten las­te ge­legd. Maar ik zat wel ach­ten­half uur vast, vin­ger­af­druk­ken wer­den af­ge­no­men. Dit is wat er aan de hand is. Jour­na­lis­ten zijn de vij­and.”
Dit geldt ook voor men­sen­rech­ten­ac­ti­vis­ten. Eén van hen, Eli­za­beth Tsurk­ov, ziet een dui­de­lij­ke link tus­sen het film­pje van Im Tirt­zu en de ka­bi­nets­aan­val­len op Brea­king the Si­len­ce, zegt ze te­le­fo­nisch. „Je kunt Im Tirt­zu weg­zet­ten als ex­tre­mis­tisch, maar ze staan heel dicht bij de macht­heb­bers. Bij het ma­ken van het film­pje wa­ren twee men­sen be­trok­ken die in het ver­le­den voor mi­nis­ter Ben­nett heb­ben ge­werkt. Dat is wat het ge­vaar­lijk maakt: het is een ge­or­ke­streer­de cam­pag­ne te­gen alle on­wel­ge­val­li­ge me­nin­gen. Ze wil­len ons uit­scha­ke­len.””

@@@@@@@@@@@@@@@@@@@@@@@@

Zie ook

Verbannen door de Volkskrant vanwege meningsuiting

‘De Volkskrant mag lezersreacties verwijderen.’
(Commentaar de Volkskrant, 26 aug 2008)

‘Rechten en plichten op de site.’
(Column van Thom Meens, Ombudsman van de Volkskrant.)

‘De Volkskrant ‘verbergt’ kritische reacties (en verliest zo ons vertrouwen).’
(N.a.v. column VK Ombudsvrouw, ‘Heeft de krant ook een ‘zorgplicht’ op Facebook’, VK 14/1 jl) 

RvdJ: De Volkskrant mag ook rechtmatige reacties verwijderen. Deel 1: De Klacht.

RvdJ: De Volkskrant mag ook rechtmatige reacties verwijderen. Deel 2: Pleidooi.

Het VK Weblog werd verdonkeremaand: Te kritisch?

‘Mensenrechten, ook voor Volkskrantlezers?’

‘Mensenrechten, ook voor Zimbabwanen?’
(Commentaar de Volkskrant, 10 dec 2008.)

Persvrijheid wordt misbruikt om meningsuitingen van burgers te onderdrukken.

Auteur: robertvanwaning

"Mij gaat het vooral om de waardering van het vrije debat als vehikel van maatschappelijke vooruitgang." (Wouter Bos.) "Een krant die kritische meningen onderdrukt, heeft geen bestaansrecht." (Van Thillo.). Dit 'weblog' is voornamelijk een openbaar archief van mijn bijdragen aan het openbare publieke debat over lokale Amstelveense kwesties op Amstelveen.Blog van oud-journalist Johan Bos. De ervaring heeft mij namelijk geleerd dat reacties en bijdragen aan het publieke discussies op openbare (want voor iedereen toegankelijke) platforms willekeurig worden gecensureerd en zelfs volledig worden verwijderd als de inhoud de redacteur, de webbeheerder of dienstdoende (altijd anonieme) moderator onwelgevallig is, ook al was er geen enkele regel van wet, fatsoen of gebruiksvoorwaarden geschonden. Dit heb ik meegemaakt op Stand.nl, op het Weblog van de Volkskrant, (kijk ook hier en hier) op Amstelveen Dichtbij en ook op Amstelveen.blog (Zoek met naar #Censuur). Wie bezwaar maakt tegen dit soort ongrondwettelijke inbreuken op de vrijheid van meningsuiting, kan zonder opgave van reden, zonder mogelijkheid van verweer of bezwaar en zonder opgave van strafduur voor onbepaalde tijd worden verbannen uit het reactie- en discussieforum. Ik ben op die manier voor korte of langere tijd en zelfs permanent verbannen geweest uit alle bovengenoemde fora waaraan ik heb deelgenomen aan de publieke discussies, zonder dat ik ooit anderen persoonlijk heb beledigd, bedreigd, belasterd of op andere manier regels had geschonden. Mijn opvattingen en meningen bevallen de redacties etc. kennelijk niet altijd. Zij maken graag misbruik van hun macht en van de mogelijkheid om onwelgevallige opinies te onderdrukken en zelfs om'lastige burgers' uit te schakelen van deelname aan het openbare discussies. Het 'publieke debat' geeft dan ook geen betrouwbare weergave van wat er onder burgers aan opvattingen en opinies leeft. In Nederland worden meningsuitingen niet gecensureerd door de overheid maar door redacties van journalistieke media. Laster, smaad en grove persoonlijke beledigingen zijn in de sociale media inmiddels zó gebruikelijk, dat aangiften daartegen bijna niet meer door het Openbaar Ministerie worden vervolgd. Zolang zij echter op grond van het het Wetboek van Strafrecht strafbaar zijn, zou dit - zeker in flagrante gevallen waarin mensen werkelijk erdoor worden beschadigd - wel moeten gebeuren. Anders moeten die artikelen uit het WvS worden geschrapt. In onderstaande discussies staan veel gevallen van laster of lasterlijke suggesties. U vindt die door met te zoeken naar #Laster of #Suggestie. Verwijderde reacties vindt door te zoeken naar 'XXX Verwijderd' Sommige daarvan heb ik aangemerkt als '#Censuur'.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s