Als Job Cohen enig democratisch fatsoen heeft, weigert hij die titel 'Nederlander van het Jaar'.

De uitslag van de door de Volkskrant gearrangeerde verkiezing Nederlander van het Jaar 2006 is uitgelopen op een grote verrassing. De keuze van de lezers viel namelijk op de Amsterdamse burgemeester Job Cohen. Men kon kiezen uit een exclusieve lijst van dertig personen (slechts drie vrouwen!) die door de redactie waren uitverkoren als kandidaten voor deze prestigieuze titel.

Kiezers die vonden dat Job Cohen daar bij uitstek voor in aanmerking kwam, hoefden hem alleen maar te laten staan op de plek waar de Kiescommissie hem al behulpzaam had neergezet: Op de bovenstebeste eerste plaats, dus. Zo regel je die dingen als Amsterdamse krant. Zonder netwerken en lobbies worden tenslotte geen verkiezingen en referenda gewonnen.

Henrico Prins, voorzitter van de Kiescommissie, schreef op 21 december jl in het weblog van ”Nederlander van het Jaar, onder de titel ‘Een Wonder’:

“Wij hebben dit jaar de kaarten weer eens voorgeschud, maar wie weet doen we dat volgend jaar anders en geven we de lezer meer inspraak.”

Verder lezen Als Job Cohen enig democratisch fatsoen heeft, weigert hij die titel 'Nederlander van het Jaar'.

Een gemeenschap ('community') is méér dan een markt. (Deel 3)

Toch houdt de politiek van economie …
De politiek heeft economie en technologie wereldwijd verheven tot algemeen leidende principes. Terwijl politici er in de eerste plaats voor zouden moeten zorgen dat hun kiezers tevreden zijn, stellen zij zich nu op kosten van de gemeenschap in dienst van handel en industrie die juist helemaal géén baat hebben bij tevredenheid. Alleen een zichzelf in stand houdende, chronische ontevredenheid onder de potentiële afnemers houdt tenslotte een blijvende vraag naar producten en diensten in stand.

Materiële welvaart is voor veel mensen een verslavend middel waarmee zij hun existentiële onzekerheden kunnen ‘vergeten’. Nationale en internationale economieën zijn afhankelijk van de winsten, belastingen en accijnzen die deze verslaving oplevert. Geen modern land kan meer bestaan zonder een steeds toenemende materialistische behoeftenbevrediging, eufemistisch ‘economische groei’ genaamd. Het bevorderen van materiële welvaart heeft voor politici het grote voordeel dat het effect (in tegenstelling tot ‘vage’ dingen als leefbaarheid en tevredenheid) meetbaar is. Aan de hand van economische groeicijfers kunnen politici aannemelijk maken dat zij hun werk goed doen. De grote spanningen in de wereld tonen echter aan dat de politiek met haar nadruk op economische groei en materiële welvaart heeft gewed op een grillig, ontrouw en dom paard, dat het gras waarvan het moet leven, vervuilt en met zijn hoeven vertrapt. Als middel is het vaak erger dan de kwaal van relatieve materiële armoede, maar er is geen bijsluiter die hiervoor waarschuwt.

Verder lezen Een gemeenschap ('community') is méér dan een markt. (Deel 3)

Een gemeenschap (‘community’) is méér dan een markt. (Deel 2)

De homo economicus van Frankenstein
De homo economicus is een personage uit de economische mythologie en bestaat in werkelijkheid niet. Hij is, net als het monster van Frankenstein, een laboratoriumprodukt, een mythisch, kunstmatig geconstrueerd wezen dat zelfs zijn eigen schepper bedreigt zodra het een eigen leven mag gaan leiden.

Het even mythische begrip ‘economische gemeenschap’ houdt ook een ontkenning in van het verschil tussen fictie en werkelijkheid. Het adjectivum ‘economicus’ duidt op een bepaald aspect van het menselijk handelen: zijn wens om zo min mogelijk offers te hoeven brengen bij streven naar de bevrediging van zijn materiële behoeften. Het besef dat het hier niet gaat om de gehele mens maar om dat deel van hem dat met materiële zaken tevreden is te stellen, is nog wel aanwezig.

De kennis van het begrip ‘gemeenschap’ is echter inmiddels zo gebrekkig geworden, dat men zich bijna niets completers meer kan voorstellen dan een ‘economische gemeenschap’. Het is een pars pro toto geworden en tegelijk een eufemisme dat moet verhullen dat de sociale, morele, ideële, culturele en alle andere aspecten van de gemeenschap door het economische worden verdrongen. Economie was oorspronkelijk een instrument van de gemeenschap, maar nu is de gemeenschap een instrument van de economie geworden.

De gemeenschap, de community, is voor de mens (en vele andere aardse levensvormen) een belangrijker gegeven dan voorstanders van een puur economische politiek bereid zijn om toe te geven. Na voldoende water, voedsel, gezondheid en familie is het misschien wel de belangrijkste voorwaarde voor menselijk welzijn. Alleen in een bekende en vertrouwde omgeving kan een mens in harmonie leven, wonen, werken en rusten op een wijze die een gevoel van welbevinden geeft.

Verder lezen Een gemeenschap (‘community’) is méér dan een markt. (Deel 2)

Een gemeenschap ('community') is méér dan een markt. (1)

Voorwoord

De eerste versies van dit verhaal schreef ik in 1992. Toch is het nog in veel opzichten actueel. In sommige opzichten misschien nog wel meer dan veertien jaar geleden, toen Frits Bolkestein mij vroeg om eens een verhaal over communitarianism te schrijven. Ik was met hem in contact gekomen naar aanleiding van mijn brief ‘Onvrede over onbeheerste groei is geen xenofobie’ die NRC Handelsblad in september 1991 nogal prominent had afgedrukt. Tien jaar voordat Paul Scheffer het debat hierover zou ‘starten’, beschreef ik in die brief de maatschappij-ontwrichtende werking van het multiculturalisme: ‘Hele stadswijken worden geofferd op het altaar van het multiculturalisme, een restant van het maakbaarheidsgeloof’. Ik pleitte voor het behoud van een overkoepelende (en dus gemeenschappelijke) samenlevingscultuur als maatschappelijk richtsnoer én sociaal bindmiddel, ook in een modern land als het onze. De dag nadat die brief in de NRC had gestaan, werd ik gebeld door de secretaresse van Bolkestein: Hij wilde mij graag spreken. Wij hebben een paar gesprekken gehad in de lobby van het Amsterdamse Hilton Hotel. Hij vroeg toen of ik eens een verhaal wilde schrijven over ‘communitarianism’. Dat heb ik geprobeerd, maar gaandeweg werd het steeds meer een verhaal tégen ‘mondialisering’ (ten onrechte ook wel ‘globalisering’ genoemd). Die opvatting sprak Frits Bolkestein een stuk minder aan, en wij hebben sindsdien geen contact meer gehad.

Amstelveen, 30 november 2006.


Economie, de schaarsmaker

Gemeenschappen worden schaars in een maatschappij die kleine en grote gemeenschappen en hun onderlinge verbanden uitkleedt tot op hun louter economische functies. De mens mag dan van oorsprong een vrij sociaal wezen zijn, de homo economicus , inmiddels onderwerp van alle aandacht en beleid, is dat bepaald niet.

De kapitalistische consumptie-economie heeft geen boodschap aan gemeenschappen, alleen aan markten. Schaarste aan gemeenschapszin is dan ook niet slechts een onbedoeld neveneffect van een consequent doorgevoerd beleid dat gericht is op de optimalisatie van een vrije kapitalistische markteconomie, maar juist een produkt daarvan, net zoals bijvoorbeeld schaarsten aan andere waarden zoals natuur, schoon water, vruchtbare bodem, stilte etc. De markteconomie vereist dat alles een prijs heeft. Die marktprijs reflecteert echter de huidige schaarste, niet de toekomstige. Wat nog niet schaars lijkt, heeft geen prijs en kan dus onbegrensd worden verspild en vervuild.

Verder lezen Een gemeenschap ('community') is méér dan een markt. (1)

Het kabinet houdt rekening met het landsbelang. Dat zouden er meer moeten doen.

‘Terughoudendheid nodig van alle partijen,’ schrijft de commentator van de Volkskrant vandaag. Dat kan de nieuwbakken Kamermeerderheid in haar zak steken.

Gelukkig zijn er dus ook nog goede, onafhankelijke, betrouwbare en zelfstandig denkende journalisten. Vermoedelijk was het diezelfde verstandige commentaarschrijver die de eerste motie van Wouter Bos ‘voorbarig’ had genoemd. Hoe terecht dat vernietigende oordeel was, bleek wel toen die haastig moest worden bijgesteld door een tweede motie!

Hoe onbesuisd en onverantwoord het gedrag van de euforische nieuwe meerderheid in de Tweede Kamer was, bleek ook duidelijk uit het verslag van Michiel Kruijt en Marc Peeperkorn in de VK van vanochtend: “Pechtold neemt de Partij voor de Dieren voor zijn rekening.” Dit zinnetje vat het hele parlementaire schandaal bondig samen: Ervaren politieke krachtpatsers als Pechtold, Bos en Dijsselbloem hebben hard ingepraat op kersverse Kamerleden om hun stem te geven een pogingen van Bos en Pechtold om hun smadelijke verkiezingsnederlagen te doen vergeten. Kamerleden stemmen dan wel zonder last of ruggespraak, maar niet zonder een forse dosis peer pressure. De fractiediscipline die is uitgeoefend om een Kamermeerderheid te forceren, is van Sovjet-kaliber.

Landsbelang en de gevoeligheid en complexiteit van vraagstuk speelden in dit machtsspel geen enkele rol. En ook niet het feit dat veel Kamerleden die de moties ‘steunden’ nog nauwelijks zelfstandig de weg naar wc en koffiemachine weten te vinden. Hier zijn democratische middelen en methoden misbruikt voor zaken die met algemeen belang niets te maken hebben. Als een echte uitvoerende macht heeft de Kamer belangen van individuele gevallen behartigd.

Verder lezen Het kabinet houdt rekening met het landsbelang. Dat zouden er meer moeten doen.

'Verdonk stort kabinet in crisis.' Hoezo, het was toch niet háár motie?!

‘Verdonk stort kabinet in crisis,’ kopt de Volkskrant vandaag met grote letters. dat begrijp ik niet. Het was toch niet háár motie?! Wat men verder ook vindt van haar persoon, haar beleid en haar reactie op de pogingen van de oppositie om staand regeringsbeleid ingrijpend en overhaast te wijzigen, moet men niet uit het oog verliezen dat minister Verdonk niet degene was die op onbesuisde en onverantwoordelijke wijze heeft aangestuurd op deze staatsrechtelijke crisis waar geen enkel belang mee gediend is.

De onvriendelijkheid en gebrekkige functionaliteit van PCM's internetproducten.

De grote verschillen in functionaliteit en klantvriendelijkheid van de internetedities van Amerikaanse en Nederlandse kranten roepen de vraag op waarom Volkskrant en NRC hun lezers opzadelen met zulke harkerige elektronische producten. Misschien was Pink Roccade toch niet zo’n goede keus.

Behalve de nieuwsbrieven van de PCM-kranten Volkskrant en NRC Handelsblad ontvang ik als geregistreerde (en betalende) klant dagelijks de elektronische edities van New York Times en Washington Post. Het verschil in klantvriendelijkheid wordt al meteen duidelijk bij het openen van de elektronische edities. NYT begroet mij al geregistreerde lezer met ‘Welcome, rvanwaning’ en WP met ‘Hello rvanwaning’. Kom daar maar eens kom bij hun Nederlandse zusters. Aan hen moet je je iedere dag weer voorstellen door in te loggen. Helaas blijft het niet bij dit verschil in hoffelijkheid.

Wie een zin, alinea of desnoods een heel artikel uit NYT wil citeren, hoeft die alleen maar te selecteren en te kopiëren naar zijn e-mail programma. Wie dat probeert bij een artikel uit de internetedities van NRC of Volkskrant, krijgt meteen een snauw: ‘Op alle artikelen uit de Volkskrant rust auteursrecht. Voor het overnemen van artikelen dient u vooral schriftelijke toestemming te hebben verkregen van de Volkskrant. Zie http://www.volkskrant.nl/copyright voor meer informatie.” Dit geldt dus ook voor abonnees en zelfs voor een enkele regel of alinea!

Verder lezen De onvriendelijkheid en gebrekkige functionaliteit van PCM's internetproducten.