Burgerjournalisten: Zijn dat nu burgers of journalisten?

Volgens Mark Deuze zijn de grenzen tussen maker (journalist) en gebruiker (burger) inmiddels vervaagd. Dit schrijft hij althans in Iedereen is journalist. De conclusie dat burgers dus gewoon de taken van de journalistiek kunnen overnemen, gaat voor Deuze echter te ver:

“Journalistiek lijkt niet meer nodig omdat iedereen journalist is. De journalistiek lijkt overbodig omdat de samenleving steeds meer een redactioneel karakter krijgt, waar iedereen voortdurend met elkaar in nieuwsvergadering zit om te besluiten wat de meest belangrijke en relevante informatie van de dag, het uur of het moment is. Desondanks laat vooral het voorbeeld van het Amerikaanse Bluffton Today zien dat de journalistiek wel degelijk bestaansrecht heeft – ten minste als het er in slaagt om het gesprek dat de samenleving met zichzelf heeft te versterken en er aan deel te nemen als gelijke.”

Er is dus nog toekomst voor de journalistiek. Die is echter niet voor haar weggelegd als zij als een soort Hebron-kolonisten schimpwoorden en uitwerpselen blijft gooien naar alles wat niet tot de eigen superieure groep behoort. Journalisten zullen zich moeten herbezinnen op hun plaats en functie in de wereld van blogburgers.

Doorgaan met het lezen van “Burgerjournalisten: Zijn dat nu burgers of journalisten?”

Het weblog biedt tegenspraak aan de journalistiek. En dat is nodig ook.

Wat de journalistiek nodig heeft, is meer weerwerk en tegenspraak.  Met de komst van internet en het blogwezen, is dat technisch gemakkelijk te realiseren, maar de geesten zijn nog onwillig. Journalisten houden namelijk niet van tegenspraak. Bij het minste woord van kritiek (van wie dan ook) raken zij helemaal van slag.  Dit kan soms zó erg zijn dat zij spontaan hun functie van waakhond van onze democratische rechtsstaat vergeten en gaan proberen om die kritiek te onderdrukken!

Dit is voor journalisten heel gemakkelijk, want  zij bedienen immers zelf de knoppen van de drukpersen, de microfoons en camera’s. Kritische brieven en opmerkingen worden gewoon niet afgedrukt respectievelijk niet uitgezonden en kritische weblogs worden gewoon verwijderd. Ho! Dat laatste blijkt niet te mogen van de Gebruiksvoorwaarden en ook niet van onze Grondwet. Vervelend voor de journalistiek, maar goed voor de democratie.

Democratie bestaat immers bij de gratie van de mogelijkheid van kritiek en tegenspraak. Het democratische gehalte van een land is af te lezen aan de manier waarop wordt omgegaan met kritiek en critici. Ditzelfde geldt voor de ware democratische gezindheid van journalistieke media. Hoe gaan zij met kritiek om en welke vrijheid en status hebben hun critici?

Doorgaan met het lezen van “Het weblog biedt tegenspraak aan de journalistiek. En dat is nodig ook.”

De Ombudsman is een loyale collega-papegaai.

Gezellige Kerstdagen, allemaal!

De laatste column van ombudsman Thom Meens over de mores van het weblog was zó eenzijdig, bevooroordeeld en kwetsend dat het nog even zal duren voordat ik hier rustig en nuchter op zal kunnen reageren. Eerst maar eens tot tienduizend tellen. Bovendien gaan we zodadelijk ergens gezellig dineren. Dan moet je hoofd niet vol zitten met dit soort kwesties.

De titel van mijn reactie wist ik al snel: ‘De ombudsman is een loyale collega-papagaai.’ In korte tijd is hij namelijk de vierde(!) Volkskrantjournalist die mij in een publicatie een ‘zeurpiet’ heeft genoemd.

‘De krant heeft belang bij kritische lezers,’ schreef Piet Hagen oud-hoofdredacteur van’de Journalist’ in zijn wekelijkse column ‘De krant achteraf’ in NRC Handelsblad van 23/12 jl. Dit besef blijkt nog niet doorgedrongen tot het papegaaiennnest aan de Wibautstraat in Amsterdam. Daar worden kritische lezers nog in koor ‘zeurpieten’ genoemd door ‘een benarde culturele elite die op steeds schrillere toon van zich af probeert te bijten’. (Gepikt van Bas Heijne NRC 31/12/05), die het over iets anders had.)

Doorgaan met het lezen van “De Ombudsman is een loyale collega-papegaai.”

De willekeur regeert op het weblog van de Volkskrant.

Na de plotselinge blokkade van mijn bijdragen aan de weblog van Bert Wagendorp (zie het verslag elders op mijn weblog) had ik een bericht geplaatst op de weblog van moderator G-J Bogaerts over de mogelijkheid om berichten van bepaalde ip-nummers te blokkeren.

Ik bedankte daarin G-J namens Bert Wagendorp voor deze fantastische nieuwe mogelijkheid waar Bert meteen ook dankbaar gebruik had gemaakt. Ik citeerde tevens de tekst van de mededeling die ik op mijn scherm kreeg (“waarschijnlijk misbruik”) en de acht renenen waarom de journalistiek te weinig wordt gecontroleerd en bekritiseerd in vergelijking tot de checks and balances waaraan de overige actoren in het democratisch krachtenveld onderworpen zijn en die onze maatschappij rechtvaardig, transparant en evenwichtig houden.

Met uitzondering van de journalistiek dus.

Doorgaan met het lezen van “De willekeur regeert op het weblog van de Volkskrant.”

Weblog dient niet voor kritiek op journalistiek. Of juist wel?

Alle ellende begint  met het onderdrukken van meningen. 

Bert Wagendorp heeft mij levenslang verbannen van zijn weblog. Dit gebeurde zonder enige aankondiging, laat staan motivering. Hieronder een weergave van de discussie die aan die beslissing voorafging.

Onrecht aandoen is vrij eenvoudig. Vaak is één woord of handeling al voldoende. Zich verweren tegen onrecht of proberen dit ongedaan te maken is een moeizaam, langdurig en meestal hopeloos proces.

Mijn bijdragen zijn altijd gericht op feiten, standpunten en argumenten, en bevatten geen scheldwoorden of onbehoorlijk taalgebruik.  Zij zijn wel kritisch en sommige mensen vinden het gezeur om niks. Mijn vraag is dan of het verboden is om kritisch te zijn en/of te zeuren?

Doorgaan met het lezen van “Weblog dient niet voor kritiek op journalistiek. Of juist wel?”

Ons maatschappelijk vertrouwen is weggehoond.

De Commentaargroep schrijft vandaag (24 nov): ‘Het gebrek aan vertrouwen van de consument staat niet los van het wantrouwen in de politiek.’

Het enige wat burgers van ‘de politiek’ weten, is wat de journalistiek hierover via de media aan het publiek wil vertellen. De overheersende toon daarvan is smalend, denigrerend en soms ronduit kwetsend. Het eerste wat de politiek moet doen om weer enig publiek aanzien en vertrouwen te krijgen, is ophouden met zo onderdanig te doen tegen journalisten die hen voortdurend interrumperen, woorden in de mond proberen te leggen (‘Zoudt u ook kunnen zeggen dat ..?’), en hypes maken van iedere verspreking of onoplettendheid.

Het primaat van het politieke debat behoort aan de democratisch gelegitimeerde politiek, en niet alleen aan mensen die níet zijn gekozen, niemand vertegenwoordigen, namens niemand spreken, tegenover niemand verantwoording willen afleggen en zich boven alles en iedereen en ook boven iedere vorm van kritiek verheven voelen.

Bij gebrek aan weerwerk en tegenspraak heeft de journalistiek kunnen opschuiven van een secundaire positie van verslaggever naar de positie van belangrijkste politieke meningsvormer. Het stelsel van checks and balances is nog niet aan deze nieuwe situatie aangepast. Onze democratie is zodoende uit evenwicht geraakt en gaan haperen.

Doorgaan met het lezen van “Ons maatschappelijk vertrouwen is weggehoond.”

Etnomarketing is OK. Etnojournalistiek niet.

Na jaren van ontzuiling zien wij deze nu toch weer terugkeren, maar nu in een vorm die diepere wortels heeft en dus hardnekkiger én gevaarlijker zal blijken te zijn dan de vorige. De multiculturalisering en etnificering van onze samenleving leidt tot het institutionaliseren van scheidslijnen tussen bevolkingsgroepen op grond van criteria die tot voor kort (terecht!) ondenkbaar en onbespreekbaar waren, namelijk behalve religie nu ook nationaliteit, etniciteit, groepscultuur en zelfs genetische eigenschappen.

Dit heeft allerlei gevolgen op veel maatschappelijke terreinen, maar ik wil hier graag even stilstaan bij de vraag of de toename van etnojournalistiek even logisch, onvermijdelijk en wenselijk is als etnomarketing.

Doorgaan met het lezen van “Etnomarketing is OK. Etnojournalistiek niet.”

Eigen Netwerk Eerst.

Gans het netwerk schiet te hulp om Maurice de Hond te verdedigen tegen vuige aantijgingen over zijn ‘vermeende partijdigheid’. Ook de Volkskrant vergeet in zulke noodgevallen spontaan haar kritische onafhankelijkheid.

Na verleden week eerst Rob Oudkerk een duwtje in de goede richting (Den Haag) te hebben gegeven, moest echt alles uit de kast om eer en handel van Connie van Breukhoven te redden. En nu was het dus Maurice de Hond die het even moeilijk had en wat publicitaire steun kon gebruiken. De opiniepeiler is weer helemaal terug aan het front, en daar schieten ze soms met scherp.

U kent hem wel, de man die zich rechtstreeks bemoeit met de politiek en die aan tafel van Frits Barend zo hartstochtelijk kan betogen over het failliet van de vertegenwoordigende democratie. Hij heeft zelf nogal uitgesproken opvattingen over politiek en maatschappij, en heeft met zijn ‘gebrek aan begeerte’  (businesspartner Hedy d’Ancona) ondertussen ‘behoorlijk wat geld verdiend’. Nou, díe man moest duidelijk een steuntje in de rug hebben van de Volkskrant.

Na een lange inleiding over herkomst en achtergrond schrijft Bart Jungmann dat het joods-zijn in de opvoeding van Maurice de Hond absolúút niet werd benadrukt. Dat kon van dít verhaal bepaald niet gezegd worden..

Doorgaan met het lezen van “Eigen Netwerk Eerst.”

De waakhond van onze democratie is vals

Lezer Dr. Jan Berden uit Abcoude schreef aan de hoofdredacteur van NRC Handelsblad:

“Ik moet steeds constateren dat de media er op uit zijn de overheid in een kwaad daglicht te stellen. Helaas zie ik steeds vaker dat ook deze zogenoemde kwaliteitskrant met de meute meedoet. Waar blijft uw journalistieke verantwoordelijkheid?”
(De lezer schrijft, 19/11 jl)

Hoofdredacteur Jensma antwoordde in zijn rubriek: “Ik kan me daar niet in vinden.”

Einde discussie? Ja, want journalisten discussiëren niet. Het is al heel wat als zij überhaupt reageren. Een politicus of bestuurder zou hier natuurlijk nooit mee wegkomen. Voor de journalistiek gelden in onze democratie echter andere regels. De belangrijkste is: Wij bepalen zelf onze regels, voorwaarden en verantwoordelijkheden. En: Wij hoeven tegenover niemand verantwoordelijkheid af te leggen, behalve misschien soms tegenover onze collega’s als die zo dom en oncollegiaal zijn om hun eigen nest te bevuilen. Doorgaan met het lezen van “De waakhond van onze democratie is vals”

Commentaargroep, wie bent u eigenlijk?

Met het risico van ‘blogknuffelen’ (term van Alib) wil ik de Commentaargroep (wie dat ook mogen zijn) graag bedanken en complimenteren voor hun beslissing om hun weblog vrij te geven voor rechtstreekse reacties. En nu maar hopen dat veel lezers op constructieve wijze deze vrijheid én mogelijkheid van meningsuiting zullen benutten om de Volkskrant het openlijke weerwoord te bieden dat nog te vaak ontbreekt.

Het gebrek aan tegenspraak en aan mogelijkheden tot openlijke kritiek op de journalistiek vormt immers een zwakke plek in het stelsel van checks and balances dat onze democratie evenwichtig, transparant en fit moet houden.

Nu het Commentaar eindelijk is vrijgegeven voor rechtstreekse reacties, heb ik een volgende wens voor de Commentaargroep: Maak u bekend, open uw vizier en laat uw lezers weten wie het hoofdredactionele Commentaar schrijft. Want wat is de waarde van een mening waar niemand persoonlijk verantwoordelijkheid voor wil nemen? Hoe kunnen lezers beoordelen hoe onafhankelijk en betrouwbaar een commentaarschrijver werkelijk is, als zij geen verbanden kunnen leggen tussen de teksten die hij/zij schrijft?

Doorgaan met het lezen van “Commentaargroep, wie bent u eigenlijk?”