Is Kees Beekmans een hoerenloper? Nee, was dat maar waar.

“Is Karima een hoer?” luidt de kop boven de laatste column (8/2) van Kees Beekmans. De laatste paar afleveringen schrijft hij over zijn Marokkaanse vriendin Karima die ieder weekend bij hem komt logeren.

Ik wil niet  uitgebreid ingaan op dit tenenkrommend relaas van een man die te beroerd en te gierig is om een hoer te betalen om aan zijn gerief te komen.  Hij doet daarom maar alsof hij zo begaan is met het lot van de 28-jarige alleenstaande Marokkaanse moeder Karima. Zij wordt niet alleen misbruikt door haar werkgever die haar te weinig betaalt voor haar werk in zijn apotheek, en misbruikt door diens collega die haar tenminste wél betaalt voor haar seksuele diensten, maar zij mag ook nog eens zorgen voor copij voor de meest hypocriete publicist die ooit de kolommen van de Volkskrant mocht vervuilen met zijn zogenaamde sociale bewogenheid.

Doorgaan met het lezen van “Is Kees Beekmans een hoerenloper? Nee, was dat maar waar.”

Pieter Broertjes: Journalistieke hypocrisie is ook kwetsend..

Ombudsman Thom Meens schrijft in zijn laatste column (11/2/2006) dat media in het algemeen wel degelijk rekening houden met gevoelens van derden en zich dus houden aan de, weliswaar ongeschreven, algemene regel dat je niemand onnodig kwetst.

“Wie zich gepakt voelt, kan een beroep doen op de rechter”.

Lekker makkelijk, doe de vuile was de deur uit, dan heb je er verder geen omkijken meer naar. Iedereen weet immers dat rechters nog banger zijn dan politici als het gaat om de vrijheid van de heilige koeien van de pers om te doen en te laten wat zij willen. Uitspraken van de rechter en van de Raad voor de Journalistiek worden bovendien niet of nauwelijks zichtbaar gepubliceerd en kunnen ook nooit opwegen tegen de schade en pijn die een kwetsende cartoon of een gemeen rotartikel in vierhonderdduizendvoud aanricht.

Die mogelijkheid van een rechtsgang is natuurlijk ook je reinste flauwekul. Daarna voelt men zich alleen maar dubbel gepakt, omdat men ook nog eens zo’n hele ingewikkelde, tijdrovende en vaak kostbare procedure moest doormaken, met uiterst weinig kans op een bevredigend resultaat.

Doorgaan met het lezen van “Pieter Broertjes: Journalistieke hypocrisie is ook kwetsend..”

De hetze tegen minister Verdonk is vervelend en contra-productief.

De hetze tegen minister Verdonk begint knap vervelend te worden. Gisteren werd haar door de verslaggever van de Volkskrant verweten dat zij tijdens haar bezoek aan vluchtelingenkampen in Kenya was blijven stáán, terwijl haar collega Van Ardennne op haar hurken zat en vertederd keek naar een schattig zwart kindje. Verdonk sprak op dat moment met een leidinggevende van het vluchtelingenkamp. Nog zo’n harteloos type, want die stond namelijk ook. De bijgaande foto ondersteunde het beeld van onmenselijke hardheid dat de media (de publieke voorop) voortdurend van minister Verdonk willen schetsen.

Gistermiddag besteedde het publieke radioprogramma van de KRO 1 Op de Middag weer een groot  deel van haar uitzending aan de particuliere kruistocht van presentatrice Liesbeth van der Kruit tegen Rita Verdonk.

Vandaag stond er alweer een cartoon van Colignon in de Volkskrant van Rita Verdonk met een oranje nazihelm op. Hoe onsmakelijk en onterecht kan en mag de journalistiek zijn? Zéér onsmakelijk, want wie er iets van durft te zeggen, tast de persvrijheid aan. De minister is vogelvrij.

‘Wij controleren de macht,’ antwoordde hoofdredacteur Pieter Broertjes aan Thom de Graaf. Ja, maar wie controleert de machtige journalistiek als zij daar zelf zo duidelijk in faalt?

Doorgaan met het lezen van “De hetze tegen minister Verdonk is vervelend en contra-productief.”

Nederlands ís de 'eigen taal' van de inwoners van dit land.

De commentator van de Volkskrant gunt ons een kijkje in de fortuyneske kloof tussen journalistiek en burger. Hij/zij mengt zich in het papegaaienkoor van ‘columnisten, cabaretiers en andere satirici die elke gelegenheid ‘tot ‘Verdonk-bashing’ dankbaar aangrijpen.

“Intussen heeft ze wel gescoord bij haar achterban,” klinkt het zuur vanuit de hoek waar steeds meer mensen zich door gebrek aan inspiratie en instemming van afwenden. Alleen VK-verslaggever Ron Meerhof laat zien dat hij het contact met de tramconducteur en de burger in de straat niet verloren is: “De gemeente Rotterdam heeft een gedragscode opgesteld waar niemand echt van opkijkt,” schrijft hij. En zo is het. De meeste mensen vinden het de normaalste zaak van de wereld vinden dat burgers in het publieke domein in principe dezelfde taal met elkaar spreken. Zonder dwang, maar gewoon vanzelfsprekend. Anders heb je geen publiek domein, geen openbaar leven, geen gemeenschap en ook geen samenleving. Wie dat wil, moet zijn agenda maar eens openbaar maken.

Nederlands ís de ‘eigen taal’ van Nederlandse burgers, dus wat zeurt de Commentaargroep over een ‘treurig dieptepunt’ waarin minister Verdonk ons land nu weer gedompeld zou hebben? Het enige wat zij heeft gedaan is haar instemming betuigen met de ‘Rotterdam Code’ en voorstellen om deze in al of niet aangepaste vorm te verheffen tot landelijk niveau. Een goed idee, als het niet zo ontzettend logisch was.

Doorgaan met het lezen van “Nederlands ís de 'eigen taal' van de inwoners van dit land.”

Burgerjournalisten: Zijn dat nu burgers of journalisten?

Volgens Mark Deuze zijn de grenzen tussen maker (journalist) en gebruiker (burger) inmiddels vervaagd. Dit schrijft hij althans in Iedereen is journalist. De conclusie dat burgers dus gewoon de taken van de journalistiek kunnen overnemen, gaat voor Deuze echter te ver:

“Journalistiek lijkt niet meer nodig omdat iedereen journalist is. De journalistiek lijkt overbodig omdat de samenleving steeds meer een redactioneel karakter krijgt, waar iedereen voortdurend met elkaar in nieuwsvergadering zit om te besluiten wat de meest belangrijke en relevante informatie van de dag, het uur of het moment is. Desondanks laat vooral het voorbeeld van het Amerikaanse Bluffton Today zien dat de journalistiek wel degelijk bestaansrecht heeft – ten minste als het er in slaagt om het gesprek dat de samenleving met zichzelf heeft te versterken en er aan deel te nemen als gelijke.”

Er is dus nog toekomst voor de journalistiek. Die is echter niet voor haar weggelegd als zij als een soort Hebron-kolonisten schimpwoorden en uitwerpselen blijft gooien naar alles wat niet tot de eigen superieure groep behoort. Journalisten zullen zich moeten herbezinnen op hun plaats en functie in de wereld van blogburgers.

Doorgaan met het lezen van “Burgerjournalisten: Zijn dat nu burgers of journalisten?”

Het weblog biedt tegenspraak aan de journalistiek. En dat is nodig ook.

Wat de journalistiek nodig heeft, is meer weerwerk en tegenspraak.  Met de komst van internet en het blogwezen, is dat technisch gemakkelijk te realiseren, maar de geesten zijn nog onwillig. Journalisten houden namelijk niet van tegenspraak. Bij het minste woord van kritiek (van wie dan ook) raken zij helemaal van slag.  Dit kan soms zó erg zijn dat zij spontaan hun functie van waakhond van onze democratische rechtsstaat vergeten en gaan proberen om die kritiek te onderdrukken!

Dit is voor journalisten heel gemakkelijk, want  zij bedienen immers zelf de knoppen van de drukpersen, de microfoons en camera’s. Kritische brieven en opmerkingen worden gewoon niet afgedrukt respectievelijk niet uitgezonden en kritische weblogs worden gewoon verwijderd. Ho! Dat laatste blijkt niet te mogen van de Gebruiksvoorwaarden en ook niet van onze Grondwet. Vervelend voor de journalistiek, maar goed voor de democratie.

Democratie bestaat immers bij de gratie van de mogelijkheid van kritiek en tegenspraak. Het democratische gehalte van een land is af te lezen aan de manier waarop wordt omgegaan met kritiek en critici. Ditzelfde geldt voor de ware democratische gezindheid van journalistieke media. Hoe gaan zij met kritiek om en welke vrijheid en status hebben hun critici?

Doorgaan met het lezen van “Het weblog biedt tegenspraak aan de journalistiek. En dat is nodig ook.”

De Ombudsman is een loyale collega-papegaai.

Gezellige Kerstdagen, allemaal!

De laatste column van ombudsman Thom Meens over de mores van het weblog was zó eenzijdig, bevooroordeeld en kwetsend dat het nog even zal duren voordat ik hier rustig en nuchter op zal kunnen reageren. Eerst maar eens tot tienduizend tellen. Bovendien gaan we zodadelijk ergens gezellig dineren. Dan moet je hoofd niet vol zitten met dit soort kwesties.

De titel van mijn reactie wist ik al snel: ‘De ombudsman is een loyale collega-papagaai.’ In korte tijd is hij namelijk de vierde(!) Volkskrantjournalist die mij in een publicatie een ‘zeurpiet’ heeft genoemd.

‘De krant heeft belang bij kritische lezers,’ schreef Piet Hagen oud-hoofdredacteur van’de Journalist’ in zijn wekelijkse column ‘De krant achteraf’ in NRC Handelsblad van 23/12 jl. Dit besef blijkt nog niet doorgedrongen tot het papegaaiennnest aan de Wibautstraat in Amsterdam. Daar worden kritische lezers nog in koor ‘zeurpieten’ genoemd door ‘een benarde culturele elite die op steeds schrillere toon van zich af probeert te bijten’. (Gepikt van Bas Heijne NRC 31/12/05), die het over iets anders had.)

Doorgaan met het lezen van “De Ombudsman is een loyale collega-papegaai.”

De willekeur regeert op het weblog van de Volkskrant.

Na de plotselinge blokkade van mijn bijdragen aan de weblog van Bert Wagendorp (zie het verslag elders op mijn weblog) had ik een bericht geplaatst op de weblog van moderator G-J Bogaerts over de mogelijkheid om berichten van bepaalde ip-nummers te blokkeren.

Ik bedankte daarin G-J namens Bert Wagendorp voor deze fantastische nieuwe mogelijkheid waar Bert meteen ook dankbaar gebruik had gemaakt. Ik citeerde tevens de tekst van de mededeling die ik op mijn scherm kreeg (“waarschijnlijk misbruik”) en de acht renenen waarom de journalistiek te weinig wordt gecontroleerd en bekritiseerd in vergelijking tot de checks and balances waaraan de overige actoren in het democratisch krachtenveld onderworpen zijn en die onze maatschappij rechtvaardig, transparant en evenwichtig houden.

Met uitzondering van de journalistiek dus.

Doorgaan met het lezen van “De willekeur regeert op het weblog van de Volkskrant.”

Weblog dient niet voor kritiek op journalistiek. Of juist wel?

Alle ellende begint  met het onderdrukken van meningen. 

Bert Wagendorp heeft mij levenslang verbannen van zijn weblog. Dit gebeurde zonder enige aankondiging, laat staan motivering. Hieronder een weergave van de discussie die aan die beslissing voorafging.

Onrecht aandoen is vrij eenvoudig. Vaak is één woord of handeling al voldoende. Zich verweren tegen onrecht of proberen dit ongedaan te maken is een moeizaam, langdurig en meestal hopeloos proces.

Mijn bijdragen zijn altijd gericht op feiten, standpunten en argumenten, en bevatten geen scheldwoorden of onbehoorlijk taalgebruik.  Zij zijn wel kritisch en sommige mensen vinden het gezeur om niks. Mijn vraag is dan of het verboden is om kritisch te zijn en/of te zeuren?

Doorgaan met het lezen van “Weblog dient niet voor kritiek op journalistiek. Of juist wel?”

Sportjournalistiek: onmisbaar in de marketing-mix van profsport.

De sterkste kant van sportjournalistiek is tegelijk haar meest kritiekwaardige: Haar publiciteitsfunctie ten behoeve van een commerciële bedrijfstak waar veel geld in omgaat, wanstaltige salarissen worden uitgekeerd en waarin dus grote financiële belangen meespelen, niet alleen bij iedere wedstrijd maar ook bij ieder verslag, foto, interview en artikel. Aan iedere naam (en dus ook aan iedere vermelding daarvan) is een financieel belang verbonden. Is dit nog wel journalistiek te noemen? Of brand name advertising?

Iedere sport-B.V. (speler, club, sponsor, scheidsrechter of bobo) heeft er belang bij dat zijn naam veelvuldig wordt genoemd. Hoe vaker de naam ‘Holland Casino’ wordt genoemd, hoe beter het is. Niet voor het publiek maar voor het bedrijfsleven dat van sport zijn handel heeft gemaakt. Daar horen ook takken van journalistiek bij.

Zonder deze gratis publiciteit door publieke en andere massamedia zouden er niet zulke wanstaltige financiële belangen gemoeid zijn met de bedrijfsmatige sportbeoefening. Er gaan miljarden in om, en iedereen probeert mee te profiteren. Dat is allemaal prima en goed voor ‘de economie’, maar dit betekent niet dat men niet kritisch mag blijven.

Als de verslaggever van NOS Radio 1 Journaal in een verslag van twee minuten over de finish van de voormalige Ronde van Nederland tot vier keer toe nadrukkelijk de naam ‘ENECO Tour’ laat vallen, dan weet je als luisteraar dat dit afgesproken werk is. Toen die wielerwedstrijd nog gewoon Ronde van Nederland heette, werd aan die naam in zo’n kort verslagje geen tijd verspild. De naam ‘Eneco-tour’ is er in gerámd door de sportverslaggevers van de NOS. De commerciële kracht schuilt immers in de herhaling.

Doorgaan met het lezen van “Sportjournalistiek: onmisbaar in de marketing-mix van profsport.”