Sportjournalistiek: onmisbaar in de marketing-mix van profsport.

De sterkste kant van sportjournalistiek is tegelijk haar meest kritiekwaardige: Haar publiciteitsfunctie ten behoeve van een commerciële bedrijfstak waar veel geld in omgaat, wanstaltige salarissen worden uitgekeerd en waarin dus grote financiële belangen meespelen, niet alleen bij iedere wedstrijd maar ook bij ieder verslag, foto, interview en artikel. Aan iedere naam (en dus ook aan iedere vermelding daarvan) is een financieel belang verbonden. Is dit nog wel journalistiek te noemen? Of brand name advertising?

Iedere sport-B.V. (speler, club, sponsor, scheidsrechter of bobo) heeft er belang bij dat zijn naam veelvuldig wordt genoemd. Hoe vaker de naam ‘Holland Casino’ wordt genoemd, hoe beter het is. Niet voor het publiek maar voor het bedrijfsleven dat van sport zijn handel heeft gemaakt. Daar horen ook takken van journalistiek bij.

Zonder deze gratis publiciteit door publieke en andere massamedia zouden er niet zulke wanstaltige financiële belangen gemoeid zijn met de bedrijfsmatige sportbeoefening. Er gaan miljarden in om, en iedereen probeert mee te profiteren. Dat is allemaal prima en goed voor ‘de economie’, maar dit betekent niet dat men niet kritisch mag blijven.

Als de verslaggever van NOS Radio 1 Journaal in een verslag van twee minuten over de finish van de voormalige Ronde van Nederland tot vier keer toe nadrukkelijk de naam ‘ENECO Tour’ laat vallen, dan weet je als luisteraar dat dit afgesproken werk is. Toen die wielerwedstrijd nog gewoon Ronde van Nederland heette, werd aan die naam in zo’n kort verslagje geen tijd verspild. De naam ‘Eneco-tour’ is er in gerámd door de sportverslaggevers van de NOS. De commerciële kracht schuilt immers in de herhaling.

Ook sportredacties van kranten doen hieraan vol overgave aan mee. Als op een foto in een sportkatern een paar keer prominent dezelfde merknaam toont, is die plaat dan heus alleen om haar fotografische of sportieve kwaliteiten afgedrukt? Hetzelfde geldt echter ook voor namen van spelers, clubs, et cetera. Hun waarde stijgt met hun publiciteit. NOS Sport is de langste reclamespot van de publieke omroep. Iedere vermelding van een bedrijfs- of merknaam in het redactionele gedeelte van een uitzending van de publieke omroep heeft een veel hogere attentiewaarde dan een spotje in een STER-blok.

Handige, netwerkende zakenlieden maken al jaren dankbaar gebruik van de vele lucratieve mogelijkheden die de publieke omroep biedt. Het publiek weet dit al lang, maar politiek en journalistiek en zelfs het Commissariaat voor de Media hielden zich doof en blind. Het was al bijna ‘normaal’ geworden. Het commerciële sportbedrijfsleven was nooit tot een zo uitbundige groei, winstpakkerij en salariëring gekomen, als de bedrijfs- en merknamen van ‘sportclubs’, coaches en spelers (allemaal met een eigen B.V.) niet voortdurend door de ether hadden gegalmd en op de buis te zien waren geweest in de ‘sportjournaals’, met de ‘Tour des Francs’ als toppunt van graaierij.

“Dat sportverenigingen en beroepssporters ook een bedrijf zouden voeren in de vorm van een besloten vennootschap laten wij geheel voor uw rekening,’ schreef het Commissariaat mij op 6 juni 2002. Kan het naïever?

Om de samenleving te beschermen tegen corruptie en sportverslaggevers tegen hun eigen zwakheden, zou de publieke omroep zich dus verre moeten houden van alles waar een lucratieve markt voor bestaat. Daar waar met publiciteit louter financiële belangen gediend worden, heeft de publieke omroep niets te zoeken. Commerciële sportbeoefening (en met name profvoetbal) hoort dus niet thuis op de publieke zenders. Iedere naam in het profvoetbal is immers tevens een merk-, bedrijfs- en handelsnaam, waar grote financiële belangen mee gemoeid zijn.

Dat het gevaar van corruptie niet denkbeeldig is, blijkt wel uit het feit dat er dat er een Mediawet voor nodig was om lucratief misbruik van de publicitaire mogelijkheden van de publieke omroep te voorkomen en (waar nodig) te bestraffen. De Mediawet verstaat onder een reclame-uiting: “Een reclameboodschap of andere uiting die onmiskenbaar ten gevolge heeft dat het publiek wordt bewogen tot het kopen van een bepaald product of gebruik maken van een bepaalde dienstverlening, dan wel gunstig wordt gestemd ten aanzien van een bepaald bedrijf, een bedrijfstak of een bepaalde instelling zodat de verkoop van producten of de afname van diensten wordt bevorderd.”

Ieder z’n vak en z’n werkterrein. Laat de publieke omroep zich bezighouden met maatschappelijke kwesties. Zij is niet in het leven geroepen om superrijken te ondersteunen in hun publicitaire behoeften. De Mol en de Eredivisie moeten samen maar uitzoeken wat zij voor elkaar kunnen betekenen.  Dit geldt natuurlijk niet alleen voor de publieke omroep, maar voor algemene en ongebonden media in het algemeen. Hun pretentie van onafhankelijke journalistiek is alleen geloofwaardig als zij consequent en overtuigend iedere indruk van belangenverstrengeling, lucratief netwerken, cliëntelisme en corruptie vermijden door publiciteit voor commerciële activiteiten tot hun advertenties te beperken.

Het is dus de vraag of die bedrijfsmatige en op winst gerichte dienstverlening (amusement) nog ‘sport’ kunt noemen, en of zij die daar de massapubliciteit voor verzorgen nog wel ‘journalisten’ kunt noemen. Deze vraag zou men best hardop moeten kunnen stellen in een land waarin vrijheid van meningsuiting bestaat, een dus ook vrijheid van vragen. Nou, niet dus. Toen ik deze vraag plaatste op het weblog van sportcolumnist Bert Wagendorp, waren de rapen al snel gaar. De chef van het Volkskrant Weblog, G-J Bogaerts, schoot zijn ‘bedreigde’ collega te hulp met een mondsnoerende kwalificatie van persoonlijke aard aan het adres van de vermetele vragensteller.

De journalistiek sluit zich bij de geringste (vermeende) bedreiging tot een gesloten front. Journalistieke standaarden werden ooit gevestigd en in stand gehouden in het democratisch belang van burgers. Nu dienen zij als verdedigingsmuur tegen internettende burgers die zich niet alleen van hun rechten maar ook van hun nieuwe mogelijkheden bewust zijn geworden.

Auteur: robertvanwaning

"Mij gaat het vooral om de waardering van het vrije debat als vehikel van maatschappelijke vooruitgang." (Wouter Bos.) "Een krant die kritische meningen onderdrukt, heeft geen bestaansrecht." (Van Thillo.). Dit 'weblog' is voornamelijk een openbaar archief van mijn bijdragen aan het openbare publieke debat over lokale Amstelveense kwesties op Amstelveen.Blog van oud-journalist Johan Bos. De ervaring heeft mij namelijk geleerd dat reacties en bijdragen aan het publieke discussies op openbare (want voor iedereen toegankelijke) platforms willekeurig worden gecensureerd en zelfs volledig worden verwijderd als de inhoud de redacteur, de webbeheerder of dienstdoende (altijd anonieme) moderator onwelgevallig is, ook al was er geen enkele regel van wet, fatsoen of gebruiksvoorwaarden geschonden. Dit heb ik meegemaakt op Stand.nl, op het Weblog van de Volkskrant, (kijk ook hier en hier) op Amstelveen Dichtbij en ook op Amstelveen.blog (Zoek met naar #Censuur). Wie bezwaar maakt tegen dit soort ongrondwettelijke inbreuken op de vrijheid van meningsuiting, kan zonder opgave van reden, zonder mogelijkheid van verweer of bezwaar en zonder opgave van strafduur voor onbepaalde tijd worden verbannen uit het reactie- en discussieforum. Ik ben op die manier voor korte of langere tijd en zelfs permanent verbannen geweest uit alle bovengenoemde fora waaraan ik heb deelgenomen aan de publieke discussies, zonder dat ik ooit anderen persoonlijk heb beledigd, bedreigd, belasterd of op andere manier regels had geschonden. Mijn opvattingen en meningen bevallen de redacties etc. kennelijk niet altijd. Zij maken graag misbruik van hun macht en van de mogelijkheid om onwelgevallige opinies te onderdrukken en zelfs om'lastige burgers' uit te schakelen van deelname aan het openbare discussies. Het 'publieke debat' geeft dan ook geen betrouwbare weergave van wat er onder burgers aan opvattingen en opinies leeft. In Nederland worden meningsuitingen niet gecensureerd door de overheid maar door redacties van journalistieke media. Laster, smaad en grove persoonlijke beledigingen zijn in de sociale media inmiddels zó gebruikelijk, dat aangiften daartegen bijna niet meer door het Openbaar Ministerie worden vervolgd. Zolang zij echter op grond van het het Wetboek van Strafrecht strafbaar zijn, zou dit - zeker in flagrante gevallen waarin mensen werkelijk erdoor worden beschadigd - wel moeten gebeuren. Anders moeten die artikelen uit het WvS worden geschrapt. In onderstaande discussies staan veel gevallen van laster of lasterlijke suggesties. U vindt die door met te zoeken naar #Laster of #Suggestie. Verwijderde reacties vindt door te zoeken naar 'XXX Verwijderd' Sommige daarvan heb ik aangemerkt als '#Censuur'.

8 thoughts on “Sportjournalistiek: onmisbaar in de marketing-mix van profsport.”

  1. Robert,
    ik zou wel eens willen weten wat die tv-verslaggevers verdienen, boven en onder tafel. Dat geldt ook voor de cameraman die logo’s wel of niet in beeld kan brengen.
    Ik vind überhaupt dat er een onderzoek moet komen naar de salarissen van omroepmedewerkers. Ook de onkostendeclaraties moeten onder de loep genomen worden. Krijgen die lui straks in Turijn een 5- of 3-sterrenhotel. Ik bedoel Smeets en Snoeks cs. Journalisten krijgen op dit blog ook sterren. Journalisten hebben een sterrenstatus.
    Maar de kijkers lopen weg van de inferieure programma’s die de sterren maken. Nou moeten we meer naar de STER kijken. Amenoela: kort die sterren op hun loon en onkostenvergoedingen.

  2. Alleen door transparantie, onpartijdige controle en openbare verantwoording kunnen voor de hand liggende (maar misschien onterechte) associaties van sportjournalistiek met corruptie worden weggenomen. De journalistiek is echter, paradoxaal genoeg, een weinig transparante bedrijfstak.

  3. @Robert: Geen speld tussen te krijgen, je betoog. Blijf als journalist maar eens brandschoon in dat wereldje? En als je niet aardig voor ze bent, word je geboycot. DE KNVB wil toch het liefste de covering van de wedstrijden helemaal zelf doen.
    Dus inderdaad: een zuivere scheiding tussen commercieel en publiek.
    Nu ga ik even advertenties kijken en tussendoor wellicht nog wat voetbal.
    ***arie

  4. @Robert
    Transparantie is er inderdaad niet. De journalisten stellen normaalgesproken misstanden aan de kaak. Maar doen zij dat ook als blijkt dat hun collega’s de tv-journalisten teveel verdienen en declareren? Nee, de pers houdt de tv te vriend. Een schnabbeltje voor de tv is mooi meegenomen.
    De journalistiek is een troebele vijver geworden. Je kunt je daardoor bijvoorbeeld ook afvragen of Bert W. geld krijgt voor de boeken die hij in positieve zin bespreekt. Verdient hij aan zijn lijstje waar zijn kop altijd bij staat?

  5. Salaris 85.000. In 2006 +3% (dit alles boven de tafel). Daarnaast daarvan ongeveer de helft onder de tafel
    Had beter sporter kunnen worden. Maar helaas, dat is niet mijn ding. Is scrijven eigenlijk ook niet. Maar ja, er moet toch brood op de plank komen als je een gezinnetje hebt.
    Je verhaal is oke. Maar ja, ik vind eigenlijk alles oke. Zouden er meer zo makkelijk moeten zijn, zou de wereld een stuk aangenamer van worden.

  6. @Paul Onkenhout
    Als politici even schamper en badinerend zouden reageren op een kritisch journalistiek verhaal, zou ons land te klein zijn en onze democratie in acuut gevaar.
    Je reageert niet op het spanningsveld tussen naamsvermelding en -promotie. Iedere merknaam ontleent zijn waarde aan vermelding. Dit geldt ook voor het profvoetbal.
    Sportjournalisten doen niets anders dan het voortdurend vermelden van bedrijfs-, handels- en merknamen. Dan mag een burger toch wel opmerken dat daar iets wringt, en niet alleen in de publieke journalistiek?

  7. Aan Bert Wagendorp schreef ik zojuist op zijn weblog:
    "Mijn stuk gaat niet over de band tussen topsport en handel (daar is niks mis mee), maar over de band tussen sportcommercie en journalistiek. Daar is juist een heleboel mis mee. Sportjournalistiek dient immers nauwelijks een algemeen maatschappelijk belang, maar des te meer een commercieel deelbelang. Dat is strijdig met de objectiviteit, onafhankelijkheid en dienstbaarheid aan het algemeen belang waar de journalistiek graag mee schermt.
    Topsport kon alleen een ‘commercieel vehikel’ worden dankzij de free publicity in met name publieke media. Kan je commerciële, bedrijfsmatige sportbeoefening eigenlijk nog wel ‘sport’ noemen? Is de essentie van sport niet juist de onbaatzuchtigheid, belangeloosheid en het gericht zijn op geen andere belangen dan plezier, verstrooiing en op geestelijk, lichamelijk en maatschappelijk welzijn? Wie het opgefokte gedoe voor, tijdens en na de wedstrijden in en rond de stadions en in de media gadeslaat, zal zich afvragen of het bedrijfsmatige voetbal nog wel aan die criteria voldoet. Bij veel vormen van top-‘sport’ is zelfs de vraag relevant of het nog wel gezond is..
    Maar goed, eigenlijk blijken wij het wel eens: Topsport is entertainment, schrijf je. Vandaar mijn scepsis over de rol die de journalistiek daarin moet spelen. Voor de publieke journalistiek is het wel duidelijk: Handen af, wegblijven en niet meer mee bemoeien. Voor de onafhankelijke journalistiek ligt het iets gecompliceerder, want die moet zijn eigen broek proberen op te houden. Zonder sportkatern is dat kennelijk moeilijk. OK, maar noem dit soort publicitaire dienstverlening geen journalistiek.
    Ook voor veel ‘cultuuruitingen’ geldt trouwens in veel opzichten hetzelfde: Handige netwerkers in het culturele bedrijfsleven danken hun torenhoge winsten en salarissen inderdaad aan cliëntelistische belangenbehartiging door medewerkers van publieke media. Met de opkomst van nieuwe vormen van verzuiling zal dit alleen maar erger worden.
    In het ‘Postuum’ nav het overlijden van komiek Richard Pryor (VK 12 dec) stond een leerzaam zinnetje: "Toen hij als presentator van de Oscar-uitreiking in 1977 opmerkte dat de ceremonie niet meer dan een blank onderonsje was [..], reageerden de media verbolgen. Waarom kon Richard Pryor nooit eens maat houden?" De aard van de ‘onderonsjes’ mag per periode en omgeving wijzigen, het door Pryor gesignaleerde verschijnsel is algemeen bekend. Maar is het niet opmerkelijk dat media vaak zo ‘verbolgen’ reageren? In wiens naam en met welk belang voor ogen, doen zij dat? Dát is een vraag die iedere kritische burger zich bij iedere uiting en handeling van autoriteiten moet afvragen. En dat journalisten zich inmiddels tot autoriteiten hebben opgewerkt, zal toch niemand meer kunnen ontkennen?
    @Paul Onkenhout
    Flauwe vraag: Betaalt ‘Langs de Lijn’ dan onder de tafel voor je column op Radio 1, vanavond om 22.02 op Radio 1? Ik dacht trouwens eerst dat die 85.000 óók hoorde bij de schampere grappigheid waarmee je reageerde op mijn weblog, maar misschien verdienen verslaggevers écht zo veel. Dat moet natuurlijk ook wel, want anders stappen zij over naar Ajax N.V. of gaan zij misschien wel naar het buitenland. Is dat enorme bedrag in- of exclusief schnabbels?

  8. Dacht je nou echt dat journalisten op jouw stukje zouden reageren Robertje? Die hebben wel wat beters te doen. Op naar een betere wereld:leve de positivo’s!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s