De hetze tegen minister Verdonk is vervelend en contra-productief.

De hetze tegen minister Verdonk begint knap vervelend te worden. Gisteren werd haar door de verslaggever van de Volkskrant verweten dat zij tijdens haar bezoek aan vluchtelingenkampen in Kenya was blijven stáán, terwijl haar collega Van Ardennne op haar hurken zat en vertederd keek naar een schattig zwart kindje. Verdonk sprak op dat moment met een leidinggevende van het vluchtelingenkamp. Nog zo’n harteloos type, want die stond namelijk ook. De bijgaande foto ondersteunde het beeld van onmenselijke hardheid dat de media (de publieke voorop) voortdurend van minister Verdonk willen schetsen.

Gistermiddag besteedde het publieke radioprogramma van de KRO 1 Op de Middag weer een groot  deel van haar uitzending aan de particuliere kruistocht van presentatrice Liesbeth van der Kruit tegen Rita Verdonk.

Vandaag stond er alweer een cartoon van Colignon in de Volkskrant van Rita Verdonk met een oranje nazihelm op. Hoe onsmakelijk en onterecht kan en mag de journalistiek zijn? Zéér onsmakelijk, want wie er iets van durft te zeggen, tast de persvrijheid aan. De minister is vogelvrij.

‘Wij controleren de macht,’ antwoordde hoofdredacteur Pieter Broertjes aan Thom de Graaf. Ja, maar wie controleert de machtige journalistiek als zij daar zelf zo duidelijk in faalt?

Doorgaan met het lezen van “De hetze tegen minister Verdonk is vervelend en contra-productief.”

Nederlands ís de 'eigen taal' van de inwoners van dit land.

De commentator van de Volkskrant gunt ons een kijkje in de fortuyneske kloof tussen journalistiek en burger. Hij/zij mengt zich in het papegaaienkoor van ‘columnisten, cabaretiers en andere satirici die elke gelegenheid ‘tot ‘Verdonk-bashing’ dankbaar aangrijpen.

“Intussen heeft ze wel gescoord bij haar achterban,” klinkt het zuur vanuit de hoek waar steeds meer mensen zich door gebrek aan inspiratie en instemming van afwenden. Alleen VK-verslaggever Ron Meerhof laat zien dat hij het contact met de tramconducteur en de burger in de straat niet verloren is: “De gemeente Rotterdam heeft een gedragscode opgesteld waar niemand echt van opkijkt,” schrijft hij. En zo is het. De meeste mensen vinden het de normaalste zaak van de wereld vinden dat burgers in het publieke domein in principe dezelfde taal met elkaar spreken. Zonder dwang, maar gewoon vanzelfsprekend. Anders heb je geen publiek domein, geen openbaar leven, geen gemeenschap en ook geen samenleving. Wie dat wil, moet zijn agenda maar eens openbaar maken.

Nederlands ís de ‘eigen taal’ van Nederlandse burgers, dus wat zeurt de Commentaargroep over een ‘treurig dieptepunt’ waarin minister Verdonk ons land nu weer gedompeld zou hebben? Het enige wat zij heeft gedaan is haar instemming betuigen met de ‘Rotterdam Code’ en voorstellen om deze in al of niet aangepaste vorm te verheffen tot landelijk niveau. Een goed idee, als het niet zo ontzettend logisch was.

Doorgaan met het lezen van “Nederlands ís de 'eigen taal' van de inwoners van dit land.”

'Sportief rijgedrag' is juist hartstikke onsportief en asociaal.

Terwijl verkeerslawaai één van de dingen is waar mensen zich het meest aan ergeren of zelfs depressief van worden, terwijl iedereen weet dat autoverkeer de grootste boosdoener is al het gaat om ziekmakende luchtvervuiling met NOx, roet en fijnstof, en terwijl fossiele grondstoffen in ene razend tempo opraken, wordt in auto-advertenties en -tests nog steeds de meeste nadruk gelegd op de sportieve’ kwaliteiten van nieuwe auto’s. En dat terwijl er vrijwel nergens meer ‘sportief’ gereden mag en kan worden.

Waarom worden auto’s toch steeds groter, zwaarder, krachtiger en vooral ‘sportiever’?! Alle milieuwinst van de steeds zuiniger motoren gaat helemaal verloren door de steeds grotere motorvermogens en met name door de gepropageerde rijstijl. Zogenaamd ‘sportief rijgedrag’ bestaat uit (te) hard optrekken, (te) hard rijden, (te) weinig afstand houden, (te) snel bochten nemen en (te) laat remmen. Er bestaan dus feitelijk geen merkbare verschillen tussen ‘sportief’ en agressief rijgedrag. Beide zijn een asociale vorm van autorijden.

Sportief rijgedrag moet net zo hard bestreden worden als agressief en roekeloos rijgedrag. Machomobilisten kunnen eigenlijk alleen nog in woonwijken en op binnenwegen nog ‘sportief’ rijden, want daar zijn tenminste nog spannende bochten en chicanes en bovendien wordt daar nooit gecontroleerd. Haastig overstekende wandelaars, verschrikte fietsers, angstige kinderen en weerloze huisdieren verlenen aan een sportieve rit in een woonwijk tenminste nog wat Spanning en Sensatie. Wie niet sportief rijdt, is een watje. Zolang ‘sportief’ autorijden met miljoenen guldens aan reclamegelden mag worden aangemoedigd, zullen overheid, politie en veiligheidsorganisaties het nakijken hebben met al hun futiele maatregelen en bespottelijke acties.

Doorgaan met het lezen van “'Sportief rijgedrag' is juist hartstikke onsportief en asociaal.”

Burgerjournalisten: Zijn dat nu burgers of journalisten?

Volgens Mark Deuze zijn de grenzen tussen maker (journalist) en gebruiker (burger) inmiddels vervaagd. Dit schrijft hij althans in Iedereen is journalist. De conclusie dat burgers dus gewoon de taken van de journalistiek kunnen overnemen, gaat voor Deuze echter te ver:

“Journalistiek lijkt niet meer nodig omdat iedereen journalist is. De journalistiek lijkt overbodig omdat de samenleving steeds meer een redactioneel karakter krijgt, waar iedereen voortdurend met elkaar in nieuwsvergadering zit om te besluiten wat de meest belangrijke en relevante informatie van de dag, het uur of het moment is. Desondanks laat vooral het voorbeeld van het Amerikaanse Bluffton Today zien dat de journalistiek wel degelijk bestaansrecht heeft – ten minste als het er in slaagt om het gesprek dat de samenleving met zichzelf heeft te versterken en er aan deel te nemen als gelijke.”

Er is dus nog toekomst voor de journalistiek. Die is echter niet voor haar weggelegd als zij als een soort Hebron-kolonisten schimpwoorden en uitwerpselen blijft gooien naar alles wat niet tot de eigen superieure groep behoort. Journalisten zullen zich moeten herbezinnen op hun plaats en functie in de wereld van blogburgers.

Doorgaan met het lezen van “Burgerjournalisten: Zijn dat nu burgers of journalisten?”

Het weblog biedt tegenspraak aan de journalistiek. En dat is nodig ook.

Wat de journalistiek nodig heeft, is meer weerwerk en tegenspraak.  Met de komst van internet en het blogwezen, is dat technisch gemakkelijk te realiseren, maar de geesten zijn nog onwillig. Journalisten houden namelijk niet van tegenspraak. Bij het minste woord van kritiek (van wie dan ook) raken zij helemaal van slag.  Dit kan soms zó erg zijn dat zij spontaan hun functie van waakhond van onze democratische rechtsstaat vergeten en gaan proberen om die kritiek te onderdrukken!

Dit is voor journalisten heel gemakkelijk, want  zij bedienen immers zelf de knoppen van de drukpersen, de microfoons en camera’s. Kritische brieven en opmerkingen worden gewoon niet afgedrukt respectievelijk niet uitgezonden en kritische weblogs worden gewoon verwijderd. Ho! Dat laatste blijkt niet te mogen van de Gebruiksvoorwaarden en ook niet van onze Grondwet. Vervelend voor de journalistiek, maar goed voor de democratie.

Democratie bestaat immers bij de gratie van de mogelijkheid van kritiek en tegenspraak. Het democratische gehalte van een land is af te lezen aan de manier waarop wordt omgegaan met kritiek en critici. Ditzelfde geldt voor de ware democratische gezindheid van journalistieke media. Hoe gaan zij met kritiek om en welke vrijheid en status hebben hun critici?

Doorgaan met het lezen van “Het weblog biedt tegenspraak aan de journalistiek. En dat is nodig ook.”

De Ombudsman is een loyale collega-papegaai.

Gezellige Kerstdagen, allemaal!

De laatste column van ombudsman Thom Meens over de mores van het weblog was zó eenzijdig, bevooroordeeld en kwetsend dat het nog even zal duren voordat ik hier rustig en nuchter op zal kunnen reageren. Eerst maar eens tot tienduizend tellen. Bovendien gaan we zodadelijk ergens gezellig dineren. Dan moet je hoofd niet vol zitten met dit soort kwesties.

De titel van mijn reactie wist ik al snel: ‘De ombudsman is een loyale collega-papagaai.’ In korte tijd is hij namelijk de vierde(!) Volkskrantjournalist die mij in een publicatie een ‘zeurpiet’ heeft genoemd.

‘De krant heeft belang bij kritische lezers,’ schreef Piet Hagen oud-hoofdredacteur van’de Journalist’ in zijn wekelijkse column ‘De krant achteraf’ in NRC Handelsblad van 23/12 jl. Dit besef blijkt nog niet doorgedrongen tot het papegaaiennnest aan de Wibautstraat in Amsterdam. Daar worden kritische lezers nog in koor ‘zeurpieten’ genoemd door ‘een benarde culturele elite die op steeds schrillere toon van zich af probeert te bijten’. (Gepikt van Bas Heijne NRC 31/12/05), die het over iets anders had.)

Doorgaan met het lezen van “De Ombudsman is een loyale collega-papegaai.”

De willekeur regeert op het weblog van de Volkskrant.

Na de plotselinge blokkade van mijn bijdragen aan de weblog van Bert Wagendorp (zie het verslag elders op mijn weblog) had ik een bericht geplaatst op de weblog van moderator G-J Bogaerts over de mogelijkheid om berichten van bepaalde ip-nummers te blokkeren.

Ik bedankte daarin G-J namens Bert Wagendorp voor deze fantastische nieuwe mogelijkheid waar Bert meteen ook dankbaar gebruik had gemaakt. Ik citeerde tevens de tekst van de mededeling die ik op mijn scherm kreeg (“waarschijnlijk misbruik”) en de acht renenen waarom de journalistiek te weinig wordt gecontroleerd en bekritiseerd in vergelijking tot de checks and balances waaraan de overige actoren in het democratisch krachtenveld onderworpen zijn en die onze maatschappij rechtvaardig, transparant en evenwichtig houden.

Met uitzondering van de journalistiek dus.

Doorgaan met het lezen van “De willekeur regeert op het weblog van de Volkskrant.”

Weblog dient niet voor kritiek op journalistiek. Of juist wel?

Alle ellende begint  met het onderdrukken van meningen. 

Bert Wagendorp heeft mij levenslang verbannen van zijn weblog. Dit gebeurde zonder enige aankondiging, laat staan motivering. Hieronder een weergave van de discussie die aan die beslissing voorafging.

Onrecht aandoen is vrij eenvoudig. Vaak is één woord of handeling al voldoende. Zich verweren tegen onrecht of proberen dit ongedaan te maken is een moeizaam, langdurig en meestal hopeloos proces.

Mijn bijdragen zijn altijd gericht op feiten, standpunten en argumenten, en bevatten geen scheldwoorden of onbehoorlijk taalgebruik.  Zij zijn wel kritisch en sommige mensen vinden het gezeur om niks. Mijn vraag is dan of het verboden is om kritisch te zijn en/of te zeuren?

Doorgaan met het lezen van “Weblog dient niet voor kritiek op journalistiek. Of juist wel?”

Sportjournalistiek: onmisbaar in de marketing-mix van profsport.

De sterkste kant van sportjournalistiek is tegelijk haar meest kritiekwaardige: Haar publiciteitsfunctie ten behoeve van een commerciële bedrijfstak waar veel geld in omgaat, wanstaltige salarissen worden uitgekeerd en waarin dus grote financiële belangen meespelen, niet alleen bij iedere wedstrijd maar ook bij ieder verslag, foto, interview en artikel. Aan iedere naam (en dus ook aan iedere vermelding daarvan) is een financieel belang verbonden. Is dit nog wel journalistiek te noemen? Of brand name advertising?

Iedere sport-B.V. (speler, club, sponsor, scheidsrechter of bobo) heeft er belang bij dat zijn naam veelvuldig wordt genoemd. Hoe vaker de naam ‘Holland Casino’ wordt genoemd, hoe beter het is. Niet voor het publiek maar voor het bedrijfsleven dat van sport zijn handel heeft gemaakt. Daar horen ook takken van journalistiek bij.

Zonder deze gratis publiciteit door publieke en andere massamedia zouden er niet zulke wanstaltige financiële belangen gemoeid zijn met de bedrijfsmatige sportbeoefening. Er gaan miljarden in om, en iedereen probeert mee te profiteren. Dat is allemaal prima en goed voor ‘de economie’, maar dit betekent niet dat men niet kritisch mag blijven.

Als de verslaggever van NOS Radio 1 Journaal in een verslag van twee minuten over de finish van de voormalige Ronde van Nederland tot vier keer toe nadrukkelijk de naam ‘ENECO Tour’ laat vallen, dan weet je als luisteraar dat dit afgesproken werk is. Toen die wielerwedstrijd nog gewoon Ronde van Nederland heette, werd aan die naam in zo’n kort verslagje geen tijd verspild. De naam ‘Eneco-tour’ is er in gerámd door de sportverslaggevers van de NOS. De commerciële kracht schuilt immers in de herhaling.

Doorgaan met het lezen van “Sportjournalistiek: onmisbaar in de marketing-mix van profsport.”

‘ANWB Verkeersinformatie’ hoort in het STER-blok. (Deel 2)

(Onderaan: Update 10 november 2018.)

(Vervolg van Deel 1.)

De publieke zender Radio 1 ondersteunt de ANWB publicitair in ruil voor het gratis ‘verzorgen’ van de verkeersinformatie.

Het vermelden van bedrijfs-, handels- en merknaam van ANWB B.V, is geen bronvermelding, want de gegevens over de actuele verkeerssituatie komen van het Traffic Information Centre (TIC). De ANWB koopt die informatie op commerciële basis in en ‘verzorgt’ deze vervolgens vele malen per dag voor de publieke omroep. Dankzij deze deal met de NOS mag de ANWB haar bedrijfs-, merk- en handelsnaam in prime time een paar keer per uur buiten de STER-tijd vermelden.

De NOS betaalt ANWB B.V. dus met publieke zendtijd, voor het vullen waarvan het zelf betaald wordt door de overheid.

De verkeersinformatie is voor de ANWB een reclamevehikel van onschatbare waarde. De publiciteit die deze sluikreclame oplevert, straalt uit naar de vele commerciële activiteiten van dit monsterbedrijf. Voor alle files van meer dan drie kilometer en voor iedere sein- of wisselstoring van de NS worden de interessantste programma’s van de publieke zender Radio1 onderbroken: ‘Hier is de ANWB met verkeersinformatie’.

Doorgaan met het lezen van “‘ANWB Verkeersinformatie’ hoort in het STER-blok. (Deel 2)”