“Is het echt zo erg gesteld met de vaderlandse journalistiek dat er geen jaar voorbij kan gaan zonder dat iemand zijn ongenoegen uit over ‘de media’? vraagt ombudsman Thom Meens zich af. De schat.
Er zou GEEN DAG voorbij mogen gaan zonder dat kritisch werd gekeken naar de rol van de journalistiek in de beïnvloeding van de publieke meningsvorming. En dus ook geen dag zonder dat werd vastgesteld dat de journalistiek zich bewust (en succesvol) weet te onttrekken aan het stelsel van checks and balances dat ons democratische stelsel betrouwbaar houdt door van alle actoren (ik herhaal: álle) te verlangen dat zij verantwoording afleggen voor hun doelstellingen en werkwijzen. “Die bepalen en controleren wij zelf wel,” vinden Thom Meens en zijn hoofdredacteur Pieter Broertjes. En zij komen er nog mee weg ook. Althans, tot dusver.
Hier ligt een mooie taak voor de bloggende burgers om de zaak weer een beetje in evenwicht te brengen.
De journalistiek controleert de macht, maar niemand controleert de journalistiek, ook al vormt zij in onze mediacratie de allergrootste macht als het gaat om informatie (in al zijn modaliteiten) en wat belanghebbenden daar allemaal mee kunnen doen. Sovjet-leiders zouden postuum jaloers kunnen worden op zoveel ongecontroleerde macht en invloed.
“Wie zich gepakt voelt, kan naar de rechter stappen,” zeggen Meens en Broertjes, wetend dat zij van die kant niets te duchten hebben.