Het kritisch volgen en zo mogelijk ridiculiseren en desnoods demoniseren van politiek en politici is de voornaamste bezigheid van de journalistiek. De afgelopen weken hebben wij daar veel voorbeelden van gezien, maar ook de column van Max Pam van 12/3 jl over tenenkrommende taalfouten van politici paste naadloos in dat genre. Het zou echter goed zijn als onze democratie een institutie zou kennen die op dezelfde manier en met even goede bedoelingen de journalistiek kritisch zou volgen en beoordelen. Controle, kritiek en evenwicht moet er immers zijn op álle fronten in het democratische krachtenspel.
Burgers zijn per definitie de eerst aangewezenen voor het controleren van de journalistiek en mediamacht. Zij hebben daartoe ook de vrijheid, maar helaas nauwelijks effectieve mogelijkheden. De huidige situatie is dat politici en bestuurders de pers niet durven bekritiseren (zogenaamd omdat zij dat niet mogen), dat burgers het niet kunnen en dat journalisten het niet willen, uit een soort verkeerd begrepen collegiale loyaliteit of uit angst voor oncollegiale represailles.
Het resultaat is een bekend publiek geheim: De pers heeft vrij spel en kan en mag alles over iedereen zeggen en schrijven, maar krijgt zelf te weinig inhoudelijke concurrentie in de vorm van weerwerk en kritiek. Zij verliest daardoor aan kwaliteit, klantvriendelijkheid en maatschappelijke relevantie. En dat is natuurlijk niet goed, want zonder een onafhankelijke en betrouwbare pers blijft er van democratie niet veel meer over.