'Hoofdbrekens' zijn een onschuldige kwaal vergeleken met de gevolgen van luchtvervuiling.

“[De Europese normen voor de concentraties fijnstof] bezorgen vooral bestuurders in een dichtbevolkt land als Nederland veel hoofdbrekens,” meent de Volkskrant.
(VK Commentaar, 12-01-2009.)

Ondertussen bezorgen overschrijdingen van acceptabel geachte normen voor luchtvervuiling met fijnstof, roet, benzeen, NOx en andere schadelijke narigheid die door verbranding van fossiele grondstoffen in onze longen terechtkomt veel mensen heel wat ergere dingen dan alleen ‘hoofdbrekens’.

De voornaamste taak van bestuurders is het zorgen voor veiligheid en het welzijn van de burgers die daarvoor van hen afhankelijk zijn. Lichamelijke gezondheid is het voornaamste gebied waarop veiligheid en welzijn in gevaar komen als gevolg van schadelijk handelen door medeburgers, bedrijven en bestuurders.

Doorgaan met het lezen van “'Hoofdbrekens' zijn een onschuldige kwaal vergeleken met de gevolgen van luchtvervuiling.”

MobiMeter maakt automobilisten bewust van ALLE kosten van IEDERE kilometer. 'Gratis' tanken.

Teneinde mensen voortdurend volledig bewust te maken van álle kosten die gemoeid zijn met de kilometers die zij gemotoriseerd afleggen, moet iedere vorm van éénmalige betaling (vooraf of achteraf) worden afgeschaft., dus niet alleen de bvb en de motororijtuigbelasting etc., maar ook ook het tanken.

Omdat door de automobilist geen direct verbad wordt ervaren tussen tussen de prijs van een volle tank benzine, diesel of LPG en het feitelijke rijden (zeker niet als voor het tanken met pinpas, creditcard of benzinepas-van-de-zaak wordt betaald), moet er ook voor het tanken worden betaald op een worden op een manier die de automobilist VOORTDUREND confronteert met de VOLLEDIGE kosten-per-kilometer.

De brandstof moet dus niet worden betaald op het moment dat men tankt, maar worden door een ‘MOBIMETER’ berekend tijdens het rijden. De benzinestations declareren de door hen geleverde brandstoffen bij MOBICOST.NL, een (semi)overheidsinstantie.

Doorgaan met het lezen van “MobiMeter maakt automobilisten bewust van ALLE kosten van IEDERE kilometer. 'Gratis' tanken.”

Fossiele bouwstoffen zijn te nuttig te kostbaar om als 'fossiele brandstoffen' op stoken.

‘Fossiele bouwstoffen’ zijn veel te nuttig, te schaars en te kostbaar om nog verder als ‘fossiele brandstoffen’ op te stoken.

Vanaf nu zou er eigenlijk alleen nog over ‘fossiele bouwstoffen’ gesproken en geschreven moeten worden.

Mensen gaan dan hopelijk beter beseffen hoe zonde én schadelijk het is om die prachtige, kostbare, miljoenen jaren oude, eindige en moeilijk vervangbare fossiele stoffen in luttele jaren op te stoken ten behoeve van de meest onzinnige doeleinden, terwijl wij en onze nakomelingen er zo veel nuttiger dingen mee kunnen doen.

Bruggen bouwen, bijvoorbeeld, of daken van maken. En spaarbekkens, waterleidingen, zonnecollectoren, windmolens, rioleringen, schepen, visnetten, fietsen, kleren, geneesmiddelen, et cetera.

Allemaal dingen die zo veel nuttiger zijn dan al die onzinnige mobiliteit waaraan de meeste olie nu aan wordt verspild en die ook nog eens de lucht vervuilt en overal herrie maakt.

‘Fossiele brandstoffen’ heten vanaf nu FOSSIELE BOUWSTOFFEN!

Een gemeenschap (‘community’) is méér dan een markt. (Deel 2)

De homo economicus van Frankenstein
De homo economicus is een personage uit de economische mythologie en bestaat in werkelijkheid niet. Hij is, net als het monster van Frankenstein, een laboratoriumprodukt, een mythisch, kunstmatig geconstrueerd wezen dat zelfs zijn eigen schepper bedreigt zodra het een eigen leven mag gaan leiden.

Het even mythische begrip ‘economische gemeenschap’ houdt ook een ontkenning in van het verschil tussen fictie en werkelijkheid. Het adjectivum ‘economicus’ duidt op een bepaald aspect van het menselijk handelen: zijn wens om zo min mogelijk offers te hoeven brengen bij streven naar de bevrediging van zijn materiële behoeften. Het besef dat het hier niet gaat om de gehele mens maar om dat deel van hem dat met materiële zaken tevreden is te stellen, is nog wel aanwezig.

De kennis van het begrip ‘gemeenschap’ is echter inmiddels zo gebrekkig geworden, dat men zich bijna niets completers meer kan voorstellen dan een ‘economische gemeenschap’. Het is een pars pro toto geworden en tegelijk een eufemisme dat moet verhullen dat de sociale, morele, ideële, culturele en alle andere aspecten van de gemeenschap door het economische worden verdrongen. Economie was oorspronkelijk een instrument van de gemeenschap, maar nu is de gemeenschap een instrument van de economie geworden.

De gemeenschap, de community, is voor de mens (en vele andere aardse levensvormen) een belangrijker gegeven dan voorstanders van een puur economische politiek bereid zijn om toe te geven. Na voldoende water, voedsel, gezondheid en familie is het misschien wel de belangrijkste voorwaarde voor menselijk welzijn. Alleen in een bekende en vertrouwde omgeving kan een mens in harmonie leven, wonen, werken en rusten op een wijze die een gevoel van welbevinden geeft.

Doorgaan met het lezen van “Een gemeenschap (‘community’) is méér dan een markt. (Deel 2)”

Een gemeenschap ('community') is méér dan een markt. (1)

Voorwoord

De eerste versies van dit verhaal schreef ik in 1992. Toch is het nog in veel opzichten actueel. In sommige opzichten misschien nog wel meer dan veertien jaar geleden, toen Frits Bolkestein mij vroeg om eens een verhaal over communitarianism te schrijven. Ik was met hem in contact gekomen naar aanleiding van mijn brief ‘Onvrede over onbeheerste groei is geen xenofobie’ die NRC Handelsblad in september 1991 nogal prominent had afgedrukt. Tien jaar voordat Paul Scheffer het debat hierover zou ‘starten’, beschreef ik in die brief de maatschappij-ontwrichtende werking van het multiculturalisme: ‘Hele stadswijken worden geofferd op het altaar van het multiculturalisme, een restant van het maakbaarheidsgeloof’. Ik pleitte voor het behoud van een overkoepelende (en dus gemeenschappelijke) samenlevingscultuur als maatschappelijk richtsnoer én sociaal bindmiddel, ook in een modern land als het onze. De dag nadat die brief in de NRC had gestaan, werd ik gebeld door de secretaresse van Bolkestein: Hij wilde mij graag spreken. Wij hebben een paar gesprekken gehad in de lobby van het Amsterdamse Hilton Hotel. Hij vroeg toen of ik eens een verhaal wilde schrijven over ‘communitarianism’. Dat heb ik geprobeerd, maar gaandeweg werd het steeds meer een verhaal tégen ‘mondialisering’ (ten onrechte ook wel ‘globalisering’ genoemd). Die opvatting sprak Frits Bolkestein een stuk minder aan, en wij hebben sindsdien geen contact meer gehad.

Amstelveen, 30 november 2006.


Economie, de schaarsmaker

Gemeenschappen worden schaars in een maatschappij die kleine en grote gemeenschappen en hun onderlinge verbanden uitkleedt tot op hun louter economische functies. De mens mag dan van oorsprong een vrij sociaal wezen zijn, de homo economicus , inmiddels onderwerp van alle aandacht en beleid, is dat bepaald niet.

De kapitalistische consumptie-economie heeft geen boodschap aan gemeenschappen, alleen aan markten. Schaarste aan gemeenschapszin is dan ook niet slechts een onbedoeld neveneffect van een consequent doorgevoerd beleid dat gericht is op de optimalisatie van een vrije kapitalistische markteconomie, maar juist een produkt daarvan, net zoals bijvoorbeeld schaarsten aan andere waarden zoals natuur, schoon water, vruchtbare bodem, stilte etc. De markteconomie vereist dat alles een prijs heeft. Die marktprijs reflecteert echter de huidige schaarste, niet de toekomstige. Wat nog niet schaars lijkt, heeft geen prijs en kan dus onbegrensd worden verspild en vervuild.

Doorgaan met het lezen van “Een gemeenschap ('community') is méér dan een markt. (1)”

Wie wil vliegen zonder schuldgevoel, moet thuisblijven.

Suzanne Weusten besprak in de rubriek Tijdschriften (VK, 22/11 jl) het blad Goodies. Dat heeft als thema ‘de nieuwe mens’ die graag wil genieten zonder schuldgevoel. Daar is echter helemaal niets nieuws aan. Die wens is immers al zo oud als het leven op aarde. Of in ieder geval zo oud als de zondeval. Zelfs een hond kijkt schichtig als-ie een biefstuk van het aanrecht gejat heeft.

Net als bij die hond staat menselijk ‘schuldgevoel’ voornamelijk in verband met de straf die de vorige keer volgde op een soortgelijke gedraging. De redactie van Goodies wil vliegen graag straffeloos maken, zodat bij de lezers gaandeweg ook het schuldgevoel zal verdwijnen: Vlieg maar raak, desnoods drie keer per jaar een heel eind weg. De aardige jongens en meisjes van Goodies zullen graag voor jullie leuke verre bestemmingen uitproberen op kosten van de reisorganisaties en vliegmaatschappijen!

De luchtvaartindustrie mag niet klagen over deze steun uit journalistieke hoek, maar is dit wel in overeenstemming met normen van onafhankelijkheid en objectiviteit waar hoofdredacteur Pieter Broertjes zich zo graag op beroept? En hoe zit het met de waarschuwingen en aanbevelingen van Al Gore, die Engelse econoom (!) Nicholas Stern, alle wetenschappers van het IPCC en niet te vergeten Kofi Anan?! Laat Suzanne Weusten zich niet voor een paar karretjes tegelijk spannen, namelijk die van de luchtvaartlobby en die van de mensen die met Goodies een vette winst plus gratis vliegreizen willen verdienen?

Doorgaan met het lezen van “Wie wil vliegen zonder schuldgevoel, moet thuisblijven.”

'Op de zon hebben we geen invloed.' Nou èn? Bovendien deugt die kop niet.

De koppenschrijver maakt de Volkskrant ongeloofwaardig.

“Op de zon hebben we geen invloed,” is de titel van het artikel van Tjerk Gualthérie van Weezel over webcommentaren op de film An inconvenient truth. (VK, 21/10) De koppenschrijver van de Volkskrant heeft weer toegeslagen.

Die kop is namelijk geen correcte samenvatting van de inhoud van het artikel, noch een weergave van de conclusie van de auteur zelf. Het is ook niet de heersende opvatting van de mensen die verstand hebben van deze materie, en zelfs niet van al diegenen die er weliswaar geen verstand van hebben, maar wel een mening. Zoals de eindredacteur van de Volkskrant die graag zijn eigen mening als een vlag bovenop andermans artikelen plaatst.

Het is onaannemelijk dat die koppenschrijver zelf geen kranten leest, maar het is wel duidelijk dat hij lang niet alles gelooft wat daarin staat. Dat is op zichzelf heel verstandig van hem , maar het werpt wel een merkwaardig licht op zijn beroepskeuze. Koppenschrijvers doen namelijk voortdurend hun best om kranten nóg ongeloofwaardiger te maken dan zij vaak al zijn.

Doorgaan met het lezen van “'Op de zon hebben we geen invloed.' Nou èn? Bovendien deugt die kop niet.”