Van Zanen faalde dubbel: als partijvoorzitter van de VVD en als burgemeester van Amstelveen.

Van Zanen faalde dubbel: Als partijvoorzitter van de VVD en als (afwezige) burgemeester van Amstelveen.

Als inwoner van Amstelveen vind ik dit laatste natuurlijk het ergste. Onze stad heeft genoeg problemen om de volle aandacht van een kundige en toegewijde burgemeester te verdienen.

Ombudsman: "Bezwaar tegen nieuwsmanipulatie is overspannen gezeur."

“Dat doe je toch niet?” zei burgemeester Bakker.
“Dat voelt als verraad?” vroeg VK-verslaggever Menno van Dongen.
Burgemeester Bakker: “Ja, als verraad, klikken.” (VK 29/6 jl).

Boven het Interview van Menno van Dongen met burgemeester Bakker stond tussen aanhalingstekens de kop: “Ik geef geen illegalen aan, dat is verraad.” Met die aanhalingstekens werd ten onrechte de suggestie gewekt dat burgemeester Bakker die woorden zelf letterlijk zo had uitgesproken. Niet dus.

Het Interview dat VK-verslaggever Menno van Dongen had met burgemeester Ernst Bakker (d66) van Hilversum ging over de vraag of burgemeesters illegaal in Nederland verblijvende mensen die niet in aanmerking komen voor de pardonregeling illegalen, moeten aangeven bij minister Albayrak. Sommige burgemeesters vinden van niet, andere wel, en weer andere denken dat het probleem zich in de praktijk helemaal niet zal voordoen.

Doorgaan met het lezen van “Ombudsman: "Bezwaar tegen nieuwsmanipulatie is overspannen gezeur."”

Tilburg: Iedereen was stomverbaasd. En dat verbaast míj dan weer.

“Hun collectieve onvrede is niet eerder zo sterk naar voren gekomen,” schreef hoofdredacteur Jan Bonjer van het Algemeen Dagblad vandaag (24/5) in zijn Commentaar.Ook burgemeester Ruud Veerman van Tilburg zegt in het AD van vandaag dat ‘van dreigend geweld niets was gebleken’, en dat men niets wist van oorlogstaal op het internet.

Hoe is dat nu toch allemaal mogelijk? Wie organiseert nu een ‘gevoelige’ voetbalwedstrijd zónder op het internet te kijken hoe daarop wordt gereageerd en geanticipeerd?!

Marcel van Dam schreef in zijn column in de Volkskrant van vandaag dat mensen nog nooit zo veel mogelijkheden hebben gehad om hun politieke leiders te laten weten hoe zij over alles en nog wat denken: ‘Opiniepeilingen, onderzoeken naar alles wat er mis ging, debatprogramma’s, ingezonden brieven, werkbezoeken, etc.”

De schat, alleen postduif en volksoproer ontbraken nog in zijn opsomming. Van internet en weblogs heeft hij nog nooit gehoord en waarschijnlijk schrijft hij zijn stukjes nog steeds op een oude Underwood of Triumph. Maar ook bestuurders en hoofdredacteuren weten kennelijk nog steeds niet dat het internet een goede thermo-, baro-, mano- en hygrometer is en een inmiddels onvermijdelijke bron van allerlei andere essentiële informatie. Zo’n Fortuyn-revolte zou zomaar kunnen uitbreken en bestuurders en redacties zouden wéér stomverbaasd reageren..

Doorgaan met het lezen van “Tilburg: Iedereen was stomverbaasd. En dat verbaast míj dan weer.”

Van democratie tot mediacratie, en vervolgens tot bananenrepubliek. Het kan zomaar.

Het kritisch volgen en zo mogelijk ridiculiseren en desnoods demoniseren van politiek en politici is de voornaamste bezigheid van de journalistiek. De afgelopen weken hebben wij daar veel voorbeelden van gezien, maar ook de column van Max Pam van 12/3 jl over tenenkrommende taalfouten van politici paste naadloos in dat genre. Het zou echter goed zijn als onze democratie een institutie zou kennen die op dezelfde manier en met even goede bedoelingen de journalistiek kritisch zou volgen en beoordelen. Controle, kritiek en evenwicht moet er immers zijn op álle fronten in het democratische krachtenspel.

Burgers zijn per definitie de eerst aangewezenen voor het controleren van de journalistiek en mediamacht. Zij hebben daartoe ook de vrijheid, maar helaas nauwelijks effectieve mogelijkheden. De huidige situatie is dat politici en bestuurders de pers niet durven bekritiseren (zogenaamd omdat zij dat niet mogen), dat burgers het niet kunnen en dat journalisten het niet willen, uit een soort verkeerd begrepen collegiale loyaliteit of uit angst voor oncollegiale represailles.

Het resultaat is een bekend publiek geheim: De pers heeft vrij spel en kan en mag alles over iedereen zeggen en schrijven, maar krijgt zelf te weinig inhoudelijke concurrentie in de vorm van weerwerk en kritiek. Zij verliest daardoor aan kwaliteit, klantvriendelijkheid en maatschappelijke relevantie. En dat is natuurlijk niet goed, want zonder een onafhankelijke en betrouwbare pers blijft er van democratie niet veel meer over.

Doorgaan met het lezen van “Van democratie tot mediacratie, en vervolgens tot bananenrepubliek. Het kan zomaar.”

De Volkskrant solt met onze vrijheid en mogelijkheden van meningsuiting.

VK weblog ‘Donqui’ 9 jan 2007 (opgeheven en verdonkeremaand door de Volkskrant)

Het is raar afgelopen met de weblogs van Henrico Prins over de Volkskrant-verkiezing van de ‘Nederlander van het Jaar’. Op 23/12 jl kon er nog gediscussieerd worden over opzet en uitvoering van deze voorgekookte verkiezing aan de hand van een door Henrico en zijn maten voorgekauwde lijst van kandidaten. Het volgende moment bleken opeens álle afleveringen van het weblog van de Kiescommissie te zijn verwijderd, dus inclusief de kritische reacties van lezers. Dat is geen censuur meer, maar vernietiging van een compleet openbaar debat. Zonder enige verklaring. Zo gaat de journalistiek dus om met onze vrijheid van meningsuiting en met onze toch al beperkte effectieve mogelijkheden daartoe.

Als burgers de media willen tegenspreken, bekritiseren en controleren op hun onafhankelijkheid en betrouwbaarheid, dan blijken democratische waarden en burgerlijke rechten opeens niet meer te betekenen dan die beruchte brieven van de Postcode Loterij of Reader’s Digest: ‘Geachte Heer, U heeft een fantastische prijs gewonnen!’ Allemaal opgeklopte flauwekul. Als het erop aankomt, krijg je helemaal niks.

Wie de waakhond van onze democratische rechtsstaat probeert vast te binden aan de waarden en normen die hij geacht wordt te beschermen, kan hoogstens een grauw en een knauw krijgen.

Doorgaan met het lezen van “De Volkskrant solt met onze vrijheid en mogelijkheden van meningsuiting.”

Als Job Cohen enig democratisch fatsoen heeft, weigert hij die titel 'Nederlander van het Jaar'.

De uitslag van de door de Volkskrant gearrangeerde verkiezing Nederlander van het Jaar 2006 is uitgelopen op een grote verrassing. De keuze van de lezers viel namelijk op de Amsterdamse burgemeester Job Cohen. Men kon kiezen uit een exclusieve lijst van dertig personen (slechts drie vrouwen!) die door de redactie waren uitverkoren als kandidaten voor deze prestigieuze titel.

Kiezers die vonden dat Job Cohen daar bij uitstek voor in aanmerking kwam, hoefden hem alleen maar te laten staan op de plek waar de Kiescommissie hem al behulpzaam had neergezet: Op de bovenstebeste eerste plaats, dus. Zo regel je die dingen als Amsterdamse krant. Zonder netwerken en lobbies worden tenslotte geen verkiezingen en referenda gewonnen.

Henrico Prins, voorzitter van de Kiescommissie, schreef op 21 december jl in het weblog van ”Nederlander van het Jaar, onder de titel ‘Een Wonder’:

“Wij hebben dit jaar de kaarten weer eens voorgeschud, maar wie weet doen we dat volgend jaar anders en geven we de lezer meer inspraak.”

Doorgaan met het lezen van “Als Job Cohen enig democratisch fatsoen heeft, weigert hij die titel 'Nederlander van het Jaar'.”

Een gemeenschap ('community') is méér dan een markt. (Deel 3)

Toch houdt de politiek van economie …
De politiek heeft economie en technologie wereldwijd verheven tot algemeen leidende principes. Terwijl politici er in de eerste plaats voor zouden moeten zorgen dat hun kiezers tevreden zijn, stellen zij zich nu op kosten van de gemeenschap in dienst van handel en industrie die juist helemaal géén baat hebben bij tevredenheid. Alleen een zichzelf in stand houdende, chronische ontevredenheid onder de potentiële afnemers houdt tenslotte een blijvende vraag naar producten en diensten in stand.

Materiële welvaart is voor veel mensen een verslavend middel waarmee zij hun existentiële onzekerheden kunnen ‘vergeten’. Nationale en internationale economieën zijn afhankelijk van de winsten, belastingen en accijnzen die deze verslaving oplevert. Geen modern land kan meer bestaan zonder een steeds toenemende materialistische behoeftenbevrediging, eufemistisch ‘economische groei’ genaamd. Het bevorderen van materiële welvaart heeft voor politici het grote voordeel dat het effect (in tegenstelling tot ‘vage’ dingen als leefbaarheid en tevredenheid) meetbaar is. Aan de hand van economische groeicijfers kunnen politici aannemelijk maken dat zij hun werk goed doen. De grote spanningen in de wereld tonen echter aan dat de politiek met haar nadruk op economische groei en materiële welvaart heeft gewed op een grillig, ontrouw en dom paard, dat het gras waarvan het moet leven, vervuilt en met zijn hoeven vertrapt. Als middel is het vaak erger dan de kwaal van relatieve materiële armoede, maar er is geen bijsluiter die hiervoor waarschuwt.

Doorgaan met het lezen van “Een gemeenschap ('community') is méér dan een markt. (Deel 3)”

Een gemeenschap (‘community’) is méér dan een markt. (Deel 2)

De homo economicus van Frankenstein
De homo economicus is een personage uit de economische mythologie en bestaat in werkelijkheid niet. Hij is, net als het monster van Frankenstein, een laboratoriumprodukt, een mythisch, kunstmatig geconstrueerd wezen dat zelfs zijn eigen schepper bedreigt zodra het een eigen leven mag gaan leiden.

Het even mythische begrip ‘economische gemeenschap’ houdt ook een ontkenning in van het verschil tussen fictie en werkelijkheid. Het adjectivum ‘economicus’ duidt op een bepaald aspect van het menselijk handelen: zijn wens om zo min mogelijk offers te hoeven brengen bij streven naar de bevrediging van zijn materiële behoeften. Het besef dat het hier niet gaat om de gehele mens maar om dat deel van hem dat met materiële zaken tevreden is te stellen, is nog wel aanwezig.

De kennis van het begrip ‘gemeenschap’ is echter inmiddels zo gebrekkig geworden, dat men zich bijna niets completers meer kan voorstellen dan een ‘economische gemeenschap’. Het is een pars pro toto geworden en tegelijk een eufemisme dat moet verhullen dat de sociale, morele, ideële, culturele en alle andere aspecten van de gemeenschap door het economische worden verdrongen. Economie was oorspronkelijk een instrument van de gemeenschap, maar nu is de gemeenschap een instrument van de economie geworden.

De gemeenschap, de community, is voor de mens (en vele andere aardse levensvormen) een belangrijker gegeven dan voorstanders van een puur economische politiek bereid zijn om toe te geven. Na voldoende water, voedsel, gezondheid en familie is het misschien wel de belangrijkste voorwaarde voor menselijk welzijn. Alleen in een bekende en vertrouwde omgeving kan een mens in harmonie leven, wonen, werken en rusten op een wijze die een gevoel van welbevinden geeft.

Doorgaan met het lezen van “Een gemeenschap (‘community’) is méér dan een markt. (Deel 2)”

Een gemeenschap (‘community’) is méér dan een markt. (1)

 

Voorwoord

De eerste versies van dit verhaal schreef ik in 1992. Toch is het nog in veel opzichten actueel. In sommige opzichten misschien nog wel meer dan veertien jaar geleden, toen Frits Bolkestein mij vroeg om eens een verhaal over communitarianism te schrijven. Ik was met hem in contact gekomen naar aanleiding van mijn brief ‘Onvrede over onbeheerste groei is geen xenofobie’ die NRC Handelsblad in september 1991 nogal prominent had afgedrukt. Tien jaar voordat Paul Scheffer het debat hierover zou ‘starten’, beschreef ik in die brief de maatschappij-ontwrichtende werking van het multiculturalisme: ‘Hele stadswijken worden geofferd op het altaar van het multiculturalisme, een restant van het maakbaarheidsgeloof’. Ik pleitte voor het behoud van een overkoepelende (en dus gemeenschappelijke) samenlevingscultuur als maatschappelijk richtsnoer én sociaal bindmiddel, ook in een modern land als het onze. De dag nadat die brief in de NRC had gestaan, werd ik gebeld door de secretaresse van Bolkestein: Hij wilde mij graag spreken. Wij hebben een paar gesprekken gehad in de lobby van het Amsterdamse Hilton Hotel. Hij vroeg toen of ik eens een verhaal wilde schrijven over ‘communitarianism’. Dat heb ik geprobeerd, maar gaandeweg werd het steeds meer een verhaal tégen ‘mondialisering’ (ten onrechte ook wel ‘globalisering’ genoemd). Die opvatting sprak Frits Bolkestein een stuk minder aan, en wij hebben sindsdien geen contact meer gehad.

Amstelveen, 30 november 2006.


Economie, de schaarsmaker

Gemeenschappen worden schaars in een maatschappij die kleine en grote gemeenschappen en hun onderlinge verbanden uitkleedt tot op hun louter economische functies. De mens mag dan van oorsprong een vrij sociaal wezen zijn, de homo economicus , inmiddels onderwerp van alle aandacht en beleid, is dat bepaald niet.

De kapitalistische consumptie-economie heeft geen boodschap aan gemeenschappen, alleen aan markten. Schaarste aan gemeenschapszin is dan ook niet slechts een onbedoeld neveneffect van een consequent doorgevoerd beleid dat gericht is op de optimalisatie van een vrije kapitalistische markteconomie, maar juist een produkt daarvan, net zoals bijvoorbeeld schaarsten aan andere waarden zoals natuur, schoon water, vruchtbare bodem, stilte etc. De markteconomie vereist dat alles een prijs heeft. Die marktprijs reflecteert echter de huidige schaarste, niet de toekomstige. Wat nog niet schaars lijkt, heeft geen prijs en kan dus onbegrensd worden verspild en vervuild.

Doorgaan met het lezen van “Een gemeenschap (‘community’) is méér dan een markt. (1)”

Het kabinet houdt rekening met het landsbelang. Dat zouden er meer moeten doen.

‘Terughoudendheid nodig van alle partijen,’ schrijft de commentator van de Volkskrant vandaag. Dat kan de nieuwbakken Kamermeerderheid in haar zak steken.

Gelukkig zijn er dus ook nog goede, onafhankelijke, betrouwbare en zelfstandig denkende journalisten. Vermoedelijk was het diezelfde verstandige commentaarschrijver die de eerste motie van Wouter Bos ‘voorbarig’ had genoemd. Hoe terecht dat vernietigende oordeel was, bleek wel toen die haastig moest worden bijgesteld door een tweede motie!

Hoe onbesuisd en onverantwoord het gedrag van de euforische nieuwe meerderheid in de Tweede Kamer was, bleek ook duidelijk uit het verslag van Michiel Kruijt en Marc Peeperkorn in de VK van vanochtend: “Pechtold neemt de Partij voor de Dieren voor zijn rekening.” Dit zinnetje vat het hele parlementaire schandaal bondig samen: Ervaren politieke krachtpatsers als Pechtold, Bos en Dijsselbloem hebben hard ingepraat op kersverse Kamerleden om hun stem te geven een pogingen van Bos en Pechtold om hun smadelijke verkiezingsnederlagen te doen vergeten. Kamerleden stemmen dan wel zonder last of ruggespraak, maar niet zonder een forse dosis peer pressure. De fractiediscipline die is uitgeoefend om een Kamermeerderheid te forceren, is van Sovjet-kaliber.

Landsbelang en de gevoeligheid en complexiteit van vraagstuk speelden in dit machtsspel geen enkele rol. En ook niet het feit dat veel Kamerleden die de moties ‘steunden’ nog nauwelijks zelfstandig de weg naar wc en koffiemachine weten te vinden. Hier zijn democratische middelen en methoden misbruikt voor zaken die met algemeen belang niets te maken hebben. Als een echte uitvoerende macht heeft de Kamer belangen van individuele gevallen behartigd.

Doorgaan met het lezen van “Het kabinet houdt rekening met het landsbelang. Dat zouden er meer moeten doen.”