Was het een Pim-zege of een Sovjet-zege? Of is dat eigenlijk hetzelfde?

Volkskrantverslaggever Willem Beusekamp noemde op 9 maart jl de PvdA-zege in Amsterdam ‘sovjet-achtig’ , vanwege de massale overmacht waarmee deze ooit socialistische partij de laatste verkiezingen gewonnen had.

Voor mij had de zege van de PvdA meer een ‘Pim-karakter’ door het grote rol die de journalistiek ook hierbij weer heeft gespeeld. Onze kwaliteitskranten en ook de publieke omroep hadden de huidige regering het liefst al lang naar huis gestuurd als zij daartoe de rechtstreekse mogelijkheid hadden gehad. Nu moeten zij het nog steeds via de band van de burgers en hun vertegenwoordigers spelen. Dan doen zij met een overgave waaruit een sterke politieke overtuiging spreek. Of althans een sterke band met ‘de Partij’.

De term ‘sovjetachtig’ is niettemin ook toepasselijk, omdat kranten en zelfs de publieke omroep in Nederland consequent de partijstandpunten van de PvdA uitdragen. Dat is zo’n griezelige situatie dat ik daar zelfs als SP- en Groen Links-stemmer toch bijna rechts van word.

Politiek dient nog alleen om de journalistieke duiding te bevestigen.

Radio 1 deelde vanochtend mee dat Jozias van Aartsen had besloten om op te stappen als fractievoorzitter van de VVD. Van Aartsen zou zijn beslissing om 12 uur in een persconferentie officieel bekend maken en toelichten.

Ik zette mijn televisie aan en stemde die af op Ned 2, in de verwachting dat die persconferentie wel rechtstreeks zou worden uitgezonden. Dat bleek inderdaad het geval. Althans, gedeeltelijk. Tot mijn starre verbazing werd de uitzending van de persconferentie namelijk al na een paar vragen van journalisten onderbroken. Voor een nieuwsuitzending. De gebeurtenis zelf is kennelijk minder belangrijk dan de nieuwsuitzending erover. Ook in dit geval bleek weer hoe bespottelijk die journalistieke bevoogding is, want wie kon immers beter duidelijk maken wat Van Aartsen tot zijn beslissing had gebracht dan de politicus zelf? De rest van zijn uitleg moest echter eerst door de journalistieke filter voordat het voor publieke consumptie geschikt werd geacht door de zelfgekozen hoeders van onze democratie.

Op deze manier krijgen burgers dus steeds de journalistieke versie van het politieke verhaal te horen. En zo stuurt de journalistiek de politiek in ‘vrije’ landen.

Doorgaan met het lezen van “Politiek dient nog alleen om de journalistieke duiding te bevestigen.”

NOS Nieuws geeft stemadvies op Radio 1: Stem PvdA!

De uitzending van het NOS Radio 1 Nieuws van vanochtend 10 uur leek op deze verkiezingsdag meer op een verkiezingspotje voor de PvdA.  De Rotterdamse lijsttrekker van de PvdA, Peter van Heemst, mocht namelijk als enige de kiezers aansporen om toch vooral op zijn partij te stemmen. Om 15.00 uur liet de NOS in haar nieuwsuitzending Wouter Bos, de landelijke leider van de PvdA, als enige aan het woord.

Het lijkt wel een soort stemadvies van deze ‘publieke’ omroeporganisatie.

Op een verkiezingsdag is dit natuurlijk in strijd met de regel dat politieke partijen dan geen propaganda meer maken via de publieke zenders, zeker niet als andere partijen die gelegenheid niet krijgen.

De journalistiek (en de publieke omroep in het bijzonder) voelt zich echter verheven boven democratische spel- en fatsoensregels. Er is ook niemand die daar iets tegen doet, want burger kúnnen dit niet, politici dúrven dat niet, en journalisten zelf hebben daar gewoon geen zin in, deels uit collegialiteit deels uit angst voor journalistieke represailles.

De antidemocratische instelling van de journalistiek (inclusief de publieke omroep) vormt een zwakke plek in ons democratische stelsel.

De ombudsman mijmert nog over goeie ouwe journalistiek, maar de uitverkoop gaat gewoon door.

“Is het echt zo erg gesteld met de vaderlandse journalistiek dat er geen jaar voorbij kan gaan zonder dat iemand zijn ongenoegen uit over ‘de media’? vraagt ombudsman Thom Meens zich af. De schat.

Er zou GEEN DAG voorbij mogen gaan zonder dat kritisch werd gekeken naar de rol van de journalistiek in de beïnvloeding van de publieke meningsvorming. En dus ook geen dag zonder dat werd vastgesteld dat de journalistiek zich bewust (en succesvol) weet te onttrekken aan het stelsel van checks and balances dat ons democratische stelsel betrouwbaar houdt door van alle actoren (ik herhaal: álle) te verlangen dat zij verantwoording afleggen voor hun doelstellingen en werkwijzen. “Die bepalen en controleren wij zelf wel,” vinden Thom Meens en zijn hoofdredacteur Pieter Broertjes. En zij komen er nog mee weg ook. Althans, tot dusver.

Hier ligt een mooie taak voor de bloggende burgers om de zaak weer een beetje in evenwicht te brengen.

De journalistiek controleert de macht, maar niemand controleert de journalistiek, ook al vormt zij in onze mediacratie de allergrootste macht als het gaat om informatie (in al zijn modaliteiten) en wat belanghebbenden daar allemaal mee kunnen doen. Sovjet-leiders zouden postuum jaloers kunnen worden op zoveel ongecontroleerde macht en invloed.

“Wie zich gepakt voelt, kan naar de rechter stappen,” zeggen Meens en Broertjes, wetend dat zij van die kant niets te duchten hebben.

Doorgaan met het lezen van “De ombudsman mijmert nog over goeie ouwe journalistiek, maar de uitverkoop gaat gewoon door.”

CIDI: Centrum voor Intensieve Desinformatie over Israel.

Terwijl Israël volgens mensenrechtenorganisatie B’tselem de Westoever stilletjes heeft geannexeerd en op die manier twee miljoen Palestijnen feitelijk de toegang tot hun landbouwgronden en boomgaarden in de vruchtbare Jordaanvallei blokkeert (Ha’aretz en NRC Handelsblad 14/2, de Volkskrant 16/2), mag CIDI-directeur Ronnie Naftaniël zich op de Forum-pagina van de Volkskrant druk maken over het bezoek van onze minister van Buitenlandse Zaken aan koning Abdoellah van Saoedi-Arabië. (de Volkskrant, 16/2/2006)

Naftaniël noemt die reis in zijn artikel ‘onvoldoende gerechtvaardigd’. Dat ben ik met hem eens, maar om andere redenen. Minister Bot had namelijk onmiddellijk zijn bezoek moeten afbreken nadat hem de onaanvaardbare ontwikkelingen in Palestina ter ore waren gekomen. Hij had er onmiddellijk naar toe moeten gaan om de solidariteit van Nederland met het onderdrukte en hongerende Palestijnse volk te betuigen en om te protesteren tegen de onmenselijke houding van de Israëlische regering.

Hieronder zal ik een paar opmerkingen van Ronnie Naftaniël in het licht zetten van de situatie die Israël voor de Palestijnse bevolking heeft gecreëerd, om duidelijk te maken wat de letters CIDI in werkelijkheid betekenen: “Centrum voor Intensieve Desinformatie over Israel”.

Doorgaan met het lezen van “CIDI: Centrum voor Intensieve Desinformatie over Israel.”

"Read what bloggers are saying about this article."

Gezien in de internetversie van The Washington Post: Bij ieder artikel staat een blokje waarin je kunt klikken naar blog-commentaren op dat artikel. Kijk, dan begint het bloggen pas echt te werken. Journalisten, columnisten en commentatoren voelen dan immers voortdurend de ‘hete adem’  van bloggende lezers in hun nek. Dan krijg je eindelijk meer interactie tussen de auteurs en hun lezers, en verdwijnt de grauwsluier van journalistieke vrijblijvendheid die onze kranten vaak zo tenenkrommend maakt om te lezen.

Het is hier niet zo goed te zien, maar in de blokjes staat de volgende tekst:

  • Who’s Blogging? Read what bloggers are saying about this article.
  • Full List of Blogs (2 links)
  • Most Blogged About Articles
  • On washingtonpost.com | On the web

Bron: The Washington Post van 15 februar 2006

Ik heb deze suggestie ook per e-mail naar VK blog-chef Bogaerts gestuurd, maar die heeft nog niet gereageerd.

Doorgaan met het lezen van “"Read what bloggers are saying about this article."”

De hetze tegen minister Verdonk is vervelend en contra-productief.

De hetze tegen minister Verdonk begint knap vervelend te worden. Gisteren werd haar door de verslaggever van de Volkskrant verweten dat zij tijdens haar bezoek aan vluchtelingenkampen in Kenya was blijven stáán, terwijl haar collega Van Ardennne op haar hurken zat en vertederd keek naar een schattig zwart kindje. Verdonk sprak op dat moment met een leidinggevende van het vluchtelingenkamp. Nog zo’n harteloos type, want die stond namelijk ook. De bijgaande foto ondersteunde het beeld van onmenselijke hardheid dat de media (de publieke voorop) voortdurend van minister Verdonk willen schetsen.

Gistermiddag besteedde het publieke radioprogramma van de KRO 1 Op de Middag weer een groot  deel van haar uitzending aan de particuliere kruistocht van presentatrice Liesbeth van der Kruit tegen Rita Verdonk.

Vandaag stond er alweer een cartoon van Colignon in de Volkskrant van Rita Verdonk met een oranje nazihelm op. Hoe onsmakelijk en onterecht kan en mag de journalistiek zijn? Zéér onsmakelijk, want wie er iets van durft te zeggen, tast de persvrijheid aan. De minister is vogelvrij.

‘Wij controleren de macht,’ antwoordde hoofdredacteur Pieter Broertjes aan Thom de Graaf. Ja, maar wie controleert de machtige journalistiek als zij daar zelf zo duidelijk in faalt?

Doorgaan met het lezen van “De hetze tegen minister Verdonk is vervelend en contra-productief.”

Nederlands ís de 'eigen taal' van de inwoners van dit land.

De commentator van de Volkskrant gunt ons een kijkje in de fortuyneske kloof tussen journalistiek en burger. Hij/zij mengt zich in het papegaaienkoor van ‘columnisten, cabaretiers en andere satirici die elke gelegenheid ‘tot ‘Verdonk-bashing’ dankbaar aangrijpen.

“Intussen heeft ze wel gescoord bij haar achterban,” klinkt het zuur vanuit de hoek waar steeds meer mensen zich door gebrek aan inspiratie en instemming van afwenden. Alleen VK-verslaggever Ron Meerhof laat zien dat hij het contact met de tramconducteur en de burger in de straat niet verloren is: “De gemeente Rotterdam heeft een gedragscode opgesteld waar niemand echt van opkijkt,” schrijft hij. En zo is het. De meeste mensen vinden het de normaalste zaak van de wereld vinden dat burgers in het publieke domein in principe dezelfde taal met elkaar spreken. Zonder dwang, maar gewoon vanzelfsprekend. Anders heb je geen publiek domein, geen openbaar leven, geen gemeenschap en ook geen samenleving. Wie dat wil, moet zijn agenda maar eens openbaar maken.

Nederlands ís de ‘eigen taal’ van Nederlandse burgers, dus wat zeurt de Commentaargroep over een ‘treurig dieptepunt’ waarin minister Verdonk ons land nu weer gedompeld zou hebben? Het enige wat zij heeft gedaan is haar instemming betuigen met de ‘Rotterdam Code’ en voorstellen om deze in al of niet aangepaste vorm te verheffen tot landelijk niveau. Een goed idee, als het niet zo ontzettend logisch was.

Doorgaan met het lezen van “Nederlands ís de 'eigen taal' van de inwoners van dit land.”

Burgerjournalisten: Zijn dat nu burgers of journalisten?

Volgens Mark Deuze zijn de grenzen tussen maker (journalist) en gebruiker (burger) inmiddels vervaagd. Dit schrijft hij althans in Iedereen is journalist. De conclusie dat burgers dus gewoon de taken van de journalistiek kunnen overnemen, gaat voor Deuze echter te ver:

“Journalistiek lijkt niet meer nodig omdat iedereen journalist is. De journalistiek lijkt overbodig omdat de samenleving steeds meer een redactioneel karakter krijgt, waar iedereen voortdurend met elkaar in nieuwsvergadering zit om te besluiten wat de meest belangrijke en relevante informatie van de dag, het uur of het moment is. Desondanks laat vooral het voorbeeld van het Amerikaanse Bluffton Today zien dat de journalistiek wel degelijk bestaansrecht heeft – ten minste als het er in slaagt om het gesprek dat de samenleving met zichzelf heeft te versterken en er aan deel te nemen als gelijke.”

Er is dus nog toekomst voor de journalistiek. Die is echter niet voor haar weggelegd als zij als een soort Hebron-kolonisten schimpwoorden en uitwerpselen blijft gooien naar alles wat niet tot de eigen superieure groep behoort. Journalisten zullen zich moeten herbezinnen op hun plaats en functie in de wereld van blogburgers.

Doorgaan met het lezen van “Burgerjournalisten: Zijn dat nu burgers of journalisten?”

Het weblog biedt tegenspraak aan de journalistiek. En dat is nodig ook.

Wat de journalistiek nodig heeft, is meer weerwerk en tegenspraak.  Met de komst van internet en het blogwezen, is dat technisch gemakkelijk te realiseren, maar de geesten zijn nog onwillig. Journalisten houden namelijk niet van tegenspraak. Bij het minste woord van kritiek (van wie dan ook) raken zij helemaal van slag.  Dit kan soms zó erg zijn dat zij spontaan hun functie van waakhond van onze democratische rechtsstaat vergeten en gaan proberen om die kritiek te onderdrukken!

Dit is voor journalisten heel gemakkelijk, want  zij bedienen immers zelf de knoppen van de drukpersen, de microfoons en camera’s. Kritische brieven en opmerkingen worden gewoon niet afgedrukt respectievelijk niet uitgezonden en kritische weblogs worden gewoon verwijderd. Ho! Dat laatste blijkt niet te mogen van de Gebruiksvoorwaarden en ook niet van onze Grondwet. Vervelend voor de journalistiek, maar goed voor de democratie.

Democratie bestaat immers bij de gratie van de mogelijkheid van kritiek en tegenspraak. Het democratische gehalte van een land is af te lezen aan de manier waarop wordt omgegaan met kritiek en critici. Ditzelfde geldt voor de ware democratische gezindheid van journalistieke media. Hoe gaan zij met kritiek om en welke vrijheid en status hebben hun critici?

Doorgaan met het lezen van “Het weblog biedt tegenspraak aan de journalistiek. En dat is nodig ook.”