Ons maatschappelijk vertrouwen is weggehoond.

De Commentaargroep schrijft vandaag (24 nov): ‘Het gebrek aan vertrouwen van de consument staat niet los van het wantrouwen in de politiek.’

Het enige wat burgers van ‘de politiek’ weten, is wat de journalistiek hierover via de media aan het publiek wil vertellen. De overheersende toon daarvan is smalend, denigrerend en soms ronduit kwetsend. Het eerste wat de politiek moet doen om weer enig publiek aanzien en vertrouwen te krijgen, is ophouden met zo onderdanig te doen tegen journalisten die hen voortdurend interrumperen, woorden in de mond proberen te leggen (‘Zoudt u ook kunnen zeggen dat ..?’), en hypes maken van iedere verspreking of onoplettendheid.

Het primaat van het politieke debat behoort aan de democratisch gelegitimeerde politiek, en niet alleen aan mensen die níet zijn gekozen, niemand vertegenwoordigen, namens niemand spreken, tegenover niemand verantwoording willen afleggen en zich boven alles en iedereen en ook boven iedere vorm van kritiek verheven voelen.

Bij gebrek aan weerwerk en tegenspraak heeft de journalistiek kunnen opschuiven van een secundaire positie van verslaggever naar de positie van belangrijkste politieke meningsvormer. Het stelsel van checks and balances is nog niet aan deze nieuwe situatie aangepast. Onze democratie is zodoende uit evenwicht geraakt en gaan haperen.

Doorgaan met het lezen van “Ons maatschappelijk vertrouwen is weggehoond.”

Etnomarketing is OK. Etnojournalistiek niet.

Na jaren van ontzuiling zien wij deze nu toch weer terugkeren, maar nu in een vorm die diepere wortels heeft en dus hardnekkiger én gevaarlijker zal blijken te zijn dan de vorige. De multiculturalisering en etnificering van onze samenleving leidt tot het institutionaliseren van scheidslijnen tussen bevolkingsgroepen op grond van criteria die tot voor kort (terecht!) ondenkbaar en onbespreekbaar waren, namelijk behalve religie nu ook nationaliteit, etniciteit, groepscultuur en zelfs genetische eigenschappen.

Dit heeft allerlei gevolgen op veel maatschappelijke terreinen, maar ik wil hier graag even stilstaan bij de vraag of de toename van etnojournalistiek even logisch, onvermijdelijk en wenselijk is als etnomarketing.

Doorgaan met het lezen van “Etnomarketing is OK. Etnojournalistiek niet.”

Eigen Netwerk Eerst.

Gans het netwerk schiet te hulp om Maurice de Hond te verdedigen tegen vuige aantijgingen over zijn ‘vermeende partijdigheid’. Ook de Volkskrant vergeet in zulke noodgevallen spontaan haar kritische onafhankelijkheid.

Na verleden week eerst Rob Oudkerk een duwtje in de goede richting (Den Haag) te hebben gegeven, moest echt alles uit de kast om eer en handel van Connie van Breukhoven te redden. En nu was het dus Maurice de Hond die het even moeilijk had en wat publicitaire steun kon gebruiken. De opiniepeiler is weer helemaal terug aan het front, en daar schieten ze soms met scherp.

U kent hem wel, de man die zich rechtstreeks bemoeit met de politiek en die aan tafel van Frits Barend zo hartstochtelijk kan betogen over het failliet van de vertegenwoordigende democratie. Hij heeft zelf nogal uitgesproken opvattingen over politiek en maatschappij, en heeft met zijn ‘gebrek aan begeerte’  (businesspartner Hedy d’Ancona) ondertussen ‘behoorlijk wat geld verdiend’. Nou, díe man moest duidelijk een steuntje in de rug hebben van de Volkskrant.

Na een lange inleiding over herkomst en achtergrond schrijft Bart Jungmann dat het joods-zijn in de opvoeding van Maurice de Hond absolúút niet werd benadrukt. Dat kon van dít verhaal bepaald niet gezegd worden..

Doorgaan met het lezen van “Eigen Netwerk Eerst.”

De waakhond van onze democratie is vals

Lezer Dr. Jan Berden uit Abcoude schreef aan de hoofdredacteur van NRC Handelsblad:

“Ik moet steeds constateren dat de media er op uit zijn de overheid in een kwaad daglicht te stellen. Helaas zie ik steeds vaker dat ook deze zogenoemde kwaliteitskrant met de meute meedoet. Waar blijft uw journalistieke verantwoordelijkheid?”
(De lezer schrijft, 19/11 jl)

Hoofdredacteur Jensma antwoordde in zijn rubriek: “Ik kan me daar niet in vinden.”

Einde discussie? Ja, want journalisten discussiëren niet. Het is al heel wat als zij überhaupt reageren. Een politicus of bestuurder zou hier natuurlijk nooit mee wegkomen. Voor de journalistiek gelden in onze democratie echter andere regels. De belangrijkste is: Wij bepalen zelf onze regels, voorwaarden en verantwoordelijkheden. En: Wij hoeven tegenover niemand verantwoordelijkheid af te leggen, behalve misschien soms tegenover onze collega’s als die zo dom en oncollegiaal zijn om hun eigen nest te bevuilen. Doorgaan met het lezen van “De waakhond van onze democratie is vals”

Commentaargroep, wie bent u eigenlijk?

Met het risico van ‘blogknuffelen’ (term van Alib) wil ik de Commentaargroep (wie dat ook mogen zijn) graag bedanken en complimenteren voor hun beslissing om hun weblog vrij te geven voor rechtstreekse reacties. En nu maar hopen dat veel lezers op constructieve wijze deze vrijheid én mogelijkheid van meningsuiting zullen benutten om de Volkskrant het openlijke weerwoord te bieden dat nog te vaak ontbreekt.

Het gebrek aan tegenspraak en aan mogelijkheden tot openlijke kritiek op de journalistiek vormt immers een zwakke plek in het stelsel van checks and balances dat onze democratie evenwichtig, transparant en fit moet houden.

Nu het Commentaar eindelijk is vrijgegeven voor rechtstreekse reacties, heb ik een volgende wens voor de Commentaargroep: Maak u bekend, open uw vizier en laat uw lezers weten wie het hoofdredactionele Commentaar schrijft. Want wat is de waarde van een mening waar niemand persoonlijk verantwoordelijkheid voor wil nemen? Hoe kunnen lezers beoordelen hoe onafhankelijk en betrouwbaar een commentaarschrijver werkelijk is, als zij geen verbanden kunnen leggen tussen de teksten die hij/zij schrijft?

Doorgaan met het lezen van “Commentaargroep, wie bent u eigenlijk?”

'Hun' moet blijven.

Het persoonlijke voornaamwoord ‘hun’ dreigt te verdwijnen omdat steeds meer mensen (en zeker niet de domsten) voor de derde naamval meervoud steeds vaker ‘hen’ zeggen en schrijven als het eigenlijk ‘hun’ moet zijn. Hoe zou dat komen? Zijn mensen bang voor ‘hun’ omdat het zo vaak verkeerd wordt gebruikt: ‘Hun zeggen’ ipv ‘zij zeggen’. Of is een hen-virus verantwoordelijk voor al die hun-angst?

Is het erg dat ‘hun’ verdwijnt. Neu, niet echt. Maar ik vind het wel jammer. Bekijk de volgende spijkers op laag water en oordeel zelf of u ‘hun’ in stand wilt houden.

Waar ‘HUN’ had moeten staan:

“Het voelt fijn HEN van dienst te zijn, maar laten wij er alsjeblieft niet meer van maken.”(Danielle Pinedo, NRC, 24 dec 2005)

“Wij schamperen niet op de auteurs van het stuk, integendeel, wij zijn HEN dankbaar.
(Jan Mulder, VK 20 dec 2005)

De Belastingdienst stuurt HEN halverwege het jaar een voorlopige aanslag.”
(Leonoor Meijer, VK 16 dec 2005)

“Wat HEN is overkomen, onschuldig veroordeeld worden, kan nog steeds gebeuren.”
(Margreet Vermeulen, VK 12 dec 2005)

Doorgaan met het lezen van “'Hun' moet blijven.”

‘Multiculturele samenleving’ in 1991: Waar was Paul Scheffer?

In september 1991 (!) plaatste NRC Handelsblad mijn kritiek op de zogenaamde multiculturele samenleving over drie kolommen af:

“ONVREDE OVER ONBEHEERSTE GROEI GEEN XENOFOBIE”.

“De jaarlijkse toestroom van alleen al veertigduizend gezinsherenigers is meer dan hun nieuwe woonbuurten op een beetje leuke manier kunnen verwerken. Voordat men daar aan welke vorm en mate van hun integratie kan toekomen, zal toch eerst de groei van hun aantal tot inpasbare proporties moeten worden beperkt. [..] Niet alleen over de gewenste mate van integratie maar zelfs over de inhoud van dat begrip zelf voert men een bittere discussie over de hoofden van de direct-betrokkenen.

“Het automatisme van de gezinshereniging maakt een bewust en menswaardig toelatingsbeleid voor de werkelijk ernstige gevallen (de politieke vluchtelingen) veel lastiger. De haast en de onmatigheid bij het nastreven van de multiculturele en multi-etnische samenleving leiden in de concentratiegebieden tot het tegendeel van het beleden ideaal.

Doorgaan met het lezen van “‘Multiculturele samenleving’ in 1991: Waar was Paul Scheffer?”

Joden: Ras, volk of racistisch volk? – Brief aan Anet Bleich (de Volkskrant), 30/5/2001.

Van: Robert van Waning
Verzonden: woensdag 30 mei 2001 15:07
Aan: Red Vkr Redactie  (Aan: Anet Bleich)

Onderwerp: Joden: ras, volk of racistisch volk?

Geachte Anet Bleich,

Uw vraag ‘Wie is er bang voor vreemde smetten’ (VK 31/1 jl) vond ik, komend van u, opvallend.

U heeft immers (in uw eigen woorden) uw hart verloren aan een cultuur die gebaseerd is op etnische exclusiviteit en u laat ook regelmatig weten hoezeer u zich verbonden voelt met het enige land dat dit exclusivisme officieel en institutioneel als uitgangspunt en als doelstelling heeft gekozen en het teken daarvan zelfs in zijn vlag voert. Of is de Davidsster inmiddels net zo’n etnisch-neutraal teken als een cederboom en is Israël zonder dat ik het wist een toonbeeld geworden van de door u steeds zo hartstochtelijk beleden openheid, multi-etniciteit, multiculturalisme, tolerantie en pluriformiteit? Ik dacht het niet.

Israël is immers nog steeds het land waar mensen uit afkeer van vreemde smetten alleen met leden van het eigen volk trouwen zodat zij smetvrije kinderen krijgen om de smetvrije toekomst van hun smetvrije land te waarborgen. Over een ‘geconstrueerde eigenheid’ gesproken. De enige immigratie die Israël aanmoedigt is die van het eigen volk. Over deportatie van ‘volksvreemde elementen’ wordt in de Knesset zelfs openlijk gediscussieerd, zonder dat ik daarover ooit een ‘j’accuse’  van u heb gehoord.

Doorgaan met het lezen van “Joden: Ras, volk of racistisch volk? – Brief aan Anet Bleich (de Volkskrant), 30/5/2001.”

Aandelencasino: Geen zeepbel, maar pyramidespel – Brief aan de Volkskrant, 5/3/2000.

Van: rvwaning
Verzonden: zondag 5 maart 2000 22:38
Aan: Redactie de Volkskrant
Onderwerp: Aan: Flip Vuijsje (Geen zeepbel, maar een pyramidespel)

Geachte Redactie,

De onstuimige groei van sommige ICT-fondsen doet velen denken aan een zeepbel die ieder moment uit elkaar kan spatten. De vergelijking met pyramidefondsen en kettingbrieven ligt veel meer voor de hand: De initiatiefnemers worden schatrijk, vroege kopers verdienen ook nog heel behoorlijk, maar de velen die er laat in stappen, de kleine particuliere ‘beleggers’ (liever: spelers, gokkers), verliezen hun inleggeld.

Veel huidige beleggers gokken gretig op superwinsten lang voordat van winsten sprake kan zijn. Dit brengt meer op dan casino of paardenraces. Koersexplosies die wel gebaseerd zijn op winstverwachtingen, zijn in tegenspraak met de belofte van een mondiale markt waarin levendige concurrentie exorbitante winsten doet wegsmelten.Deze beleggers rekenen op onvoorstelbare koers/winst-verhoudingen. Zij rekenen erop dat de globalisering niet zal leiden tot volmaakte concurrentie, maar juist tot monopolistische situaties waarin alle essentiële posities in handen zijn van een beperkt aantal spelers. Op deze gedoodverfde winnaars zet men zijn geld in. Ook dit is casino-kapitalisme pur sang en geen heilzaam en sociaal liberalisme in een volmaakte wereldmarkt.

Er is weinig nieuws onder de zon. Die “Nieuwe Economie” doet denken aan situaties van vóór de grote revoluties.

Doorgaan met het lezen van “Aandelencasino: Geen zeepbel, maar pyramidespel – Brief aan de Volkskrant, 5/3/2000.”