Stadspleinfestival: Luide muziek, vrij weinig bezoekers.

“Stadspleinfestival kostte gemeente 77 mille.”

“Afgezien van de door de diverse culturele instellingen daarvoor gemaakte kosten, geeft de gemeente € 77.000 aan het zaterdag 12 september gehouden Stadsplein Festival bestaald. Daarvan kwam 60 mille uit de het budget voor cultuur en 17 mille uit die van Economische Zaken.

Hoewel volgens veel waarnemers het bezoek zwaar tegenviel en niet meer dan enkele honderden mensen op het plein zagen, raamt de gemeente het totale aantal bezoekers op 8.000. Hoe dat werd berekend, is niet duidelijk. Vorig jaar werd gezegd dat er 10.000 bezoekers waren geweest. Dat er nu minder mensen naar het Stadshart kwamen, wijt de gemeente aan het feit dat deze keer niet een Culinair Festival erin werd geïntegreerd.”

Bron: Amstelveen.blog.nl van Johan Bos, 21 september 2015.

Doorgaan met het lezen van “Stadspleinfestival: Luide muziek, vrij weinig bezoekers.”

Wie heeft belang bij een ‘bruisend’ Stadsplein?

Het gemeentebestuur zit op te grote afstand van het centrum en heeft zodoende nooit begrepen wat met het Stadsplein wel en niet mogelijk is. Men voelt zich echter te goed om te luisteren naar bewoners en andere betrokkenen. Dat onbegrip speelde al een rol bij het ontwerp van die echoput. Daaromheen bevinden zich ongeveer 120 woningen, een schouwburg, een openbare bibliotheek, leslokalen van de volksuniversiteit en van de muziek- en dansschool, restaurants en winkels. En dat moet dan ook dienst doen als evenemententerrein..

Het gemeentebestuur wil nu dat het Stadsplein gaat ‘bruisen’. Dat is makelaarsjargon voor herrie die ten koste gaat van woongenot.Die zeventig procent van de Amstelveners die volgens wethouder Veeningen (D66) meer evenementen op het Stadsplein willen, zouden daarvoor in hun eigen ‘backyard‘ niet kiezen.

De bewoners van het Stadsplein zijn zich ervan bewust dat het in een stadscentrum vaak rumoeriger is dan een buitenwijk, maar dat betekent niet dat zij geluidsoverlast moeten accepteren. Zij zijn tenslotte niet rechteloos.

Doorgaan met het lezen van “Wie heeft belang bij een ‘bruisend’ Stadsplein?”

Amstelveen Kan Beter

Amstelveen, te groot voor een dorp, te kleingeestig voor een stad.

Door de ‘mismatch‘ van grootstedelijke ambities en dorpse onderonserigheid van onze gemeentepolitiek is Amstelveen gaandeweg onveiliger, lawaaiiger, vuiler, onprettiger en ongezelliger geworden dan veel bewoners en bezoekers wensen. Hun mogelijkheden om wensen, suggesties en klachten kenbaar te maken aan bestuurders en ambtenaren van de gemeente, zijn echter beperkt. Er is namelijk nauwelijks sprake van dualisme tussen gemeenteraad en het college van b&w en van de twee lokale kranten moeten de burgers het ook niet hebben.

Doorgaan met het lezen van “Amstelveen Kan Beter”

Een gemeenschap ('community') is méér dan een markt. (Deel 3)

Toch houdt de politiek van economie …
De politiek heeft economie en technologie wereldwijd verheven tot algemeen leidende principes. Terwijl politici er in de eerste plaats voor zouden moeten zorgen dat hun kiezers tevreden zijn, stellen zij zich nu op kosten van de gemeenschap in dienst van handel en industrie die juist helemaal géén baat hebben bij tevredenheid. Alleen een zichzelf in stand houdende, chronische ontevredenheid onder de potentiële afnemers houdt tenslotte een blijvende vraag naar producten en diensten in stand.

Materiële welvaart is voor veel mensen een verslavend middel waarmee zij hun existentiële onzekerheden kunnen ‘vergeten’. Nationale en internationale economieën zijn afhankelijk van de winsten, belastingen en accijnzen die deze verslaving oplevert. Geen modern land kan meer bestaan zonder een steeds toenemende materialistische behoeftenbevrediging, eufemistisch ‘economische groei’ genaamd. Het bevorderen van materiële welvaart heeft voor politici het grote voordeel dat het effect (in tegenstelling tot ‘vage’ dingen als leefbaarheid en tevredenheid) meetbaar is. Aan de hand van economische groeicijfers kunnen politici aannemelijk maken dat zij hun werk goed doen. De grote spanningen in de wereld tonen echter aan dat de politiek met haar nadruk op economische groei en materiële welvaart heeft gewed op een grillig, ontrouw en dom paard, dat het gras waarvan het moet leven, vervuilt en met zijn hoeven vertrapt. Als middel is het vaak erger dan de kwaal van relatieve materiële armoede, maar er is geen bijsluiter die hiervoor waarschuwt.

Doorgaan met het lezen van “Een gemeenschap ('community') is méér dan een markt. (Deel 3)”

Een gemeenschap (‘community’) is méér dan een markt. (Deel 2)

De homo economicus van Frankenstein
De homo economicus is een personage uit de economische mythologie en bestaat in werkelijkheid niet. Hij is, net als het monster van Frankenstein, een laboratoriumprodukt, een mythisch, kunstmatig geconstrueerd wezen dat zelfs zijn eigen schepper bedreigt zodra het een eigen leven mag gaan leiden.

Het even mythische begrip ‘economische gemeenschap’ houdt ook een ontkenning in van het verschil tussen fictie en werkelijkheid. Het adjectivum ‘economicus’ duidt op een bepaald aspect van het menselijk handelen: zijn wens om zo min mogelijk offers te hoeven brengen bij streven naar de bevrediging van zijn materiële behoeften. Het besef dat het hier niet gaat om de gehele mens maar om dat deel van hem dat met materiële zaken tevreden is te stellen, is nog wel aanwezig.

De kennis van het begrip ‘gemeenschap’ is echter inmiddels zo gebrekkig geworden, dat men zich bijna niets completers meer kan voorstellen dan een ‘economische gemeenschap’. Het is een pars pro toto geworden en tegelijk een eufemisme dat moet verhullen dat de sociale, morele, ideële, culturele en alle andere aspecten van de gemeenschap door het economische worden verdrongen. Economie was oorspronkelijk een instrument van de gemeenschap, maar nu is de gemeenschap een instrument van de economie geworden.

De gemeenschap, de community, is voor de mens (en vele andere aardse levensvormen) een belangrijker gegeven dan voorstanders van een puur economische politiek bereid zijn om toe te geven. Na voldoende water, voedsel, gezondheid en familie is het misschien wel de belangrijkste voorwaarde voor menselijk welzijn. Alleen in een bekende en vertrouwde omgeving kan een mens in harmonie leven, wonen, werken en rusten op een wijze die een gevoel van welbevinden geeft.

Doorgaan met het lezen van “Een gemeenschap (‘community’) is méér dan een markt. (Deel 2)”

Een gemeenschap ('community') is méér dan een markt. (1)

Voorwoord

De eerste versies van dit verhaal schreef ik in 1992. Toch is het nog in veel opzichten actueel. In sommige opzichten misschien nog wel meer dan veertien jaar geleden, toen Frits Bolkestein mij vroeg om eens een verhaal over communitarianism te schrijven. Ik was met hem in contact gekomen naar aanleiding van mijn brief ‘Onvrede over onbeheerste groei is geen xenofobie’ die NRC Handelsblad in september 1991 nogal prominent had afgedrukt. Tien jaar voordat Paul Scheffer het debat hierover zou ‘starten’, beschreef ik in die brief de maatschappij-ontwrichtende werking van het multiculturalisme: ‘Hele stadswijken worden geofferd op het altaar van het multiculturalisme, een restant van het maakbaarheidsgeloof’. Ik pleitte voor het behoud van een overkoepelende (en dus gemeenschappelijke) samenlevingscultuur als maatschappelijk richtsnoer én sociaal bindmiddel, ook in een modern land als het onze. De dag nadat die brief in de NRC had gestaan, werd ik gebeld door de secretaresse van Bolkestein: Hij wilde mij graag spreken. Wij hebben een paar gesprekken gehad in de lobby van het Amsterdamse Hilton Hotel. Hij vroeg toen of ik eens een verhaal wilde schrijven over ‘communitarianism’. Dat heb ik geprobeerd, maar gaandeweg werd het steeds meer een verhaal tégen ‘mondialisering’ (ten onrechte ook wel ‘globalisering’ genoemd). Die opvatting sprak Frits Bolkestein een stuk minder aan, en wij hebben sindsdien geen contact meer gehad.

Amstelveen, 30 november 2006.


Economie, de schaarsmaker

Gemeenschappen worden schaars in een maatschappij die kleine en grote gemeenschappen en hun onderlinge verbanden uitkleedt tot op hun louter economische functies. De mens mag dan van oorsprong een vrij sociaal wezen zijn, de homo economicus , inmiddels onderwerp van alle aandacht en beleid, is dat bepaald niet.

De kapitalistische consumptie-economie heeft geen boodschap aan gemeenschappen, alleen aan markten. Schaarste aan gemeenschapszin is dan ook niet slechts een onbedoeld neveneffect van een consequent doorgevoerd beleid dat gericht is op de optimalisatie van een vrije kapitalistische markteconomie, maar juist een produkt daarvan, net zoals bijvoorbeeld schaarsten aan andere waarden zoals natuur, schoon water, vruchtbare bodem, stilte etc. De markteconomie vereist dat alles een prijs heeft. Die marktprijs reflecteert echter de huidige schaarste, niet de toekomstige. Wat nog niet schaars lijkt, heeft geen prijs en kan dus onbegrensd worden verspild en vervuild.

Doorgaan met het lezen van “Een gemeenschap ('community') is méér dan een markt. (1)”