De hetze tegen minister Verdonk is vervelend en contra-productief.

De hetze tegen minister Verdonk begint knap vervelend te worden. Gisteren werd haar door de verslaggever van de Volkskrant verweten dat zij tijdens haar bezoek aan vluchtelingenkampen in Kenya was blijven stáán, terwijl haar collega Van Ardennne op haar hurken zat en vertederd keek naar een schattig zwart kindje. Verdonk sprak op dat moment met een leidinggevende van het vluchtelingenkamp. Nog zo’n harteloos type, want die stond namelijk ook. De bijgaande foto ondersteunde het beeld van onmenselijke hardheid dat de media (de publieke voorop) voortdurend van minister Verdonk willen schetsen.

Gistermiddag besteedde het publieke radioprogramma van de KRO 1 Op de Middag weer een groot  deel van haar uitzending aan de particuliere kruistocht van presentatrice Liesbeth van der Kruit tegen Rita Verdonk.

Vandaag stond er alweer een cartoon van Colignon in de Volkskrant van Rita Verdonk met een oranje nazihelm op. Hoe onsmakelijk en onterecht kan en mag de journalistiek zijn? Zéér onsmakelijk, want wie er iets van durft te zeggen, tast de persvrijheid aan. De minister is vogelvrij.

‘Wij controleren de macht,’ antwoordde hoofdredacteur Pieter Broertjes aan Thom de Graaf. Ja, maar wie controleert de machtige journalistiek als zij daar zelf zo duidelijk in faalt?

Doorgaan met het lezen van “De hetze tegen minister Verdonk is vervelend en contra-productief.”

Ons maatschappelijk vertrouwen is weggehoond.

De Commentaargroep schrijft vandaag (24 nov): ‘Het gebrek aan vertrouwen van de consument staat niet los van het wantrouwen in de politiek.’

Het enige wat burgers van ‘de politiek’ weten, is wat de journalistiek hierover via de media aan het publiek wil vertellen. De overheersende toon daarvan is smalend, denigrerend en soms ronduit kwetsend. Het eerste wat de politiek moet doen om weer enig publiek aanzien en vertrouwen te krijgen, is ophouden met zo onderdanig te doen tegen journalisten die hen voortdurend interrumperen, woorden in de mond proberen te leggen (‘Zoudt u ook kunnen zeggen dat ..?’), en hypes maken van iedere verspreking of onoplettendheid.

Het primaat van het politieke debat behoort aan de democratisch gelegitimeerde politiek, en niet alleen aan mensen die níet zijn gekozen, niemand vertegenwoordigen, namens niemand spreken, tegenover niemand verantwoording willen afleggen en zich boven alles en iedereen en ook boven iedere vorm van kritiek verheven voelen.

Bij gebrek aan weerwerk en tegenspraak heeft de journalistiek kunnen opschuiven van een secundaire positie van verslaggever naar de positie van belangrijkste politieke meningsvormer. Het stelsel van checks and balances is nog niet aan deze nieuwe situatie aangepast. Onze democratie is zodoende uit evenwicht geraakt en gaan haperen.

Doorgaan met het lezen van “Ons maatschappelijk vertrouwen is weggehoond.”

'Multiculturele samenleving' was niet democratisch gelegitimeerd.

Op 4 januari 2005 stuurde ik een brief naar Dr. Kees Schuyt (lid van de WRR en columnist van de Volkskrant) over zijn standpunt mbt het multiculturalisme. Hoewel dit volgens sommige publicisten (zoals onlangs Paul Brill) het ‘leidende beginsel’ is voor onze maatschappij, krijg je nooit antwoord op de vraag wat deze ideologie eigenlijk behelst. Ook dit keer niet. Het onderwerp blijft onbespreekbaar. Toch raar, voor een ‘centraal politieke doelstelling’. Ik had geschreven:

“Geachte heer Schuyt,
Hartelijk dank voor uw reactie en (gedeeltelijke) uitleg. Ik vroeg u echter niet waarom u niet ‘het grote integratievraagstuk’ in uw column hebt opgelost, maar waarom u geen aandacht hebt besteed aan de waarschijnlijke gevolgen van een zó ingrijpend samenlevingsexperiment dat zowel democratische legitimatie als maatschappelijk draagvlak ontbeert.

“De ‘multiculturele samenleving’ werd ook in de Volkskrant vaak ‘een centrale politieke doelstelling’ genoemd. Ondertussen is deze doelstelling nooit helder geformuleerd in partijprogramma’s of andere politieke of journalistieke publicaties. De burgers van ons land is ook nimmer in duidelijke bewoordingen werd uitgelegd wat de opinie- en beleidselite met dit samenlevingsexperiment voor ogen stond.

“Zelfs nu nog is men het niet eens over de wezenlijke verschillen tussen een ‘multiculturele’ en een ‘gewone’ samenleving.

Doorgaan met het lezen van “'Multiculturele samenleving' was niet democratisch gelegitimeerd.”

De markt is geen ideologie maar harde werkelijkheid – brief aan de Volkskrant – 2AUG1996

REDACTIE DE VOLKSKRANT                                                                                  AFSCHRIFT
Postbus 1002
t.a.v. Journaille

Amsterdam, 5 augustus 1996

De markt is geen ideologie maar harde werkelijkheid
(
Dirk-Jan van Baar in de Volkskrant, 2-8-1996)

Geachte redactie,

Een ideologie is het beginsel, het doel en de drijfkracht waarmee men een stelsel nastreeft en in stand wil houden. Zo kan ook het streven naar chaos een ideologie zijn die bij welslagen een nieuwe werkelijkheid oplevert, goedschiks of kwaadschiks. De ideologen zullen die werkelijkheid beschouwen als een beloning voor hun inspanningen. De nadelen en schaduwzijden vormen de prijs die nu eenmaal voor alles betaald moet worden, zij het vaak door anderen voor wie de ideologie oorspronkelijk ook niet was bedoeld. Dit maakt haar in de ogen van haar volgelingen alleen maar nóg doelmatiger en aantrekkelijker. Wij hebben dit niet gezien bij het communisme. De eerste tekenen van een soortgelijke ontwikkeling doen zich nu voor bij het soort kapitalisme dat blind op de optimaliserende werking van de geglobaliseerde markt vertrouwt.

De historicus Dirk-Jan van Baar kan vast beginnen aan een studie van deze interessante parallellen. Allerlei disciplines houden zich bezig met de toekomst maar een geschiedschrijver kan zich comfortabel bedienen van wijsheid achteraf, tenzij hij zich begeeft op het glibberige en onvoorspelbare pad van de economie. Dit doet Van Baar met zijn lofzang op de markt.

Ook de wens om het ordenend en verdelend vermogen van de markt ten volle te benutten, is wel degelijk een ideologie. De markt kan dan zelf normloos zijn, de beslissing om de samenleving over te leveren aan haar volle werking is dat bepaald niet. Overal waar het maatschappelijke darwinisme de wrede kop (weer) opsteekt, is de markt doelmatig gebleken. Waar vruchtbare grond als gevolg van ontbossing en erosie in vernietigende overstromingen naar de zee spoelt, waar drinkbaar water is vergiftigd en vervuild, waar de lucht niet meer veilig is om in te ademen en waar omgevings­herrie een ooit rustige omgeving onleefbaar maakt, daar kan de markt zich pas echt ontwikkelen. Daar kan immers eindelijk een prijs gevraagd worden voor zaken die ooit als vanzelfsprekend in overvloed voorhanden waren en alles wat niets met de markt te maken heeft en haar onbekommerde werking zou kunnen verstoren, is uitgeschakeld.

Doorgaan met het lezen van “De markt is geen ideologie maar harde werkelijkheid – brief aan de Volkskrant – 2AUG1996”