Wie wil vliegen zonder schuldgevoel, moet thuisblijven.

Suzanne Weusten besprak in de rubriek Tijdschriften (VK, 22/11 jl) het blad Goodies. Dat heeft als thema ‘de nieuwe mens’ die graag wil genieten zonder schuldgevoel. Daar is echter helemaal niets nieuws aan. Die wens is immers al zo oud als het leven op aarde. Of in ieder geval zo oud als de zondeval. Zelfs een hond kijkt schichtig als-ie een biefstuk van het aanrecht gejat heeft.

Net als bij die hond staat menselijk ‘schuldgevoel’ voornamelijk in verband met de straf die de vorige keer volgde op een soortgelijke gedraging. De redactie van Goodies wil vliegen graag straffeloos maken, zodat bij de lezers gaandeweg ook het schuldgevoel zal verdwijnen: Vlieg maar raak, desnoods drie keer per jaar een heel eind weg. De aardige jongens en meisjes van Goodies zullen graag voor jullie leuke verre bestemmingen uitproberen op kosten van de reisorganisaties en vliegmaatschappijen!

De luchtvaartindustrie mag niet klagen over deze steun uit journalistieke hoek, maar is dit wel in overeenstemming met normen van onafhankelijkheid en objectiviteit waar hoofdredacteur Pieter Broertjes zich zo graag op beroept? En hoe zit het met de waarschuwingen en aanbevelingen van Al Gore, die Engelse econoom (!) Nicholas Stern, alle wetenschappers van het IPCC en niet te vergeten Kofi Anan?! Laat Suzanne Weusten zich niet voor een paar karretjes tegelijk spannen, namelijk die van de luchtvaartlobby en die van de mensen die met Goodies een vette winst plus gratis vliegreizen willen verdienen?

Doorgaan met het lezen van “Wie wil vliegen zonder schuldgevoel, moet thuisblijven.”

'Sportieve rijder' hoort aan de schandpaal, ipv met lauwerkrans op een troon.

Caspar Janssen vroeg afgelopen zaterdag (22/4) in zijn rubriek ‘Gesnapt’ aan Patrick Boin of hij het ‘type sportieve rijder’ was.

In kringen van autoverkopers en -journalisten geldt ‘sportief rijden’ als een aanbeveling. Je kent die teksten wel in autobladen en pagina’s:  ‘Je kunt met dit karretje lekker gooien en smijten.’ ‘Je kunt deze straatracer als een kart de bocht om gooien.’ ‘Met onze sportieve rijstijl kwamen wij op een verbruik van 1 op 7’.

Wandelaars, fietsers, spelende en schoolgaande kinderen (en hun ouders!) en buurtbewoners kijken daar echter heel anders tegenaan. Voor hen is zogenaamd ‘sportief rijgedrag’ vooral gevaarlijk, hinderlijk, lawaaiig en asociaal.

‘Sportief rijgedrag’ onderscheidt zich namelijk van normaal rijgedrag door (te) hard optrekken, (te) hard rijden, (te) weinig afstand houden, (te) veel inhalen, (te) snel bochten nemen en (te) laat remmen. In de praktijk is ‘sportief rijgedrag’ dus niet te onderscheiden van agressief rijgedrag. En andersom. Het zou dus hard moeten worden aangepakt in plaats van gepropageerd door autobranche en -journalistiek.

De auto-industrie heeft vrijwel de volledige winst van de evolutie van auto- en motortechniek ten goede laten komen aan ‘sportiviteit’, in plaats van aan zuinigheid, besparing van fossiele brandstoffen, milieu-vriendelijkheid en maatschappelijk verantwoord rijgedrag.

Doorgaan met het lezen van “'Sportieve rijder' hoort aan de schandpaal, ipv met lauwerkrans op een troon.”

Schiphol: Zonder herrie, stank en roet was er ook geen wantrouwen.

Volgens Wim Derksen en Jan Nekkers is geluid niet het grootste probleem van Schiphol, maar wantrouwen. (VK, 11/4 jl)  En volgens mij is een drogredenering een verhaal dat bedrieglijk waar lijkt.

De luchtvaartsector is bedreven in verhullend taalgebruik. Dit versluiert alles wat een bedreiging kan vormen voor de winstcijfers. Denk maar aan luchtvaartsmog die ‘sluierbewolking’ wordt genoemd, en waakhonden die in de persberichten bordercollies heten. Zo gaat het rondom Schiphol dus helemaal niet om ‘de eeuwige strijd tussen economie en ecologie’ maar om de keuze tussen stilte of herrie, gezonde of ziekmakende lucht, bloemengeur of kerosinestank, vogelgezang of vliegtuiggeraas, plezier of ergernis, tevredenheid of teleurstelling, zijn of gaan, hebben of verlangen, leefbaarheid of het gemis daarvan en dus tussen geestelijk welzijn of materiële welvaart.

Zonder al die herrie, roetaanslag en stank was er ook geen wantrouwen, dus laten de heren de zaken niet omdraaien. Daar worden zij misschien wel voor betaald, maar dan moeten zij zich in hun keuze tussen geweten of geld maar eens laten leiden door hen wier wensen telkens door het geraas van vliegtuigmotoren en van belangenbehartigers worden overstemd.

Verslaafd aan autorijden en vliegen.

NRC-journaliste Vera Spaans schreef op 1 februari jl een artikel over ‘de uitdijende groep uitverkorenen’ die na een korte voorbereiding mogen vertrekken naar exotische locaties ver buiten Nederland. “Duizend kilometer reizen voor fondue en assessment,” was de subtitel van een verhaal dat duidelijk bedoeld was om iedereen jaloers te maken. Ah, veel en ver reizen, en nog geld toe krijgen ook..

Terwijl bedrijven vroeger hoogwaardig talent probeerden te lokken en aan zich te binden met sportieve lease-bolides-met-gratis-benzine, tegenwoordig gebeurt dat met veelvuldige vliegreizen naar exotische bestemmingen. Als het maar brandstof slurpt, lawaai maakt en vervuilt, lijkt wel de overweging.

“Met zo’n reis willen wij ook uiting geven aan het internationale karakter van ons bedrijf,” zegt het ene bedrijf. En een ander: “We laten in New York zien hoe een internationale deal tot stand komt.” Dat zoiets ook in Nederland kan, speelt geen rol: “Het is natuurlijk een lokkertje. Zo’n reis maakt indruk.”

Doorgaan met het lezen van “Verslaafd aan autorijden en vliegen.”

'Sportief rijgedrag' is juist hartstikke onsportief en asociaal.

Terwijl verkeerslawaai één van de dingen is waar mensen zich het meest aan ergeren of zelfs depressief van worden, terwijl iedereen weet dat autoverkeer de grootste boosdoener is al het gaat om ziekmakende luchtvervuiling met NOx, roet en fijnstof, en terwijl fossiele grondstoffen in ene razend tempo opraken, wordt in auto-advertenties en -tests nog steeds de meeste nadruk gelegd op de sportieve’ kwaliteiten van nieuwe auto’s. En dat terwijl er vrijwel nergens meer ‘sportief’ gereden mag en kan worden.

Waarom worden auto’s toch steeds groter, zwaarder, krachtiger en vooral ‘sportiever’?! Alle milieuwinst van de steeds zuiniger motoren gaat helemaal verloren door de steeds grotere motorvermogens en met name door de gepropageerde rijstijl. Zogenaamd ‘sportief rijgedrag’ bestaat uit (te) hard optrekken, (te) hard rijden, (te) weinig afstand houden, (te) snel bochten nemen en (te) laat remmen. Er bestaan dus feitelijk geen merkbare verschillen tussen ‘sportief’ en agressief rijgedrag. Beide zijn een asociale vorm van autorijden.

Sportief rijgedrag moet net zo hard bestreden worden als agressief en roekeloos rijgedrag. Machomobilisten kunnen eigenlijk alleen nog in woonwijken en op binnenwegen nog ‘sportief’ rijden, want daar zijn tenminste nog spannende bochten en chicanes en bovendien wordt daar nooit gecontroleerd. Haastig overstekende wandelaars, verschrikte fietsers, angstige kinderen en weerloze huisdieren verlenen aan een sportieve rit in een woonwijk tenminste nog wat Spanning en Sensatie. Wie niet sportief rijdt, is een watje. Zolang ‘sportief’ autorijden met miljoenen guldens aan reclamegelden mag worden aangemoedigd, zullen overheid, politie en veiligheidsorganisaties het nakijken hebben met al hun futiele maatregelen en bespottelijke acties.

Doorgaan met het lezen van “'Sportief rijgedrag' is juist hartstikke onsportief en asociaal.”

Bumperkleven is ‘sportief rijgedrag’.

Van: Robert van Waning <rvwaning@seaport-beach.nl>
Aan: anwb <info@anwb.nl>; Veilig Verkeer Nederland <klantenservice@vvn.nl>
CC: anwb autokampioen <autokampioen@anwb.nl>
Datum: donderdag 14 oktober 1999 12:46

Onderwerp: Bumperkleven is juist heel sportief

Geachte heer Woudenberg,

Hoewel ik blij zou moeten zijn met uw actie tegen het bumperkleven, heb ik toch voornamelijk het gevoel dat u dweilt met de kraan open. Campagnes als de uwe leggen het immers altijd af tegen het positieve imago dat met enorme reclamebudgetten wordt gegeven aan het sportieve autorijden op de openbare wegen.

Kunt u zich een sportieve rijder voorstellen die afstand houdt? Hoe kan hij nou ‘tussensprintjes’ houden als hij 60 meter achter zijn voorligger moet blijven? Dat schiet toch niet op?

(Te) hard optrekken, (te) hard rijden, (te) snel de bochten nemen, (te) weinig afstand houden en (te) laat remmen, zijn de voornaamste kenmerken van sportief rijgedrag, dat daarom ook niet van agressief rijgedrag te onderscheiden is.

Agressief rijden mag niet, maar tegelijk wordt ‘sportief rijden’ aangeprezen en aangemoedigd in iedere auto-advertentie en -test, zelfs van de ANWB!

Doorgaan met het lezen van “Bumperkleven is ‘sportief rijgedrag’.”

ANWB heeft van oudsher gelobbied voor steeds méér autoverkeer.

Aan: ANWB
Verstuurd op 3 oktober 1999

Geachte ANWB,

Op 2 oktober j.l. schrijft Volkskrant-redacteur Willem de Bruin in ‘De stad is niet te stuiten’ dat niemand de huidige massamobiliteit heeft voorzien. Op 5 oktober schrijft uw commentator in het hoofdartikel ‘De stad onvlucht’ over ‘alle pogingen de files terug te dringen’. De heren lijken de voorgeschiedenis van de huidige automobiliteit in ons land niet goed te kennen of zij zijn deze inmiddels vergeten.

In de zeventiger jaren is de basis gelegd voor het volledig uit de hand gelopen autoverkeer van nu, en reken maar dat daar heftig tegen geprotesteerd is! Toch zijn toen zijn de planologische keuzen gemaakt die onafwendbaar moesten leiden tot meer mobiliteit en steeds grotere afhankelijkheid van de auto als middel om naar je werk, winkels, familie of recreatiegebieden te gaan. In die tijd had men er nog voor kunnen zorgen dat woon- en werkgebieden niet te ver van elkaar af zouden liggen en dat woon-, werk- en recreatiegebieden goed met openbaar vervoer bereikbaar zouden zijn. Bewoners werden echter de steeds onaantrekkelijker stad uitgejaagd naar groeikernen. Pas in de tijd van Jan Schaefer is men gaan proberen om de stad weer bewoonbaar te maken. Als het echter op openbaar vervoer aankwam, was het met alle progressiviteit gedaan want Den Uyl wilde dat iedereen zijn eigen auto voor de deur zou hebben. Jawel.

In die tijden werd de ontwikkeling van recreatiegebieden bijvoorbeeld nog met 100% subsidie gesteund, mits zij maar van ‘nationaal belang’ waren, dat wil zeggen: op grote afstand van woongebieden lagen. Op nabijheid van stations werd daarbij helemaal niet gelet.

Doorgaan met het lezen van “ANWB heeft van oudsher gelobbied voor steeds méér autoverkeer.”