Een gemeenschap ('community') is méér dan een markt. (Deel 3)

Toch houdt de politiek van economie …
De politiek heeft economie en technologie wereldwijd verheven tot algemeen leidende principes. Terwijl politici er in de eerste plaats voor zouden moeten zorgen dat hun kiezers tevreden zijn, stellen zij zich nu op kosten van de gemeenschap in dienst van handel en industrie die juist helemaal géén baat hebben bij tevredenheid. Alleen een zichzelf in stand houdende, chronische ontevredenheid onder de potentiële afnemers houdt tenslotte een blijvende vraag naar producten en diensten in stand.

Materiële welvaart is voor veel mensen een verslavend middel waarmee zij hun existentiële onzekerheden kunnen ‘vergeten’. Nationale en internationale economieën zijn afhankelijk van de winsten, belastingen en accijnzen die deze verslaving oplevert. Geen modern land kan meer bestaan zonder een steeds toenemende materialistische behoeftenbevrediging, eufemistisch ‘economische groei’ genaamd. Het bevorderen van materiële welvaart heeft voor politici het grote voordeel dat het effect (in tegenstelling tot ‘vage’ dingen als leefbaarheid en tevredenheid) meetbaar is. Aan de hand van economische groeicijfers kunnen politici aannemelijk maken dat zij hun werk goed doen. De grote spanningen in de wereld tonen echter aan dat de politiek met haar nadruk op economische groei en materiële welvaart heeft gewed op een grillig, ontrouw en dom paard, dat het gras waarvan het moet leven, vervuilt en met zijn hoeven vertrapt. Als middel is het vaak erger dan de kwaal van relatieve materiële armoede, maar er is geen bijsluiter die hiervoor waarschuwt.

Lees verder Een gemeenschap ('community') is méér dan een markt. (Deel 3)

Een gemeenschap (‘community’) is méér dan een markt. (Deel 2)

De homo economicus van Frankenstein
De homo economicus is een personage uit de economische mythologie en bestaat in werkelijkheid niet. Hij is, net als het monster van Frankenstein, een laboratoriumprodukt, een mythisch, kunstmatig geconstrueerd wezen dat zelfs zijn eigen schepper bedreigt zodra het een eigen leven mag gaan leiden.

Het even mythische begrip ‘economische gemeenschap’ houdt ook een ontkenning in van het verschil tussen fictie en werkelijkheid. Het adjectivum ‘economicus’ duidt op een bepaald aspect van het menselijk handelen: zijn wens om zo min mogelijk offers te hoeven brengen bij streven naar de bevrediging van zijn materiële behoeften. Het besef dat het hier niet gaat om de gehele mens maar om dat deel van hem dat met materiële zaken tevreden is te stellen, is nog wel aanwezig.

De kennis van het begrip ‘gemeenschap’ is echter inmiddels zo gebrekkig geworden, dat men zich bijna niets completers meer kan voorstellen dan een ‘economische gemeenschap’. Het is een pars pro toto geworden en tegelijk een eufemisme dat moet verhullen dat de sociale, morele, ideële, culturele en alle andere aspecten van de gemeenschap door het economische worden verdrongen. Economie was oorspronkelijk een instrument van de gemeenschap, maar nu is de gemeenschap een instrument van de economie geworden.

De gemeenschap, de community, is voor de mens (en vele andere aardse levensvormen) een belangrijker gegeven dan voorstanders van een puur economische politiek bereid zijn om toe te geven. Na voldoende water, voedsel, gezondheid en familie is het misschien wel de belangrijkste voorwaarde voor menselijk welzijn. Alleen in een bekende en vertrouwde omgeving kan een mens in harmonie leven, wonen, werken en rusten op een wijze die een gevoel van welbevinden geeft.

Lees verder Een gemeenschap (‘community’) is méér dan een markt. (Deel 2)

Een gemeenschap ('community') is méér dan een markt. (1)

Voorwoord

De eerste versies van dit verhaal schreef ik in 1992. Toch is het nog in veel opzichten actueel. In sommige opzichten misschien nog wel meer dan veertien jaar geleden, toen Frits Bolkestein mij vroeg om eens een verhaal over communitarianism te schrijven. Ik was met hem in contact gekomen naar aanleiding van mijn brief ‘Onvrede over onbeheerste groei is geen xenofobie’ die NRC Handelsblad in september 1991 nogal prominent had afgedrukt. Tien jaar voordat Paul Scheffer het debat hierover zou ‘starten’, beschreef ik in die brief de maatschappij-ontwrichtende werking van het multiculturalisme: ‘Hele stadswijken worden geofferd op het altaar van het multiculturalisme, een restant van het maakbaarheidsgeloof’. Ik pleitte voor het behoud van een overkoepelende (en dus gemeenschappelijke) samenlevingscultuur als maatschappelijk richtsnoer én sociaal bindmiddel, ook in een modern land als het onze. De dag nadat die brief in de NRC had gestaan, werd ik gebeld door de secretaresse van Bolkestein: Hij wilde mij graag spreken. Wij hebben een paar gesprekken gehad in de lobby van het Amsterdamse Hilton Hotel. Hij vroeg toen of ik eens een verhaal wilde schrijven over ‘communitarianism’. Dat heb ik geprobeerd, maar gaandeweg werd het steeds meer een verhaal tégen ‘mondialisering’ (ten onrechte ook wel ‘globalisering’ genoemd). Die opvatting sprak Frits Bolkestein een stuk minder aan, en wij hebben sindsdien geen contact meer gehad.

Amstelveen, 30 november 2006.


Economie, de schaarsmaker

Gemeenschappen worden schaars in een maatschappij die kleine en grote gemeenschappen en hun onderlinge verbanden uitkleedt tot op hun louter economische functies. De mens mag dan van oorsprong een vrij sociaal wezen zijn, de homo economicus , inmiddels onderwerp van alle aandacht en beleid, is dat bepaald niet.

De kapitalistische consumptie-economie heeft geen boodschap aan gemeenschappen, alleen aan markten. Schaarste aan gemeenschapszin is dan ook niet slechts een onbedoeld neveneffect van een consequent doorgevoerd beleid dat gericht is op de optimalisatie van een vrije kapitalistische markteconomie, maar juist een produkt daarvan, net zoals bijvoorbeeld schaarsten aan andere waarden zoals natuur, schoon water, vruchtbare bodem, stilte etc. De markteconomie vereist dat alles een prijs heeft. Die marktprijs reflecteert echter de huidige schaarste, niet de toekomstige. Wat nog niet schaars lijkt, heeft geen prijs en kan dus onbegrensd worden verspild en vervuild.

Lees verder Een gemeenschap ('community') is méér dan een markt. (1)

De markt is geen ideologie maar harde werkelijkheid – brief aan de Volkskrant – 2AUG1996

REDACTIE DE VOLKSKRANT                                                                                  AFSCHRIFT
Postbus 1002
t.a.v. Journaille

Amsterdam, 5 augustus 1996

De markt is geen ideologie maar harde werkelijkheid
(
Dirk-Jan van Baar in de Volkskrant, 2-8-1996)

Geachte redactie,

Een ideologie is het beginsel, het doel en de drijfkracht waarmee men een stelsel nastreeft en in stand wil houden. Zo kan ook het streven naar chaos een ideologie zijn die bij welslagen een nieuwe werkelijkheid oplevert, goedschiks of kwaadschiks. De ideologen zullen die werkelijkheid beschouwen als een beloning voor hun inspanningen. De nadelen en schaduwzijden vormen de prijs die nu eenmaal voor alles betaald moet worden, zij het vaak door anderen voor wie de ideologie oorspronkelijk ook niet was bedoeld. Dit maakt haar in de ogen van haar volgelingen alleen maar nóg doelmatiger en aantrekkelijker. Wij hebben dit niet gezien bij het communisme. De eerste tekenen van een soortgelijke ontwikkeling doen zich nu voor bij het soort kapitalisme dat blind op de optimaliserende werking van de geglobaliseerde markt vertrouwt.

De historicus Dirk-Jan van Baar kan vast beginnen aan een studie van deze interessante parallellen. Allerlei disciplines houden zich bezig met de toekomst maar een geschiedschrijver kan zich comfortabel bedienen van wijsheid achteraf, tenzij hij zich begeeft op het glibberige en onvoorspelbare pad van de economie. Dit doet Van Baar met zijn lofzang op de markt.

Ook de wens om het ordenend en verdelend vermogen van de markt ten volle te benutten, is wel degelijk een ideologie. De markt kan dan zelf normloos zijn, de beslissing om de samenleving over te leveren aan haar volle werking is dat bepaald niet. Overal waar het maatschappelijke darwinisme de wrede kop (weer) opsteekt, is de markt doelmatig gebleken. Waar vruchtbare grond als gevolg van ontbossing en erosie in vernietigende overstromingen naar de zee spoelt, waar drinkbaar water is vergiftigd en vervuild, waar de lucht niet meer veilig is om in te ademen en waar omgevings­herrie een ooit rustige omgeving onleefbaar maakt, daar kan de markt zich pas echt ontwikkelen. Daar kan immers eindelijk een prijs gevraagd worden voor zaken die ooit als vanzelfsprekend in overvloed voorhanden waren en alles wat niets met de markt te maken heeft en haar onbekommerde werking zou kunnen verstoren, is uitgeschakeld.

Lees verder De markt is geen ideologie maar harde werkelijkheid – brief aan de Volkskrant – 2AUG1996