Fossiele bouwstoffen zijn te nuttig te kostbaar om als 'fossiele brandstoffen' op stoken.

‘Fossiele bouwstoffen’ zijn veel te nuttig, te schaars en te kostbaar om nog verder als ‘fossiele brandstoffen’ op te stoken.

Vanaf nu zou er eigenlijk alleen nog over ‘fossiele bouwstoffen’ gesproken en geschreven moeten worden.

Mensen gaan dan hopelijk beter beseffen hoe zonde én schadelijk het is om die prachtige, kostbare, miljoenen jaren oude, eindige en moeilijk vervangbare fossiele stoffen in luttele jaren op te stoken ten behoeve van de meest onzinnige doeleinden, terwijl wij en onze nakomelingen er zo veel nuttiger dingen mee kunnen doen.

Bruggen bouwen, bijvoorbeeld, of daken van maken. En spaarbekkens, waterleidingen, zonnecollectoren, windmolens, rioleringen, schepen, visnetten, fietsen, kleren, geneesmiddelen, et cetera.

Allemaal dingen die zo veel nuttiger zijn dan al die onzinnige mobiliteit waaraan de meeste olie nu aan wordt verspild en die ook nog eens de lucht vervuilt en overal herrie maakt.

‘Fossiele brandstoffen’ heten vanaf nu FOSSIELE BOUWSTOFFEN!

Een gemeenschap ('community') is méér dan een markt. (1)

Voorwoord

De eerste versies van dit verhaal schreef ik in 1992. Toch is het nog in veel opzichten actueel. In sommige opzichten misschien nog wel meer dan veertien jaar geleden, toen Frits Bolkestein mij vroeg om eens een verhaal over communitarianism te schrijven. Ik was met hem in contact gekomen naar aanleiding van mijn brief ‘Onvrede over onbeheerste groei is geen xenofobie’ die NRC Handelsblad in september 1991 nogal prominent had afgedrukt. Tien jaar voordat Paul Scheffer het debat hierover zou ‘starten’, beschreef ik in die brief de maatschappij-ontwrichtende werking van het multiculturalisme: ‘Hele stadswijken worden geofferd op het altaar van het multiculturalisme, een restant van het maakbaarheidsgeloof’. Ik pleitte voor het behoud van een overkoepelende (en dus gemeenschappelijke) samenlevingscultuur als maatschappelijk richtsnoer én sociaal bindmiddel, ook in een modern land als het onze. De dag nadat die brief in de NRC had gestaan, werd ik gebeld door de secretaresse van Bolkestein: Hij wilde mij graag spreken. Wij hebben een paar gesprekken gehad in de lobby van het Amsterdamse Hilton Hotel. Hij vroeg toen of ik eens een verhaal wilde schrijven over ‘communitarianism’. Dat heb ik geprobeerd, maar gaandeweg werd het steeds meer een verhaal tégen ‘mondialisering’ (ten onrechte ook wel ‘globalisering’ genoemd). Die opvatting sprak Frits Bolkestein een stuk minder aan, en wij hebben sindsdien geen contact meer gehad.

Amstelveen, 30 november 2006.


Economie, de schaarsmaker

Gemeenschappen worden schaars in een maatschappij die kleine en grote gemeenschappen en hun onderlinge verbanden uitkleedt tot op hun louter economische functies. De mens mag dan van oorsprong een vrij sociaal wezen zijn, de homo economicus , inmiddels onderwerp van alle aandacht en beleid, is dat bepaald niet.

De kapitalistische consumptie-economie heeft geen boodschap aan gemeenschappen, alleen aan markten. Schaarste aan gemeenschapszin is dan ook niet slechts een onbedoeld neveneffect van een consequent doorgevoerd beleid dat gericht is op de optimalisatie van een vrije kapitalistische markteconomie, maar juist een produkt daarvan, net zoals bijvoorbeeld schaarsten aan andere waarden zoals natuur, schoon water, vruchtbare bodem, stilte etc. De markteconomie vereist dat alles een prijs heeft. Die marktprijs reflecteert echter de huidige schaarste, niet de toekomstige. Wat nog niet schaars lijkt, heeft geen prijs en kan dus onbegrensd worden verspild en vervuild.

Doorgaan met het lezen van “Een gemeenschap ('community') is méér dan een markt. (1)”

Wie wil vliegen zonder schuldgevoel, moet thuisblijven.

Suzanne Weusten besprak in de rubriek Tijdschriften (VK, 22/11 jl) het blad Goodies. Dat heeft als thema ‘de nieuwe mens’ die graag wil genieten zonder schuldgevoel. Daar is echter helemaal niets nieuws aan. Die wens is immers al zo oud als het leven op aarde. Of in ieder geval zo oud als de zondeval. Zelfs een hond kijkt schichtig als-ie een biefstuk van het aanrecht gejat heeft.

Net als bij die hond staat menselijk ‘schuldgevoel’ voornamelijk in verband met de straf die de vorige keer volgde op een soortgelijke gedraging. De redactie van Goodies wil vliegen graag straffeloos maken, zodat bij de lezers gaandeweg ook het schuldgevoel zal verdwijnen: Vlieg maar raak, desnoods drie keer per jaar een heel eind weg. De aardige jongens en meisjes van Goodies zullen graag voor jullie leuke verre bestemmingen uitproberen op kosten van de reisorganisaties en vliegmaatschappijen!

De luchtvaartindustrie mag niet klagen over deze steun uit journalistieke hoek, maar is dit wel in overeenstemming met normen van onafhankelijkheid en objectiviteit waar hoofdredacteur Pieter Broertjes zich zo graag op beroept? En hoe zit het met de waarschuwingen en aanbevelingen van Al Gore, die Engelse econoom (!) Nicholas Stern, alle wetenschappers van het IPCC en niet te vergeten Kofi Anan?! Laat Suzanne Weusten zich niet voor een paar karretjes tegelijk spannen, namelijk die van de luchtvaartlobby en die van de mensen die met Goodies een vette winst plus gratis vliegreizen willen verdienen?

Doorgaan met het lezen van “Wie wil vliegen zonder schuldgevoel, moet thuisblijven.”

'Op de zon hebben we geen invloed.' Nou èn? Bovendien deugt die kop niet.

De koppenschrijver maakt de Volkskrant ongeloofwaardig.

“Op de zon hebben we geen invloed,” is de titel van het artikel van Tjerk Gualthérie van Weezel over webcommentaren op de film An inconvenient truth. (VK, 21/10) De koppenschrijver van de Volkskrant heeft weer toegeslagen.

Die kop is namelijk geen correcte samenvatting van de inhoud van het artikel, noch een weergave van de conclusie van de auteur zelf. Het is ook niet de heersende opvatting van de mensen die verstand hebben van deze materie, en zelfs niet van al diegenen die er weliswaar geen verstand van hebben, maar wel een mening. Zoals de eindredacteur van de Volkskrant die graag zijn eigen mening als een vlag bovenop andermans artikelen plaatst.

Het is onaannemelijk dat die koppenschrijver zelf geen kranten leest, maar het is wel duidelijk dat hij lang niet alles gelooft wat daarin staat. Dat is op zichzelf heel verstandig van hem , maar het werpt wel een merkwaardig licht op zijn beroepskeuze. Koppenschrijvers doen namelijk voortdurend hun best om kranten nóg ongeloofwaardiger te maken dan zij vaak al zijn.

Doorgaan met het lezen van “'Op de zon hebben we geen invloed.' Nou èn? Bovendien deugt die kop niet.”

Schiphol: Zonder herrie, stank en roet was er ook geen wantrouwen.

Volgens Wim Derksen en Jan Nekkers is geluid niet het grootste probleem van Schiphol, maar wantrouwen. (VK, 11/4 jl)  En volgens mij is een drogredenering een verhaal dat bedrieglijk waar lijkt.

De luchtvaartsector is bedreven in verhullend taalgebruik. Dit versluiert alles wat een bedreiging kan vormen voor de winstcijfers. Denk maar aan luchtvaartsmog die ‘sluierbewolking’ wordt genoemd, en waakhonden die in de persberichten bordercollies heten. Zo gaat het rondom Schiphol dus helemaal niet om ‘de eeuwige strijd tussen economie en ecologie’ maar om de keuze tussen stilte of herrie, gezonde of ziekmakende lucht, bloemengeur of kerosinestank, vogelgezang of vliegtuiggeraas, plezier of ergernis, tevredenheid of teleurstelling, zijn of gaan, hebben of verlangen, leefbaarheid of het gemis daarvan en dus tussen geestelijk welzijn of materiële welvaart.

Zonder al die herrie, roetaanslag en stank was er ook geen wantrouwen, dus laten de heren de zaken niet omdraaien. Daar worden zij misschien wel voor betaald, maar dan moeten zij zich in hun keuze tussen geweten of geld maar eens laten leiden door hen wier wensen telkens door het geraas van vliegtuigmotoren en van belangenbehartigers worden overstemd.

Verslaafd aan autorijden en vliegen.

NRC-journaliste Vera Spaans schreef op 1 februari jl een artikel over ‘de uitdijende groep uitverkorenen’ die na een korte voorbereiding mogen vertrekken naar exotische locaties ver buiten Nederland. “Duizend kilometer reizen voor fondue en assessment,” was de subtitel van een verhaal dat duidelijk bedoeld was om iedereen jaloers te maken. Ah, veel en ver reizen, en nog geld toe krijgen ook..

Terwijl bedrijven vroeger hoogwaardig talent probeerden te lokken en aan zich te binden met sportieve lease-bolides-met-gratis-benzine, tegenwoordig gebeurt dat met veelvuldige vliegreizen naar exotische bestemmingen. Als het maar brandstof slurpt, lawaai maakt en vervuilt, lijkt wel de overweging.

“Met zo’n reis willen wij ook uiting geven aan het internationale karakter van ons bedrijf,” zegt het ene bedrijf. En een ander: “We laten in New York zien hoe een internationale deal tot stand komt.” Dat zoiets ook in Nederland kan, speelt geen rol: “Het is natuurlijk een lokkertje. Zo’n reis maakt indruk.”

Doorgaan met het lezen van “Verslaafd aan autorijden en vliegen.”

Martijn van Calmthout (Volkskrant) schrijft roddelverhaal vol fouten

foto

 

Dat niet alleen weermannen en -vrouwen luchtvaartsmog beschouwen als ‘onschuldige sluierbewolking’, maar dat ook journalisten liever hun ogen sluiten voor meteorologische en klimatologische effecten van de uitstoot van het luchtverkeer, werd pijnlijk duidelijk in het katern Kennis van de Volkskrant van zaterdag 22 oktober 2005.

Daar stond een ronduit beledigend artikel van wetenschapsredacteur Martijn van Calmthout naar aanleiding van een kritische opmerking die naar 12 adressen (waaronder 6 redacties) had gestuurd naar aanleiding van een persbericht van het KNMI over de dagelijkse stikstofkaart op de website www.knmi.nl.

Mijn e-mail was geen ‘ingezonden brief’ of ‘open brief’, en was ook niet gepubliceerd. Calmthout reageerde met zijn artikel dus op een brief waarvan vrijwel niemand de inhoud kende. Minimale journalistieke zorgvuldigheid vereist dan om de inhoud van de besproken brief correct weer te geven. Dat is niet gebeurd. Als burger sta je dan machteloos. Oordeelt u zelf:

Doorgaan met het lezen van “Martijn van Calmthout (Volkskrant) schrijft roddelverhaal vol fouten”