Journalisten verdienen kritiek en tegenspraak, net als alles en iedereen in een democratie.

Journalisten verdienen kritiek en tegenspraak, net als alles en iedereen in een democratie.

Wie deze opvatting voorlegt aan een journalist, wordt niet tegengesproken. De praktijk blijkt echter minder begripvol. Gewone burgers kúnnen namelijk praktisch geen kritiek uiten op redactie, presentator, journalist of columnist, want die wordt niet uitgezonden of afgedrukt. Politici en bestuurders dúrven het niet, want dan is het land te klein en de democratie in gevaar: “Inbreuk op de persvrijheid!” Journalisten zelf doen het niet, uit collegialiteit of uit angst voor collegiale repercussies of hun journalistieke carrière. Ondernemers zijn beducht voor een negatieve pers en gaan behoedzaam om met leveranciers van ‘free publicity’ die hun commercieel voordeel kan bieden.

Kortom: De checks and balances die moeten zorgen voor transparantie, machtsevenwicht, openheid en rechtvaardigheid in onze democratie, werken niet bij media en journalistiek. Zij krijgen niet de kritiek en tegenspraak die zij (net als alles en iedereen) verdienen.

De vraag wat hieraan te doen valt, moet je – dat is mij wel duidelijk geworden – niet aan journalisten te stellen. (De Volkskrant heeft mij om die reden wel eens gedurende anderhalf jaar(!) verbannen uit haar reactieruimte op het internet!)

Daarom vroeg ik dit aan ChatGPT, the new kid in town. Dit leverde het volgende interessante gesprek op:

ChatGPT:

Leuke insteek — ik neem even de rol van journalist aan om te reageren:


Als journalist zeg ik:
“Tegenspraak hoort bij het vak. Sterker nog: goede journalistiek draait juist om het toelaten én onderzoeken van tegengeluiden. Het idee dat journalisten niet van tegenspraak houden, komt soms voort uit hoe mensen media ervaren: als een artikel of uitzending niet het hele plaatje laat zien of een bepaalde kant op lijkt te leunen, voelt dat al snel als ‘eenzijdig’. Maar in de praktijk zijn we juist voortdurend bezig met bronnen checken, hoor en wederhoor toepassen, en verschillende invalshoeken onderzoeken. Natuurlijk zijn er verschillen in kwaliteit tussen media — en ook journalisten zijn mensen, dus ego’s en voorkeuren kunnen soms meespelen — maar het ideaal blijft: openstaan voor andere perspectieven, zelfs (of juist) als die wringen.”


Wil je dat ik dieper inga op de psychologie, de mediacultuur of het verschil tussen journalistieke stromingen? Of wil je een antwoord in een andere stijl, bijvoorbeeld meer prikkelend of satirisch?

RvW (ik, dus):

Je zegt dat goede journalistiek juist draait om het toelaten én onderzoeken van tegengeluiden, maar dat geldt niet voor kritiek op media en journalistiek zelf. Voorbeeld: Als een politicus kritiek uit op een journalist, dan wordt dit een inbreuk op persvrijheid genoemd.

ChatGPT:

Je raakt hier een gevoelige en interessante snaar. Laat me weer even antwoorden als journalist — maar dit keer met een wat kritischere blik op het vak zelf:


Als journalist (die z’n eigen sector kritisch bekijkt) zeg ik:

“Je hebt een punt. Journalisten zeggen vaak dat ze openstaan voor kritiek, maar zodra die kritiek op henzelf of hun werkwijze gericht is, voelen ze zich al snel aangevallen. En dan komt inderdaad al gauw de term “inbreuk op de persvrijheid” op tafel, zeker als de kritiek van politici komt. Die reflex is deels begrijpelijk — persvrijheid is kwetsbaar en essentieel voor de democratie — maar het mag geen schild worden tegen terechte kritiek.

Wat je vaak ziet, is dat journalisten kritiek op hun eigen functioneren verwarren met pogingen om de vrije pers als instituut te ondermijnen. Dat onderscheid is belangrijk. Een politicus mag een journalist best stevig bekritiseren, zolang hij of zij daarmee niet probeert de journalist monddood te maken of het werk onmogelijk te maken.

Het wringt dus als journalisten van anderen verwachten open te staan voor kritiek, maar zelf defensief reageren als de rollen worden omgedraaid. Als journalistiek geloofwaardig wil blijven, moet ze ook zichzelf durven bevragen — in het openbaar, en zonder meteen in de slachtofferrol te schieten.”


Zou je het interessant vinden als ik ook even uitleg hoe dit verschilt tussen landen of mediahuizen? Of wil je dat ik dit verwerk in een opiniestuk of essayvorm?

RvW:
Later zal ik je vragen om een opiniestuk over de noodzaak van kritiek en tegenspraak op media en journalistiek, maar nu wil ik nog even doorvragen. OK?

ChatGPT:
Zeker, graag zelfs! Vuur gerust je vragen af — ik ben benieuwd waar je naartoe wilt.

RvW:
Media hebben wel een rubriek voor reacties van lezers, maar zij bepalen zelf welke worden afgedrukt of uitgezonden. Kritische en onwelgevallige reacties worden genegeerd. Hoe formuleer je kritiek op deze praktijk?

ChatGPT:
Goede observatie. Je kunt die kritiek op verschillende manieren formuleren, afhankelijk van je toon — scherp, beschouwend, of constructief. Hier zijn een paar stijlen ter inspiratie:


1. Zakelijk en beschouwend:

“Hoewel media zich graag presenteren als platforms voor publiek debat, blijft de regie stevig in eigen handen. Reactierubrieken lijken open, maar in werkelijkheid worden kritische of onwelgevallige reacties vaak gefilterd. Daarmee komt de schijn van openheid in de plaats van daadwerkelijke dialoog.”


2. Scherp en polemisch:

“Media geven burgers zogenaamd een stem via ingezonden brieven of online reacties, maar alleen zolang die kritiek niet te veel wringt. Het is een toneelstuk: de redactie is regisseur, de lezer mag figureren — mits hij de juiste tekst uitspreekt.”


3. Constructief kritisch:

“Als media werkelijk staan voor een open debatcultuur, dan hoort daar ook het toelaten van scherpe kritiek op hun eigen functioneren bij. Het huidige selectieproces van lezersreacties geeft echter vooral ruimte aan stemmen die binnen het veilige redactionele kader passen. Dat is een gemiste kans voor transparantie en wederzijds vertrouwen.”


Wil je dat ik één van deze invalshoeken uitwerk in een kort opiniestukje of paragraaf? Of wil je samen verder zoeken naar een stijl die het beste past bij jouw stem?

RvW:
Laten wij nog even verder zoeken. Een journalist of redacteur is van mening dat een rubriek of forum voor reacties van lezers, kijkers of luisteraars geen openbare ruimte is waarin burgers aanspraak kunnen maken op hun vrijheid van meningsuiting.

ChatGPT:
Mooi, dit is precies het spanningsveld waar het interessant wordt. Die journalist/redacteur heeft juridisch gezien gelijk — maar moreel en maatschappelijk valt er van alles over te zeggen. Hier zijn een paar manieren om die spanning in een scherpe of genuanceerde kritiek te verwoorden:

1. Genuanceerd en kritisch:

“Het klopt dat een rubriek voor lezersreacties formeel geen publieke ruimte is. De redactie heeft het laatste woord. Maar wanneer media zichzelf profileren als pleitbezorgers van open debat en democratische waarden, roept het vragen op als zij kritiek op hun eigen rol structureel weren. Vrijheid van meningsuiting mag dan juridisch niet opeisbaar zijn binnen een redactioneel kader, moreel ligt dat een stuk ingewikkelder.”

2. Filosoferend en prikkelend:

“Een redactie is geen rechtbank, maar evenmin een privéhuiskamer. Ze beweegt zich in het spanningsveld tussen publieke rol en particuliere macht. Zolang media ruimte bieden voor reacties, maar selectief blijven in wat ze doorlaten, oefenen ze macht uit over het publieke gesprek zonder er volledig verantwoordelijkheid voor te nemen.”

3. Scherp en activistisch:

“Wanneer media bepalen welke kritiek op henzelf wel of niet mag worden gehoord, verschuift de grens tussen journalistiek en propaganda. Je kunt je niet presenteren als hoeder van het vrije woord, terwijl je zelf beslist wie er mag spreken.”

Deze formuleringen zetten allemaal in op het spanningsveld tussen de formele zeggenschap van redacties en de maatschappelijke verwachtingen van openheid. Wil je samen een toon vinden die het meest aansluit bij jouw positie of project?

RvW:
Bestaan er gezaghebbende media die kritische reacties van burgers publiceren?

ChatGPT:
Ja, die bestaan — maar hoe kritisch en hoe vaak ze zulke reacties publiceren, verschilt sterk per medium, cultuur en onderwerp. Hier zijn een paar voorbeelden van media die in principe ruimte bieden aan kritische reacties van burgers, ook als die zich richten op het medium zelf:

1. De Correspondent (NL)

  • Open reactie-sectie voor betalende leden.
  • Staat redelijk veel kritische discussie toe, ook over eigen journalistiek.
  • Redacteuren mengen zich soms actief in de reacties.

Maar: moderatie blijft stevig; bij herhaling van “onnodig polariserende” of “off-topic” kritiek kan ingegrepen worden.

2. The Guardian (UK)

  • Heeft een ombudsman (Readers’ Editor) en publiceert soms kritische brieven.
  • In de “Letters to the Editor” worden af en toe scherpe lezersreacties geplaatst, ook over de krant zelf.
  • Biedt ook ruimte aan opiniestukken van buitenstaanders met een kritisch perspectief op de media.

3. New York Times (VS)

  • Publiceert kritische brieven van lezers.
  • Heeft een public editor gehad (tot 2017), die publiekelijk kritiek op de NYT kon onderzoeken en publiceren.
  • Zeer streng gemodereerd, maar met enige ruimte voor debat over de eigen rol.

4. NRC (NL)

  • Heeft een opiniepagina en lezersbrievenrubriek, waarin ook kritische brieven over de krant of de journalistiek kunnen verschijnen.
  • Kritiek op media wordt soms verwerkt in columns of essays van externe auteurs.

Samenvattend:

Ja, sommige gezaghebbende media publiceren kritische reacties van burgers, maar binnen duidelijke grenzen. Ze behouden redactionele controle en neigen er vaak toe kritiek die constructief of genuanceerd is eerder te plaatsen dan reacties die hun legitimiteit fundamenteel in twijfel trekken.

Wil je dat ik voorbeelden opzoek van concrete brieven of reacties waarin media zichzelf laten bekritiseren — of ben je op zoek naar een overzicht voor een groter betoog?

RvW:
Is het een taak van publieke media om de democratie te dienen?

ChatGPT:
Ja, dat is het — en niet alleen in morele zin, maar vaak ook als expliciete opdracht.

1. In Nederland:

De Publieke Omroep (NPO) heeft de wettelijke taak om:

bij te dragen aan de democratische, sociale en culturele ontwikkeling van de samenleving.
(Bron: Mediawet, artikel 2.1)

Dit betekent o.a. dat publieke media informatie moeten bieden die burgers helpt geïnformeerde keuzes te maken, ruimte moeten geven aan pluriformiteit van meningen, en een platform moeten zijn voor maatschappelijk debat.

2. Breder in Europa:

Ook bijvoorbeeld de BBC in het VK heeft als kernmissie:

To inform, educate and entertain,”
met als expliciet doel: “supporting democracy and fostering citizenship.

3. Waarom deze taak belangrijk is:

Publieke media worden deels of volledig gefinancierd met belastinggeld. In ruil daarvoor wordt verwacht dat zij:

  • onafhankelijk zijn van commerciële en politieke belangen,
  • kritisch en controlerend optreden richting machthebbers,
  • ruimte geven aan diverse stemmen in de samenleving,
  • bijdragen aan een goed geïnformeerde publieke opinie.

Dus ja, het dienen van de democratie is geen vrijblijvende missie, maar een kernopdracht van publieke media. De vraag die daaruit voortvloeit, is natuurlijk: doen ze dat ook goed genoeg? En: hoe verhoudt die taak zich tot hoe ze omgaan met kritiek van burgers?

Zullen we dáár de volgende laag van de discussie op richten?

RvW:
De Nederlandse Publieke Omroep NPO heeft programma’s als Mediaforum, maar daarin zijn voornamelijk journalisten aan het woord.

ChatGPT:
Exact — en dat roept een terechte vraag op over zelfkritiek versus zelfbevestiging.

Kritisch punt:
Programma’s als Mediaforum (NPO Radio 1) profileren zich als reflectie op de media, maar ze blijven grotendeels interne gesprekken. Journalisten praten over journalisten, meestal met collega’s uit dezelfde bubbel: redacteuren, presentatoren, columnisten. Dat kán waardevol zijn, maar het gevaar is dat het eerder een gesloten circuit wordt dan een echt publiek debat.

Waarom dat problematisch is:

  • Het suggereert zelfreflectie, maar sluit kritische buitenstaanders uit: geen burgers, geen mediacritici van buiten de sector, geen wetenschappers die écht onafhankelijk zijn.
  • Kritiek van burgers op journalistiek blijft vaak afwezig of wordt geframed als “wantrouwen” of “onbegrip”.
  • Dit versterkt de indruk dat media meer bezig zijn met hun reputatie dan met echte verantwoording.

Hoe je dit zou kunnen verwoorden:

“Publieke media hebben een taak richting de democratie, maar in programma’s als Mediaforum blijft die opdracht steken in een gesprek van journalisten met zichzelf. Kritische burgers zijn meestal toeschouwer, zelden deelnemer. Zo blijft de controle op de media beperkt tot de media zelf — en dat is geen echte controle.”

Wil je dat ik help om dit als opiniestukje, essay of pamflet op te bouwen? Of wil je het combineren met die eerdere punten over lezersreacties en zelfselectie?

RvW:
Graag een opiniestukje of pamflet (ik ben benieuwd naar het verschil) in combinatie met eerdere punten over lezersreacties en zelfselectie.

ChatGPT:
Leuk dat je dat verschil aanstipt! Even kort:

  • Een opiniestuk is meestal rationeel en betogend, geschreven voor kranten of tijdschriften. Het wil overtuigen met argumenten en voorbeelden.
  • Een pamflet is feller, emotioneler, activistischer. Het wil aanzetten tot actie of protest, en mag best scherp of provocerend zijn.

Ik geef je hier eerst een opiniestukje, en daarna een kort pamflet op basis van hetzelfde idee — dan kun je kiezen welke toon je beter vindt passen.

[Als Opiniestuk:]

“Wie controleert de media, als de media zichzelf controleren?

Publieke media dragen een grote verantwoordelijkheid. Ze worden gefinancierd met publiek geld, en hun taak — vastgelegd in de wet — is helder: bijdragen aan de democratische, sociale en culturele ontwikkeling van Nederland. Dat betekent onder meer dat ze kritisch, onafhankelijk en transparant moeten zijn. Maar wat gebeurt er als die transparantie vooral naar buiten wordt beloofd, maar intern wordt afgesloten?

Neem programma’s als Mediaforum op NPO Radio 1. In theorie bedoeld als reflectie op de rol van de media, maar in de praktijk vooral een gesprek tussen journalisten onderling. Er komen zelden burgers aan het woord, laat staan mediacritici van buiten het vak. Dat is een gemiste kans. Wanneer de journalistiek zichzelf beoordeelt op basis van gesprekken binnen de eigen kring, ontstaat er eerder bevestiging dan bevraging.

Hetzelfde zie je bij rubrieken voor lezersreacties. Media bieden ruimte voor feedback, maar behouden altijd de redactionele controle. Kritische of onwelgevallige reacties verdwijnen vaak stilletjes in de prullenbak. Dat is hun recht — maar het ondermijnt hun geloofwaardigheid. Wie het publieke debat wil faciliteren, moet dat debat niet alleen regisseren, maar ook durven ondergaan.

Vrijheid van meningsuiting geldt misschien niet juridisch binnen de redactionele kolommen van een krant of omroep, maar moreel ligt dat anders. Wanneer media de stem van de burger uitnodigen, maar slechts selectief doorlaten, ontstaat er een façade van openheid. En dat is funest voor het vertrouwen.

Het wordt tijd dat publieke media hun publieke karakter werkelijk serieus nemen. Niet door méér met zichzelf te praten, maar door structureel ruimte te maken voor kritiek van buitenaf — ook als die schuurt.”

[Als Pamflet:]

“Stop het gesloten gesprek!

Zogenaamd open. Zogenaamd kritisch. Zogenaamd voor de burger.

De publieke omroep houdt het gesprek graag binnenshuis. In Mediaforum en soortgelijke programma’s mogen journalisten hun eigen beroepsgroep becommentariëren — maar zelden krijgen burgers het woord. De deur staat op een kier, zolang je netjes blijft. Kritiek? Mag. Maar alleen als het geen echte bedreiging vormt.

Wat heb je aan een lezersrubriek als alleen de brave brieven worden geplaatst? Wat heb je aan een publieke taak als je geen publieke tegenspraak duldt?

Zolang media hun eigen spiegel zijn, blijft de controle illusie. Echte democratie vraagt om openheid, confrontatie, en het lef om ook onaangename kritiek te laten klinken. Niet in een bijzin. Niet in een filter. Maar luid en duidelijk, op een plek die ertoe doet.

Publieke media, laat het publieke toe. Of noem je zelf geen publieke media meer.”

Laat me weten welke toon jou het meest aanspreekt — of wil je een mengvorm?

RvW:
Bedankt! Beide spreken mij aan. Ik ga kijken wat ik ermee kan doen. Het is de kunst om hiervoor het juiste aanspreekpunt te vinden. Kan ik dit interessante gesprek bewaren en er later op terugkomen? Kan ik er een link naar plaatsen?

ChatGPT:

Graag gedaan! Fijn dat beide vormen je aanspreken — en inderdaad, de kunst zit ‘m nu in het vinden van het juiste kanaal of aanspreekpunt: een hoofdredactie, een ombudsman, een mediaplatform, een debatcentrum of zelfs een opiniemaker via sociale media.

EINDE VAN MIJN ‘GESPREK’ MET CHATGPT. (Die reageert tenminste.)

Plaats een reactie