‘ANWB Verkeersinformatie’ hoort in een STER-blok. (Deel 1)

(In Deel 2. een Update van 10 november 2018 n.a.v. een twitterdiscussie met NOS Radio1 presentator Jurgen van den Berg (@JurgenvandeNOS).

Het doel van reclame is het op een vertrouwenwekkende manier vergroten en vasthouden van naamsbekendheid bij een groot publiek. Publieke zenders zijn daarvoor bij uitstek geschikt. Om concurrentievervalsing te voorkomen, is er een Mediawet die misbruik van de publieke omroep voor particuliere commerciële belangen moet voorkomen. Het Commissariaat voor de Media moet erop toezien dat die wet naar letter en geest wordt nageleefd.

De ANWB verzorgt de verkeersinformatie gratis voor de publieke omroep. Als tegenprestatie mag de mobiliteitsmonopolist een paar maal per uur gratis zijn bedrijfs-, handels en merknaam (laten) vermelden in het redactionele gedeelte van de publieke omroep, in het kader van ‘verkeersinformatie’. Het gaat daarbij om sluikreclame en niet om bronvermelding. De gegevens worden namelijk door de ANWB op commerciële basis gekocht van de Verkeers Informatie Dienst. De NOS gebruikt publieke aandacht dus als betaalmiddel.

Zo komt het dat reportages, interviews en debatten op de publieke Radio 1 regelmatig worden onderbroken voor mededelingen van ANWB B.V. Dat gaat al jaren zo, en is dus een typisch geval van gedogen. Er is niets ideëels aan die ANWB. Het is gewoon een commercieel bedrijf dat gespecialiseerd is in zaken die ons leefmilieu niet ten goede komen en dat maling heeft aan luchtvervuiling, verkeerslawaai en alle andere schadelijke en hinderlijke kanten van gemotoriseerde mobiliteit.

De ANWB heeft het een beetje moeilijk, want deze mobiliteitsmonopolist heeft in de afgelopen jaren eindelijk een paar van haar oude privileges moeten prijsgeven, en krijgt nu zelfs concurrentie van een ander reparatiebedrijf.

Doorgaan met het lezen van “‘ANWB Verkeersinformatie’ hoort in een STER-blok. (Deel 1)”

Bumperkleven is ‘sportief rijgedrag’.

Van: Robert van Waning <rvwaning@seaport-beach.nl>
Aan: anwb <info@anwb.nl>; Veilig Verkeer Nederland <klantenservice@vvn.nl>
CC: anwb autokampioen <autokampioen@anwb.nl>
Datum: donderdag 14 oktober 1999 12:46

Onderwerp: Bumperkleven is juist heel sportief

Geachte heer Woudenberg,

Hoewel ik blij zou moeten zijn met uw actie tegen het bumperkleven, heb ik toch voornamelijk het gevoel dat u dweilt met de kraan open. Campagnes als de uwe leggen het immers altijd af tegen het positieve imago dat met enorme reclamebudgetten wordt gegeven aan het sportieve autorijden op de openbare wegen.

Kunt u zich een sportieve rijder voorstellen die afstand houdt? Hoe kan hij nou ‘tussensprintjes’ houden als hij 60 meter achter zijn voorligger moet blijven? Dat schiet toch niet op?

(Te) hard optrekken, (te) hard rijden, (te) snel de bochten nemen, (te) weinig afstand houden en (te) laat remmen, zijn de voornaamste kenmerken van sportief rijgedrag, dat daarom ook niet van agressief rijgedrag te onderscheiden is.

Agressief rijden mag niet, maar tegelijk wordt ‘sportief rijden’ aangeprezen en aangemoedigd in iedere auto-advertentie en -test, zelfs van de ANWB!

Doorgaan met het lezen van “Bumperkleven is ‘sportief rijgedrag’.”

ANWB heeft van oudsher gelobbied voor steeds méér autoverkeer.

Aan: ANWB
Verstuurd op 3 oktober 1999

Geachte ANWB,

Op 2 oktober j.l. schrijft Volkskrant-redacteur Willem de Bruin in ‘De stad is niet te stuiten’ dat niemand de huidige massamobiliteit heeft voorzien. Op 5 oktober schrijft uw commentator in het hoofdartikel ‘De stad onvlucht’ over ‘alle pogingen de files terug te dringen’. De heren lijken de voorgeschiedenis van de huidige automobiliteit in ons land niet goed te kennen of zij zijn deze inmiddels vergeten.

In de zeventiger jaren is de basis gelegd voor het volledig uit de hand gelopen autoverkeer van nu, en reken maar dat daar heftig tegen geprotesteerd is! Toch zijn toen zijn de planologische keuzen gemaakt die onafwendbaar moesten leiden tot meer mobiliteit en steeds grotere afhankelijkheid van de auto als middel om naar je werk, winkels, familie of recreatiegebieden te gaan. In die tijd had men er nog voor kunnen zorgen dat woon- en werkgebieden niet te ver van elkaar af zouden liggen en dat woon-, werk- en recreatiegebieden goed met openbaar vervoer bereikbaar zouden zijn. Bewoners werden echter de steeds onaantrekkelijker stad uitgejaagd naar groeikernen. Pas in de tijd van Jan Schaefer is men gaan proberen om de stad weer bewoonbaar te maken. Als het echter op openbaar vervoer aankwam, was het met alle progressiviteit gedaan want Den Uyl wilde dat iedereen zijn eigen auto voor de deur zou hebben. Jawel.

In die tijden werd de ontwikkeling van recreatiegebieden bijvoorbeeld nog met 100% subsidie gesteund, mits zij maar van ‘nationaal belang’ waren, dat wil zeggen: op grote afstand van woongebieden lagen. Op nabijheid van stations werd daarbij helemaal niet gelet.

Doorgaan met het lezen van “ANWB heeft van oudsher gelobbied voor steeds méér autoverkeer.”

‘Agressie’ in het verkeer is juist heel ‘sportief’.

Aan: ANWB
Verstuurd op: 20 april 1999

Geachte Redactie,

De ANWB wil een einde maken aan agressie in het verkeer. Hoe onderscheidt men agressie echter van sportief rijgedrag? Dit wordt immers gepropageerd door de autobranche, bijgestaan door de autojournalistiek? Beide rijstijlen zijn te herkennen aan snel optrekken, hard rijden (scheuren), flitsend bochtenwerk, weinig afstand en de telkens fel en geïrriteerd opvlammende remlichten.

Voor medeweggebruikers bestaat er in ieder geval geen verschil. Zowel agressief als sportief rijgedrag is irritant, lawaaiig, gevaarlijk, verspillend en hoogst schadelijk voor gezondheid, milieu en economie(vanwege alle files die na aanrijdingen ontstaan). Toch mag sportief rijden wél van ANWB, VVN, BOVAG en RAI, en agressief rijden niet. Het verschil zit volgens hen in die middelvinger. Dat is natuurlijk onzin.

Het gaat om de manier waarop je rijdt en de gevolgen die dit heeft voor  medeweggebruikers: Kinderen, wandelaars, fietsers en omwonenden (lawaai).

Geen rekening houden met anderen is een vorm van agressie. Sportief autorijden buiten de daartoe bestemde circuits is een verspillende en schadelijke vorm van egoïsme waarvoor in Nederland geen plaats meer is.

De autoweg is geen sportveld. Naarmate meer ongelukken en files ontstaan als gevolg van aanrijdingen, kunnen autowegen steeds minder hun infrastructurele functie vervullen.

Doorgaan met het lezen van “‘Agressie’ in het verkeer is juist heel ‘sportief’.”