ANWB heeft van oudsher gelobbied voor steeds méér autoverkeer.

Aan: ANWB
Verstuurd op 3 oktober 1999

Geachte ANWB,

Op 2 oktober j.l. schrijft Volkskrant-redacteur Willem de Bruin in ‘De stad is niet te stuiten’ dat niemand de huidige massamobiliteit heeft voorzien. Op 5 oktober schrijft uw commentator in het hoofdartikel ‘De stad onvlucht’ over ‘alle pogingen de files terug te dringen’. De heren lijken de voorgeschiedenis van de huidige automobiliteit in ons land niet goed te kennen of zij zijn deze inmiddels vergeten.

In de zeventiger jaren is de basis gelegd voor het volledig uit de hand gelopen autoverkeer van nu, en reken maar dat daar heftig tegen geprotesteerd is! Toch zijn toen zijn de planologische keuzen gemaakt die onafwendbaar moesten leiden tot meer mobiliteit en steeds grotere afhankelijkheid van de auto als middel om naar je werk, winkels, familie of recreatiegebieden te gaan. In die tijd had men er nog voor kunnen zorgen dat woon- en werkgebieden niet te ver van elkaar af zouden liggen en dat woon-, werk- en recreatiegebieden goed met openbaar vervoer bereikbaar zouden zijn. Bewoners werden echter de steeds onaantrekkelijker stad uitgejaagd naar groeikernen. Pas in de tijd van Jan Schaefer is men gaan proberen om de stad weer bewoonbaar te maken. Als het echter op openbaar vervoer aankwam, was het met alle progressiviteit gedaan want Den Uyl wilde dat iedereen zijn eigen auto voor de deur zou hebben. Jawel.

In die tijden werd de ontwikkeling van recreatiegebieden bijvoorbeeld nog met 100% subsidie gesteund, mits zij maar van ‘nationaal belang’ waren, dat wil zeggen: op grote afstand van woongebieden lagen. Op nabijheid van stations werd daarbij helemaal niet gelet.

Verder lezen ANWB heeft van oudsher gelobbied voor steeds méér autoverkeer.

‘Agressie’ in het verkeer is juist heel ‘sportief’.

Aan: ANWB
Verstuurd op: 20 april 1999

Geachte Redactie,

De ANWB wil een einde maken aan agressie in het verkeer. Hoe onderscheidt men agressie echter van sportief rijgedrag? Dit wordt immers gepropageerd door de autobranche, bijgestaan door de autojournalistiek? Beide rijstijlen zijn te herkennen aan snel optrekken, hard rijden (scheuren), flitsend bochtenwerk, weinig afstand en de telkens fel en geïrriteerd opvlammende remlichten.

Voor medeweggebruikers bestaat er in ieder geval geen verschil. Zowel agressief als sportief rijgedrag is irritant, lawaaiig, gevaarlijk, verspillend en hoogst schadelijk voor gezondheid, milieu en economie(vanwege alle files die na aanrijdingen ontstaan). Toch mag sportief rijden wél van ANWB, VVN, BOVAG en RAI, en agressief rijden niet. Het verschil zit volgens hen in die middelvinger. Dat is natuurlijk onzin.

Het gaat om de manier waarop je rijdt en de gevolgen die dit heeft voor  medeweggebruikers: Kinderen, wandelaars, fietsers en omwonenden (lawaai).

Geen rekening houden met anderen is een vorm van agressie. Sportief autorijden buiten de daartoe bestemde circuits is een verspillende en schadelijke vorm van egoïsme waarvoor in Nederland geen plaats meer is.

De autoweg is geen sportveld. Naarmate meer ongelukken en files ontstaan als gevolg van aanrijdingen, kunnen autowegen steeds minder hun infrastructurele functie vervullen.

Verder lezen ‘Agressie’ in het verkeer is juist heel ‘sportief’.

De markt is geen ideologie maar harde werkelijkheid – brief aan de Volkskrant – 2AUG1996

REDACTIE DE VOLKSKRANT                                                                                  AFSCHRIFT
Postbus 1002
t.a.v. Journaille

Amsterdam, 5 augustus 1996

De markt is geen ideologie maar harde werkelijkheid
(
Dirk-Jan van Baar in de Volkskrant, 2-8-1996)

Geachte redactie,

Een ideologie is het beginsel, het doel en de drijfkracht waarmee men een stelsel nastreeft en in stand wil houden. Zo kan ook het streven naar chaos een ideologie zijn die bij welslagen een nieuwe werkelijkheid oplevert, goedschiks of kwaadschiks. De ideologen zullen die werkelijkheid beschouwen als een beloning voor hun inspanningen. De nadelen en schaduwzijden vormen de prijs die nu eenmaal voor alles betaald moet worden, zij het vaak door anderen voor wie de ideologie oorspronkelijk ook niet was bedoeld. Dit maakt haar in de ogen van haar volgelingen alleen maar nóg doelmatiger en aantrekkelijker. Wij hebben dit niet gezien bij het communisme. De eerste tekenen van een soortgelijke ontwikkeling doen zich nu voor bij het soort kapitalisme dat blind op de optimaliserende werking van de geglobaliseerde markt vertrouwt.

De historicus Dirk-Jan van Baar kan vast beginnen aan een studie van deze interessante parallellen. Allerlei disciplines houden zich bezig met de toekomst maar een geschiedschrijver kan zich comfortabel bedienen van wijsheid achteraf, tenzij hij zich begeeft op het glibberige en onvoorspelbare pad van de economie. Dit doet Van Baar met zijn lofzang op de markt.

Ook de wens om het ordenend en verdelend vermogen van de markt ten volle te benutten, is wel degelijk een ideologie. De markt kan dan zelf normloos zijn, de beslissing om de samenleving over te leveren aan haar volle werking is dat bepaald niet. Overal waar het maatschappelijke darwinisme de wrede kop (weer) opsteekt, is de markt doelmatig gebleken. Waar vruchtbare grond als gevolg van ontbossing en erosie in vernietigende overstromingen naar de zee spoelt, waar drinkbaar water is vergiftigd en vervuild, waar de lucht niet meer veilig is om in te ademen en waar omgevings­herrie een ooit rustige omgeving onleefbaar maakt, daar kan de markt zich pas echt ontwikkelen. Daar kan immers eindelijk een prijs gevraagd worden voor zaken die ooit als vanzelfsprekend in overvloed voorhanden waren en alles wat niets met de markt te maken heeft en haar onbekommerde werking zou kunnen verstoren, is uitgeschakeld.

Verder lezen De markt is geen ideologie maar harde werkelijkheid – brief aan de Volkskrant – 2AUG1996